reportage

In Iran verplaatst de strijd zich naar binnen. ‘De mensen staan op een breekpunt’

Een vriendengroep speelt aan de kust van Mahmoudabad in Noord-Iran met honden, hoewel honden op het strand niet zijn toegestaan. Beeld Forough Alaei
Een vriendengroep speelt aan de kust van Mahmoudabad in Noord-Iran met honden, hoewel honden op het strand niet zijn toegestaan.Beeld Forough Alaei

Met de beëdiging van de conservatief Ebrahim Raisi als president deze week gaat Iran verder op streng-islamitische leest. Daarmee groeit de spanning tussen dit officiële Iran, ‘Iran-Buiten’, en het ‘Iran-Binnen’, in de huizen en in de hoofden van vooral jonge vrouwen.

In de Islamitische Republiek is sprake van twee Irans: Iran-Buiten en Iran-Binnen.

Iran-Buiten is het Iran van het ayatollahregime. De conservatieve hardliner Ebrahim Raisi treedt er deze week aan als president, gekozen in verkiezingen die dat woord niet verdienen. Onder hem zal Iran-Buiten blijven wat het al decennia is: een land waar de islamitische leefregels streng worden toegepast.

Iran-Binnen daarentegen is een land waar die regels niet worden nageleefd. In de beschutte omgeving van hun woning leven Iraniërs er hun eigen leven. Vooral vrouwen profiteren daarvan. Zij werpen de hoofddoek af en kleden zich heel anders dan wat de zedenpolitie op straat, in Iran-Buiten, toestaat. Er wordt afgegeven op de ayatollahs en met VPN worden de internetfilters omzeild. In het weekend wordt er gefeest, bij een deel van de Iraniërs besprenkeld met alcohol.

Daar moet je uiteraard mee uitkijken. ‘Voor de buitenwereld verzwijgen we dat we drinken’, zegt Farough, een 41-jarige psychotherapeut in Teheran. Maar toen haar dochter op de kleuterschool zat, vertelde de leidster op een dag dat de kleine Shadi ‘proost!’ had gezegd toen de kinderen een glas water dronken. ‘Ze zei het lachend, maar voor mij was het een waarschuwing: oppassen met wat we tegen ons kind zeggen.’

Die frictie tussen Iran-Buiten en Iran-Binnen veroorzaakt ook psychisch kortsluiting, zo weet Farough uit haar praktijk. Steeds vaker krijgt ze mensen in haar spreekkamer bij wie de maatschappelijke toestand leidt tot angsten, gepieker en slapeloosheid.

‘Er zijn veel redenen om depressief te worden. De toegang tot de wereld door sociale media heeft enorme invloed gehad op wat mensen van het leven willen. Aan de andere kant zijn de mogelijkheden ingeperkt. Het politieke systeem is harder geworden, de financiële druk vergroot. De mensen staan echt op een breekpunt.’

Huwelijksleeftijd

Veel jonge mensen in Teheran vertellen wat ook Farough van patiënten te horen krijgt: ze hebben geen geld om te trouwen en een huis te kopen. Kinderen krijgen is al helemaal niet aan de orde. De huwelijksleeftijd kruipt omhoog, het geboortecijfer is gedaald tot 1,6 – lager dan Nederland. ‘Iraniërs zijn gestopt met kinderen nemen’, zegt ze met enige overdrijving.

En als er kinderen zijn, dragen die fors bij aan de crisis in het levensonderhoud. De meeste Iraniërs, vooral in de steden, sturen hun kind liever niet naar de staatsscholen – van basisonderwijs tot universiteit. Die zijn goedkoop, maar slecht. Bovendien gaat er te veel tijd verloren aan Koranles.

‘Zelfs ouders van kinderen die op een basisschool van de staat hebben gezeten, willen een particuliere middelbare school. De staatsscholen hebben veertig, vijftig kinderen per klas. Er is drugsgebruik, wiet, alcohol. Met roken beginnen ze al op hun 13de. Op privéscholen wordt daar beter op gelet, er zijn psychologen. De klassen tellen er hooguit vijftien kinderen.’

Alleen: het particulier onderwijs is peperduur. De basisschool rekent per jaar omgerekend 1.000 dollar, de middelbare school 1.500 dollar. Het minimumloon is 100 dollar per maand.

In 2008, toen we elkaar voor het laatst zagen, beklaagde de toen 28-jarige Farough zich ook al over het maatschappelijk klimaat in Iran. De conservatieve president Mahmoud Ahmadinejad was aan de macht. Hoeveel beter was het leven geweest onder diens voorganger, de hervormer Mohammad Khatami!

