In het Torentje

Het was de directe lijn, en hij had Tony verwacht, of Jacques, of Helmut, dus hij moest even slikken - als wanneer je bent ingesteld op een kroket en het blijkt een kano, of omgekeerd natuurlijk....

'MENEER Kok?'

'Majesteit.'

'Ach, meneer Kok, wat denkt u: als we straks naar Spanje willen voor die herdenking van Karel V, komen daar dan problemen van in de Kamer?'

Hij probeerde zo snel mogelijk om te schakelen. Karel de Stoute, Karel de Kale, Karel de Grote, Karel de Dikke - hij was er.

'Karel V, majesteit? Kan ik me niet voorstellen.'

'Omdat de meesten waarschijnlijk niet weten wie dat was.'

Ze moest in een goed humeur zijn, want ze klonk schalks.

'Maar er zijn natuurlijk een paar heren die dat wel weten.'

Nu begreep hij haar. Hij hield even zijn hand op de hoorn om te kunnen zuchten. 'Wilt u dat ik met ze praat, majesteit?'

'Kan nooit kwaad, meneer Kok.'

Hij liet ze nog diezelfde middag komen - dan was hij er maar van af.

Ze zagen er met z'n drieën gereformeerder uit dan ooit, merkte hij op terwijl hij hun handen bijna gelijktijdig naar de kopjes thee zag reiken. Misschien was een zekere gemoedelijkheid de beste binnenkomer.

'Is het niet allemaal wat lang geleden?', stelde hij half vragend.

'Vijfhonderd jaar', zei Schutte.

'En dat noemen wij niet lang', verzekerde Van der Vlies.

'Op de eeuwigheid', vulde Van Dijke aan.

'De vraag is', zette Schutte de zaak op scherp, 'of een Oranje de geboorte moet vieren van een man die Haar arme schapen de dood injoeg.'

'Na ze eerst gemarteld te hebben', preciseerde Van der Vlies.

'Om ten slotte ook nog een huurmoordenaar op de Vader des Vaderlands af te sturen', rondde Van Dijke af.

'Was dat niet zijn zoon?', vroeg Kok. 'Bij mijn weten was Karel toen al overleden.'

Hij had het voor de zekerheid even laten opzoeken door de RVD.

'De roomse tirannie is een continuüm', las Schutte hem de les.

'Van brandstapels die nog altijd in de volksziel doorsmeulen', zei Van der Vlies.

'Die my mijn hert doorwondt', citeerde Van Dijke.

'En wat moet Hare Majesteit doen als ze op dat feest de Inquisitie verheerlijken?', vroeg Schutte.

'Want die Spanjaarden zijn er toe in staat', trilde Van der Vlies.

'Die hebben toch ook nooit hun excuses aangeboden?', keek Van Dijke de premier uitdagend aan.

'Het zal toch wel loslopen', probeerde Kok te sussen. 'Ze zullen dat verleden heus wel laten rusten.'

'Zij misschien', zei Schutte. 'Maar wij niet.'

'Wij nooit', bevestigde Van der Vlies.

'Tot in der eeuwigheid niet', knikte Van Dijke.

Kok sloot even de ogen.

'Ik zal het in Noordwijk bij mijn Spaanse collega aankaarten', beloofde hij, en stond op.

Bij de deur vroeg hij:

'Mag ik de pers laten weten dat we een open, plezierig en informatief gesprek hebben gevoerd?'

'Nu alleen Europa nog', mompelde hij toen ze weg waren.

Meer over