Reportage

In de ‘naziwijk’ van Eisenach bouwt een nieuwe generatie neonazi’s een model voor de toekomst

Het oost-Duitse Eisenach is het middelpunt van het grootste politieonderzoek naar extreemrechts in de recente Duitse geschiedenis. Neonazi’s voeren er een gewelddadige strijd tegen ‘alles wat links is’, en hopen die strijd uit te breiden naar andere Duitse plaatsen. Betekent de arrestatie van vier van hen een keerpunt in de Duitse aanpak van rechts-extremisten?

Remco Andersen
Een man loopt met zijn hond door het centrum van Eisenach. Beeld Joris van Gennip
Een man loopt met zijn hond door het centrum van Eisenach.Beeld Joris van Gennip

Toen ruim honderd politiemensen vorige week woensdagochtend vroeg meerdere panden in Eisenach binnenvielen, waren niet alleen de neonazi’s die daar woonden stomverbaasd. Ook hun lokale tegenstanders hadden dit nooit durven dromen. Al jaren luiden zij de alarmbellen. In Eisenach groeit een nieuwe generatie neonazi’s op, zeggen zij. Jong, digitaal vaardig, internationaal georiënteerd. En net zo gewelddadig als hun oudere leermeesters.

‘Maar niemand luisterde’, zegt Philipp (31), activist bij de Bündnis gegen Rechtsextremismus Eisenach, een brede organisatie uit het lokale maatschappelijk middenveld. Ondertussen smeedde de nieuwe neonazi-groep stevige banden met extreemrechtse netwerken elders in Duitsland, en legde contact met een terreurbeweging in de VS. Lokaal rekruteerde de groep vatbare jongeren, indoctrineerde hen met de nationaalsocialistische ideologie, en trainde hen in mixed martial arts tot een fascistische knokploeg om politieke tegenstanders van de straat te slaan.

‘In Eisenach hebben neonazi’s de afgelopen jaren geprobeerd een model voor de toekomst te bouwen: een online organisatie ten behoeve van offline straatgeweld’, zegt Philipp. ‘Bij succes hopen ze dat model naar andere plaatsen in Duitsland te exporteren.’

Bach, Tolstoj en neonazi’s

Eisenach is een stadje met 42 duizend inwoners omringd door bossen in de oostelijke deelstaat Thüringen, hartje Duitsland. Vanaf een heuvel buiten de stad torent de middeleeuwse Wartburg uit boven een centrum rijk aan Fachwerkhäuser, de klassieke Duitse huizen gebouwd op een constructie van houten balken. Bach werd er geboren, Luther zou er naar school zijn gegaan, Tolstoj logeerde er ooit. Wie op een zonnige woensdagmiddag door het centrum loopt, passeert clubjes toeristen met rugzakken en inwoners op de mountainbike, compleet met helm en glimlach.

En zo nu en dan een duidelijk herkenbare neonazi. Soms is het een potige dertiger of veertiger met opgeschoren haar en een tatoeage van een runenteken op de onderarm, soms een iele tiener of twintiger van top tot teen in het zwart, op zijn shirt een opdruk in gotisch schrift of een embleem in rood, wit en zwart, de kleuren van de nazivlag. Ze horen erbij, zoals in veel oost-Duitse plaatsen, al sinds de jaren negentig. Maar in Eisenach zijn ze bijzonder goed vertegenwoordigd: het hoofdkwartier van de min of meer openlijk neonazistische Nationaldemokratische Partei Deutschlands (NPD) voor de deelstaat Thüringen staat hier. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2019 kreeg de NPD tien procent van de stemmen, meer dan in enige andere stad van dit formaat.

De invallen in Eisenach waren onderdeel van de grootste gecoördineerde politieactie tegen extreemrechts in de recente Duitse geschiedenis. Meer dan duizend politieagenten vielen gelijktijdig 61 adressen binnen in elf van de zestien deelstaten. Ruim tweehonderd zwaarbewapende politiecommando’s namen deel. In Eisenach reden zelfs op hoge snelheid de zwarte BMW’s rond van GSG9, de federale elite-eenheid die alleen voor de zwaarste antiterreuroperaties wordt ingezet.

