In één jaar kun je leraar worden

Om in de behoefte aan basisschool-docenten te kunnen voorzien, zou een eenjarige opleiding voor VWO'ers in het leven geroepen kunnen worden, oppert Theo Hoogbergen....

EEN HALVE eeuw geleden nam de minister van Onderwijs, J.J. Gielen, het initiatief onderwijzers in één jaar op te leiden. Op l september 1947 begon in Eindhoven een spoedcursus voor twee groepen van 24 leerlingen elk, volgens slecht rooms gebruik gesepareerd naar jongens en meisjes. Een diploma HBS of gymnasium, en voor meisjes ook een MMS-getuigschrift vormden de enige voorwaarden tot toelating.

De cursus leverde binnen twaalf maanden - het slaagpercentage was praktisch honderd procent - een reeks 'leerkrachten' voor de lagere school op. Er trad bovendien een natuurlijk selectieproces op: van de 23 geslaagde jongens - ik beperk me daar nu toe - kozen van meet af aan één voor een baan bij de emigratiedienst, twee voor het bedrijfsleven, één voor de journalistiek. De negentien anderen begonnen allemaal aan een baan in het lager (basis-)onderwijs.

Hun latere carrière binnen het reguliere onderwijs is opmerkelijk. Er was forse belangstelling voor verdere studie. Naast, in het algemeen, een volle dagtaak stonden er drie mogelijkheden open: de door de cursusleiding driftig aanbevolen hoofdakte; een eerstegraads onderwijsbevoegdheid via een academische studie, of de weg naar middelbare akten.

Deze negentien - intussen allen met pensioen of overleden - zijn gedurende veertig jaar, en in uiteenlopende hoedanigheden, actief geweest in het basis- en voortgezet onderwijs. Sommigen werden (con-)rector of schooldirecteur, anderen schreven een proefschrift.

Zo bezien was de eenjarige cursus van minister Gielen een vruchtbaar initiatief. Eertijds ondervond hij echter veel tegenstand uit onderwijskringen.

Wie op het onderwijsprogramma van die éénjarige cursus terugkijkt, kan een gevoel van gêne nauwelijks onderdrukken: een wel verderlichte studielast, verdeeld over zeven (eigenlijk zes) vakken: opvoedkunde, Nederlandse taal- en letterkunde; schrijven, tekenen, zang, lichamelijke opvoeding en godsdienst.

De cursus vond plaats in het gebouw van de toenmalige kweekschool. Docenten van de gewone opleiding verzorgden ook de lessen. Zij vormden - met alle erkentelijkheid - zeker geen select gezelschap van een opvallend didactisch allure.

Een nieuw experiment éénjarige cursus in aangepaste vorm lijkt niettemin voor herhaling vatbaar. Dat kost weinig geld en geringe voorbereiding. De minister/staatssecretaris nodigt zonder onderscheid alle eindexaminandi VWO 1998 uit zich aan te melden voor een nieuwe eenjarige cursus.

In een kleine commissie van deskundigen geven originele en gezaghebbende figuren de toon aan voor het ontwerpen van een programma voor het schooljaar 1998-'99 naast, uiteraard, vertegenwoordigers uit het bestaande circuit.

Deze commissie zou duchtig moeten afrekenen met allerlei overbodige aanslibsels van quasipedagogische en schijn-didactische aard uit vervlogen jaren. Ze zou vooral nauwkeurig moeten letten op de aanbevelingen uit de recente visitatieverslagen. Het kan geen kwaad paal en perk te stellen aan de mateloze overschatting van schimmige pedagogische vaardigheden, en oog te hebben voor aangeboren natuurtalent.

Gastdocenten voor specifieke onderwerpen naast het reguliere team zullen een frisse wind laten waaien door het spinrag van al te belegen onderdelen in de opleiding. Een efficiënte opzet van werkweken-op-locatie brengt cursisten actief in contact met onderwijs voor allochtonen, moeilijk lerende kinderen, bijzondere systemen als Jenaplan, Montessori, Dalton, maar ook met de interessante didactische presentaties van musea.

Een nieuwe eenjarige cursus biedt een unieke kans om een opleiding van postuur te ontwerpen, en juist die mensen te interesseren voor het vak van leraar basisschool, die daar in eerste instantie niet aan denken: jongens met een einddiploma VWO. De status van een ambt heeft soms baat bij een heilzame injectie en bij het aanboren van bronnen waaruit gewoonlijk geen stromen vloeien naar pedagogische academies.

Hoofdbestanddeel van het programma: Nederlandse taal met een grondige kennis van spelling (tot ongeveer het niveau van het nationaal dictee) en grammatica, taalkundige verschijnselen, inzicht in jeugdliteratuur, schrijven en lezen, alles inclusief de oude waarheden van Rijpma en Schuringa (Nederlandse Spraakkunst) in moderne snit.

Gelijkwaardig daaraan het vak rekenen met de vondsten van het Freudenthal-instituut in Utrecht, een gedegen implementatie van de realistische rekenmethode en de ideeën van Treffers over een neoklassikale behandeling van dit vak.

Geschiedenis, aardrijkskunde en een keuze van één discipline uit muziek (vocaal en instrumentaal), tekenen of handvaardigheid. Grondigheid in de praktische vaardigheid in één kunstzinnig vak eist nu eenmaal specialisatie, en die kan ook in iedere basisschool met meer leraren tot gelding komen.

Nu allerwegen een pleidooi klinkt voor invoering van een vakdocent gymnastiek, kan onderwijs hierin achterwege blijven. Grote vaardigheid met en inzicht in de mogelijkheden én de beperkingen van de computer voor toepassing in alle leerjaren van de basisschool zijn uiteraard van het hoogste belang. De stage van twee middagen per week op een basisschool brengt de deelnemers van meet af aan in contact met de onversneden praktijk.

VWO'ers hebben met elkaar gemeen dat zij eindexamen deden in Nederlands en Engels. Een aanvulling didactiek Engels voor de basisschool is daarom gemakkelijk aan te leren. Tot en met het vierde leerjaar ontving iedereen ten minste onderwijs in Duits en Frans, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde en één kunstzinnig vak. Op die uitgangspunten kan de commissie het nieuwe programma baseren.

Is één jaar niet te kort? Nee, mits heel efficiënt een stevig programma wordt geboden. Wie twijfel koestert over de duur, kan een eenjarige cursus altijd nog uitbreiden met lessen op zaterdag, de vakanties inkorten en het schooljaar al op 1 juli laten beginnen.

De minister behoeft slechts de normale regelingen van de studiefinanciering van toepassing te verklaren, inclusief wellicht een bijdrage in de aanschaf van boeken en eventueel reiskosten.

Een moderne eenjarige cursus zal ongetwijfeld opnieuw tegenstanders mobiliseren onder de gestaalde kaders. Het experiment van een halve eeuw geleden heeft aangetoond dat de minister toen zijn doel ruimschoots bereikte: een reeks onderwijzers met wie hij het bestaande tekort voor weinig geld kon wegwerken. De cursisten zelf hebben zich binnen het onderwijs niet onbetuigd gelaten.

Wellicht verdient het aanbeveling de resultaten van alle één- en tweejarige cursussen van de afgelopen jaren op hun effecten voor de praktijk te laten onderzoeken en de doorstroming binnen en buiten het onderwijs te traceren. Een fraai promotie-onderzoek voor een aio.

Theo Hoogbergen is oud-rector van het Peelland-college te Deurne.

Meer over