In Osse SP had Marijnissen altijd gelijk

IN OSS stonden de fabrieken in de stad te stinken en de arbeiders verdienden er een stuk minder dan elders....

Jan Joost Lindner

De partij, nog lang Socialistiese Partij geheten, was in Oss veel succesvoller dan in de universiteitssteden, waar de studenten liever binnen theoretiseerden over het zuivere communisme dan dat ze buiten colporteerden met De Tribune. Of aanbelden bij krotwoningen om klachten op te nemen en die om te zetten in politieke acties.

In Oss was vanaf 1968 een groep van ongeveer dertig jongeren, die bijna een soort familie vormden, slim en 'bloedfanaat' bezig met politieke acties. Zij wonnen het vertrouwen van de 'kleine luyden' en maakten de SP veel groter dan elders. De journalist/historicus Kees Slager heeft hun prestaties minutieus opgetekend in Het geheim van Oss.

Slager maakte lang geleden een opziendbarend boek over de Zeeuwse watersnoodramp van 1953, waarbij niet alleen de voorafgaande verwaarlozing van de zeeweringen, maar ook het treurige gedrag van de toenmalige lokale en provinciale bestuurders werd gehekeld. Zijn nieuwe boek is kleinschaliger en veel vriendelijker.

Het was de partij zelf die Slager (geen SP'er) vroeg haar geschiedenis op te schrijven. Hij kreeg een redactiecommissie toegevoegd die grotendeels ook uit niet-SP'ers bestond - 'om te voorkomen dat er straks over stalinistische geschiedschrijving wordt geschamperd'.

Stalinistisch is dit proza allerminst. Slager schrijft erg leesbaar en hij heeft een mooi succesverhaal. Maar het boek is wat al te gladjes en het succes wordt wel erg gedetailleerd gevierd. Over conflicten en nadelen van dit politiek fanatisme wordt meestal iets te luchtig heengewandeld.

Zo blijkt pas helemaal aan het eind van het boek welk een oppermacht het grootste politieke talent, de huidige SP-leider Jan Marijnissen, had. Hij komt hier veel meer als een intellectueel naar voren dan hij zich in zijn flutboekjes laat kennen. Marijnissen domineerde alle discussies en deelde straf en beloning uit. 'Niemand kon tegen hem op'.

Latere dissidenten verwijten hem dat hij geen afwijkende meningen verdroeg en dat hij zich te buiten ging aan machtsspelletjes en het 'afzeiken' van tegenstanders. Hij gaf de toon aan. Pas toen Marijnissen een kleuren-tv kocht, durfden de anderen ook. Na diens vertrek naar de landelijke politiek werd de Osse SP meer collectief. Bovendien wilden andere partijen toen pas met de SP samenwerken, ook voor de collegevorming in het stadsbestuur.

Het waren geen arbeiderskinderen maar lyceïsten uit middenstandskringen die de socialistische revolutie in Oss begonnen. Leerlingen van het Titus Brandsma Lyceum die vanaf 1968 de schoolleiding uitdaagden, tegen de Vietnam-oorlog protesteerden, bietsuiker wilden vervangen door rietsuiker (ten bate van de Derde Wereld), Marcuse lazen, undergroundkrantjes uitventten en boze ingezonden brieven naar de kranten stuurden.

Ze waren heel links en opstandig, maar weinig hippie-achtig en ze knipten al gauw hun lange haren af om de arbeiders niet af te schrikken. Hun eerste contacten met de arbeiders ontstonden uit huuracties. Huis aan huis werd aangebeld om te vragen of er iets mis met de woning was. Al gauw bleek dat de woningbouwvereniging zelden haast maakte met reparaties. Klachtenformulieren en vellen vol handtekeningen werden op het stadhuis ongezien in de prullenbak gesmeten. De SP-jongeren konden er luide propaganda mee bedrijven.

Zij hadden geen concurrentie, want de CPN kreeg in het vrome, katholieke Oss nooit een voet aan de grond. De lokale PvdA was er voor de 'import' en schurkte zich bescheiden tegen KVP en later CDA aan. In het hele boek zijn de Osse PvdA'ers de felste (en vaak domste) tegenstanders van de jonge en meer succesvolle SP'ers.

Oss had de jaren zestig langzamer begrepen dan steden in de Randstad. Het gezag was nog gezag en er was directe repressie in plaats van repressieve tolerantie. Op bijna iedere actie van de jongeren werd met blazende verontwaardiging gereageerd. Vooral de KVP-burgemeester wist met bolle arrogantie de SP aan propaganda te helpen. En juist in een stad waar de arbeiders altijd al stille wrok tegen 'die van boven' hadden, werd een oproerige beweging breed gewaardeerd.

De SP-vriendenkring behaalde vooral praktische successen en won daarmee vertrouwen. Huuracties, woningverbetering, veiliger straten, een actief en sociaal gezondheidscentrum (als alternatief voor luie en hooghartige huisartsen), juridische spreekuren - uit al deze activiteiten sprak een belangstelling voor kleine mensen, die de elite van Oss nooit had opgebracht. En het leverde daadwerkelijke verbeteringen op, evenals de wilde stakingen in de fabrieken voor hoger loon, betere arbeidsomstandigheden en minder milieu-overlast.

De SP bestreed de gifschandalen, die bestuur en andere partijen wilden bemantelen. Het duurde lang voordat de stadse elite begreep dat ze zelf reële noden moest aanpakken, opdat niet alle glorie en politiek gewin naar de extreem-linkse SP zouden gaan.

Tegelijk levert deze tegenstelling een lijvig nadeel voor het boek op. Het wordt zo te veel een verhaal van de goeden tegen de slechten, waarbij de goeden ook nog eens veel slimmer zijn dan de slechten. Een oneerlijke strijd die dan ook op het vlak van de gemeentepolitiek glansrijk werd gewonnen door de SP (al werd die in 2000 door alle andere fracties in de oppositie gegooid).

Voor deze jonge mensen was de SP hun leven, een soort plaatsvervangende kerk. Ze noemen zich ook vaak missionarissen. Een latere afhaker: 'Wij waren toch een soort heiligen en het is natuurlijk heerlijk om heilig te zijn.' De SP had hoge idealen, een duidelijke organisatie, een straffe hiërarchie en eigen rituelen.

Slager beschrijft dit alles met vertedering, maar de evidente nadelen en gevaren van zo'n sektarische levenswijze komen minder aan bod. Wel wordt duidelijk dat de afhakers (die het gezwoeg niet meer aankonden) ineens zonder vrienden en beschermende groep in een kille leegte belanden.

Veel boosaardige verhalen over kadaverdiscipline in de vroegere SP worden hier weerlegd of sterk gerelativeerd. Hun 'onhandigheid' inzake gastarbeiders (pleidooi voor een oprotpremie in 1983 en later acties om te voorkomen dat te veel Turken in een straat komen wonen) wordt erkend.

Verder is in dit boek bijna alles wat de SP deed welgedaan. De politieke naïveteit en de vaak al te simpele oplossingen van deze vreemde club komen wat weinig tot uiting. Desondanks is het een aardig en boeiend stukje microgeschiedschrijving geworden.

Meer over