In het getto

DE VERHALENBUNDEL De verliefde koorddanser (ofwel Mijn eerste liefdes, zoals de oorspronkelijke titel luidt) van de Tsjechische schrijver Ivan Klíma verscheen in 1985 in Toronto, bij de uitgeverij van de in 1968 uitgeweken schrijver Skvoreckí....

AAI PRINS

Door zijn stellingname tegen het regime dwong hij in zijn rol van verdediger van morele waarden vooral in de jaren zeventig veel respect af onder de onafhankelijke geesten in zijn land. In zijn werk is veel van deze stellingname terug te vinden. Zoals meer schrijvers van zijn generatie is het Klíma vaak te doen om de mens die in extreme situaties zijn levenshouding moet zien te bepalen en, ook als hij met zijn rug tegen de muur staat, moet kunnen kiezen tussen goed en kwaad.

Wat die extreme situaties aangaat kan Klíma rijkelijk putten uit zijn eigen ervaringen. Geboren in 1931 overleefde hij als joods jongetje ternauwernood het concentratiekamp Theresienstadt en was hij na de korte democratische naoorlogse periode getuige van de communistische machtsovername van 1948. Net als zijn generatiegenoot Kundera dweepte hij enige tijd met de socialistische gedachte, maar in de daaropvolgende verstikkende jaren onder het wakend oog van de Sovjet-Unie zou hij een criticus van de heilsleer worden.

In het geleidelijk aan liberaler wordende klimaat van de jaren zestig steeg hij hoog op de literaire ladder, maar na '68 werd het publiceren hem in zijn 'binnenlandse ballingschap' onmogelijk gemaakt. Met de fluwelen revolutie van 1989 keerde het tij weer eens en kreeg Klíma van Václav Havel zelfs een ministerspost aangeboden, een eer waarvoor hij bedankte.

Ook in De verliefde koorddanser zijn extreme situaties nadrukkelijk aanwezig, zij het dat ze hier geen morele dilemma's oproepen, maar eerder het decor vormen voor dilemma's van een heel andere orde: de beslommeringen waar een jongen in zijn eerste liefdes mee te kampen heeft. In de ik-figuur laat zich makkelijk Klíma zelf herkennen: in het jongetje in het getto, de opgroeiende jongen kort na de oorlog, nog heilig gelovend in communistische heilsleer, de jongen die verbijsterd is als de waarheid over Stalin langzaamaan tot hem doordringt, en ten slotte in de jongeman die, nog worstelend met zijn oorlogstrauma, zijn eerste schreden in de literatuur zet.

In 'Miriam', het openingsverhaal, wordt de verteller als kleine jongen in het getto verliefd op het meisje dat dagelijks melk uitdeelt onder de kinderen en hem steeds ruim bedeelt met extra melk en een stralende glimlach. Even moeten al zijn angsten wijken voor zijn overdonderende verliefdheid (waar hij het meisje overigens nooit deelgenoot van durft te maken), zoals ook later zijn wanhoop over zijn verkeken kans bij het meisje zelfs het verdriet om zijn gedeporteerde tante overschaduwt.

In de volgende verhalen wordt de jongen steeds wijzer en berekenender, ook in de manier waarop hij zich door zijn verliefdheden worstelt. Zo weet hij als vijftienjarige, met een passende passage uit Guy de Maupassant nog vers in het geheugen, een door hem aanbeden doktersvrouw al een zoen te ontfutselen. Niettemin boort ze zijn hooggespannen verwachtingen al snel de grond in, en meer dan die zoen zit er voor hem niet in. In het verhaal 'Het waarheidsspel' boekt hij eindelijk succes: een heuse verhouding met het meisje van zijn dromen, een onwaarschijnlijke fantaste die hem even zijn wankelend geloof in Stalin en de arrestatie van zijn vader doet vergeten, om hem vervolgens ook een blauwtje te laten lopen.

En zo betreedt de jongen onherroepelijk, stapje voor stapje de grotemensen-wereld van de liefde waar geen plaats meer is voor pure, kinderlijke aanbidding. In het laatste verhaal zijn de rollen zelfs omgedraaid: de verteller, die inmiddels een reputatie heeft de meisjes voor zich in te nemen, is nu de aanbedene. Aanvankelijk moedigt hij de toenaderingspogingen van een meisje aan, maar schrikt dan terug voor de gevolgen, niet in de laatste plaats omdat haar zwakke gezondheid hem een zekere weerzin inboezemt. Daarmee is hij zijn naïeve, onvoorwaardelijke aanbidding uit het openingsverhaal definitief ontgroeid.

Het zijn aandoenlijke verhalen, waarin zonder valse sentimenten uit de doeken wordt gedaan hoeveel pijn het houden-van kan doen. Daarbij weet Klíma het getob van de jongen subtiel in het veelal sombere decor te passen, dat nooit te zwaar drukt op het eigenlijke thema: de liefde. En dat de verliefdheden in de bundel nergens echt hun bekroning vinden, is eigenlijk niet verwonderlijk, want zo gaat dat nu eenmaal in de liefde.

Aai Prins

Ivan Klíma: De verliefde koorddanser.

Vertaald uit het Tsjechisch door Irma Pieper.

Wereldbibliotheek; 173 pagina's; * 29,50.

ISBN 90 284 1787 7.

Meer over