In je eentje een kabinet laten vallen

Meestal heerst in het parlement een ijzeren discipline. De partijtop beslist, de individuele parlementsleden stemmen braaf mee. Maar nu is de verleiding groot om ertegenin te gaan. 'Teugen.'

JAN HOEDEMAN en RON MEERHOF

V oorbij zijn de tijden dat kabinetten marges van tien of twintig zetels hadden. De helft plus één, daar draait het om

n beide Kamers van de Nederlandse parlementaire democratie. Dat vraagt om evenwichts-acrobatiek, waarin de macht van de individuele politicus groter is dan ooit.

Tijdens de formatie van het gedoogkabinet Rutte gingen aanvankelijk alle ogen naar de PVV'er Hero Brinkman: zou het CDA wel aandurven op zo'n onzekere factor te steunen? Luttele weken later keken PVV'ers omgekeerd naar de CDA'ers Kathleen Ferrier en Ad Koppejan, die openlijk muitten tegen samenwerking met Wilders: durfden ze wel met zo'n labiel CDA in zee?

Kon het instabieler? Ja hoor. Afgelopen week werd de constructie wéér wankeler: in de Eerste Kamer worden Rutte c.s. dubbel gedoogd. SGP'er Gerrit Holdijk moet met de 38ste zetel de krapst mogelijke meerderheid verzilveren. Als hij afhaakt, moet de coalitie shoppen bij een andere loner: Jan Nagel.

De ene eenling is de andere niet. De één zoekt die bijzondere positie op, zwelgt in zijn eigen belangrijkheid en buit het drama ten volle uit om het besluit de een of de andere kant op te laten vallen. In de Nederlandse calvinistische traditie doet een beetje zichtbaar lijden het dan goed: hier sta ik, ik kan niet anders. Zeg maar: de martelaar. Tegenover de politicus die zich maximaal uitrekt op het uur U, staat degene die juist krimpt onder de schijnwerpers van de media. Zeg maar: Calimero.

De categorie-Calimero is nu verrijkt met Gerrit Holdijk. Toen eindelijk de uitslag van de Provinciale Statenverkiezingen van 2 maart bekend werd, bleek hij de scharnierpositie te bekleden.

Op de cruciale dossiers van immigratie en integratie rekenen VVD, CDA en PVV op Holdijk voor de krapst mogelijke meerderheid. Het regeringsblok heeft 37 zetels, de gezamenlijke oppositie heeft er 37, en Holdijk zit op die ene zetel die er voor Rutte c.s. op de beslissende momenten 38 van moet maken.

Holdijk is opeens de man. De jurist en boer, 66 jaar en bezig aan zijn 23ste jaar als senator voor de Staatkundig Gereformeerde Partij, kreeg alle camera's zijn kant op. Acht journalisten tegelijk waren hem op enig moment aan het interviewen. Verderop wachtten twee cameraploegen. Holdijk is vanwege zijn geloof in het almachtige opperwezen doortrokken van het besef van zijn eigen nietigheid.

Zelden iemand zo ongemakkelijk gezien. Hij bleek te beschikken over een verbazend arsenaal aan manieren om te zeggen dat er die middag helemaal niets was veranderd.

Nee, hij ging niemand gijzelen, laat staan het kabinet. De SGP had maar één zeteltje en was 'numeriek marginaal', Holdijk ging gewoon zijn werk doen 'zoals in al die voorgaande jaren en dat willen we blijven doen'. Allemaal varianten op de lijfspreuk van onze geëierdopte stripheld Calimero: 'Zij zijn groot en ik is klein.'

Hoe het was om zo in de schijnwerpers te staan, vroeg een verslaggever ter afsluiting. 'Niet plezierig', zei Gerrit Holdijk en keek er oprecht ongelukkig bij.

De tegenvoeter van de bescheiden Holdijk moet wel Hans Wiegel zijn. In 1999 stond de Eerste Kamer klaar om met tweederde meerderheid de grondwet te wijzigen en het correctief referendum in te voeren. Een 'kroonjuweel' van D66 dat eindelijk realiteit werd na jarenlange onderhandelingen met VVD en PvdA in het Paarse kabinet.

De ochtend van de stemming liet D66-fractieleider Thom de Graaf weten dat hij het 'absoluut onacceptabel' zou vinden als ook maar één VVD'er tegen zou stemmen. Dat moet je tegen Hans Wiegel niet zeggen.

De toenmalige VVD-senator liep op de dag van de stemming De Graaf tegen het lijf op het Binnenhof. Wiegel: 'Ik zei tegen hem dat ik mij mijn hele leven nog nooit onder druk had laten zetten en dat ik ook niet van plan was dat ditmaal wel te doen. Hij keek nogal beduusd.'