Enkele van de verdenkingen: lidmaatschap van een terroristische organisatie, lidmaatschap van een criminele organisatie, lidmaatschap van een verboden organisatie, zwaar geweld tegen personen over een langere periode. De politie heeft vijftig verdachten op het oog. De actie volgde op 2,5 jaar heimelijk onderzoek door de Bundeskriminalamt, de federale politie, na informatie van de binnenlandse veiligheidsdienst. Maar alleen in Eisenach vielen arrestaties. Vier personen: Maximilian A., Bastian A., Eric K. en Leon R.

En die laatste, daar draait het om.

Uitschuifbare wapenstok

Leon R., vermoedelijk 25 of 26 jaar oud, is volgens het Duitse openbaar ministerie de oprichter en leider van de neonazistische mixed martial arts-groep die het centrum van Eisenach terroriseerde. Hij noemde zijn club Knockout 51, naar de vijfde en de eerste letter uit het alfabet, EA, waarmee de kentekens uit Eisenach beginnen. Het Duitse Openbaar Ministerie omschrijft de organisatie als ‘een extreemrechtse vechtsportgroep die jonge, nationalistisch georiënteerde mannen aantrekt aan onder het mom van gezamenlijke lichamelijke training, ze doelbewust indoctrineert met extreemrechtse ideeën en ze traint voor straatgevechten.’

De groep bestaat volgens onderzoekers uit ongeveer twintig mannen, met als kern de vier arrestanten. In Eisenach voerden zij strijd tegen alles wat zij zien als links. ‘De groep liep ‘wijkpatrouilles’ door het gebied, en als zelfbenoemde handhavers begingen de verdachten meervoudige geweldsdelicten,’ aldus Justitie. Doel: het oprichten van een ‘naziwijk’ waarin zijzelf heer en meester waren. Alleen al het afgelopen jaar hebben de leden van de bende meerdere mensen ‘zwaar verwond’.

Maar het geweld is al veel langer aan de gang, zeggen Philipp en andere lokale tegenstanders van de extreemrechts. Hij kan het weten – daarom wil hij niet met zijn achternaam in de krant.

Het viel hem al op dat er nieuwe nazistickers hingen aan de regenpijpen langs de weg naar zijn huis, toen hij die vrijdagnacht in oktober 2017 thuiskwam na een biertje in de kroeg. Het was de sticker die destijds overal verscheen: ‘Tegen staat en kapitaal, ons gevecht is nationaal.’ Die waren er een paar uur eerder nog niet – kennelijk waren ze opnieuw bezig hun ‘naziwijk’ te markeren. Toen Philipp bij zijn huis aankwam, zag hij twee in het zwart geklede mannen wegrennen. Hij staat zijn mannetje, is niet bang aangelegd. Hij rookte zijn sigaret op bij de voordeur, keek om zich heen. Maar toch zag hij ze niet aankomen.

Beide klappen kwamen van achteren met een uitschuifbare wapenstok, een knuppel van gehard staal die ook ME’ers gebruiken. De eerste landde op zijn rug en liet een diepe kneuzing achter. De tweede landde op zijn achterhoofd. Vijf jaar later toont hij het litteken aan de basis van zijn schedel: potentieel dodelijk. ‘Nog steeds, trouwens. Ik heb geen idee of daar iets kapotgegaan is dat later nog eens loskomt.’

Nieuwe methoden, oude ideeën

Dit soort gerichte aanvallen op politieke tegenstanders vond de afgelopen jaren met regelmaat plaats, naast de ‘patrouilles’ die leden van Knockout 51 door het centrum van Eisenach deden. Het geweld is onderdeel van een doordachte strategie, zegt Tobias (27), eveneens vrijwilliger bij de lokale Bündnis gegen Rechtsextremismus. Andere tactieken: intimiderend aanwezig zijn bij activiteiten van politieke tegenstanders, zoals demonstraties of voorlichtingsavonden. Vernielingen, bijvoorbeeld van ruiten (iets dat overigens de andere kant op ook volop gebeurt, de kroeg waarvan Leon R. eigenaar is werd in 2021 doelwit van een explosief).

