reportage

In Ironbridge begon de industriële revolutie. En daarmee de klimaatverandering die verderop in Glasgow beperkt moet worden

De 240 jaar oude gietijzeren brug waaraan Ironbridge zijn naam dankt. Beeld Carlotta Cardana
De 240 jaar oude gietijzeren brug waaraan Ironbridge zijn naam dankt.Beeld Carlotta Cardana

Het verhaal van Ironbridge is, als bakermat van de industriële revolutie, ook het verhaal van Groot-Brittannië. Trots en schuldbesef gaan hand in hand. En net als premier Johnson, de gastheer van de klimaattop, hoopt het dorp nu voorop te gaan in de groene industriële revolutie.

Patrick van IJzendoorn

De geboorteplaats van de industriële revolutie heeft een klimaatprobleem. Om dat te illustreren wijst Nick Ralls op de ingang van het Museum of the Gorge, een van de tien musea in het Unesco-erfgoed van Ironbridge en omgeving. ‘Zie je de streepjes boven aan de deur?’, zegt de museumdirecteur. ‘Dat zijn de waterstanden. De hoogste was weliswaar in 1795, maar er zijn er de laatste decennia steeds meer bijgekomen. Zo hebben we afgelopen twee winters onder water gestaan.’ Achter hem kabbelt de Severn naar de 240 jaar oude gietijzeren brug, een paar honderd meter verderop.

Jaarlijks komen er 300 duizend bezoekers naar het rivierdal, de Gorge, in het West-Engelse graafschap Shropshire. Daar gebruikte de uitvinder Abraham Darby begin 18de eeuw voor het eerst cokes om ijzer mee te smelten, waarmee de massaproductie van het metaal mogelijk werd. Om die reden afficheert Ironbridge, met zijn iconische brug, zich als wieg van de industriële revolutie. ‘Maar als we eerlijk zijn’, zegt Ralls in zijn kantoor in het naburige Coalbrookdale, ‘melden we erbij dat we hier ook in de geboorteplaats zitten van klimaatverandering, van global warming.’

Het verhaal van Ironbridge is in wezen het verhaal van Groot-Brittannië, het land dat een paar eeuwen geleden verantwoordelijk was voor nagenoeg 100 procent van ’s werelds koolstofdioxide-emissie. Later verspreidde deze revolutie zich naar andere landen, met tot gevolg het broeikaseffect waarvoor nu in Glasgow een laatste redmiddel wordt gezocht. De trots op het industriële erfgoed gaat tegenwoordig gepaard met een schuldgevoel, net zoals bij het terugblikken op de dagen van het Britse Rijk ook over de schaduwzijde wordt gesproken, de slavernij.

Enthousiasme

Het schuldbesef verklaart wellicht het enthousiasme waarmee er in Groot-Brittannië naar de klimaattop is toegeleefd. Zo hebben de schrijvers van de televisieserie Coronation Street een klimaatgerelateerde verhaallijn in de soap verwerkt, ontpoppen leden van het koningshuis zich tot klimaatactivisten en veroorzaken actievoerders van Insulate Britain, een tak van Extinction Rebellion, chaos op de Londense wegen. En met een veelbekeken Amazon-serie over zijn boerderij heeft voormalig Top Gear-presentator Jeremy Clarkson, al dan niet bewust, biologisch boeren gepopulariseerd.

Op zijn beurt is Boris Johnson er als gastheer alles aan gelegen om van COP26 een succes te maken. De conservatieve premier praat over weinig anders meer dan over windmolens en warmtepompen, over bomen en belastingen op vlees. Hij wil dat het land als bakermat van de industriële revolutie nu het voortouw neemt bij de groene industriële revolutie. De Britse regering heeft wettelijk vastgelegd dat het land in 2050 klimaatneutraal moet zijn. Over een paar jaar sluit de laatste kolencentrale en over negen jaar zal de laatste auto die op benzine of diesel rijdt worden verkocht.

Het Coalbrookdale Museum of Iron is gevestigd in de voormalige metaalgieterij waar de onderdelen van de Iron Bridge werden gefabriceerd. Beeld Carlotta Cardana
Het Coalbrookdale Museum of Iron is gevestigd in de voormalige metaalgieterij waar de onderdelen van de Iron Bridge werden gefabriceerd.Beeld Carlotta Cardana

De afgelopen dertig jaar is de uitstoot van koolstofdioxide op het eiland gehalveerd, wat mede te maken heeft met de overgang naar een diensteneconomie en het uitbesteden van industriële productie en bijbehorende vervuiling aan andere landen, vooral in Azië. Bovendien heeft het eiland een gunstig klimaat, zowel waar het gaat om geologie als om het doen van investeringen, voor alternatieve energie, zoals een lange kustlijn waar windmolenparken zijn neergezet en getijdenenergie kan worden opgewekt. Vooral het naar onafhankelijkheid strevende Schotland is een wereldleider op dit gebied. Slechts 2 procent van de Britse stroom wordt met kolen opgewekt.