'Tijdens het debat kreeg ik via mijn chauffeur een boodschap van mijn vrouw door: poot stijf houden, anders komt u er vannacht niet in!' Mijn zoon Eric had die middag Marianne (Wiegels echtgenote zaliger - red.) gebeld. Zijn vrienden had hij verteld dat zijn vader zou tegenstemmen. In de loop van de middag ging het gerucht op de radio dat ik toch om zou gaan. Hij zei tegen Marianne: 'Als pa tegenstemt, sta ik voor lul bij m'n vrinden!'

Wiegel stemde 'teugen!' en de volgende dag diende het kabinet zijn ontslag in. Hijzelf beweert nooit een Nacht van Wiegel te hebben gezocht. In de herinnering van zijn vier VVD-collega's echter zei hij vlak voor het moment suprême: 'Stemmen jullie maar voor, ik neem de volle verantwoordelijkheid wel op me.' Hij zou ervan hebben genoten dat hij het was, en hij alléén die het Paarse kabinet deed wankelen.

Nu gaat het schering en inslag worden, maar het is in de Nederlandse parlementaire geschiedenis tamelijk uniek dat een eenling zo'n beslissende positie inneemt. Tot voor kort kende Nederland immers geen regeringen met slechts 76 zetels in de Tweede Kamer, waarvan er dan ook nog 24 slechts gedogen. Het derde kabinet-Lubbers (1989 - 1994) bijvoorbeeld steunde op 103 zetels, het vierde kabinet-Drees (1956 - 1958) zelfs op 127.

Kamerleden van dergelijke grote fracties waren vooral stemvee. Ze hadden hun hand maar op te steken voor de besluiten die hun fractievoorzitters in het Torentje met de minister-president hadden genomen.

'Tot voor kort kon je argumenteren tot je een ons woog', zegt SGP-strateeg Menno de Bruyne. Hij spreekt van 'een centraal geleide democratie'. De Bruyne: 'Dat verandert en dat is maar goed ook.'

Een eerder kabinet dat moest schipperen, was het kabinet-Van Agt/Wiegel met 76 zetels (1977 - 1981). In het CDA weigerden zes ARP'ers en een KVP'er het regeerakkoord te ondertekenen: de loyalisten, aangevoerd door Willem Aantjes.

Die loyalisten maakten het evenwicht in de Kamer van die dagen precair. Dat kabinet kon vooral overleven door zelfcensuur; ze begonnen eenvoudigweg niet aan zaken waarvan vermoed kon worden dat die moeilijk lagen. Dat waren er nogal wat. Van Agt/Wiegel staat te boek als een van de slapste kabinetten; het liet de staatsschuld exploderen, de WAO uit de hand lopen en nog zo wat.

Maar niet alles konden ze omzeilen. In 1980 kwam de abortuswetgeving ter beoordeling in de Kamer. Bij de loyalisten lag dat moeilijk. Er leek precies een patstelling te ontstaan tussen voor- en tegenstanders. Zo ontstond een situatie waarin opeens de eenmansfractie van DS '70 in de persoon van Ruud Nijhof de doorslag kon geven.

In een van de toenmalige 'Kabouterbars' aan het Haagse Plein, tegenover het parlementsgebouw, liep Nijhof op een avond CDA-fractievoorzitter Ruud Lubbers tegen het lijf.

'Lubbers vroeg me wat ik ging stemmen', zegt Nijhof. 'Ik zei dat ik het nog niet wist, maar dat ik wel wilde weten hoe de finale verhoudingen in de fractie zouden zijn.' Na zijn fractievergadering belde Lubbers. 'Het zou afhankelijk zijn van mijn stem.'

KRO's Brandpunt had ook zitten rekenen. Ad Langebent belde. Nijhof mocht in de uitzending komen, op voorwaarde dat hij zou vertellen wat hij ging stemmen. 'Anders ging het niet door. Maar Langebent gaat daar natuurlijk niet over. Ik ben wel gegaan, maar heb uiteindelijk niet verteld wat ik ging stemmen.'

Nijhof stemde vóór. Hij voelde niet echt druk. 'Het was eerder dat ze me probeerden te verleiden om voor te stemmen. Spannend was het wel.'

Eenlingen als de loyalisten zijn de nachtmerrie van de chief whip, degene die in de fracties moet zorgen dat de Kamerleden stemmen volgens de partijlijn. Met de wankele gedoogconstructie is het stemgedrag van ieder Kamerlid belangrijker dan ooit.

