In de boerderijen huizen nu vleermuizen

De boeren zijn definitief vertrokken, vogels foerageren er in nieuwe kreken. Het eiland Tiengemeten is teruggegeven aan de natuur. Er heerst stilte, met een vleugje weemoed....

Door Caspar Janssen

Daar staan we dan, midden in een concept. Achter ons vaart het veerpontje terug naar het vasteland van de Hoeksche Waard, voor ons verspreiden zich enkele tientallen bezoekers die deze vrijdagmiddag nog het eiland op willen; per fiets, vervoerd per golfkarretje of wandelend, al of niet met telescoop om vogels te spotten. Ze gaan naar Weelde (midden), naar Weemoed (oost) of naar Wildernis (west en zuid), want dat zijn de drie door eigenaar en beheerder Natuurmonumenten afgebakende sferen op het eiland.

Dit is dus Tiengemeten, natuureiland, sinds drie jaar. En recreatie-eiland, niet te vergeten. En voorheen landbouweiland. Maar dat was niet meer de bedoeling.

Ooit was Tiengemeten ontstaan door aangeslibd land in het Haringvliet. In 1800 deels ingepolderd. En daarna dus twee eeuwen lang in gebruik door boeren.

Maar in de tweede helft van de vorige eeuw object voor plannenmakers, op zoek naar ruimte. Voor dit enig overgebleven eiland in Zuid-Holland, 1.000 hectaren groot, waarvan 300 hectaren buitendijks, werden achtereenvolgens bedacht: woonkernen, een containerluchthaven, een kerncentrale, een tweede nationale luchthaven, een depot voor baggerslib, een bungalowpark, een windmolenpark. Alle plannen bleken onhaalbaar of, in tweede instantie, onwenselijk.

Totdat het eiland begin jaren negentig ging behoren tot de ecologische hoofdstructuur, de groene ruggengraat van Nederland. Als deel van de verbinding tussen de Biesbosch en de Voordelta, twee grote, belangrijke natuur- en getijdengebieden.

In 1996 werd Vereniging Natuurmonumenten eigenaar. In 2005 vertrok de laatste boer, ‘zogenaamd vrijwillig’, zoals hij zelf zei.

Toen begonnen de werkzaamheden die het eiland weer tot ongerepte natuur moesten maken, met ‘recreatief medegebruik.’ Twee jaar lang grondverzet. 12 kilometer asfaltweg werd opgebroken, 23 gebouwen en gebouwtjes werden gesloopt. Bomen werden gekapt, andere struiken en bomen weer geplant. Graafmachines verplaatsten 700 duizend kuub grond; zo ontstond een nieuwe kade. De bodem in het centrum en het zuiden van het eiland werd tientallen centimeters afgegraven, in het westelijk deel werden kreken gemaakt.

Precies drie jaar geleden was het werk klaar, eind 2007 werd de dijk aan de zuidkant doorgestoken. Vanaf dat moment stroomde er Haringvlietwater door de kreken. Nu was het eiland (in 1953 vielen hier nog slachtoffers tijdens de watersnoodramp) klaar voor de natuur. De eerste ree was er overigens al; die kwam in februari 2007 vanaf de overkant de haven van het vernieuwde Tiengemeten binnen zwemmen. Althans, dat schreef Ton van der Graaf, radioprogrammamaker bij de VPRO en een van de op de vingers van twee handen te tellen overgebleven vaste bewoners van het eiland in het boekje Over het Vuile Gat; naar Tiengemeten.

Het project Tiengemeten – alleen de werkzaamheden kostten al meer dan 8 miljoen euro – werd vorig jaar prompt opgenomen in de canon van de ruimtelijke ordening, als grootste, aaneengesloten natuurontwikkelingsproject van het land.

Omstreden
Dat maakt het project niet minder omstreden. Nog een paar weken geleden, tijdens de opening van het landbouwmuseum op het eiland, liet een van de verplaatste boeren zich ontvallen: ‘Mooi museum, maar het eiland is verpest.’

