reportage

In het water ontvlucht voormalig zwemkampioen Mahmoud de zorgen over zijn ‘leeggeroofde’ Libanon

‘Niemand voelt nog de hoop of motivatie om er iets van te maken. We willen alleen de dag van morgen overleven.’ Beeld Aline Deschamps
‘Niemand voelt nog de hoop of motivatie om er iets van te maken. We willen alleen de dag van morgen overleven.’Beeld Aline Deschamps

Libanon maakt zijn zwaarste crisis sinds mensenheugenis door. De simpelste producten zijn onbetaalbaar geworden, ook voor de voorheen stevige middenklasse. Voormalig zwemkampioen Mahmoud Hammoud kan alleen in het water zijn zorgen even vergeten.

Jenne Jan Holtland

Een flinke dot gas en de zwemkampioen is onderweg. Met 90 km per uur zwiert zijn Honda Forza over de snelweg van Beiroet, door een slecht verlichte tunnel richting de kust. Links en rechts schiet de 51-jarige Mahmoud Hammoud het verkeer voorbij. Een ogenblik later heeft hij zijn motor langs de boulevard geparkeerd, kleedt hij zich om op een stenen strandje en verdwijnt met een duik tussen de golven van de Middellandse Zee.

Zwemmen is meer dan een sport voor Hammoud, het is een manier om alles te vergeten: de geldzorgen van zijn gezin, de stroomuitval, de crises die Libanon doormaakt. Zelf zegt hij dat het water hem meevoert naar een ‘andere wereld’, een parallel universum waarin hij de stroomrekening weer kan betalen, of wat kip kan kopen – sinds kort een ondenkbare luxe.

Aan gezinnen zoals het zijne is te merken hoe hard de huidige crisis toeslaat bij de ruwweg 6 miljoen inwoners van Libanon. Tot twee jaar geleden was er een stevige middenklasse, waartoe het gezin van Hammoud ook behoorde.

Onbetaalbaar

Nu maakt het land de zwaarste crisis sinds mensenheugenis door als gevolg van het instorten van de bankensector. De lokale munt is nog maar eenzestiende waard van de oude koers, waardoor een doorsneesalaris niet langer genoeg is om te overleven. Basisgoederen zoals benzine, flesvoeding voor baby’s, anticonceptie en medicijnen – allemaal geïmporteerd – zijn voor velen onbetaalbaar of onverkrijgbaar. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) schat dat 40 procent van alle artsen het zinkende schip Libanon heeft verlaten, net als eenderde van alle verpleegkundigen.

Mahmoud Hammoud staat klaar om de zee in te duiken aan de boulevard van Beiroet.  Beeld Aline Deschamps
Mahmoud Hammoud staat klaar om de zee in te duiken aan de boulevard van Beiroet.Beeld Aline Deschamps

Thuiszitten en nietsdoen is voor veel Libanezen financieel aantrekkelijker dan werken: alleen de rit naar hun werk kost soms al meer dan ze die dag terugverdienen. Niemand kijkt meer op van een verkoper die achter de balie van zijn winkeltje in slaap sukkelt – het hebben van een tweede baan in de nachtelijke uren is in rap tempo normaal geworden.

Onder aan de ladder komt de crisis nog harder aan. Door de armoedeval en de werkloosheid heeft het land de naar schatting 1,5 miljoen Syrische vluchtelingen niets meer te bieden. Uit recent verschenen onderzoek van koepelorganisatie Refugee Protection Watch blijkt dat de malaise veel vluchtelingen het laatste zetje geeft om het land te verlaten. Van de ondervraagde Syriërs die naar Syrië terugkeerden, gaf bijna driekwart economische redenen op als belangrijkste.

‘We leefden ooit als koningen’, zegt Hammoud in zijn bescheiden flat. Alles leek mogelijk, de Libanese centrale bank stak zich diep in de schulden om spectaculaire rentes uit te kunnen keren op dollarrekeningen. Er moest geld van buiten worden aangetrokken om het gat op de balans te vullen: Libanon importeert van oudsher vrijwel al zijn consumptiegoederen. Maar de rentes hielden een zeepbel in stand die op termijn niet anders kon dan klappen. De enige reden dat hij dat niet eerder deed, was omdat de (rijke) diaspora geld bleef overmaken.

‘Leeggeroofd’

Op het hoogtepunt kocht Hammoud een nieuwe flatscreen voor zijn kinderen. Minstens twee keer per week ging het gezin naar de bioscoop. Toen de bel barstte, moesten spaarders voor de rekening opdraaien. ‘De politieke klasse heeft dit land dertig jaar lang leeggeroofd’, sombert Hammoud. ‘Niemand voelt nog de hoop of motivatie om er iets van te maken. We willen alleen de dag van morgen overleven.’

De hoognodige zuurstof voor de comateuze economie is er voorlopig niet en de voorbije maand kwam het kabinet vanwege intern getouwtrek zelfs niet een keer bijeen. De enige buitenstaander die de handen wil branden aan Libanon, is het Internationaal Monetair Fonds (IMF), dat in ruil voor hervormingen leningen kan verstrekken. Een interventie van het IMF is, in de woorden van de VN-rapporteur voor extreme armoede, ‘Libanons laatste kans voor het instort en een failed state wordt’. ‘Normaal gesproken hebben IMF-pakketten zware sociale gevolgen’, zegt Sami Atallah, directeur van denktank Policy Initiative, ‘maar wat er onder de huidige regering gebeurd is, is veel erger. Gewone Libanezen draaien op voor de kosten van deze crisis.’