Zedenpolitie

Het meest tastbaar uitte zich dat voor haar in de positie van de vrouwenbeweging en in de kledingvoorschriften. ‘Onder Khatami konden we sandalen dragen, onze teennagels lakken’, zei ze. ‘We droegen jurken en korte blouses. Van onze jeans zag je de kontzak. De lange broeken waren korter, je kon een deel van het been zien.’

Na het aantreden van Ahmadinejad werden de regels aangescherpt. De Gashte Ershad, de zedenpolitie, sloot winkels die korte mantels verkochten. Hoge laarzen werden verboden, de ‘slechte hijab’ (het hoofd onvoldoende bedekt) werd aangepakt. Jawel, ook in Iran is het vrouwenlichaam het slagveld van een cultuuroorlog.

De vrouwenbeweging had onder Khatami veel meer speelruimte. Sommige feministen waren zelfs op hoge posten in het staatsapparaat beland. Ahmadinejad draaide ook in dat opzicht de klok terug. Zo was kort voor ons bezoek het feministische maandblad Zanan verboden.

Toch was de civil society in 2008 nog springlevend en was de hoop voelbaar dat alles toch beter zou kunnen worden. Die energie kwam een jaar later tot uitbarsting, toen de hervormer Mir-Hossein Mousavi de verkiezingen verloor van Ahmadinejad. Mousavi’s aanhangers gingen de straat op tegen wat zij zagen als een gestolen overwinning. De Groene Beweging werd het omvangrijkste volksprotest sinds de Islamitische Revolutie van 1979. Vrouwen speelden een vooraanstaande rol.

Van dat optimisme is weinig over, noch van de brandende verontwaardiging. De Groene Beweging is vermorzeld, Mousavi heeft al twaalf jaar huisarrest. Veel van de activisten van destijds gingen in ballingschap. Feministen die bleven, worden getreiterd en af en toe opgesloten.

Protesten zijn er nog wel, zeker de afgelopen vier jaar, maar dat zijn eerder spontane broodoproeren of explosies van morele woede, zoals na het neerschieten vorig jaar van een Oekraïens burgervliegtuig met 176 inzittenden door het Iraanse leger.

Op een huwelijksfeest in een zaal  in Teheran mogen de vrouwen alleen gescheiden van de mannen dansen. Beeld Forough Alaei
Op een huwelijksfeest in een zaal in Teheran mogen de vrouwen alleen gescheiden van de mannen dansen.Beeld Forough Alaei

Vrouwenbeweging

‘Hoe het gaat met de vrouwenbeweging? Ik weet niet of die nog bestaat’, zegt Farough, destijds een trouwe deelnemer aan betogingen. ‘Vriendinnen die voor vrouwenbladen werkten doen iets anders. Een begon een café, een ander werd keramist. Ik zou niet weten wat er met de beweging is gebeurd.’

Achteraf gezien was 2009 een omslagpunt. Even flakkerde een paar jaar later nog het optimisme op dat Ahmadinejads opvolger Hassan Rohani via zijn nucleair akkoord voor verandering zou zorgen, maar ook dat liep – door toedoen van Donald Trump en de hardliners in Iran – uit op een deceptie. Zelfs de kledingvoorschriften werden onder Rohani nauwelijks soepeler.

‘De mensen hebben alle hoop op verandering verloren’, zegt Farough. ‘De kloof tussen arm en rijk is enorm. Een kleine groep rond de regering bulkt van het geld, je ziet het aan hun huizen en auto’s. De middengroepen zijn naar beneden gedonderd.’

Wat de Iraniërs kunnen doen, zo goed en zo kwaad als het gaat: overleven. In Iran-Binnen er het beste van proberen te maken. De ‘thuis-gyms’ bijvoorbeeld zijn razend populair. Iemand huurt een huis en richt het – clandestien – in als sportschool, voor gemengde groepen onder professionele leiding. Farough en haar man maken er gebruik van.

Commercieel medewerker Yasaman, 33 jaar en ongehuwd, doet ergens in een hotel aan dans en beweging, een soort aerobics, alleen voor vrouwen. Onlangs was er een inval door de politie. Alle circa honderd deelnemers werden door agenten van beiderlei kunne in arrestantenbusjes gestopt. Ze zaten zeven uur op het politiebureau. ‘We werden slecht behandeld’, zegt ze. ‘Politievrouwen zijn nog strenger dan de mannen.’

‘Het organiseren van een vrouwenfeest’, luidde de aanklacht. Ook de kleding – geen hoofddoek! – kon niet door de beugel. De zaak loopt nog, maar dat weerhoudt de vrouwen er niet van weer elke week te dansen in het hotel.

