In Jeruzalem moet de intifada nog losbarsten

In de smalle straatjes van de oude stad van Jeruzalem is het druk maandagochtend. Toeristen zijn er nauwelijks deze dagen, maar de plaatselijke inwoners doen massaal hun inkopen in de souk want zondag waren de winkels dicht....

De Palestijnse intifada knaagt in het algemeen slechts aan de randen van de Jeruzalem. In dorpen als Hizma en Abu Dis confronteren de Palestijnen de Israëlische soldaten regelmatig. In de stad zelf gebeurt dit nauwelijks. De laatste ernstige onlusten in de stad hadden plaats na het vrijdagsgebed een maand geleden. Volgens de Palestijnse minister voor Jeruzalem, Faisal Husseini, willen de plaatselijke Palestijnen niet alle bruggen verbranden met hun joodse buren.

'Juist in Jeruzalem hopen we dat joden en Arabieren goed samen kunnen blijven leven, dat moet wel in deze stad waar iedereen zo dicht op elkaar woont,' zegt Husseini. Een andere reden dat de Palestijnse inwoners van Jeruzalem zich nog niet in grote getale bij de intifada hebben aangesloten, is volgens Husseini de massale Israëlische politie-aanwezigheid in de stad. Die wakkert de Palestijnse woede echter verder aan, zegt hij, totdat die een keer tot uitbarsting komt.

Het meeste geweld in Jeruzalem komt tot nu toe van buitenaf. De afgelopen weken is de joodse buitenwijk Gilo onder vuur gekomen maar die ligt ver van het centrum en is gebouwd op land dat de Israëli's in 1967 veroverden. De schoten werden afgevuurd uit het Palestijnse stadje Beit Jala, dat volledig onder controle van de Palestijnse Autoriteit staat. Andere joodse buitenwijken zijn slechts sporadisch doelwit geweest van de intifada en ook meestal vanuit Palestijns gebied.

Van de twee andere, dodelijkere, gevallen van geweld in de stad de afgelopen weken was in ieder geval één waarschijnlijk ook het werk van Palestijnen van buiten Jeruzalem. De autobom vorige week in de buurt van de Mahane Yehuda-markt is opgeëist door de Islamitische Jihad, een organisatie die vooral recruteert in de Palestijnse gebieden.

Een ander geval is de aanslag twee weken terug, op het kantoor van de Israëlische sociale uitkeringsinstanties in Oost-Jeruzalem. Bij de aanslag werd één Israëlische bewaker gedood en raakte een tweede zwaar gewond. Hoewel de slachtoffers joods waren, lijkt de boodschap vooral bedoeld om de Palestijnse bevolking te ontmoedigen gebruik te maken van de uitkeringen.

De relatieve rust in Jeruzalem wordt door Israëli's deels toegeschreven aan de verworvenheden van de Palestijnen in de stad, inclusief Israëlische sociale uitkeringen. Hoewel de Arabische kant van Jeruzalem sterk achtergesteld blijft bij de joodse kant, hebben de Palestijnen zelf - met de aanslag op het Israëlische kantoor - deze stelling geloofwaardiger gemaakt.

Volgens Faisal Husseini smeult het bij de bevolking onder het oppervlak. 'Dit is de Al Aqsa-intifada die in Jeruzalem is begonnen en die doorgaat totdat er een Palestijnse staat is met Jeruzalem als hoofdstad.'

In de muziekwinkels van de oude stad is een nieuw deuntje populair. 'Eerst Sabra en Shatila en nu Al Aqsa, wat doen ze ons aan?', schalt het weeklagende pop liedje uit de luidsprekers. De Palestijnen in de oude stad zien de Al Aqsa-moskee, de op twee na heiligste plaats in de islam, als hun buurtmoskee. Ze zijn boos dat ze er niet vrij mogen bidden.

'Ik was er die vrijdag toen de intifada uitbrak, toen de Israëli's een bloedbad aanrichtten op de Haram al Sharif,' vertelt een jonge Palestijn in de oude stad. 'Eerst vermoorden ze ons en nu laten ze ons er niet toe. De joden willen het voor zichzelf hebben om hun tempel te bouwen.' Faisal Husseini trekt eveneens fel van leer tegen de Israëlische beperkingen op het aantal mensen dat wordt toegelaten voor het vrijdagsgebed op de Haram al Sharif, de Tempelberg.

Hij wil niets weten van een internationale oplossing voor de Haram al Sharif: 'Als er een internationale oplossing komt, dan moet die voor de hele stad gelden, niet alleen voor de Haram.'

Hij waarschuwt vooral voor problemen tijdens Ramadan, de islamitische vastenmaand. De Israëli's laten nu soms maar drieduizend mensen toe, terwijl er normaal gesproken tijdens Ramadan enige honderdduizenden Palestijnen naar de Al Aqsa stromen. Dat kan volgens Husseini tot een ernstige escalatie van het geweld leiden.

'Het is een aantasting van onze vrijheid van religie. Als de Israëli's niet de toegang kunnen garanderen voor iedere moslim die daar wil bidden en als ze er niet de orde kunnen bewaren dan betekent dat dat ze niet geschikt zijn om de controle uit te oefenen over de Haram al Sharif. Dus moeten ze het aan een instantie overdragen die dat wel kan. Wij zijn klaar om die verantwoordelijkheid op ons te nemen.'

Meer over