Bellen metMaarten Keulemans

‘In de winter netflixen en in de zomer naar festivals, misschien wordt dat onze uitweg’

Ook in 2021 tikte wetenschapsredacteur Maarten Keulemans zijn vingers blauw over het coronavirus. Na anderhalf jaar hebben besmettingscijfers en ziekenhuisopnames de samenleving nog volledig in hun greep. Hoe kunnen we ons beter instellen op het virus?

Nick de Jager
Zelftest in de auto op een parkeerplaats. 
 Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Zelftest in de auto op een parkeerplaats.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

In de eerste dagen van het nieuwe jaar kijken redacteuren van de Volkskrant vooruit naar 2022.

Ook vorig jaar werd jij in je kerstvakantie gebeld voor een eindejaarsgesprek. Je bleek jezelf al na één dag te vervelen. Hoe is dat nu?

‘Nou, ik verveel me niet. Wel stuurde ik aan het begin van mijn vakantie allemaal nieuwtjes door in de corona-appgroep van de krant. Totdat een van mijn collega’s reageerde: ‘Ga nou eens een winterse boswandeling maken!’ Maar met de omikronvariant is het lastig om het onderwerp helemaal los te laten. Het voelt toch een beetje alsof je weg moet midden in een spannende film.’

Wat vond jij een interessanter jaar om het coronavirus te volgen: 2020 of afgelopen jaar?

‘2020, omdat het toen allemaal nieuw was. Dat is journalistiek heel spannend: er was veel om te ontdekken. Die adrenaline voelde ik dit jaar wat minder. Ik merk het ook bij wetenschappers, die al dik anderhalf jaar bezig zijn. Toen de omikronvariant opkwam, slaakten sommigen een diepe zucht.’

Denken wetenschappers ook niet: daar belt die Keulemans weer?

‘Gelukkig niet. Ik heb altijd zo’n respect voor de tomeloze energie die veel wetenschappers aan de dag leggen. Zelfs in het weekend of ’s avonds kan ik ze bellen. Zoals Marc Bonten, twee weken geleden. Hij was zaterdag op het voetbalveld, een wedstrijd aan het kijken van zijn zoon. En toch neemt hij dan zijn telefoon op om me bij te praten over de laatste inzichten, met de woorden: ach, het is toch net rust.

‘Vaak vinden wetenschappers ook het wel interessant om met mij te praten, omdat ik het virus al anderhalf jaar volg. Dan heb ik bijvoorbeeld ergens een onderzoek gevonden dat zij zelf nog niet kennen, of een goede vraag van een lezer gehad. Ik krijg veel vragen in mijn mail, waar wetenschappers zelf soms ook nog niet aan hadden gedacht. Soms kan dat aanleiding zijn voor een stuk.

‘Bovendien merk ik dat ik hun vertrouwen heb. Wetenschappers vinden het prettig om met iemand te praten die weet wat neutralisatie-assays of epitopen zijn en die snapt hoe onderzoek werkt. Daardoor kunnen ze me in vrij korte tijd bijpraten over technische zaken, zonder zelf met kunst- en vliegwerk een vertaalslag naar het publiek te maken.’

In welk moment komt dit coronajaar samen voor jou?

‘Ik moet denken aan dat moment waarop minister Grapperhaus voor de camera plechtig zijn mondkapje afdeed, en begon te zingen: ‘Zeg mondkapje, waar ga je henen? Naar het vuil, naar het vuil.’

‘Achteraf heeft hij toegegeven dat het niet zo verstandig was. Maar het is tekenend voor hoe bestuurders telkens dachten klaar te zijn met het virus, waarna het toch niet voorbij bleek. Denk ook aan alle beloften die politici hebben gemaakt over vaccins, met Hugo de Jonge en zijn ‘Dansen met Janssen’ als ander dieptepunt. Politici, zeker die uit het demissionaire kabinet, hebben de neiging te optimistisch te denken. Veel politieke problemen verdwijnen immers vanzelf als je ze even opschort. Maar bij een natuurramp, wat zo’n pandemie uiteindelijk toch is, werkt die aanpak niet.’

Met welke vraag ga jij het nieuwe jaar in?

‘Ik denk dat iedereen wil weten welke varianten we nog meer te zien krijgen. Weinigen hadden verwacht dat het virus met de omikronvariant ineens zo’n bocht zou nemen, dat een mutant die zo erg afwijkt van de andere varianten ineens zou opduiken. Maar het blijkt toch te kunnen.’

‘Persoonlijk ben ik ook enorm benieuwd waar omikron vandaan komt. Net voor de vakantie schreef ik nog een stuk over de aanwijzingen dat de variant een tijdje in muizen heeft gecirculeerd en daarna weer is teruggesprongen op de mens. Dat zou heel opmerkelijk zijn, en mogelijk grote gevolgen hebben voor de toekomst van de pandemie. Het zou immers betekenen dat er ‘dierreservoirs’ zijn, dat bepaalde dieren het virus vasthouden en verspreiden. In Brazilië gaat het virus al rond bij muizen, in Amerika bij herten, links en rechts duikt het op nertsen. Dan hebben we er ineens een probleem bij, want dan moet je behalve op de verspreiding van het virus onder mensen ook extra op de dierpopulaties letten.’

Is er nog een mogelijkheid dat we van het virus afkomen?

‘Het is volstrekt duidelijk dat we het coronavirus nooit meer kwijtraken. We hebben ons ertoe te verhouden.

‘Afgelopen zomer hebben de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) een boeiend rapport geschreven over onze toekomst met corona. Volgens hen krijgen we er in het gunstigste geval een griepachtig virus bij, waartegen je kwetsbare mensen zo nu en dan zult moeten inenten. En in het ongunstige geval krijg je een voortdurende strijd, waardoor we elk jaar opnieuw in de problemen komen met dat virus. Ook die mogelijkheid ligt gewoon op tafel.’

Is komend jaar het moment dat we onze samenleving daarop moeten gaan inrichten? Bijvoorbeeld carnaval in de zomer, zoals burgemeester van Breda Paul Depla laatst in de Volkskrant opperde.

‘Dat denk ik wel. Het lijkt er op dat we in de winter iets voorzichtiger moeten gaan doen met elkaar. In de week voor dat interview met Depla schreef ik ook een stuk over zulke scenario’s. Dat het in de winter standaard wordt dat je vaker thuiswerkt, dat je een zomerborrel geeft in plaats van een kerstborrel, en kinderen een langere kerstvakantie krijgen en een kortere zomervakantie.

‘Ik vind het ook wel leuk om daarover na te denken, het geeft perspectief. In de winter thuis netflixen, in de zomer naar de festivals. Misschien wordt dat onze uitweg.’

Meer over