In het DeLaMar is het of de buitenwereld niet bestaat

Stadskanaal heeft wel wat van Amsterdam.

Annemarie Oster
Joop en Janine van den Ende in het DeLaMar. Beeld anp
Joop en Janine van den Ende in het DeLaMar.Beeld anp

'Naar Stadskanaal!? Een matinette?!' Het kloeke mannengezicht tegenover me dat doorgaans blaakt van tevredenheid - niet in de laatste plaats over zichzelf - staat onverbloemd ontzet: 'Schát, ik kan me geen groter stráf bedenken!'

Ik ken de acteur-schilder en Bekende Nederlander die zojuist deze opbouwende woorden tot me richtte langer dan vandaag. Hij maakt me altijd aan het lachen, zelfs als ik de volgende dag vroeg op moet voor een matinee in Stadskanaal.

Wij treffen elkaar in een foyer van het DeLaMar, het hoofdstedelijke theater dat vijf jaar geleden uit de puinhopen van het oude Nieuwe de la Mar herrees. Dankzij het echtpaar Van den Ende. Sindsdien bieden twee zalen met rood pluchen stoelen, feestelijke verlichting en een weelderig doek (nooit gordijn zeggen) ruimte aan drukbezochte voorstellingen. Ook de rest van het gebouw ademt theatrale luxe.

Het is maandagochtend half twaalf, maar zodra je dit glazen speelpaleis hebt betreden, is het alsof de buitenwereld ophoudt te bestaan. Al snel weet je niet meer hoe laat en wat voor weer het is en denk je, een glas wijn in je hand: kan mij het verrotten dat ik morgen in de file sta voor een matinee in Stadskanaal.

Iedereen is, ondanks het vroege uur, tot in de puntjes gekleed en gesoigneerd. Iedereen kent elkaar, zodat er flink wordt rondgezoend. In de Mary Dresselhuyszaal wacht ons een gestroomlijnd programma met als traît d'union de Van den Endes.

Gezeten aan een tafeltje wordt het genereuze tweetal geïnterviewd door opperstalmeester Cornald Maas. Hij draagt een rood jasje boven een strakke broek, waardoor zijn frêle gestalte doet denken aan die van een aangekleed beestje uit een prentenboek. En hup, daar speelt de slotzin van een kinderliedje door mijn hoofd: 'En achter uit zijn broekje, daar stak zijn staartje uit.' Helaas, de presentator draait zich niet om.

Terug naar de mecenassen die het DeLaMar nieuw leven hebben ingeblazen en met hun foundation in de loop der jaren tal van jonge kunstenaars hebben ondersteund. Op fijnzinnige wijze brengt protegee Noa Wildschut nu eens ijl, dan weer boterzacht, soms luider maar nooit hard, haar viool ten gehore.

Voornoemde Bekende Nederlander, naast mij in de zaal, verklapt me dat de gebroeders Jussen die met twintig vingers Schubert spelen, 'enige jongens' zijn. Wanneer zijn zoon Jasper (schilder en tv-persoonlijkheid) na de ontvangst van een acteursfotoboek van Koos Breukel verbluffend goed en geestig uit zijn woorden komt, houdt hij zijn gezicht bescheiden in de plooi.

Aan het eind van de middag spreekt Cornald Maas de hoop uit dat ooit in dit gebouw Joop en Janine, de musical zal worden opgevoerd.

De volgende dag regende het gestaag. Na een barre tocht bleek Stadskanaal een uitgestrekt lintdorp gelegen aan het, goed geraden, Stadskanaal. In het Geert Teistheater, niet zo gelikt als het DeLaMar, maar wel voorzien van rood pluchen stoelen en een gedrapeerd fluwelen doek, vergat ik zowaar de buitenwereld wéér.

Meer over