In de algemene afschuw van Bush zit een hoop overdrijving

De laatste weken zijn aangebroken voor George W. Bush als Amerikaanse president. Tijd om de balans op te maken van acht jaar aan de macht....

‘Ik ben net terug van Kennebunkport en Georgie heeft – ik overdrijf niet – volledig bezit genomen van de plek. Hij is het lievelingetje van iedereen. (*) Hij bestuurde gisteren een kwartier lang de speedboot en was zo zeker van zichzelf.’

Twintig jaar later komt het jongetje – inmiddels 27 jaar oud – per trein van Harvard in Washington aan om op Capitol Hill de autosleutels op te halen van zijn vader, een prominent Republikeins politicus.

‘Ik weet nog precies wat hij aan had: een pilotenjack van de Air National Guard, cowboylaarzen, blauwe spijkerbroek, compleet met – dat zie je vaak in Texas – een verweerde ronde plek in een achterzak waar een blikje tabak wordt bewaard. Hij straalde meer charisma uit dan geoorloofd zou mogen zijn.’

Van F. Scott Fitzgerald tot Brokeback Mountain.

En dat verenigd in één persoon, de persoon van George W. Bush.

Het eerste citaat is van zijn oom ‘Herbie’ Walker.

Het tweede van zijn latere politieke adviseur Karl Rove.

De typeringen zeggen iets, voel je, over de met hoon overladen aftocht die Bush straks op 20 januari zal beleven. Maar wát precies is moeilijk te zeggen. Tenzij je gelooft in predestinatie, is niemands levensloop een spoor dat onafwendbaar naar dat ene punt leidt. Dat lefgozertje van gegoede huize had, toen hij achter het stuur van de speedboot stond, het woord ‘Irak’ niet in het voorhoofd gekerfd staan, alsof hij een reeds bij de geboorte gedoemd duivelskind was. Het kon nog alle kanten op.

Op de ochtend van ‘11 september’ was er een glimp van een andere kant te zien. Zagen we een Bush die schoolkinderen voorlas uit een boek. Een net aangetreden president die zich na een drankprobleem opnieuw had uitgevonden, niets met het buitenland had en onder invloed van zijn vrouw en bibliothecaresse Laura wilde gaan werken aan het herstel van het openbaar onderwijs. Dat had ook zijn erfenis kunnen worden, maar het was voorbij voordat iemand er erg in had. De omstandigheden – lees: de aanslagen van 11/9 – bepaalden anders. Daar kon Bush niets aan doen.

Maar toen het eenmaal zover was, waren de keuzen die hij maakte geheel de zijne. Als we zijn fouten willen analyseren en het vellen van een oordeel meer willen laten zijn dan het gebruikelijke asfalteren, kan het helpen hem niet alleen als politicus te zien maar ook als persoon. Dan worden observaties uit zijn verleden relevant – niet als voorbode van iets onvermijdelijks, maar als verklaring achteraf van iets tragisch.

Een mysterieus aspect van de regeerperiode van George W. Bush was altijd het pregnante verschil met het presidentschap (1989-1993) van zijn vader, George H. W. Bush. Ze dragen dezelfde naam, lijken op elkaar, maar waren verder totaal anders. Senior was deftig, en bedachtzaam op het passieve af, junior was zelfverzekerd, brutaal, ongeduldig en volks.

Het boek The Bush Tragedy van Jacob Weisberg, waaruit de hierboven aangehaalde citaten komen, maakt duidelijk dat junior veel weg heeft van de mannen uit de familie van zijn oma Dorothy Walker, de moeder van Bush sr. en de zus van oom Herbie. De wereld van de Walker-tak was die van het nieuwe geld, grote jachten, paardenraces en een stamvader die thuis een boksring liet aanleggen om daar zijn zonen te harden. Waar de Bushes stonden voor oud geld, patricische zuinigheid en puriteinse dienstbaarheid aan de gemeenschap, waren de Walker-mannen gokkers. Ook George W. mag graag risico’s nemen en de competitie aangaan. Hij was dan ook geen Bush, weet Weisberg zeker. ‘De man is een Walker, door en door.’

Er kwam nog iets bij. Als kind keek junior enorm tegen Big George op, de oorlogsheld, steeds behorend tot de besten van zijn jaar op Amerika’s elitescholen, lid van het Congres. Maar toen Little George er tijdens zijn studententijd op Yale achter kwam dat hij senior nooit zou kunnen evenaren, besloot hij zich volgens Weisberg om te vormen tot zijn tegendeel. Van een insider, zoals zijn vader, werd hij de door Rove beschreven outsider en rebel. Hij gedroeg zich als een Texaan, rookte Lucky Strikes zonder filter, ontwikkelde zijn grijns en keek vol minachting neer op intellectualistische Oostkust-snobs. Als politicus haatte hij het micromanagement van zijn vader, hij was van de grote lijnen en liet de uitvoering aan anderen over.