Strijd om de haargrens

Met de politie-inval drong Iran-Buiten binnen in de privésfeer van Iran-Binnen, een gevaar dat altijd op de loer ligt. Er is één plek waar Buiten en Binnen elkaar overlappen: de auto. Zoals automobilisten overal ter wereld voelen Iraniërs zich achter het stuur alsof ze thuis zijn en een beetje onaantastbaar. Vrouwen hebben daarom de neiging in de auto de hoofddoek af te doen.

Daartegen zetten de autoriteiten een nieuw middel in: sms. Als de zedenpolitie zo’n vrouw betrapt, wordt een foto genomen van het kenteken. In het computersysteem van de politie is dat gekoppeld aan het telefoonnummer van de eigenaar van de auto, die ogenblikkelijk een sms’je krijgt: ‘Een vrouw zonder hoofddoek is aangetroffen in uw auto. Zij moet zich melden op het politiebureau.’

Daar moet de vrouw het formulier ‘Ik zal het nooit meer doen’ ondertekenen en een boete betalen. Na twee keer volgt een verplichte cursus ‘hijab dragen’, na drie keer wordt de auto een maand in beslag genomen. Vrouwen mogen autorijden in Iran, dat dan weer wel.

In Iran-Buiten wordt de strijd om de haargrens onverminderd voortgezet. Hoever kunnen vrouwen hun verplichte hijab naar achteren op het hoofd schuiven zonder last te krijgen met de zedenpolitie?

Op straat in Teheran is te zien dat dit gevecht overal en altijd wordt gevoerd. De meeste vrouwen rekken de regels op. De hoofddoek onttrekt zo weinig mogelijk haar aan het zicht, haar dat niet zelden geblondeerd is. De moedigsten laten het stuk textiel vanaf een knotje op het achterhoofd naar beneden hangen, alsof ze willen zeggen: ik draag alleen een hoofddoek omdat het moet.

In 2008 was dit vooral het straatbeeld in Noord-Teheran, het domein van de welgestelde, internationaal georiënteerde middenklasse. In het volkse zuidelijk deel van de hoofdstad overheerste de zwarte chador. Maar ook in Zuid-Teheran rukt de moderniteit op. Niet langer zwarte hobbezakken, maar halflange manteaus domineren de openbare ruimte. Kleurige kleding. Jeans. Strakke pantalons.

Een familie aan het strand in Darya Kenar, een luxebadplaats in het noorden.  Beeld Forough Alaei
Een familie aan het strand in Darya Kenar, een luxebadplaats in het noorden.Beeld Forough Alaei

Geestelijke gezondheid

Maar zoals de innerlijke vrijheidsdrang van de vrouwen in de openbare ruimte terrein probeert te veroveren, zo dringen de strenge mores van het islamitisch bewind ongewild binnen in de huiselijke sfeer. ‘Ik wil geen 9 worden!’, roept de 8-jarige dochter van Farough de laatste tijd vaak, boos en verdrietig. ‘En niet alleen Shadi’, zegt haar moeder. ‘Al haar vriendinnen zijn boos. Ze háten het naar de derde klas te gaan.’

Waarom? Omdat meisjes van 9 volgens de regels van de orthodoxe islam geslachtsrijp en dus volwassen zijn. Dan moeten ze op school een hoofddoek dragen, bidden en de Koran lezen. Van de ene dag op de andere dag verandert hun leven. Daartegen komen ze in opstand. ‘En ik moet haar helpen met die gebeden’, lacht haar moeder, ‘terwijl ik dat helemaal niet kan. Ik moet ze opzoeken via Google.’

Want nog zoiets: Farough en haar man zijn atheïsten, zoals veel meer Iraniërs dan de buitenwereld beseft. Maar tegen hun dochtertje kunnen ze daar niet open over zijn. Ze zou het eens op school kunnen vertellen, of tegen de buren. ‘We zeggen maar dat we godsdienst respecteren.’ Wie weet komt Shadi op haar 18de thuis als ongelovige uit de kast, tot opluchting van haar ouders, en moeten ze gedrieën vaststellen dat het gezin al die tijd onderling toneel heeft gespeeld.

En zo lollig is dat niet. ‘Het alsmaar op- en afzetten van maskers is slecht voor de geestelijke gezondheid’, zegt de psychotherapeut. ‘Iraniërs kunnen vaak niet zichzelf zijn. Jezelf kunnen zijn is een van de factoren die bijdragen aan geluk.’

