ColumnRob Vreeken

In Istalif ziet ambulancechauffeur Nabi Afghaanse leiders komen en gaan

null Beeld
Rob Vreeken

Zou Mahmed Nabi naar George Harrison hebben geluisterd? ‘Without going out of your door, you can know all things on earth’, zong de sologitarist van de Beatles in zijn song The Inner Light. Dat is precies wat de 65-jarige Afghaanse ambulancechauffeur heeft gedaan. In Istalif, waar hij een leven lang woonde, zag hij de roerige geschiedenis van zijn land aan zich voorbij trekken. Alle politieke omwentelingen maakte Nabi mee, oorlog en vrede, hij zag leiders komen en gaan.

Tot zijn zeventiende jaar was dat Zahir Shah, de vorst die in 1973 werd afgezet en in ballingschap ging in Rome. Nabi heeft hem wel eens gezien in Istalif. In het stadje in de provincie Parwan, op anderhalf uur met de auto vanuit de hoofdstad Kabul, had de koning zijn vakantieverblijf. Het district, met heuvels vol druivenranken en boomgaarden, staat bekend als een van de mooiste en aangenaamste van Afghanistan.

Het land kende vrede tijdens de regeerperiode van Zahir Shah. Westerse jongeren op hippietrail naar India konden er zonder risico een tussenstop maken en op Chicken Street in Kabul een chillum roken, gekleed in een Afghaanse bontjas. Maar daar is ook wel alles mee gezegd. Zahir Shah was niet bepaald een dynamische vorst. Onder hem sudderde Afghanistan op een laag pitje voort, een plattelandssamenleving met een grotendeels ongeletterde bevolking.

Mahmed Nabi (midden) bij de kliniek van Istalif. Naast hem twee andere inwoners van het stadje. Beeld
Mahmed Nabi (midden) bij de kliniek van Istalif. Naast hem twee andere inwoners van het stadje.

Onder zijn opvolger, president Daoud Khan, begon dat te veranderen. Daoud investeerde flink in onderwijs, zette sociale programma’s op en hervormde de economie. ‘Hij heeft veel voor de mensen gedaan’, zegt Nabi. ‘In Istalif bouwde hij een kliniek en zes scholen, die hadden we tot dan niet. Hij legde een kanaal aan vanaf de Panjshirrivier, voor drinkwater en de landbouw.’

De president bezocht het stadje geregeld. Dan kwam hij in z’n eentje aanrijden in zijn Landrover, volgens Nabi, zonder lijfwachten of wat dan ook. ‘Hij gedroeg zich heel gewoon, niet als een vorst.’

In 1979 werd Daoud op zijn beurt afgezet, door de communisten. Een invasie van het Rode Leger volgde, waarop Afghanistan een slagveld van de Koude Oorlog werd. Amerika stuurde voor 20 miljard dollar aan wapens naar de mujahedin, die niet te beroerd waren die ook tegen elkáár te gebruiken.

Nabi is nog altijd fan van mujahedinleider Ahmad Shah Massoud, de ‘Leeuw van Panjshir’, genoemd naar de nabijgelegen vallei, waar hij standhield tegen zowel communisten als Taliban. Net als Massoud draagt de chauffeur een platte pakolmuts, typisch voor de Tadzjieken in dit gebied. Maar Nabi is óók fan van Mohammad Najibullah, de communistische president tegen wie Massoud vocht. ‘Ook Najibullah bracht veel goeds’, zegt hij. ‘De mensen hadden geld en werk.’ Het is een van de tegenstrijdigheden die zorgen dat maar weinig mensen de cursus ‘Afghanistan voor beginners’ afronden met een diploma.

Fast forward naar de Taliban, 1996. Tja, wat te zeggen? ‘Problemen, problemen’, vat Nabi die periode samen. Ze vernielden de historische kern van het stadje, centrum van de Afghaanse pottenbakcultuur. Dus was president Hamid Karzai, geparachuteerd door de VS, daarna een verademing, al was het maar vanwege de omvangrijke buitenlandse financiële steun waarmee zijn bewind gepaard ging. ‘Er kwamen banen, bij de overheid en bij de hulporganisaties’, zegt Nabi. Hij heeft er zelf zijn werk aan te danken, de Afghaanse gezondheidszorg werd tot voor kort geheel door donoren gefinancierd.

Maar al die steun, al die dollars – het was ook een vloek. Onder Karzai’s opvolger Ashraf Ghani liep het helemaal uit de hand met de corruptie, volgens Nabi. Je kon het al zien aan Ghani’s manier van optreden. ‘Hij kwam maar één keer naar Istalif, voor de opening van een luxe hotel. De dag tevoren kwamen hier duizend mensen om het gebied te beveiligen. Dat moet handenvol geld hebben gekost: al die auto’s, al dat eten voor al die mensen.’

Vergelijk dat eens met de eenvoud van president Daoud, die destijds in z’n uppie naar Istalif reed om met de bevolking te praten. Hij behoort tot Nabi’s top 3 van leiders, en wel op de bovenste plaats: Daoud, Najibullah en Massoud. ‘Daoud zindabad!’, scandeert hij, net als vroeger. Lang leve Daoud.

En dan nu opnieuw de Taliban. Bij de ingang van de kliniek hangt de Talibanvlag, wit met religieus opschrift in zwarte krulletters. ‘Die hebben ze hier zelf opgehangen’, zegt Nabi, met de intonatie van: denk vooral niet dat ik dat gedaan heb. Meer commentaar? ‘Hou op, ik zeg niks.’