‘World leading’ is een term die vaak klinkt uit de mond van Johnson, of het nu gaat om de vermeende zegeningen van de Brexit, het vaccinatieoffensief tijdens de coronacrisis of het voorkomen van een verdere opwarming van de aarde. Tijdens een Global Investment Summit in het Londense Science Museum portretteerde hij zichzelf onlangs als ‘de Mozes van klimaatverandering’. De gastheer riep Bill Gates en andere superrijken op om te investeren in technologische oplossingen die idealiter in Groot-Brittannië gevonden moeten worden. Green is Good, meldde Johnson, een variant op het ‘Greed is Good’-credo uit het Thatcher-tijdperk in de jaren tachtig.

Uitersten

Op milieugebied is Groot-Brittannië een land van uitersten. De woningen zijn over het algemeen slecht geïsoleerd, veel plastic afval wordt naar armere landen verscheept, de herinvoering van statiegeld laat al jaren op zich wachten en in menig station hangen dieselwalmen. Er liggen plannen voor het openen van een nieuwe kolenmijn in Cumbria, de auto is nog steeds koning in het verkeer en onlangs stond de regering het toe dat waterbedrijven ongestraft rioolwater konden lozen in rivieren, onder meer in de Severn. Bij een ontmoeting met schoolkinderen merkte Johnson op dat het recyclen van plastic weinig zinvol is.

Er zitten meer tegenstellingen in Johnsons klimaatbeleid. Bij de daags voor de klimaattop gepresenteerde begroting maakte zijn regering bekend de belasting op korte vluchten met de helft te zullen verlagen. Het klimaat was opvallend afwezig. ‘Het is verbazingwekkend dat de minister van Financiën de woorden ‘klimaat’ en ‘natuur’ niet een keer noemde’, aldus Caroline Lucas, de enige vertegenwoordiger van de Green Party in het Lagerhuis. Volgens haar gaapt er een enorme kloof tussen wat de regering-Johnson zegt en doet. Net als een groot deel van de Britse klimaatbeweging vindt Lucas dat klimaatneutraliteit veel eerder dan 2050 een feit moet zijn.

Het centrum van Ironbridge. Het dorp en de omgeving zijn Unesco-erfgoed.  Beeld Carlotta Cardana
Het centrum van Ironbridge. Het dorp en de omgeving zijn Unesco-erfgoed.Beeld Carlotta Cardana

Aan de andere kant is er onrust onder conservatieve parlementariërs die vinden dat hun leider juist te veel begint te lijken op de Zweedse klimaatactivist Greta Thunberg en niet eerlijk is over de kosten van zijn klimaatrevolutie. Kamerlid Steve Baker, een van de strategen achter de Brexit-campagne, waarschuwde in maandblad The Critic dat ‘de armsten de prijs zullen betalen voor Net Zero-fantasieën’ (nul uitstoot). Hij schat de kosten van Johnsons klimaatplannen op een ton per huishouden. Er gaan nu stemmen op, onder andere die van Nigel Farage, om een referendum te houden over de wettelijke belofte het land klimaatneutraal te maken.

Waterstof

Johnson grijpt terug op zijn cake-filosofie, het idee dat je een cake tegelijk kunt eten en bezitten. Hij heeft een voorkeur voor technologische oplossingen, door critici bestempeld als ‘greenwashing’. Zo heeft hij hoge verwachtingen van waterstof. Sterker, hij wil van Groot-Brittannië ‘het Qatar van waterstof’ maken. Bij het promoten van deze schone brandstof krijgt hij hulp van zijn vriend Anthony Bamford, brexiteer, Hogerhuislid en maker van onder meer graafmachines en tractoren. Het was een van Bamfords graafmachines waarmee Johnson tijdens een verkiezingscampagne in 2019 onder het motto ‘Get Brexit Done’ theatraal door een muur reed.