En graffiti, posters en stickers. Op het ‘hoogtepunt’ van activiteiten van de groep, in 2017, was op bijna zeventig muren in Eisenach te lezen dat de bezoeker een ‘NS Zone betrad’, kort voor nationaalsocialistisch. Bij de spoorweg stond de boodschap acht meter breed op de zijkant van bouwval: ‘NAZI KIEZ’, oftewel naziwijk. Voor de deur van het lokale partijbureau troffen leden van Die Linke ooit het silhouet van een lijk aan, in witte lijnen getekend op de grond.

‘Ze probeerden hier een angstcultuur te creëren’, zegt Philipp. ‘En daar hebben ze goed over nagedacht.’

Graffiti in Eisenach. Beeld Joris van Gennip
Graffiti in Eisenach.Beeld Joris van Gennip

R. toonde zich daarbij een moderne extremist, niet heel anders dan de jongste generatie islamitische terroristen. Hij spreekt goed Engels, is online actief en digitaal vaardig, onder meer bekwaam met grafische software zoals digitale beeldbewerking. Die vaardigheden zet hij in om lokale jongeren te rekruteren en contact te leggen met neonazi’s elders in Duitsland. Ook zocht hij volgens Justitie contact met de Amerikaanse openlijk nationaalsocialistische en antisemitische Atomwaffen Division. Deze terroristische organisatie wordt in de VS verantwoordelijk wordt gehouden voor zeker vijf moorden.

R.’s online en offline activiteiten komen netjes samen in een video op zijn vroegere Instagrampagina, bewaard door onderzoekers, waarop hij een boksbal met vuisten en knieën te lijf gaat; een video die niet zou misstaan in een professionele reclamecampagne. Vlak voordat zijn rechterknie tegen de zwarte zak aanstoot, vertraagt het beeld heel even, zodat het stof dat opspringt extra snel door het beeld vliegt als de video weer verdergaat. ‘Knockout 51. Pijn is tijdelijk. Maar eer is voor altijd.’

Wat de angstcultuur die tegenstanders van extreemrechts omschrijven precies inhoudt, is moeilijk in woorden te vatten. Maar als Tobias en Kathrin, twee linkse activisten die een rondleiding door Eisenach verzorgen, een witte Audi zien stilstaan bij het stoplicht nabij de beruchte bar Bull’s Eye doen hun gezichtsuitdrukkingen het voor hen. ‘Bij elke witte Audi denken we aan R.’, grapt Tobias nog, terwijl de auto begint te rijden en het kenteken leesbaar wordt. En dan: ‘Verdomd, het is hem.’

Op zijn wangen verschijnt een rode gloed, net als op die van Kathrin. Het spreektempo gaat bij beiden omhoog, terwijl zij zegt: ‘Je maakt een grapje, toch?’ De auto komt dichterbij, achter het stuur zit een vrouw, op de achterbank een peuter: R.’s vriendin en kind, in zijn auto. Tobias lacht. Hij is niet báng, zegt hij. Het was meer de schok. Zou R. alweer vrij zijn? Tobias: ‘Ik wilde gewoon heel graag weten wie er achter dat stuur zat.’ Het lachen gaat minutenlang door, de lach van opluchting. Totdat ze aankomen bij Bull’s Eye, de beruchte bar van R. – de plek waar zijn vriendin net vandaan moet zijn gekomen.

Eigen panden, eigen infrastructuur

Een van de redenen dat neonazi's in Eisenach zo sterk zijn, is wat onderzoekers ‘een eigen infrastructuur’ noemen. Cruciaal daarbij is het Flieder Volkshaus, een lila pand aan de hoofdstraat van Eisenach dat een lid van de extreemrechtse partij NPD in 2014 aankocht. Sindsdien doet het dienst als formeel hoofdkwartier van de NPD in de deelstaat Thüringen. Maar achter gesloten deuren vinden ook andere activiteiten plaats.

