Analyse

In Irak is status quo bijna heilig verklaard: hebben de verkiezingen van zondag wel zin?

December 2019, duizenden studenten van de universiteit van Kufa demonsteren tegen het regeringsbeleid in Irak. Beeld Haidar Hamdani / AFP
December 2019, duizenden studenten van de universiteit van Kufa demonsteren tegen het regeringsbeleid in Irak.Beeld Haidar Hamdani / AFP

Na een historische protestgolf die maanden aanhield, gaat Irak zondag naar de stembus. Maar veel animo is er niet, door het klimaat van wetteloosheid dat in het land heerst. Wat zijn de grootste struikelblokken voor verandering?

Het had zo mooi kunnen zijn: verkiezingen in Irak, maar dan zonder fraude, zonder inmenging van buurlanden, zonder dreiging van staatsgeweld en met een nieuwe, hervormingsgezinde regering in het verschiet die elementaire basisvoorzieningen zoals water, wegen en elektriciteit weet aan te leggen.

In grove lijnen is dit waar tienduizenden jonge Irakezen twee jaar geleden de straat voor op gingen, tijdens een historische protestgolf die maanden aanhield. Pleinen stroomden vol, wegen werden gebarricadeerd. De slogan was even utopisch als simpel: ‘Wij willen een nieuw thuisland.’ Eén van de eisen van de demonstranten, vervroegde parlementsverkiezingen, werd ingewilligd, en er kwam een nieuwe kieswet. Zondag is het zover, en kunnen 25 miljoen Irakezen hun stem uitbrengen.

Toch is de kans groot dat de overgrote meerderheid thuis zal blijven. Hoop is omgeslagen in boosheid en apathie. ‘Na een reeks van infiltraties, ontvoeringen en liquidaties is de ­beweging in het slop geraakt’, zegt Harith Hasan, als analist verbonden aan het Carnegie Middle East Center. Tijdens de protesten schoten veiligheidstroepen en milities met scherp, en vielen er bijna zeshonderd doden.

In het zuidelijke Nasiriya, bakermat van het protest van 2019, uitten jongeren deze week tegenover persbureau AFP hun frustraties: ‘In Irak worden verkiezingen gemanipuleerd.’ ‘Hoe kunnen we verkiezingen organiseren in een land tjokvol wapens?’ ‘De machthebbers zijn gecorrumpeerd door geld en wapens. Ze kunnen me niet met een pistool op mijn hoofd dwingen te stemmen.’

Boycot

Veel jongeren en studenten opteren nu voor een boycot. In het heersende klimaat van wet- en straffeloosheid, zeggen ze, hebben verkiezingen geen nut. Ze versterken enkel de zittende macht. Zeker 35 prominente activisten zijn sinds de protestgolf gedood, onder wie – afgelopen voorjaar – de protestleider in de sjiitische stad Karbala, Ihab al-Wazni. Zoals vaker in Irak gebeurde er na die moord niets: geen strafrechtelijk onderzoek, geen proces, geen opheldering.

Analist Hasan betwijfelt of een boycot zin heeft: de Iraakse grondwet heeft geen ondergrens voor de opkomst. ‘Ook als die maar 20 procent bedraagt, zijn de verkiezingen gewoon geldig. Juist een hogere opkomst zou de machthebbers echt kunnen uitdagen: hun trouwe kern komt toch wel stemmen.’

De almaar dalende opkomst is illustratief voor de groeiende moedeloosheid. In 2005, bij de eerste verkiezingen na de Amerikaanse inval, lag de opkomst nog op bijna 80 procent. Voor deze editie heeft slechts 44 procent zich geregistreerd, wat overeenkomt met de opkomst bij de laatste verkiezingen van 2018. Anders dan toen riep grootayatollah Ali al-Sistani (91), ’s lands hoogste sjiitische geestelijke, zijn achterban dit keer uitdrukkelijk op te gaan stemmen. Met name in arme wijken kan die oproep het verschil maken.

