In de touwen

Met je tanden een trap beklimmen. In de trapeze hangen en dan vallen - bijna. De Ashton Brothers waren internationaal op dreef met hun moderne variant van circustheater. En toen werd een van de vier ernstig ziek.

'Vanavond geen voorstelling. Hodgkin.' Dat was de letterlijke tekst die Friso van Vemde, een van de vier Ashton Brothers, in februari 2010 aan zijn kornuiten stuurde. Die avond zouden ze met hun programma Charlatans - a medicine show optreden in Roosendaal, maar dat ging niet door. Na een reeks van onderzoeken had Friso diezelfde ochtend te horen gekregen dat hij de ziekte van Hodgkin had. Lymfeklierkanker. Begonnen met een bult in zijn nek. Een blessure, dacht hij, vanwege de acrobatische toeren die ze voortdurend uithalen. Maar het was foute boel. Zeventig voorstellingen moesten worden afgelast, 50duizend mensen konden hun kaartjes terugbrengen. Friso ging met de moed der wanhoop de chemokuren in. De andere drie bleven verslagen achter. In Roosendaal zijn ze in hun hotelkamer gaan zitten en zijn vooral stil geweest.

Nu zijn ze weer terug. Na bijna anderhalf jaar onderbreking hebben ze deze zomer weer samengespeeld, in een tent op De Parade waar hun carrière ooit begon. Om weer aan elkaar te wennen, de acts en trucs van stal te halen, de lichamen fit te spelen, de roest eraf te werken. Drie keer per avond een show van een half uur, een compilatie van nummers uit vroegere voorstellingen. De komende maanden gaan ze met Charlatans opnieuw de theaters in om de tournee af te maken die vorig jaar zo abrupt werd stopgezet.

Friso: 'Na vier chemokuren ben ik genezen verklaard en lijkt de situatie onder controle. Ik moet nu leren leven met het idee dat de ziekte terug kan komen, maar op papier zien mijn kansen er goed uit. Als je midden in zo'n proces van ziek zijn en genezing zoeken zit, komt er ineens veel op je af. Je moet allerlei psychische barrières overwinnen. Je moet bijvoorbeeld het idee van je eigen onsterfelijkheid loslaten, het idee dat je gezondheid iets vanzelfsprekends is. En ik moest ook mijn plek in de groep loslaten.

'Je gaat helemaal terug naar af. Je kunt ook niet vooruitkijken, want je weet niet waarheen. Je leeft in een situatie waarin je de kalender omslaat en ziet dat die dag het grote niets begint. Op een of andere gekke manier was ik daar ook wel nieuwsgierig naar. Mijn grootste angst was dat ik mijn kinderen niet zou zien opgroeien. Die drie kerels zijn allemaal volwassen, die redden zich uiteindelijk wel, dacht ik.'

Pepijn Gunneweg (35), Pim Muda (33), Joost Spijkers (34) en Friso van Vemde (39). Ze kennen elkaar van de Kleinkunstacademie in Amsterdam waar ze besloten als kwartet samen door te gaan. Vier jongens die een moderne variant van het circustheater bedachten. Acrobaten, muzikanten, mimespelers, humoristen. In de trapeze hangen en dan vallen, bijna de grond raken, maar door de ander dan net op tijd gered worden. Op je tanden een ladder beklimmen en er dan, net als je boven bent, dramatisch vanaf roetsjen met een bloederige mond als resultaat. In volstrekte harmonie een a capella muziekstuk spelen met lege bierflesjes als instrument. Dat alles met technisch vernuft en fysieke discipline uitgevoerd.

Die combinatie van jongensachtige lef en gedegen vakmanschap leverde ze meteen een trouw en vast publiek op. Langzaam klommen ze dan ook op van een zweterig tentje op zomerfestivals naar kleine theaters, grotere schouwburgen en tenslotte Carré. Zes jaar geleden debuteerden ze op het prestigieuzeEdinburgh Festival, daarna volgden diverse optredens in het buitenland. Totdat het vorig jaar dus ineens mis ging.

