In Hughes' gedichten woedt een wreed vuur

De woensdag op 68-jarige leeftijd overleden Engelse dichter Ted (Edward James) Hughes was de jongste, en laatst overgeblevene, van een grote generatie dichters die de Engelse poëzie van deze eeuw beheerste, met W....

TED HUGHES was een auteur - hij schreef ook kindergedichten, toneelstukken en vertaalde klassieke literatuur - die in Groot-Brittannië bijna algemeen werd bewonderd en vereerd, geen geringe prestatie voor een dichter. Voor veel Engelsen was hij een van de eerste schrijvers waarmee ze in aanraking kwamen, Hughes' kinderverhaal The Iron Man behoort tot het curriculum voor zesjarigen.

De dood van de dichter, die naar nu pas bekend werd al anderhalf jaar leed aan kanker, werd donderdag bekend gemaakt door zijn uitgever, Matthew Evans. 'Hughes was een van de reuzen van de poëzie van de twintigste eeuw', zei Evans, 'en hij was ook een goed mens.'

Hughes volgde in 1984 John Betjeman op als de officiële Britse Poet Laureate, of hofdichter, bij welke gelegenheid The Times schreef dat het was alsof 'een snoezige oude Teddybeer werd vervangen door een meedogenloze jonge kraai'. Dat was een verwijzing naar een van Hughes bekendste bundels, Crow: From the Life and Songs of the Crow, uit 1970.

Hughes, zoon van een timmerman uit West-Yorkshire in het noorden van Engeland, was een teruggetrokken levende, bijna ascetische persoonlijkheid. Maar in zijn gedichten brandde een heet en wreed vuur van gepassioneerdheid, vitalisme, geweld en dood. Voor de beelden in zijn poëzie keerde Hughes terug naar de desolate, rauwe natuur van het Yorkshire van zijn jeugd en gebruikte hij de verhalen van zijn vader, die als soldaat getuige was van de slachting van Gallipoli, in de Eerste Wereldoorlog.

Zijn meest geciteerde gedicht, Hawk, uit 1960, laat zien waar dat toe leidde: I kill where I please because it is all mine/ There is nog sophistry in my body:/ My manners are tearing off heads.

Hughes ontkende zelf dat zijn gedichten over geweld gingen. 'Ze gaan over vitaliteit. Wat mijn verbeelding opwindt, is de oorlog tussen vitaliteit en dood in de wereld van de natuur.' Hughes' poëzie 'speelt een wolfachtig en onvriendelijk spel met de sterfelijkheid', schreef literatuurhistoricus Andrew Sanders.

Hughes was een 'begrijpelijke' dichter. Samen met de Ierse dichter en Nobelprijswinnaar Seamus Heauney blies hij de Engelse poëzie nieuw leven in, populariseerde haar, in de letterlijke zin des woords. Zijn gedichten, zei hij zelf, groeiden uit het dialect van Yorkshire, 'dat mij direct en in mijn meest intieme zelf verbindt met de Engelse poëzie uit de Middeleeuwen.'

Hughes reputatie als een van de grootste Engelse dichters was al gevestigd toen hij nog maar amper dertig jaar oud was. Zijn debuut, The Hawk in the Rain (1957) en zijn tweede bundel Lupercal (1960) zetten onmiddellijk de toon; van een man die was gefascineerd door dierlijke energie en onafhankelijkheid, vervuld van intense beelden uit de Engelse natuur en haar wreedheid en die zich zeer bewust was van de verwantschap tussen het menselijk streven naar vrijheid en macht en de instinctieve wijze waarop dieren beide verwerven.

'Oppervlakkig beschouwd gaan zijn gedichten over dieren en de natuur', zei Andrew Motion, dichter, criticus en vriend van Hughes donderdag. 'Maar zorgvuldige lezing laat ze ons zien als een metaforische of allegorische manier om verleden en heden te verenigen. Hij gaf ons een visie op Engeland die het geheel van de geschiedenis en het traditionele verleden in samenspel brengt met het herkenbaar moderne heden.'

De wrede vitaliteit - en mortaliteit - van het leven die Hughes in zijn gedichten verwoordde, keerde ook in zijn eigen bestaan terug. Eén naam overschaduwde bijna veertig jaar lang zijn dichterscarrière: die van Sylvia Plath, de Amerikaanse dichteres met wie hij in 1956 trouwde en die op 11 februari 1963 haar hoofd in een gasoven stak en stierf.

Hughes, die achterbleef met twee kinderen, had Plath een paar maanden daarvoor verlaten voor Assia Wevill, de vrouw van een vriend. Na Plaths dood werd Hughes voor veel feministen een haatfiguur, de schurk in de meest tragische literaire liefdesverhouding van de eeuw, en Plath een icoon, het symbool van de typisch vrouwelijke slachtofferrol. Hughes' naam werd zelfs herhaaldelijk van Plaths grafsteen in Yorkshire gehakt.

De verhouding van de dichter met Wevill eindigde nog dramatischer. Wevill pleegde ook zelfmoord, in 1969, nadat ze eerst haar en Hughes' dochter Shura van het leven had beroofd. In 1970 trouwde Hughes voor de derde keer, met Carol Orchard, en trok zich vervolgens terug in Devon, bijna als een kluizenaar. Hij weigerde consequent te spreken over zijn leven met Plath.

Tot begin dit jaar. Toen verscheen als een donderslag bij heldere hemel Birthday Letters, 88 gedichten waarin Hughes geëmotioneerd en in een prachtige, eenvoudige taal verslag deed van een gedoemde liefde. Het openingsgedicht St. Botolph's, over zijn eerste ontmoeting met Plath in Cambridge, in 1956:

First sight. First snapshot isolated/ Unalterable, stilled in de camera's flare./ Taller/ than you ever where again./ Swaying so slender/ It seemed your long, perfect, American legs/ Simply went up./ That flaring hand,/ Those long balletic, monkey-elegant fingers./ And the face - a tight ball of joy./ I see you there, clearer, more real/ than in any of the years in its shadow -/ As if I saw you that once, then never again.

Hier sprak een andere Hughes, een getormenteerde, geobsedeerde man die wist wat nog bijna niemand anders wist, namelijk dat hij spoedig zou sterven en die op de rand van zijn leven de wereld zijn waarheid wilde laten weten.

'Het was een groot geluk te mogen leven toen zijn gedichten werden geboren', zei zijn vriend en collega Andrew Motion donderdag. 'Het was een genot waarvan ik niet verwacht dat het ooit zal worden geëvenaard. Hij was een van de grootste dichters van deze eeuw en een van de grootste aller tijden. Zijn werk is voor de eeuwigheid.'

Bert Wagendorp

Meer over