Een opmerking in de geest van de twee documentaires die Digna Sinke maakte over de transformatie van boerenland tot natuur op het kleine eiland. Documentaires met een sterk aanwezig sentiment: weemoed. En met de boodschap, tussen de regels door: waarom moesten de zes boeren op het eiland en het landschap dat in eeuwen tijd geleidelijk aan was ontstaan, eigenlijk wijken voor bulldozers die nepnatuur gingen maken?

Een goede vraag. Het antwoord is cynisch: over tien jaar weet niemand meer dat het er hier ooit anders uitzag. Sterker: de bulldozers waren het eiland nog niet af of de eerste zeldzame vogels vestigden zich er. Toen leek het al echte natuur. Zij het in een tamelijk kaal landschap. Er kwamen direct steltlopertjes af op het droogvallende slik. Pijlstaarten, wintertalingen en zomertalingen vestigden zich. De totale Nederlandse populaties werden er flink door opgekrikt.

Visarend
Tientallen andere bijzondere en minder bijzondere soorten hebben zich inmiddels laten zien, om te foerageren, of om zich te vestigen. De visarend is gesignaleerd en ook een zeearend heeft zich geïnteresseerd getoond, door meermalen nadrukkelijk boven het eiland te cirkelen. Dezer dagen is ook de steltkluut weer gezien, voor het derde achtereenvolgende jaar. En de geoorde fuut is ook gesignaleerd, zo blijkt uit het waarnemingenboek in het informatiecentrum van Natuurmonumenten.

En niet alleen de steltlopertjes kwamen, maar ook de bezoekers; dagjesmensen, wandelaars en natuurliefhebbers die naar steltlopertjes kwamen kijken. Waren er vroeger dagen dat er misschien vijf of tien mensen van en naar het eilandje gingen met de pont, nu zijn het er op drukke dagen meer dan 1.000.

Vorig jaar kwamen er 40 duizend bezoekers en dat aantal kan, meent Natuurmonumenten, nog groeien tot 70 duizend.

Kreken
Vanaf het terras van de voormalige Sluiswachterswoning – nu een vakantiehuis – kijken we deze vrijdagavond uit op kreken, moeras en opkomend struweel. Ik zie knobbelzwanen, lepelaars en kleine en grote zilverreigers vanuit mijn stoel. En spelende haasjes. En grazende Schotse hooglanders, met pas geboren kalfjes. Op de paaltjes van de omheining van de tuin hipt een gele kwikstaart.

Verder is er in de verste verte geen bebouwing te bekennen. Ja, toch, een paar boerderijen zijn niet afgebroken, maar mogen verkrotten van Natuurmonumenten. Deel van het concept; in de ruïnes huizen nu vleermuizen.

Stil
Het is bovenal indrukwekkend stil op Tiengemeten. Op het gekwaak van eenden en het zoeven van vliegende ganzen na. En, bijzonder: een zwerm bontbekplevieren vliegt over. Verder: stilte, rust. Op twintig minuten rijden van Rotterdam.

Natuur is maakbaar, dat blijkt wel weer. Of, zo zeggen de natuurmakers het liever: de vroegere deltanatuur komt gewoon weer terug als de dynamiek van het water weer zijn werk kan doen. ‘Dit soort dynamische natuur heb je bijna nergens meer,’ zegt Henk Maijer, de Natuurmonumentenbeheerder die al vanaf het begin bij het plan betrokken was. Maijer hoopt dat de sluizen van het Haringvliet uiteindelijk echt opengaan, zoals al heel lang is gepland. ‘Nu is de kier minimaal. Het echt open zetten van de sluizen wordt iedere keer weer uitgesteld.’

Tekentafel
Op Tiengemeten is werkelijk over alles nagedacht. Een tekentafelproject, perfect geschikt voor de canon van de ruimtelijke ordening van Nederland. En nogal wat vooronderstellingen blijken te kloppen. Bijvoorbeeld dat het overgrote deel van de bezoekers op het midden van het eiland blijft, in de Weelde-sfeer, het minst kwetsbare gedeelte met het informatiepunt, het uitzichtspunt Vliedberg en het Rien Poortvlietmuseum en het Landbouwmuseum, beide gevestigd in voormalige boerderijen.

