Analyse

In een tijd vol gevaar die schreeuwt om dialoog, wordt er tenminste weer gepraat over de kernwapens

Moskou en Washington hervatten de besprekingen over de beheersing van hun kernwapens. Dat is nog lang geen doorbraak, maar de wereld mag er toch enige hoop aan ontlenen.

De presidenten Vladimir Poetin (Rusland) en Joe Biden (VS) bij hun aankomst woensdag in Villa La Grange in Genève voor hun topontmoeting.  Beeld AP
De presidenten Vladimir Poetin (Rusland) en Joe Biden (VS) bij hun aankomst woensdag in Villa La Grange in Genève voor hun topontmoeting.Beeld AP

Terwijl opiniemakers de degens kruisen over de vraag of Amerikaanse president Biden nu zijn Russische collega Poetin ‘in één keer uit zijn internationale isolement heeft getild’, zoals de Russische expert Konstantin Eggert zegt, en hij Poetin met dit podium ‘precies heeft gegeven wat hij wilde’, zoals twee CNN-analisten schrijven, zijn er ook andere geluiden hoorbaar. Zo krijgt Biden complimenten van Bill Clintons Rusland-expert Stephen Sestanovich: ‘Een ontmoeting met Poetin hebben zonder hem veel respect toe te kennen, goed werk!’

Zwaarwegender zijn de voorzichtig positieve reacties uit de hoek van wapenbeheersingsexperts. Deze diersoort is in delen van West-Europa uitgestorven, maar niet onbelangrijk. Want het feit dat er zoveel dreigingen zijn bijgekomen, betekent helaas niet dat de oude zijn verdwenen. Een recent verbod op kernwapens – dat door 88 landen werd ondertekend en ook in politiek Den Haag menig hart sneller doet kloppen – ‘kanaliseert de frustratie van de nucleaire havenots’, stelde het Britse zakenblad The Economist, ‘verder bereikt het weinig’.

Hypersone overbrengingsmiddelen

Ondertussen groeit niet alleen wereldwijd het aantal kernwapens, maar zorgen technologische ontwikkelingen ook voor een revolutie in de ontwikkeling van nieuwe wapens. Vele daarvan zijn ‘dual use’, dus beschikbaar voor nucleaire en niet-nucleaire toepassing, waardoor de onduidelijkheid (en daarmee de instabiliteit die ze creëren) verder toeneemt.

Statistieken met aantallen kernkoppen bieden nog maar een beperkt inzicht in de stand van zaken. En dat niet alleen omdat over bijvoorbeeld het ware aantal Chinese kernkoppen grote onduidelijkheid bestaat. De vooruitgang in rakettechnologie, cyberwapens, manoeuvreerbare hypersone overbrengingsmiddelen, nucleaire zeedrones en raketverdediging (om er een paar te noemen, nog los van de ontwikkeling van autonome systemen) zet eigenlijk het hele veld op zijn kop. En ze plaatst een nieuwe generatie experts voor grote uitdagingen: begrijpen waar een tegenstander eigenlijk precies mee bezig is, gevolgd door eventuele pogingen de ontwikkeling hetzij enigszins aan banden te leggen, hetzij transparanter te maken en daarmee (iets) minder gevaarlijk.

Zo’n tijd schreeuwt om dialoog, zonder illusies, over wat genoemd wordt ‘strategische stabiliteit’. Oftewel, zoals de Amerikaanse wapenbeheersingsexpert Rose Gottemoeller zegt: ‘het idee dat één land niet in staat zou moeten zijn om ten opzichte van een ander land beslissend voordeel te behalen met strategische wapens’. De afgelopen decennia zijn, door schuld van twee kanten, alle wapenbeheersingsverdragen die voortkomen uit de Koude Oorlog verdwenen; van het door Bush in 2002 opgezegde ABM-akkoord (dat raketverdediging aan banden legde) tot de Russische ontwikkeling van nieuwe wapensystemen voor de middellange afstand die het einde inluidde van het INF-Verdrag. Alleen het New Start-akkoord dat Obama en Medvedev sloten in 2010 is onlangs met vijf jaar verlengd.

Lichtpuntjes

Sinds de Russische annexatie van de Krim in 2014 is de relatie dermate verslechterd – en de dialoog tot een zodanig minimum beperkt – dat militaire experts zich steeds meer zorgen zijn gaan maken over de talloze bijna-incidenten tussen Russische en westerse krijgsmachten (te land, ter zee en in de lucht). Vertaal dat naar het nucleaire domein, met de modernisering van Russische én Amerikaanse kernwapenarsenalen, de aankondiging van spectaculaire nieuwe overbrengingsmiddelen en Russische doctrines die voorzien in het ‘deëscalerend gebruik’ van kleinere kernwapens – en het begint te dagen waarom kernwapenexperts lichtpuntjes ontwaren in de Biden-Poetintop.

Een van hen, Nikolaj Sokov, concludeert dat de top ‘het maximaal haalbare bereikte’ inzake wapenbeheersing en strategische stabiliteit. ‘De presidenten deden goed werk, nu snel naar de vooronderhandelingen en dan hopelijk zonder veel uitstel naar onderhandelingen.’ De Franse veiligheidsexpert François Heisbourg is het daarmee eens. Op Twitter zegt hij dat beide zijden ‘op dat punt in de Koude Oorlog zijn beland’ waar ze bepaalde terreinen konden aanwijzen om over te praten – ‘maar verder niets’.

Dat geldt ook cyberaanvallen, voor de Amerikanen inmiddels van cruciaal belang. Biden agendeerde het onderwerp en overhandigde Poetin een lijst met zestien sectoren die behoren tot de ‘kritieke infrastructuur’ waar niemand aan zou mogen komen. Op straffe van vergelding, liet hij daarbij blijken – verwijzend naar hoe vervelend het zou zijn als Rusland geen energie meer zou kunnen exporteren na een aanval op zijn pijpleidingennetwerk. Hoewel beide partijen elkaar ervan beschuldigen de grootste dader te zijn, en het bewijzen van de precieze oorsprong vaak onmogelijk is, zien wapenexperts ook hier heil in. Dan Baer van de denktank Carnegie noemt het ‘mogelijk de basis van een volkenrechtelijke norm’.

Maar alles begint met dialoog en gesprekken. Deze kunnen alleen ergens toe leiden als de leiders het licht op groen zetten, wat ze nu hebben gedaan. Maar het hoeft niet. ‘Dit is nog niet het begin van normalisering van de betrekkingen’, zei Oleg Ignatov van Crisis Group tegen The New York Times, ‘het is een pauze in de verdere verslechtering ervan.’

Meer over