Van eerlijke verkiezingen is op voorhand nauwelijks sprake, ofschoon er op de dag zelf waarnemers aanwezig zullen zijn van VN-missie Unami en de Europese Unie. ‘Het zorgelijkst is dat mensen zich niet vrijuit durven te uiten’, denkt Marsin Alshamary, een in Bagdad woonachtige politicoloog, verbonden aan de Harvard Kennedy School. ‘Doe je dat toch, dan ontvang je dreigementen tegen jezelf en tegen je familie’, zegt ze. ‘Toen ik aan mensen uit de protestbeweging vroeg of ze zich zouden kandideren, zeiden ze: dat kunnen we niet, we willen niet het volgende doelwit worden.’

Zo’n honderd activisten staan desondanks op het stembiljet, verspreid over een handvol protestpartijen. Goede ideeën hebben is niet genoeg, schetst Alshamary, ‘ze moeten kiezers ertoe bewegen daadwerkelijk op te komen dagen bij het stemhokje en dat is veel moeilijker.’

Struikelblok 1: de wetteloosheid

‘Wie heeft mij vermoord?’, luidde afgelopen zomer één van de leuzen op de spandoeken, vergezeld van foto’s van gedode demonstranten. De kans is groot dat de toedracht nooit naar buiten zal komen. De meeste vingers wijzen naar een handvol milities, waarvan de meeste militair gesteund worden door buurland Iran. Onder de paraplu van de Hashd al-Shaabi (‘Volksfront’) versloegen de milities – gesteund door de internationale gemeenschap – in 2017 de Islamitische Staat (IS). Een deel is daarna geïntegreerd in de Iraakse ordediensten, maar tal van andere milities opereren afwisselend binnen en buiten het leger. In veel provincies zijn ze de smeerolie van de dagelijkse veiligheidsvoorziening. Nagenoeg iedere grote politieke factie die zondag op het stembiljet staat, is gelieerd aan één of meerdere milities.

Struikelblok 2: het geopolitiek touwtrekken

De zwakte van de Iraakse staat heeft het land in toenemende mate tot een speelbal gemaakt van grootmachten, en dan met name buurland Iran en de Verenigde Staten. ‘Het is een publiek geheim dat er geen Irakese premier benoemd wordt zonder de zegen van Teheran en Washington’, zegt analist Hasan. Boos over de inmenging staken betogers in 2019 het Iraanse consulaat in Najaf in brand. Een paar maanden later doodde de regering-Trump met een drone-aanval de Iraanse generaal Qassem Suleimani op Iraakse bodem.

Veel jonge Irakezen hebben de buik vol van Iran, maar de kans is klein dat deze verkiezingen een nieuwe geopolitieke koers inluiden: van oudsher kiezen de grote facties in het parlement een zwakke, kneedbare premier uit hun midden, met een weinig daadkrachtige regering als voorspelbaar resultaat. De Amerikaanse president Biden heeft beloofd de Amerikaanse gevechtsoperaties te beëindigen, maar een deel van de resterende 2.500 Amerikaanse troepen zal na 2021 achterblijven om Irakese militairen te trainen.

Struikelblok 3: de corruptie

Een ander geducht obstakel is de soms hallucinante zelfverrijking: sinds de Amerikaanse inval van 2003, schat het Iraakse parlement, is er een slordige 280 miljard euro in rook opgegaan. Iedere regering sluit min of meer hetzelfde sociale contract met burgers: in ruil voor uw stilzwijgen bezorgen wij u een baan op een van de vele ministeries.

Een voorbeeld is de modus operandi van de populistische nationalist Muqtada al Sadr, wiens sjiitische alliantie dit weekend vermoedelijk de grootste zal worden. De ministeries van Gezondheidszorg en Elektriciteit gelden als bolwerken van de ­sadristen. Een zakenman die een lucratieve deal sloot met dat laatstgenoemde ministerie, vertelde aan persbureau Associated Press hoe een hoge sadrist daarna 15 procent kwam opeisen. ‘De boodschap is: als je ons niet volgt, gaan we je pijn doen.’

Meer over