Net als tijdens eerdere onderhandelingsronden zal het IMF eisen dat het land een fatsoenlijke jaarbegroting opstelt, plus wetgeving om kapitaalstromen te reguleren. Zo’n wet ontbreekt nu volledig, aldus Atallah. ‘Sinds het uitbreken van de crisis is er 13 miljard euro het land uit gesluisd. Als je een patiënt wil opereren, moet je eerst het bloeden stelpen.’

Mahmoud Hammoud op zijn balkon in de wijk Bachoura in Beiroet. Grote spandoeken met de beeltenissen van ‘martelaren’ herinneren er aan de oorlogen tegen Israël en Islamitische Staat (IS). Beeld Aline Deschamps
Mahmoud Hammoud op zijn balkon in de wijk Bachoura in Beiroet. Grote spandoeken met de beeltenissen van ‘martelaren’ herinneren er aan de oorlogen tegen Israël en Islamitische Staat (IS).Beeld Aline Deschamps

Tegenstand

Tot voor kort waren er subsidies voor basisproducten als benzine en medicijnen, maar die zijn vanwege de crisis geschrapt. ‘Sindsdien zijn producten onbetaalbaar geworden’, zegt Hammouds 22-jarige dochter Adona. ‘Alles is ineens een zorg geworden.’ Ze vertelt dat ze met langdurige depressies kampt. Omdat er vaker geen stroom is dan wel, koopt het gezin vooral lang houdbare producten.

Begrijp Hammoud niet verkeerd, hij wil geen medelijden. Hem hoef je niet uit te leggen hoe je een beetje tegenstand moet overleven. Als 12-jarige jongen werd hij in een zwembad gejonast – een pesterige daad van een paar pubers, maar kleine Mahmoud kon niet zwemmen. Hij kreeg liters water binnen en moest ter plekke gereanimeerd worden.

Om zijn angst voor water te overwinnen, vroeg hij zijn broer hem te leren zwemmen. Inmiddels staat zijn woonkamer tjokvol bekers, gewonnen bij zwemwedstrijden van het Libanese leger. Het kleine jongetje is veranderd in een gespierde en getatoeëerde kampioen.

Een wandeling door zijn wijk Bachoura voert langs grote spandoeken met de beeltenissen van ‘martelaren’ uit de oorlogen tegen Israël en Islamitische Staat (IS). Hammoud ging op zijn 21ste bij het leger. Het waren de woelige jaren negentig, buurland Syrië hield Libanon bezet. Samen met vrienden uit de wijk ging hij op de vuist met Syrische soldaten. Later liep hij bij gevechten tegen islamisten in Noord-Libanon een gebroken nek op die met schroeven moest worden vastgezet.

Nachtdiensten

In 2015, toen hij afzwaaide als sergeant-majoor, leek het nog alsof alle offers zin hadden gehad. Maandelijks kreeg Hammoud omgerekend 1.000 euro veteranenpensioen. Nu is datzelfde bedrag 80 euro waard. Om rond te komen draait hij nachtdiensten als beveiliger bij een van de universiteiten. Vraag je hem hoe hij begin volgend jaar het schoolgeld voor zijn kinderen gaat bekostigen, dan wijst hij naar boven. Zachtjes: ‘Allah.’

In zijn slaapkamer bewaart Hammoud een kalasjnikov uit zijn legertijd, want ach, in Libanon weet je het maar nooit. ‘Ik wacht op het juiste moment om er iets mee te doen.’

Een paar maanden geleden leek dat moment gekomen. Alle woede tegen de politieke klasse had zich bij de zwemkampioen opgehoopt, en dan vooral tegen de leiders die het land als een vetgemeste kapoen kaalplukken. ‘Ik kan niet tegen onrecht. Ik dacht: iemand moet die mannen hard aanpakken.’

Mahmoud zwemmend in de zee bij Beiroet. De tatoeage op zijn arm staat voor de veerkracht die het zwemmen hem heeft gebracht. Beeld Aline Deschamps
Mahmoud zwemmend in de zee bij Beiroet. De tatoeage op zijn arm staat voor de veerkracht die het zwemmen hem heeft gebracht.Beeld Aline Deschamps

Soms dagdroomt hij over de opstand die hij zou kunnen ontketenen. Het liefst zou hij een oproep tot verzet willen voorlezen, live op de onafhankelijke televisiezender Al-Jadeed. Van sommige oud-kameraden uit het leger weet hij zeker dat ze hem zouden helpen. Toen hij een van hen het plan voorlegde, kreeg Hammoud te horen: ‘Ik vecht aan je zijde tot de dood.’

Het is bij een fantasie gebleven en misschien schuilt daarin het grote verschil tussen deze crisis en de eerdere keren dat Libanon in de afgrond keek: aan een wapen heb je dit keer niet zoveel. In het huis springen de lampen aan, de stroom is terug. Hammoud veert op en verontschuldigt zich. Tijd om een was te draaien.

Meer over