Bamford gaat nu bussen maken die op waterstof rijden. Zulks gebeurt in samenwerking met het Noord-Ierse bedrijf Wrightbus, dat deze ondernemer van de ondergang had gered. Ook Wrightbus is een oude bekende van Johnson, want tijdens diens Londense burgemeesterschap kwam daar de nieuwe generatie rode dubbeldekkers vandaan. Een van die bussen, de Hydroliner, is afgelopen week van Londen naar Glasgow gereden ter gelegenheid van de UK Hydrogen Roadshow. ‘We spelen een vitale rol in het koolstofvrij-maken van de transportsector’, laat de 76-jarige industrieel weten.

Een andere belangrijke rol in Johnsons optimistische klimaatplannen is weggelegd voor elektrische auto’s. Tesla-oprichter Elon Musk is in Groot-Brittannië geweest om te kijken naar mogelijke locaties voor een nieuwe megafabriek. De voorkeur van de techpionier lijkt uit te gaan naar een plek in het graafschap Somerset, maar Shropshire ligt op de loer als alternatieve locatie. De conservatieve afgevaardigde Mark Pritchard van The Wrekin, het parlementaire kiesdistrict in Shropshire waaronder Ironbridge valt, heeft Musk schriftelijk gewezen op de deskundigheid in zijn regio.

Zo heeft de nieuwbouwstad Telford, vernoemd naar de Schotse ingenieur Thomas Telford, een sterke automatiserings- en technologiesector. Onder meer AceOn zit hier, een pionier op het gebied van batterijen en energieopslag. Een geheim wapen van Shropshire in de strijd om Musks miljoenen is de historische connectie met de uitvinder van de elektrische auto: Thomas Parker. Deze in Coalbrookdale geboren uitvinder, die door Lord Kelvin ‘de Europese Edison’ werd genoemd, liet aan het einde van de 19de eeuw de eerste elektrische auto rijden.

Peter Bird, bouwer van elektrische fietsen, met een e-bike van het merk Ironbridge. Beeld Carlotta Cardana
Peter Bird, bouwer van elektrische fietsen, met een e-bike van het merk Ironbridge.Beeld Carlotta Cardana

E-bikes

‘Innovatie zit in het dna van de streek’, zegt museumdirecteur Ralls in Coalbrookdale, ‘en Parker is daar een uitstekend voorbeeld van. Ten tijde van de industriële revolutie kwamen mensen van heinde en verre om te zien wat hier aan de hand was, om te leren en soms om te spioneren. Aan het begin van de 19de eeuw kwam de uitvinder Richard Trevithick vanuit Cornwall deze kant op om de eerste stoomlocomotief te laten bouwen, simpelweg omdat hier het beste ijzer voor handen was. Wil je een ritje maken? Hij staat in ons victoriaanse themadorp.’

Zelf broedt hij op manieren om zijn eigen musea klimaatvriendelijk te krijgen. ‘Dat valt nog niet mee, omdat we hier in victoriaanse gebouwen zitten die vaak ook nog op de monumentenlijst staan. Het tocht al snel.’ Bij het streven kan hij hulp krijgen van plaatsgenoot Peter Bird, die aan de oever van de Severn in Coalport elektrische fietsen van de merken Swallow en Ironbridge bouwt. Die laatste hebben een klein ijzeren bruggetje op het frame. ‘We zijn de laatsten die nog met ijzer werken in Ironbridge’, zegt de 61-jarige oprichter van Bicycles by Design trots.

Om Ironbridge dichter te brengen bij Boris Johnsons ambitieuze streven om de helft van alle bewegingen in 2030 per fiets of voet te laten plaatsvinden, heeft Bird een plan bedacht. Hij wil alle leveranties in deze historische omgeving, bijvoorbeeld aan de horeca, met elektrisch aangedreven cargofietsen laten verrichten. ‘Wanneer je hier in de zomer bent, slibben de wegen dicht met langzaam rijdend verkeer. Dat zal alleen maar erger worden nu het aantal inwoners de komende jaren gaat toenemen. Anders dan in de jaren zeventig wil iedereen in deze mooie omgeving wonen.’

Terwijl hij zijn fietsen toont in de ruimten waar vroeger porselein werd gebakken – het gebied is rijk aan kalksteen – zegt Bird dat zijn landgenoten steeds minder redenen hebben dit transportmiddel te negeren. Johnson zelf fietste onlangs nog vrolijk door de hal waar het Conservatieve Partij-congres werd gehouden. ‘Hoewel hier al jarenlang een goed fietsnetwerk ligt, was het heuvelachtige terrein altijd een hindernis. Dat excuus gaat met deze e-bikes niet meer op. Wat nu nodig is, is subsidie. Mijn verwachting is dat de geldkraan na de klimaattop open zal gaan.’