INTERVIEW

'In Nederland is het imago van de migrant negatiever'

Welke rol speelt afkomst in Nederland? Robert Vuijsje onderzoekt het in een reeks interviews. Columniste Naema Tahir (44): 'Mijn meest haalbare thuis is Nederland.'

Naema Tahir. Beeld Robin De Puy
Naema Tahir.Beeld Robin De Puy

In Engeland werkte haar vader als postbode. Hij had in Pakistan een bacheloropleiding gevolgd aan de universiteit. De ouders van Naema Tahir hadden ook vrienden die zeiden: als ze in Engeland niets op mijn niveau hebben, ga ik niet aan het werk. 'Mijn ouders hadden meer een just do it-mentaliteit. Het was heel normaal om hoogopgeleid te zijn. Veel Aziaten werkten in Engeland als postbode. Later kregen ze buurtwinkels of werden taxichauffeur.'

Op haar 10de verhuisden ze naar Nederland. 'We woonden eerst in Breda. Ik weet nog dat een vrouw mijn moeder kwam helpen met de taal. Die vrouw begreep maar niet dat mijn moeder kon autorijden, dat ze goed Engels sprak. De andere immigranten die ze hielp, waren van Marokkaanse afkomst, die hadden nog nooit een supermarkt gezien, ze konden niet lezen en schrijven. Ze konden niets. Ik vond het storend dat we over één kam werden geschoren: een donker iemand kan niets.

'In Engeland zijn ook problemen, er is gettovorming, maar Nederland heeft toch een achterstand. Mijn ouders waren niet zoals de gastarbeiders hier. In Nederland is het imago van de migrant veel negatiever. Hier zijn minder voorbeelden van immigranten die bij de elite horen. Het bedrijfsleven, de politiek, celebrities - je zag in Nederland nauwelijks positieve voorbeelden, die ontwikkeling begint hier nu pas.

Naema Tahir

(Engeland, 1970) werkte als jurist voor de Raad van Europa in Straatsburg. Haar laatste boek heet Gesluierde vrijheid. Ze was columnist voor het programma Buitenhof. Tegenwoordig schrijft ze een column voor Trouw. Tahir werkt aan een roman over Pakistaanse migranten.

Hoe kwamen je ouders in Engeland?

'Ik ben net buiten Londen geboren, in Slough. Mijn vader hoorde bij de mensen die op uitnodiging van de Engelse overheid waren gekomen om te werken. Ze hielden wervingscampagnes in hun voormalige koloniën. Je moest opgeleid zijn en Engels spreken. Wij woonden in een straat met mensen uit India, Bangladesh en Jamaica. En Engelsen, geen Arabieren. Turken en Marokkanen ontmoette ik pas in Nederland. Ik heb me nooit niet-Brits gevoeld. De maatschappij was gemengd. Dat was normaal.'

Hoe was het om naar Nederland te komen?

'Nederlanders zijn open, nieuwsgierige mensen. Ik zal nooit vergeten dat bij ons in Breda op de deur werd geklopt. We deden open, maar er stond niemand. Ze hadden alleen een grote doos vol speelgoed achtergelaten. Wij waren thuis met zes kinderen. Dat is voor mij Nederland. Op straat elkaar gedag zeggen, contact willen maken.

'Over andere dingen was ik flabbergasted. Dat we geen schooluniform droegen. Iedereen moet toch gelijk zijn op school? Ik vind het niet horen, in vrijetijdskleding naar school. Dat het ene kind wel de nieuwste sneakers heeft en de andere niet. Het was vele malen minder streng en gedisciplineerd dan in Engeland. De leraren werden bij hun voornaam genoemd. In Engeland wisten we hun voornaam niet eens.'

In gesprek

Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Beste vriend) gaat voor V in gesprek met bekende en minder bekende Nederlanders over de rol die hun afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met oud-basketballer Francisco Elson (Surinaams) en acteur Mimoun Oaïssa (Marokkaans).

Voelde je je verbonden met andere moslims?

'Op school werden we gepest door Turkse kinderen. We waren bruin en droegen geen hoofddoek, dus we konden geen moslims zijn. Ze vroegen of we hindoes waren. Als we nee zeiden, vroegen ze: echt niet? In Engeland waren wij de dominante immgrantengroep, hier een minderheid.

'Ik vind: als iemand een hoofddoek wil dragen, is dat prima. En anders is het ook goed. In Pakistan dragen vrouwen een sjaal om hun nek en soms dat niet eens. Het uiterlijk vertoon met hoofddoeken is later gekomen, vroeger had je dat niet. Het gaat om de intentie, om het innerlijk. Moslim zijn is subtieler en persoonlijker dan wel of niet een hoofddoek dragen.'

Doe je mee aan de ramadan?

'Ik vind deze vraag getuigen van een beperkt beeld van het geloof. Wie heeft bepaald dat wel of niet meedoen aan de ramadan iets zegt over of je een praktiserende moslim bent?'

Na Nederland heb je in Pakistan, Frankrijk en Nigeria gewoond. Waarom kwam je terug?

'Ik had het gevoel dat ik niet in Nederland hoorde. Ik dacht: ik hoor in een internationale setting, ik wilde bij een internationale organisatie werken. In een omgeving waar ik normaal was, waar ik niet de ander was. En waar mensen niet verbaasd waren als ik zei: ik ben een Britse Nederlander met een Pakistaanse achtergrond en ik heb zes talen die in mijn hoofd strijden. In de volgorde waarin ik ze heb geleerd: Punjabi, Engels, Arabisch, Nederlands, Urdu en Duits. In Duits ben ik heel goed. Frans spreek ik ook een beetje, eigenlijk is het zesenhalve taal.

'Ik begon te schrijven. In het Nederlands, ik merkte dat dit voor mij de rijkste taal is. De taal die je het beste beheerst, daar is je thuis. Mijn meest haalbare thuis is Nederland, maar ik voel me hier niet helemaal mezelf. Ik ben gekleurd, ik heb een Arabische naam, ik maak soms fouten met 'de' en 'het'. Onze wortels zijn in de lucht, niet in de grond - zoals bij een boom. Wij zijn meer thuis in verwantschappen. Voor mij is Nederland een plek waar ik graag ben. Nuchter, veilig en verstandig.'

Nederlands
'Als ik schrijf.'

Brits
'Onder de Britten voel ik me Engels. Daar wonen veel mensen met mijn uiterlijk.'

Pakistaans
'Wanneer ik bij mijn ouders ben.'

Eten
'Frans. En Pakistaans. Biryani en chapati's.'

Partner
'Een Hollandse man. Wat dat zegt? Dat ik me thuis voel bij een Nederlander. Als je hier woont, is de kans ook groter dat je een Nederlander ontmoet.'

Meer over