In het bed van de maoïsten

Het was een van mijn dromen een keer in het Dajti-Hotel in Tirana te verblijven...

Dit legendarische hotel werd in de jaren dertig van de vorige eeuw inde Albanese hoofdstad opgetrokken door Italiaanse architecten. Het is eenprachtig wit bouwwerk dat in het hart van het centrum verscholen ligtachter pijnbomen.

Dit hotel, lange tijd het enige in Tirana, is alleen al illustervanwege de unieke reeks gasten die er ooit verbleven.

In de lobby had de eeuwig rokende en door duizend bloedwraken bedreigdeAlbanese koning Zog geheime ontmoetingen met hoge gasten en maîtresses.Begin jaren veertig fungeerde het Dajti als zenuwcentrum van Mussolini'sfascistische vazalregime.

Na de uittocht van de Italianen namen de communisten van Enver Hoxhahet over. In de jaren vijftig logeerden in het Dajti constant hogeSovjet-functionarissen. Toen Hoxha in 1961 brak met de Sovjet-Unie, boodhet Dajti onderdak aan Chinese delegaties, die door Mao gretig werdengezonden.

Toen Hoxha in 1978 ook brak met China, logeerden er nog westerseAlbanië-bewonderaars, omringd door kluiten agenten van destaatsveiligheidsdienst, de Sigurimi.

Na het instorten van het communisme groeide de schitterende, door eenrood tapijt bedekte lobby uit tot een populaire afspreekplek. Je hebt inTirana nogal wat straten zonder naam. Toen ik tien jaar geleden voor heteerst in Albanië was, werd ik door mensen die ik voor interviews benaderdevaak 'ontboden' in het Dajti. Wie weet, dacht ik toen, logeer ik ooit nogwel eens in dit hotel.

Vorige maand liep ik tussen de pijnbomen door naar de magistraleingang. In de lobby was het donker en koud, het rode tapijt was tot op dedraad versleten, het rook er muf. Achter de stokoude houten receptie zateen vrouw met hoornen bril, ineengedoken in haar winterjas.

'Het Dajti is niet meer wat het geweest is, we hebben geen geld meer,we kunnen niks vervangen, alles breekt af, er zijn honderd nieuwe privatehotels in de stad, we kampen met stroomstoringen, het is een groteellende.'

'Is het hotel nog wel open?', vroeg ik

'Ja. Maar we hebben al heel lang geen gasten meer gehad.'

Ik behoor tot de mensen die als ze de keuze hebben tussen iets watelegant is maar in verval en iets wat nieuw is maar van elegantie gespeend,voor het eerste kiezen. En dus checkte ik in.

Het tapijt in mijn kamer bevatte een tiental gaten, het velours van defauteuils was bijna geheel doorgesleten, de raamkozijnen bevatten nog maarweinig verf, de deuren die toegang boden tot een imposant balkon slotenniet meer. Maar ik proefde toch nog veel oude grandeur.

De eerste nacht vond ik het wel een beetje eng. Alleen in zo'n groot,klassiek bouwwerk met honderd lege kamers. Ik dacht aan de volgelingen vankoning Zog, de Mussolini-aanhangers, de stalinisten, maoïsten enHoxha-adepten die in mijn bed hadden geslapen. Het was een geruststellendegedachte dat het Dajti hen allemaal had overleefd.

De rekening die ik na vier nachten kreeg had ik als de armlastigestudent van weleer ook nog wel kunnen betalen.

De vrouw van de receptie was zichtbaar blij dat ik het verval van hetDajti had getrotseerd. 'Maakt u maar wat reclame voor ons. Misschien komende buitenlandse gasten dan wel terug.'

Ik hoop het van harte.

Olaf Tempelman

Meer over