In een sprookje mag de prins best een pafferige sul heten

Privé, Story en Weekend lijken soms helemaal vergeten dat hij bestaat, de regel dat je niet álles over iemands privéleven zomaar kunt opschrijven en publiceren....

Dus als Privé schrijft dat Willem-Alexander in het Amsterdamse Hilton-hotel het bed heeft gedeeld met een blondine, wat het blad in 1985 deed, kan de rechter zonder veel moeite sommeren het bericht te rectificeren, wat hij ook deed.

Wat dat betreft hebben Ronald Giphart en Bert Natter in hun boekje Willem de Dikke (De Arbeiderspers, f 25) een handige, veilige vorm gevonden om de kroonprins publiekelijk neer te zetten als een pafferige sul op zoek naar 'persoonlijke zingeving', een volgevreten zieligerd die dromend over watermanagement achteloos 'een stuk of wat (96) bitterballen en vlammetjes' in zijn mond werpt en 'nog wat pilsjes (kratje)' openplopt alvorens 'een grote schaal foie gras' aan zijn mond te zetten.

Giphart en redacteur Natter van uitgeverij de Prom hebben de recente gebeurtenissen rond prins Willem-Alexander en Emily Bremers op een rij willen zetten. Ze gebruiken daarvoor een genre dat in de wereldliteratuur eerder zeer succesvol is gebleken in werken als Kleinduimpje en Pinkeltje.

Willem de Dikke heet in de woorden van De Arbeiderspers 'een empathisch sprookje'. Daarin treitert Emily hem op bladzijde 8 met zijn zwaarlijvigheid. Op pagina 9 leest Willem-Alexander in De Krant van wankel Nederland dat ze hem heeft gedumpt. Van bladzijde 12 tot en met 14 zeurt moeder dat hij moet ophouden met 'wapperen naar het schorriemorrie' en op zoek moet naar 'een echt leuke prinses'.

Daarna gaat dikke Willem voor advies langs bij zijn 'vervangmamma' Erica Terpstra en bij Wim Kok ('wees grijs, wees saai, wees een beetje van dit en een beetje van dat, geef díe gelijk en ook weer díe'), Wim de Bie ('Verkoop nooit je ziel aan de commerciëlen!'), Joop van den Ende ('Kom in mijn stal. Ik maar een ster van je. Wat verdien je nu? Maak niet uit. Verdubbelen we. Ook zwart'), tante Irene ('Jij moet je eens laten uitnodigen door een boom'), opa Bernhard ('Ein ding ist heel belangraik. Dat ies, wannier jai so oud wie opa bent, dat jai dann net wie opa kann zeggen: iek heb meine jachtgeweer meer voor etwas anders gebruikt als für piesen') en oma Juliana ('Hallo jongeman, ik ben Hella Haasse').

Op bladzijde 31 is het verhaaltje al uit, maar Giphart en Natter hebben Willem dan al wel zo ver dat hij afstand doet van de troon en zich gaat inzetten voor een republiek met een gekozen staatshoofd, 'zoals het hoort in een volwassen democratie'.

Dat moeten de bladen nog voor elkaar krijgen.

Meer over