In Iran is het leven een eindeloze achtbaan waar je geblinddoekt in moet zitten

Schoonmoeder brandt kruiden tegen het Boze Oog en zwaait die over mijn hoofd, als wierook. Beeld Newsha Tavakolian/Magnum
Schoonmoeder brandt kruiden tegen het Boze Oog en zwaait die over mijn hoofd, als wierook.Beeld Newsha Tavakolian/Magnum

Volkskrant-journalist Thomas Erdbrink woont in Teheran. Hij bericht op deze plek om de week over het dagelijks leven in zijn land.

Thomas Erdbrink

Ooit, voordat ik Nederland verruilde voor het Midden-Oosten, was ik een nuchtere Hollandse jongen, voor wie er tussen hemel en aarde alleen maar lucht bestond. Oké, als tiener heb ik zo'n periode gehad waarin ik alleen op de witte strepen van het zebrapad mocht lopen, omdat dat zogenaamd geluk bracht. Ik las mijn horoscoop in het gratis zondagskrantje, maar na een paar maanden was het duidelijk dat geluk of tegenspoed voor de Waterman niet in twee alinea's te vangen zijn.

Waarom ook zoeken naar duiding in het leven? De opties van het rad van fortuin zijn in een stabiel land als Nederland goed afgebakend. Wie ziek wordt, heeft een verzekering, zonder vergunning mag je geen spijker in de muur slaan en de loterij wint niemand, dus waarom zou je erop hopen? Zowel de verrassing als het gevaar hebben we - voor zover we kunnen - systematisch uitgebannen. Onzekerheid bestaat in theorie, in de praktijk is bijna alles vastgelegd.

Nee dan Iran. Hier kun je worden gewekt doordat de buurman alle bomen in je tuin aan het omzagen is - hij dacht dat je het niet zou merken. Van de ene op de andere dag kan je geld de helft minder waard zijn - probeer dan maar eens een pensioen op te bouwen. En aan inspraakavonden wordt niet gedaan, want er zijn leiders die alles beter weten. In Iran is het leven een eindeloze achtbaan waar je geblinddoekt in moet zitten.

Als je zo moet leven, maak je regels voor jezelf om de chaos te lijf te gaan. En als je het allemaal niet meer weet, is er altijd nog het bijgeloof. Kleine tentpaaltjes in het leven, die houvast geven als het hard waait. Noem het bijgeloof, noem het wijsheid.

Ik zit in een taxi. Het is warm en stoffig. Ik moet niesen. 'Heb geduld', prevelt de chauffeur. Vroeger knikte ik dan wat sullig, want ik had geen flauw idee wat mensen bedoelden als ze dat zeiden. Onlangs legde mijn schoonmoeder het uit. Als je één keer niest, moet je dat waaraan je denkt direct uitstellen. Niesen terwijl je aan verhuizen denkt? Niet doen. Niesen vlak voordat je een nieuw contract tekent? Uitstel vragen. Waarom? Niemand die het kan uitleggen. Als je twee keer niest, moet je het juist direct doen. Zo is het dan ook weer.

Geluk kan ook worden afgedwongen. Als ik naar gevaarlijke plekken ga, zoals Bagdad, ga ik voor vertrek altijd even bij mijn schoonmoeder langs. Ze zegt dan niet veel. Ik sta bij haar in de deuropening, mijn kogelwerende vest in een tas in de ene hand, mijn rugzak in de andere. Ze geeft me een zoen. Ik draai me om, en net voordat ik in de taxi naar het vliegveld stap, gooit ze een emmer water naar me. Dat water wist mijn voetstappen uit. 'Het is nu alsof je nooit bent weggeweest', zegt ze.

Het lichaam zit vol geheime boodschappen, zo weet mijn schoonmoeder. Jeuk aan je linkerhandpalm? Jij of je partner gaat binnenkort een domme aankoop doen. Aan de rechterhandpalm? Goed nieuws, het schip met geld komt binnenkort binnen. Jeuk aan het topje van je neus is extra gevaarlijk. Het kan zijn dat er iemand verliefd op je is, maar het kan ook dat er over je wordt geroddeld.

Dat laatste is het ergste wat er kan gebeuren. Als er over je wordt gepraat, komt er allerlei energie los, legt mijn schoonmoeder uit. Goede en slechte energie. Wie niet oppast, wordt dan het slachtoffer van Het Boze Oog.

Om dat te voorkomen, brandt ze af en toe wat kruiden en zwaait die over mijn hoofd, zoals in de katholieke kerk met wierook gebeurt. 'Laat alle jaloerse ogen in stukken breken', zegt ze dan, te midden van de rookwalmen. 'Uche-uche', is meestal mijn diplomatieke antwoord.

Het vakantiehuisje dat ik nu al een jaar probeer te bouwen in de bergen nabij Teheran is bijna af. Trots heb ik allerlei mensen foto's ervan laten zien. 'Mooi hè', zeg ik dan tegen ze - een man moet bouwen en horen dat het knap is wat hij heeft gemaakt. Het mooiste vind ik het rieten dak. Daar praat ik dan ook graag over.

Mijn vrouw Newsha zei nog: dat moet je niet doen. Misschien worden mensen wel jaloers. Denk aan het boze oog. Ha-ha-ha, doe niet zo mal, antwoordde ik dan.

Gisteren belde de aannemer. Iemand was gaan lassen, vlak bij het rieten dak. De brand die volgde was kort maar hevig, de schade groot.

Ha-ha-ha, zei het lot nu tegen mij. Newsha zei dat het mijn schuld was. Waarom kun jij nooit eens je mond houden? Morgen ga ik naar het gewonde huisje. De kruiden staan al klaar, om flink mee rond te zwaaien.

Twitter: @thomaserdbrink

Meer over