In de ban van grote vragen en scabreus theater

Met twee jongens op een vlot verricht toneelschrijver Jon Fosse wonderen, te zien op het festival van Avignon.

'Dat was lachen hè', zegt een dame na afloop van Oncle Gourdin, een grotesk spektakel met kobolden die god noch gebod kennen en elkaar en zichzelf het leven zuur maken. 'Ik ben bang dat het bij Juliette Binoche lang zo grappig niet zal zijn.' Nu gaat een mens niet alleen naar het theater om te lachen. En zeker niet naar Binoche, die bij alle levenslust en uitbundigheid die ze tentoon kan spreiden onmiskenbaar ook altijd kwetsbaar is. Juist daarom vragen filmregisseurs als Kieslowski, Haneke en Kiarostami haar als hoofdrolspeelster.


Ze is daarnaast ook altijd met tussenpozen toneel blijven doen. Een heel ander métier, want waar de camera de emoties kan uitvergroten, daar moet je op het podium naar andere middelen grijpen. En dat is wat ze doet in Mademoiselle Julie, de klassieker van Strindberg. Ze smacht, smelt, toont zich wanhopig, woedend, hooghartig. Een heel palet aan gevoelens schuift voorbij.


Maar ze krijgt er geen vat mee op haar huisknecht, die vooral aan zichzelf blijft denken. En ook niet op haar publiek, massaal toegestroomd om de geliefde actrice in het echt te bewonderen. Dat heeft ongetwijfeld ook te maken met de tekst van Strindberg, die doortrokken is van een klassebewustzijn dat moeilijk navoelbaar is. Des te verwarrender omdat regisseur Frédéric Fisbach voor een moderne enscenering koos, waarmee hij een universaliteit suggereert die niet wordt waargemaakt.


Wat een opluchting is het dan om I am the wind te zien. Het jongste stuk van de Noorse toneelschrijver Jon Fosse is uitgebeend als een tekst van Beckett. Twee jongens op een vlot; ze praten met elkaar in zinnen die zelden de komma halen. Als in een traag pingpongspel kaatsen de woorden heen en weer. Hun woordenschat is beperkt. Maar wat een wonderen zijn er mogelijk met een zo simpele taal.


Blijven we hier, of gaan we verder? En als we verder gaan, wat kunnen we dan verwachten? Dat is in grote lijnen waar het om draait op het vlot. En om de zin van het bestaan natuurlijk, want I am the wind is niet veel minder dan een metafoor voor de grote levensvragen. Ieder van de twee mannen formuleert daarop zijn eigen antwoord, en voegt uiteindelijk de daad bij het woord.


Het toneelbeeld versterkt die ogenschijnlijke eenvoud: een grote plas water met daarin een massieve, rechthoekige plaat, die wel van steen lijkt. Die plaat is het vlot, het kan wiegen, schommelen en draaien; de mannen hebben soms moeite zich staande te houden. Ze verkeren in een nauw bedwongen staat van paniek, die in de regie van Patrice Chéreau prachtig gedoseerd wordt.


Ook Jan Karski was zo'n voorstelling om naar uit te kijken. Al was het alleen al om de ophef die het boek veroorzaakte waarop dit theaterstuk van Arthur Nauzyciel is gebaseerd. De Pool Karski was een van de zeer weinigen die al in 1942 met eigen ogen de uitroeiing van de joden zag en die naar de Verenigde Staten wist te vluchten om daarvan te getuigen. Hij sprak de Poolse regering in ballingschap, maar ook de Amerikaanse president Roosevelt. Veel later vertelde hij zijn verhaal aan Claude Lanzmann, voor de documentaire Shoah. En twee jaar geleden publiceerde de Franse schrijver Yannick Haenel zijn boek Jan Karski, waarmee hij de woede van Lanzmann over zich afriep, vanwege zowel plagiaat als geschiedvervalsing.


Nauzyciel volgt nogal letterlijk dat boek. Op het toneel pakt dat vreemd uit. In het eerste deel is er een Karski die aan Lanzmann vertelt wat hij gezien heeft. In het tweede deel wordt een tekst voorgedragen, met daarbij een video van een camera die over de kaart van het getto van Warschau gaat. In het derde deel vertelt de oude Karski in een gang van de opera opnieuw zijn herinneringen.


De regisseur heeft zich daarmee tot de gevangene van de tekst gemaakt. De enscenering is stram en mist alle verbeeldingskracht. Hemeltergend is de vrijedansexpressie die aan het slot de oude Karski kennelijk nog wat verlichting moet brengen.


Ook met kinderen in de hoofdrollen plaatst een voorstelling zich enigszins buiten de kritische kaders. Zeker als het twee zulke innemende prepubers zijn als die in Sun, van Cyril Teste en Collectif MxM. Twee jaar geleden werden twee Duitse kinderen gevonden die op weg naar Afrika waren om daar, dicht bij de zon, te trouwen. Dat fait divers vormt het uitgangspunt voor een hightech sprookje, waarbij de kinderen verzeild raken in hun eigen lichtgevende tekeningen, sterren uit hun mond zien komen en in een stralende put tuimelen, waarna ze een zwarte man ontmoeten die hen leert een das te stroppen. Teste zet vol in op de vertedering die de piepjonge hoofdrolspelers opwekken. Ze zijn samen de Kleine Prins met glazuurlaag, hun engelengezichtjes uitvergroot op het achterdoek.


Waarmee we terug zijn bij de kobolden van Oncle Gourdin. Die alle glazuur onder hun lompe voeten verbrijzelen, een opgezette wezel in z'n achterste porren en en passant wat alom geliefde klassiekers uit de Franse literatuur belachelijk maken. Sophie Perez en Xavier Boussiron maken dwars, scrabreus en volstrekt eigenzinnig theater, zoals je dat in Avignon heel veel zou willen zien.


Festival van Avignon, t/m 26 juli. www.festival-avignon.com


Woede van Lanzmann

Het boek Jan Lanski, waarop de voorstelling is gebaseerd die in Avignon te zien is, wekte de woede van Shoah-regisseur Claude Lanzmann. Hij beschuldigde de Franse schrijver Yannick Haenel van plagiaat en geschiedvervalsing. Boek en voorstelling handelen over de uitroeiing van de joden in Polen.


Meer over