Na de tournee die ze in de zomer van 2010 zouden gaan maken naar onder meer Barcelona en Frankrijk, zouden ze een jaar met verlof gaan. Een sabbatical. Om daarna met nieuwe kracht en inspiratie aan de tweede tien jaar te beginnen. Maar door Friso's ziekte kwam alles ineens op losse schroeven te staan. Hij kon niet mee naar het buitenland, daar was geen sprake van. Maar op zijn verzoek werd vrijwel onmiddellijk een vervanger gezocht, acteur Olaf Malmberg. Tijdens de repetities met de inval-Brother is hij regelmatig als patiënt langs geweest. Om tips te geven. Om er bij te zijn. Te ervaren dat het leven van een artiest altijd doorgaat, ook zonder hem.

Pepijn: 'Toen wij net van zijn ziekte hadden gehoord, had ik geen idee wat het voor ons zou gaan betekenen. Straks zitten we met een patiënt, hoe moeten we daar mee omgaan? Er flitsten allerlei scenario's door mijn hoofd. Is dit het einde van de Ashton Brothers? Moeten wij door zonder Friso? Of houdt het nu allemaal op? Maar eerst natuurlijk: wat een ellende, en wordt hij beter? Nu we na die onzekere tijd weer met elkaar bezig zijn, is er gek genoeg niet zo veel veranderd. In ons achterhoofd hebben we kennelijk allemaal het gevoel gehad dat het uiteindelijk toch weer goed zou komen.'

Friso: 'Toen ze met mijn vervanger in Barcelona waren, ben ik er naar toe gegaan. Ik heb ze een hart onder de riem willen steken door ze te verrassen met mijn bezoek en ze succes te wensen. Toen heb ik mijn rugzak omgegespt en ben op vakantie gegaan'.

Pim: 'Als Ashton Brothers zijn we tien jaar alleen maar omhoog gegaan, maar vorig jaar hebben we dus een enorme smak naar beneden gemaakt. Dat is heel vervelend en rot, maar ook heilzaam. Het geeft ons namelijk ook weer lucht en ruimte voor de komende tien jaar; uit deze ervaring kunnen we nieuwe kracht putten. Als we volgende week de tournee hernemen, voelt dat als een ware triomftocht.'

Toen Friso van Vemde genezen werd verklaard, stuurde hij opnieuw een smsje: 'Ben schoon.'

Pepijn: 'Ja, Friso is echt een man van de epische zinnen.'

Zijn de Ashton Brothers intussen niet te groot voor Nederland? Of: is Nederland niet te klein voor deze eigenzinnige en populaire vorm van entertainment die bovendien grenzeloos (want tekstloos) is? Die vraag wordt regelmatig gesteld. Maar in hun geval heeft het, na het debuut op het Fringe Festival in Edinburgh, al met al toch nog een paar jaar geduurd voordat de buitenlandse aanbiedingen een beetje binnenkwamen. In Parijs organiseerden ze een showcase voor programmeurs en theaterdirecteuren, en van daaruit is uiteindelijk een kleine buzz ontstaan.

Friso: 'We hebben in Arosa gestaan, in de Zwitserse Alpen, in een grote circustent. En later in Toronto en Boedapest, dat is toch wel uit Edinburgh voortgekomen. Als je daar met redelijk succes hebt gespeeld, bewijs je dat je buitenland-fähig bent. Je bent dan ineens van een Nederlandse groep naar een internationaal gezelschap gepromoveerd'.

Pim: 'Voor het buitenland heb je een lange adem nodig, pas jaren later zijn we substantieel gaan toeren. We hebben in Parijs gestaan, en in Cannes, in een soort hoteltheater aan zee. We hebben ook opgetreden in een Frans provinciestadje, waar we na afloop wel twintig keer met de burgemeester en zijn familie op de foto moesten.'

Pepijn: 'We zijn ook in Londen wezen kijken. Maar het is moeilijk om daar een theater te vinden dat niet alleen beschikbaar is, maar ook een trapeze-installatie van 5 meter hoog kwijt kan en een geavanceerde trekkenwand heeft. Ze wilden ons wel hebben in een theater dat gevestigd was in een oude schuilkelder! Tja, dan moet je zoveel concessies doen aan de show dat er haast niks van overblijft. Daarnaast moet je heel veel geld mee brengen voor je marketing en publiciteit en concurreer je ook nog eens met The Lion King en Mary Poppins.'

Hoe leuk en inspirerend het internationale avontuur ook is, de Ashton Brothers beseffen maar al te goed dat Nederland hun thuishaven is en het publiek hier de basis. Ze voelen zich wat dat betreft nergens te beroerd voor, reizen van Leeuwarden naar Maastricht, en speelden zich deze zomer dus in het zweet op De Parade.