De eenling moet wel stevig in de schoenen staan. Wie een uitzonderingspositie in een fractie durft in te nemen, hoeft een volgende maal niet te rekenen op een verkiesbare plaats.

Hero Brinkman en Ad Koppejan willen de verhoudingen met hun fracties niet nog verder op scherp zetten en bedanken beleefd voor vermelding in een verhaal over eenlingen.

Over de positie van Brinkman in de PVV komt al maandenlang niet veel meer naar buiten, maar duidelijk is dat sommige van Koppejans collega's hem wel kunnen schieten. Hij praat naar hun zin wat al te vaak over 'de rug recht houden' en poseert wat al te gretig als het geweten van het CDA. Wat maakt dat hen? Gewetenloze gebochelden?

Kathleen Ferrier worstelt met soortgelijke problemen. Zij stemt wel toe in medewerking aan een verhaal, maar benadrukt meteen: 'ik ben géén eenling! Iederéén kan het verschil maken.'

Ferrier werd kort geleden geconfronteerd met een anonieme fractiegenoot, die haar in De Telegraaf 'een narcist' en 'een ongeleid projectiel' noemde .

Wat ze dacht toen ze dat hoorde? 'Ik hoorde het 's ochtends in een persoverzicht op tv. ik dacht: kom ik ga maar eens douchen', zegt Ferrier. 'Nee, heus, dat raakt me echt niet. Je vindt iets of je vindt iets niet. Zo simpel is het.'

Mocht de coalitie in de Eerste Kamer in de problemen komen, dan kan ze altijd nog bij Jan Nagel aankloppen. Wel eerst even de borst nat maken, want Nagel is geen Calimero en óók geen martelaar. Hij is een ervaren strateeg en hij is er klaar voor.

'Haha, ik ben wel eerder in de positie van de eenling geweest, ja. Heel vaak, zelfs', zegt Nagel. 'Of je dan wat kan? In biljarttermen: voor een carambole moet je de bal niet altijd vol op de kop raken, maar een beetje aan de zijkant, met effect.'

--------------------------

Op stemmingsdagen moet iedereen er zijn

Om grip te houden op het parlementaire proces gebruikt de Tweede Kamer al decennia het systeem van pairing. Om te voorkomen dat toevallige absenties de verhoudingen verstoren, worden vaak Kamerleden bij stemmingen ter compensatie 'achter de coulissen' gehouden. Als bij partij A een Kamerlid een stemming lijkt te gaan missen, wegens een werkbezoek of ziekte, wordt geprobeerd een deal te sluiten met een andere partij.

Liefst wordt daarvoor een partij aan de andere kant van het spectrum aangezocht. VVD en SP stemmen zelden gelijk. Als ieder een Kamerlid achterhoudt, verandert er niks in de stemverhoudingen.

Maar met de intrede van de PVV ligt dat hele systeem op zijn gat. Niks greep! Wie is de tegenpool van de PVV? Op sociaal-economische onderwerpen en de zorg stemt de partij het vaakst mee met de SP. Maar ze regeren met CDA en VVD. En één enkele stem die verkeerd valt, kan het hele gedoogkaartenhuis doen instorten.

'Met al die wisselende meerderheden is het zó onoverzichtelijk geworden. Je kunt eigenlijk nauwelijks nog veilig pairen', zegt Van Hijum. 'Een tijdje terug hadden we iemand gepaird aan de PvdA. Kwamen we twee stemmen te kort voor een amendement dat we samen hadden ingediend.'

Daarom zijn de teugels strak getrokken. Op stemmingsdagen moet iedereen er zijn. Is er een belangrijk debat dat kan uitlopen op een stemming, omdat er bijvoorbeeld een motie van afkeuring dreigt, dan moet iedereen binnen twee uur reisafstand van het Kamergebouw blijven om zo nodig te kunnen worden opgetrommeld.

Dat geeft spanningen. Sommige Kamerleden klagen achter de schermen steen en been dat ze internationaal voor paal staan. 'Ik moet mijn punten scoren in het buitenland', zegt er één. 'Nu moet ik alles afzeggen, álles. Zo is het toch net of Nederland zich niks meer aantrekt van het buitenland?'

'We zijn strenger', geeft Van Hijum toe. 'Over symposia, reizen, internationale delegaties. Er zijn delegaties waar we nu voor het eerst 'nee' tegen zeggen.'

De oppositie weet dat en buit dat uit. 'Er zijn pesterijtjes', zegt Van Hijum. 'Dan wordt er heel lang gedreigd met een motie van afkeuring, zoals in het Libië-debat met Hillen. Wij houden dan onze mensen in de buurt. En dan blijkt uit tweets dat de oppositie allang in de trein naar huis zit...'

undefined

Meer over