In Hongarije voetballen ze nog in zwart-wit

Het is 26 jaar geleden dat de Hongaren meededen aan een WK. De nostalgie regeert in het land dat Oranje hoopt te verslaan.

BOEDAPEST - Ferenc Puskas is al bijna zes jaar dood, maar zijn naam blijft eeuwig rondzingen door de arena's van het voetbal. Het stadion waarin Hongarije vandaag het Nederlands elftal ontvangt, heet Puskas Ferenc Stadion. De FIFA beloont het doelpunt van het jaar met de Ferenc Puskas Award.

'Wij Hongaren zijn wereldkampioen in nostalgie', zegt Sandor Popovics, Hongaar, 73 jaar en al decennia wonend in Nederland, waar hij trainer was en nog steeds scout. 'We koesteren ons verleden, maar daarvan kun je niet leven.'

Hongarije deed voor het laatst aan een WK mee in 1986, in Mexico. Wat is dan het alternatief voor zwijmelen, voor de alsmaar sterkere verhalen over de ploeg die in 1953 op Wembley met 6-3 van de profs van Engeland won en de revolutie ontketende? Het nieuwe voetbal was gelanceerd.

Het vroegere Nep Stadion, in de grote tijd tot de laatste plek bezet met bijna 100 duizend toeschouwers, is vernieuwd, maar het beton is oud en muffig en verf op de hekken bladdert af. Schitterend is de elftalfoto van het Gouden Team, in zwart-wit, genomen na een verpletterende 7-1-overwinning op de Engelsen, in een wedstrijd die was bedoeld als kans op revanche. De klok staat op zeventien minuten over zeven. Het is 23 mei 1954, een paar maanden voordat de Magische Magyaren zich de wereldtitel laten ontfutselen door West-Duitsland.

Puskas staat rechts. Zijn mond hangt open van opwinding. Links in de bovenhoek is zijn naam twee keer op het scorebord vermeld. Doelman Grosics klemt de bal met één hand. De beheerder van het stadion laat zijn vinger langs de foto glijden. Koscis, Hidegkuti. Met respect spreekt hij de namen uit. Waar is de tijd gebleven?

De helden van toen kijken als het ware uit over het veld van nu, waar de grasmaaier zijn baantjes trekt en de reclame over de borden flitst, ook als er niemand in het stadion is: Renault Budapest, Adidas.

Twaalf jaar bleven de Hongaren ongeslagen, met Puskas als icoon. 'Öcsi bacsi' noemden ze hem liefkozend. Oompje. 'Vanaf nu is er een ster minder op aarde, maar er schijnt er één meer te zijn in de hemel', zei voormalig ploeggenoot Buzansky bij zijn dood, toen de aan Alzheimer lijdende Puskas na een staatsbegrafenis werd bijgezet in de urnenmuur van een basiliek in Boedapest. Het Nep Stadion had toen al zijn naam gekregen.

Hoe groot het elftal van toen ook was, Popovics maakt een kanttekening. Eigenlijk was de competitie niet eerlijk. 'Dat ontdekte ik pas nadat ik was gevlucht naar het westen. Wij waren staatsamateurs, profs, terwijl de concurrentie bestond uit amateurs. Buitenlanders moesten zonder trainingskamp naar de Olympische Spelen. Ze namen drie weken vakantie op.'

Hij spreekt over de bezetting door de Russen, toen de landen van het Warschau Pact koketteerden met sportsucces en talent verzamelden bij een paar clubs. Puskas speelde bij Honved, club van het leger. Hij, de man met dynamiet in zijn legendarische linkerbeen, kreeg de bijnaam De Galopperende Majoor. 'De spelers vonden elkaar blindelings. Ze waren ver vooruit op de concurrentie.'

Na de neergeslagen Hongaarse opstand in 1956 bleef Puskas achter in het westen, waar hij bij die andere wonderploeg belandde, Real Madrid. Hij scoorde vier keer tijdens de finale om de Europa Cup I tegen Eintracht Frankfurt, in 1960. Popovics: 'Over 500 jaar wordt nog gesproken over Puskas en dat is terecht.' Canoncito Pum (Kanonnetje Boem), luidde zijn bijnaam in Spanje.

Het voordeel van de staatsamateurs is verruild voor het nadeel van het kapitalisme. Armoe troef bij de meeste clubs, en dus bij de nationale ploeg, die snakt naar succes.

Attila Ferenczi beziet als trainer van een amateurclub de training van Van Gaal, die hij filmt. Hij is schrijver van negen boeken over voetbal, waarvan twee over Van Gaal.

Ferenczi: 'Puskas was een product van de Hongaarse voetbalcultuur, die heeft bestaan van pakweg 1900 tot 1970. Die cultuur zat in de hoofden en was belangrijker dan de spelers. Iedereen wist van die cultuur. Tegenwoordig weten onze trainers niets en is de voetballer week.'

Of Hongarije nochtans een kans heeft, dinsdagavond? Popovics: 'Als ik kon voorspellen, was ik beroepsspeler geworden in de lotto. Het huidige Nederlands elftal is door elke goede ploeg te kloppen. Ik betwijfel alleen of Hongarije in staat is om de fouten af te straffen.'

undefined

Meer over