Vorige maand meldden Duitse media dat in januari in het Flieder Volkshaus een geheime bijeenkomst plaatsvond van Combat 18, een gewelddadige pan-Europese neonazi-groep. De cijfers in de naam verwijzen naar de eerste en de achtste letter van het alfabet, de initialen van Adolf Hitler. De groep is in Duitsland verboden. Op uitgelekte foto’s is te zien hoe de beruchte Eisenacher neonazi Bastian A. de Hitlergroet brengt, een nazivlag op de achtergrond. Een jaar eerder kwam deze man in het Duitse nieuws omdat hij een schiettraining in Tsjechië had gevolgd. A. is een van de vier leden van Knockout 51 die vorige week werden opgepakt.

‘Dat huis stelt neonazi’s in Eisenach in staat om een constante stabiele infrastructuur te onderhouden, zowel qua personeel als organisatie‘, zegt Axel Salheiser, onderzoekscoördinator bij het Institut für Demokratie und Zivilgesellschaft (IDZ) in de Thüringse stad Jena, en auteur van een lijvig onderzoeksrapport over rechts-extremisme in Eisenach. ‘Het is een plek waar neonazi-groepen uit heel Duitsland samenkomen en evenementen organiseren zonder dat de staat daarover controle kan uitoefenen, anders dan op een commerciële of publieke locatie. In het Flieder Volkshaus vinden extreemrechtse concerten plaats, lezingen, gevechtstrainingen.’

Nu is Eisenach niet de enige plek waar neonazi’s huizen hebben. Sterker nog: vanuit extreemrechtse kringen in Duitsland loopt al jaren een formele campagne om gelijkgezinden uit het hele land zover te krijgen dat ze huizen en land in het oosten kopen, zodat ze daar de krachten kunnen bundelen, compleet met eigen website: zusammenrücken in Mitteldeutschland. Maar in Eisenach staat het NPD-huis in een omgeving waar men het wel heel welgezind is, zegt Salheiser. ‘Neonazi’s profiteren hier van de aanwezigheid van een groot aantal gelijkgezinden, politieke dekking en een stabiele infrastructuur van waaruit ze zich kunnen organiseren.’

Als de Volkskrant aanbelt bij het Flieder Volkshaus, wordt er niet opengedaan. Pogingen om per telefoon en e-mail contact te leggen met de eigenaar van het pand, de Eisenacher NPD, blijven onbeantwoord.

‘Deutsches Schutzgebiet’

R. is eigenaar van Bull’s Eye, een kroeg die hij enkele jaren geleden overnam van een andere bekende figuur uit de rechts-extremistische scene. Het is een bekende hang-out voor rechts-extremisten, en een van de locaties waar de politie vorige week binnenviel. De bar is ook herhaaldelijk doelwit geweest van linkse activisten; op de gebarsten ruiten zit nog altijd het folie dat ze bijeenhoudt sinds iemand in januari 2021 een explosief naar binnen gooide. De politie ging daarbij uit van een ‘politieke achtergrond’. Niemand raakte gewond.

Tegen zes uur in de middag hangt binnen een zware sigarettengeur. Het geklingel van een gokautomaat klinkt tussen de grijsblauwe muren en de vergeelde gordijnen. Twee mannen in overall drinken halve liters Hasseröder pils onder een bord dat ‘Deutsches Schutzgebiet’ verkondigt, een rechts-extremistisch symbool. Een vrouw met roodgeverfd haar, ergens rond de vijftig, meldt met een glimlach dat ze alcoholvrij bier noch cola light schenken. ‘Wij drinken hier bier.’

Het blijkt de moeder van R., die boven de bar woont. Even later rookt ze een sigaret aan de toog. De bovenkant daarvan is versierd met stickers: ‘Defend Eisenach’, met de afbeelding van een kalasjnikov. ‘Schütz deine Deutsche Heimat.’ En: ‘NS Zone. No Tolerance.’ Vragen van de pers worden niet beantwoord, zegt de vrouw. Een twintiger aan de bar: ‘Wij hebben slechte ervaringen met de pers’. R.’s moeder: ‘Niemand gaat hier met jullie praten. En al helemaal niet zolang de chef er niet is.’