Toen ze zelf 8 was, was ze niet zo rebels als haar dochter nu. ‘Heel anders’, waren zij en haar leeftijdgenoten. Het was het eerste decennium na de revolutie, ‘het was een eer de chador te dragen’. Pas later kwamen de bedenkingen en nam ze haar ouders kwalijk dat ze zo stom waren geweest achter de islamitische revolutie aan te lopen, terwijl ze onder de sjah zoveel vrijheid hadden. ‘Wij moeten lijden door jullie fouten’, klonk het verwijt.

Opstandigheid

Zo rolt de opstandigheid als een sneeuwbal door van de ene generatie naar de andere. Veertigers als Farough hebben zich min of meer geschikt, de twintigers durven nog hun dromen te dromen, verlekkerd door de mogelijkheden die ze kennen van het internet.

Er is een niet te overbruggen kloof gegroeid tussen de Islamitische Republiek en de wereldwijze twintigers, maar uit gesprekken met hen blijkt dat er een groep is voor wie dat nog veel meer geldt: de tieners. ‘De nieuwe tieners zijn supervrij’, zegt Sina, een 26-jarige student architectuur. ‘De dertigers en veertigers zijn kinderen van de oorlog met Irak. Zij hebben zich opgeofferd voor gebroken beloften. Wij zitten er net tussenin. De generatie onder ons zal het patriarchaat veranderen. Ze zullen meer antireligieus zijn, in plaats van onverschillig, zoals wij. We staan aan de vooravond van een ommekeer.’

Yasaman (33) en psychotherapeut Farough (41) bevestigen het beeld. ‘Ik kom voor mijn werk veel in andere steden’, zegt Yasaman. ‘Ik zie daar veel tieners. Ze zijn heel anders dan hun ouders. Slimmer, vooral door internet. Meer rebelse energie. Minder religieus, zelfs minder religieus dan ik.’

‘Ze weten dat het echte leven niet is wat we hier leven’, zegt Farough. ‘Alleen, ze kunnen niet weg. Wat ik in therapie zie is een diepe teleurstelling over het leven. Er is geen manier uit dit shithole te ontsnappen. We zien dat de wereld om ons heen snel aan het veranderen is, maar wij staan stil.’

Collegebanken

‘Wie goed luistert, hoort Iran van binnen kraken’, schreef de Iraans-Nederlandse Shervi Nekuee al in 2006 in zijn boek De Perzische paradox. ‘De vrouwen zijn gehoofddoekt, maar hun hersenen werken sneller dan ooit.’ Al zeker een kwart eeuw domineren Iraanse vrouwen de collegebanken.

Shirin Ebadi, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 2003, benadrukte in 2009 in een interview met de Volkskrant dat de wet voor vrouwen in Iran slechter is dan in, bijvoorbeeld, Egypte. Maar nergens anders in de islamitische wereld hebben vrouwen zo veel maatschappelijk potentieel als in Iran.

‘Uiteindelijk’, schrijft ze in haar autobiografie Iran ontwaakt (2006), ‘heeft de Iraanse revolutie haar eigen oppositie in het leven geroepen – een natie van ontwikkelde, zelfbewuste vrouwen die opkomen voor hun rechten.’

Tel daarbij op de nieuwe generatie jonge mannen en je hebt de inhoud van een borrelende snelkookpan, waarvan het deksel wordt gevormd door het theocratisch regime. Hopelijk, schreven we in 2008, vliegt spoedig het deksel eraf.

Vooralsnog is die wens niet uitgekomen. Een reeks van volksprotesten werd de kop ingedrukt. De vrouwenbeweging is kapotgemaakt. Het streven naar hervorming via de stembus is doodgelopen. Elke voorspelling over de toekomst van de Islamitische Republiek, van Iran-Buiten, is een slag in de lucht. Maar de constatering blijft staan: ooit moet het deksel van de pan vliegen.

Nieuwe president is zeer omstreden

Deze week treedt de conservatieve hardliner Ebrahim Raisi (60) aan als president van Iran. De verkiezingen in juni waren een farce, Raisi’s potentiële rivalen waren door de Raad van Hoeders van de Grondwet bij voorbaat van de kandidatenlijst geschrapt.

Raisi is zeer omstreden. In 1988 was hij een van de vier leden van de zogeheten doodscommissie die opdracht gaf een groot aantal politieke gevangen te executeren. Ook zwangere vrouwen en kinderen zijn opgehangen of voor het vuurpeloton gezet. Raisi wordt ervan beschuldigd duizenden mensen de dood in te hebben gejaagd en staat om die reden op een zwarte lijst van de Verenigde Staten.

Meer over