Slechts 15 procent (precies zoals Henk Maijer had voorspeld) van de bezoekers gaat naar ‘Wildernis’, het grootste en ruigste gedeelte van het eiland, dat ook niet wordt omsloten door een binnendijk. In vakjargon: de donkergroene natuur.

Alles grijpt in elkaar op Tiengemeten. ‘Wat Rien Poortvliet schildert, zie je hier in het echt’, zegt Jan van Eijk, bestuurslid van het Landbouwmuseum dat net vorige maand werd geopend door Cees Veerman, voorzitter van de Vereniging Natuurmonumenten en zelf herenboer in de Hoeksche Waard. Veerman opende het museum door binnen te rijden met een oude dorsmachine die hij zelf had geschonken. Het landbouwmuseum heeft zich gespecialiseerd in de landbouw van tussen 1920 en 1955, het tijdperk van de mechanisatie. Op het oostpuntje van het eiland, op Weemoed, gaat de landbouw van nog vroeger floreren. Precies in het gebiedje dat in 1750 als eerste werd bedijkt ploegen nu werkpaarden en bloeien straks korenboemen en klaprozen tussen het graan en de fruitbomen. En het werk wordt dan weer deels gedaan door 26 mensen die op zorgboerderij Bavo wonen, mensen met ‘niet aangeboren hersenletsel’ of met ‘een langdurig psychiatrisch probleem’. Ze maaien zelfs de tuinen van de vakantiewoningen op het eiland.

Op het eiland is verder een herberg en een kleine camping. En in een paar rijtjeshuizen wonen de vaste bewoners. Daar in de buurt is nog een natuurspeelplaats gepland.

Vandaag, op de zaterdag na de dag van aankomst, is er van alles georganiseerd op het eiland. Her en der over het eiland verspreid worden schapen geschoren, paardenhoeven beslagen, muskusrattenvellen getoond. Kinderen mogen op een vliegend tapijt dat wordt voortgetrokken door paarden.

Een gezellige drukte. Maar even verderop zingt de veldleeuwerik en hipt de roodborsttapuit over rotsblokjes in het riet. Het bestaat allemaal mooi naast elkaar, het is het wonder van de ruimtelijke ordening, zelfs de vogeltjes doen netjes mee aan het concept.

We lopen de langste wandelroute en nog wat meer, rond de 15 kilometer, over ongeveer tweederde van het eiland. In het hele weekend zien we zo’n beetje alle bezienswaardigheden. Op zaterdagavond eten we in de herberg. De volgende ochtend lopen de eerste wandelaars alweer voor het Sluiswachtershuisje langs; een groep vogelaars met bijna niet te tillen telescopen. Ze gaan ermee de ‘wildernis’ in.

Pasgeboren
Dat doen we zelf later op de dag ook nog eens. In het avondlicht gaat het eerst nog gewoon over de dijk, maar dan is er een paadje door het riet richting de uiterste westpunt. Met af en toe een obstakel, in de vorm van een Schotse hooglander en pasgeboren kalfjes die zich achter moeder verbergen. Andere kalfjes rennen, met onregelmatige sprongetjes, weg. We horen de fitis en de rietgors, we zien een blauwborstje en bereiken de rand van het eiland, waar het water kabbelt en zich natuurlijke strandjes vormen. Elzenbomen beginnen hier op te slaan.

Even verderop is een soort terp, een rietheuvel. Daar staat een bankje. En een fruitboom, volop in bloesem. Het lijkt alsof hier vroeger een schuur heeft gestaan. Er hangt nu een rode gloed over het water, over het riet, over het hele eiland en hier in deze uithoek, over de eenzame fruitboom op het terpje. In deze stilte in de ‘Wildernis’ denk je dan toch even terug aan de bewoners van dit eiland, die hier vast ook weleens voor zich uit staarden, in de stilte, in het avondlicht. En al zijn we nu dan in de afgebakende Wildernis, dat stemt toch wel wat weemoedig.

Meer over