Pim: 'Deze situatie is ook bijzonder voor ons. We hebben een jaar stil gelegen en dit is dan een heerlijke plek omdat je drie keer per avond speelt, weer aan elkaar kunt wennen, en het juiste gevoel terug voelt komen.'

Joost: 'Het is hier hard werken in een broeierige sfeer, en dat is wat wij circus noemen. Daar leren we iedere keer van, en dat nemen we straks dan weer mee op tournee.'

Pim: 'Het leuke van De Parade is dat je dicht op het publiek speelt. We moeten de mensen hier letterlijk naar binnen praten en voor ons is dat ideaal. Want dat is circus: één op één in zo'n zweterig tentje staan.'

Friso: 'We hebben het weliswaar goed voor onze kiezen gekregen, maar zijn veerkrachtig. Eigenlijk zijn wij ook wel zondagskinderen.'

Pepijn: 'Maar gelukkig zit er nog steeds groei in, we varen niet op routine. We zijn ook nooit een hype geworden, we hebben op eigen kracht het publiek naar ons toe gehaald en aan ons gebonden.'

Vier mannen tussen de 33 en 38 jaar. Alle vier getrouwd of vaste relatie, alle vier woonachtig in Noord-Holland en intussen samen alweer zeven keer vader. Met z'n vieren zijn ze mede-eigenaren van de firma, krijgen een managementvergoeding als directeur en grootaandeelhouder. Collega's, voor en achter de schermen. Vroeger, toen ze nog jong en ongebonden waren en met elkaar iets geweldigs wilden bereiken, zagen ze elkaar dag en nacht. Nu minder; ze zien zichzelf intussen meer als broers dan als vrienden.

Friso: 'Met je familie kun je een band hebben, en dan maakt het niet uit of je die even hebt verwaarloosd, want je kunt elkaar altijd weer vinden.'

Joost: 'Het heeft te maken met een soort van onvoorwaardelijkheid. Broederliefde is onvoorwaardelijker dan vriendschap. Wij hebben bij wijze van spreken nooit voor elkaar gekozen. Wij wáren er gewoon op zekere dag.'

Friso: 'En mooier dan met z'n vieren wordt het niet'.

Pepijn: 'Vergelijk dat eens met een cabaretier die alleen langs de theaters reist. Met z'n vieren is het gewoon veel leuker dan in je eentje.'

Pim: 'Wij kunnen pingpongen met z'n vieren.'

Pepijn: 'Wij kunnen met z'n vieren dingen doen, waar je in je eentje alleen maar van kunt dromen.'

Het ouder worden eist niettemin zijn tol, net als bij voetballers en balletdansers. Zeker in het puur fysieke theater waarin zij zijn gespecialiseerd. Sommige acts doen ze niet meer, of anders. Zo zijn de trapezenummers een beetje naar de achtergrond verdwenen. En ze zorgen beter voor zichzelf: beter eten, een eigen fysiotherapeut, auto met chauffeur die ze naar de theaters rijdt. Los van elkaar doen ze ook allerlei andere dingen: gastrollen spelen, tv-werk, regisseren, dat gaat in onderling overleg.

Friso: 'En ik schnabbel af en toe wat bij in de medische sector.'

Na de herneming van Charlatans zijn de Ashton Brothers later dit seizoen te zien in de voorstelling Vertellingen van 1001 Nacht van Het Zuidelijk Toneel, samen met collega-entertainer Marc-Marie Huijbregts.

Pim: 'We hebben eerst getwijfeld, maar Matthijs Rümke van het Zuidelijk Toneel had een goede reden waarom hij ons wilde. Wij gaan bij de verhalen en sprookjes grote beelden maken. En Marc-Marie is Sheherazade.'

Joost: 'In deze voorstelling zullen we ook personages gaan spelen, iets dat we normaal bijna nooit doen.'

Pepijn: 'We zijn in ieder geval vier eunuchen.'

Friso: 'Gecastreerde types, dat zijn we eigenlijk.'

Charlatans, a medicine show is vanaf 31 augustus te zien door het hele land.

Vertellingen van 1001 Nacht

gaat in februari 2012 in première. hetzuidelijktoneel.nl

undefined

Meer over