Die chef, knikt ze desgevraagd, is haar zoon R. Hoelang die afwezig blijft, is de vraag. Op dit moment zit hij vermoedelijk vast in Karlsruhe, zetel van de federale aanklager, net als de andere drie arrestanten. ‘Wij horen ook niet hoe het met hem gaat’, zegt de twintiger aan de bar.

‘Defend Eisenach’-stickers hangen overal in de stad.  Beeld Joris van Gennip
‘Defend Eisenach’-stickers hangen overal in de stad.Beeld Joris van Gennip

R. wordt verdacht van vier misdrijven, meldt Justitie. Zware mishandeling, openbare geweldpleging, het leiden van een criminele organisatie (Knockout 51), en lidmaatschap van een terroristische organisatie (Atomwaffen Division). Voor de laatste twee misdrijven kan hij respectievelijk maximaal vijf en tien jaar cel krijgen.

In 2019 kreeg een trouwe metgezel van R., Kevin N., eveneens architect van de campagne om een naziwijk te formeren en volgens de linkse activist Philipp één van de mannen die hem aangevallen hebben, drie jaar voorwaardelijke celstraf onder het jeugdrecht. De rechter achtte een politiek motief niet bewezen inzake zijn aandeel in de graffiti-campagne van Knockout 51 met nationaalsocialistische symbolen.

De rechtszaak tegen R. en zijn medeverdachten zou weleens een testcase kunnen worden van de hernieuwde Duitse vastbeslotenheid korte metten te maken met extreemrechts.

Onderschatting

Het is misschien moeilijk voor te stellen in Duitsland in 2022, maar de autoriteiten kampen nog altijd met hardnekkige onwil of onkunde in de eigen gelederen als het gaat om de aanpak van extreemrechts. Over het falen van de autoriteiten in het onderkennen van de Nationaalsocialistische Ondergrondse, de driekoppige NSU die tussen 2000 en 2007 zeker tien mensen vermoordde, zijn boeken geschreven. Verschillende politiechefs traden af, de rol van binnenlandse veiligheidsdiensten is tot op de dag van vandaag niet opgehelderd.

Ook in recenter jaren blijkt steeds weer dat extreemrechts op sympathie kan rekenen bij individuele politiemensen, bij legeronderdelen en zelfs in de veiligheidsdiensten. In 2021 werd de gehele Frankfurtse Spezialeinsatzkommando, vergelijkbaar met de Nederlandse Dienst Speciale Interventies, opgedoekt wegens wijdverbreide rechts-extremistische sympathieën. In 2021 gebeurde hetzelfde met een compagnie van de KSK, de commandotroepen van het leger. In 2018 trad nota bene de chef van de binnenlandse veiligheidsdienst af nadat publiekelijk twijfelde aan beelden waarop rechts-extremisten migranten najaagden door de straten van Chemnitz in de oostelijke deelstaat Saksen.

De afgelopen jaren lijkt er iets te veranderen. De moord op Walter Lübcke, een plattelandspoliticus van het CDU die zich hardmaakte voor een ruimhartige opvang van vluchtelingen, schokte de maatschappij. Een veroordeelde neonazi schoot hem van dichtbij dood, in de tuin voor zijn huis. Een jaar later schoot een rechts-extremist in de west-Duitse stad Hanau elf willekeurige mensen dood, overwegend met een Turkse of Koerdische achtergrond.

Vorige maand lanceerde het ministerie van Binnenlandse Zaken een breed actieplan onder de naam ‘Rechts-extremisme bestrijden: met preventie en hardheid.’ De overheid belooft daarin een brede samenwerking tussen overheidsdiensten om enerzijds rechts-extremisme keihard aan te pakken waar het gevonden wordt, en anderzijds democratische structuren en bewustzijn te versterken waar het nodig is.

Of daarmee een keerpunt in de Duitse aanpak van extreemrechts voor de deur staat, is afwachten.