Het resulteerde in het verschil tussen een president die halt hield bij de grens van Irak en een president die doorpakte.

Maar dat vloeide niet alleen voort uit het voorspel, het had ook te maken met ‘11 september’. Uit de puinhopen moest een nieuwe politiek worden gesmeed. Elke president zou militair hebben geantwoord. Maar dat Amerika zo grimmig en agressief reageerde, valt alleen maar toe te schrijven aan de bijzondere combinatie van factoren en persoonlijkheden in de regering van Bush jr. Wat zonder 11/9 misschien was blijven sluimeren, barstte nu door de schok naar buiten.

[Zie verder pagina B02]

Irak heeft zicht op een betere toekomst

Irak heeft zicht op een betere toekomst
[Vervolg van pagina B01]

Irak heeft zicht op een betere toekomst
Als ex-verslaafde, die met hulp van het geloof zijn drankzucht overwon, bezat Bush al een zekere rechtlijnigheid. ‘Ik doe niet aan nuances’, pochte hij. Besluiten waren voor hem morele keuzen, niet gecompliceerde afwegingen. Het was zijn manier om zich af te sluiten van onzekerheden, meent Weisberg. De aanslagen van 2001 versterkten die neiging. Bush was ervan overtuigd tegen het absolute Kwaad te strijden. Wie niet voor Amerika was, was tegen. Die onverbiddelijkheid plaveide de weg naar excessen als Guantánamo Bay en Abu Ghraib en de ondergang van oude allianties.

Irak heeft zicht op een betere toekomst
Het gevoel was dat 11/9 een nieuwe tijd had ingeluid, met een nieuwe dreiging die om nieuwe antwoorden vroeg. Bush sloot zich af voor de ‘oude school’ van zijn vader en diens veiligheidsexperts. Hij omarmde het idee van de neoconservatieven in zijn regering dat het terrorisme het best kon worden bestreden door de democratie desnoods met geweld te verspreiden en de wereld tot Amerika’s evenbeeld te maken. Een traditionele nationalist als minister Rumsfeld gruwde daarvan, maar die geloofde er op zijn beurt weer heilig in dat Amerika door zijn technologische superioriteit in de lucht onverslaanbaar was geworden.

Irak heeft zicht op een betere toekomst
Voor al die hoogmoed werd Bush bestraft. In Irak ging het na een snelle overwinning toch mis, omdat het ontbrak aan genoeg ouderwetse soldatenlaarzen op de grond.

Irak heeft zicht op een betere toekomst
Een klap was het ontbreken van de massavernietigingswapens in Irak, de hoofdreden om Saddam Hussein aan te vallen. Die tegenslag is Bush eigenlijk nooit meer te boven gekomen. Hij kon alleen nog maar hopen dat het resultaat – een stabiel land – zijn optreden alsnog zou legitimeren. Maar daar kwam niets van terecht door het carnaval des doods waarmee Irakezen hun bevrijding besloten te ‘vieren’ na de verwoesting van de Gouden Moskee in Samarra begin 2006.

Irak heeft zicht op een betere toekomst
De afschuw van Bush is vanaf dat moment zo algemeen dat er bijna als vanzelf een element van overdrijving in moet zitten. Het is interessant om dat te ontleden en zonodig te relativeren.

Irak heeft zicht op een betere toekomst
Te gemakkelijk is 11/9 gereduceerd tot een normale aanslag, wat het niet was. Er gebeurde iets nieuws, iets dat niemand zich zo had kunnen voorstellen. Sindsdien is niets meer onvoorstelbaar, zelfs niet een terreuraanval met een massavernietigingswapen. In dat licht was Bush’ doctrine om de strijd naar het terrein van de terroristen te verplaatsen en hen aan te pakken voor zij kunnen toeslaan, conceptueel niet verkeerd. Voor wat het waard is, er is geen aanslag meer geweest in Amerika.

Irak heeft zicht op een betere toekomst
Verder is te snel vergeten dat de inval in Irak, vanwege het afzetten van een wrede dictator, ook bij progressieven hoop wekte. Bijvoorbeeld toen begin 2005 verkiezingen werden gehouden in Irak, de Oranje-revolutie zegevierde in Oekraïne en volksdemonstraties de Syriërs uit Libanon verdreven. Deze dominobeweging zette niet door. Toch kun je je afvragen wat er gebeurd zou zijn als Bush tegen Rumsfelds wil in wel meteen genoeg soldaten naar Irak had gestuurd en de burgeroorlog had beteugeld, zoals nu met de Surge. Misschien was dan gebleken dat de idealistische keus voor democratie ten koste van stabiliteit op termijn beter was uitgepakt dan het realistische recept om stabiliteit te verkiezen boven democratie. Want dat laatste leverde evenmin nimmer een stabiel Midden-Oosten op.

Irak heeft zicht op een betere toekomst
Ten slotte wordt bij het uitluiden van Bush veel werk gemaakt van de jammerlijke staat waarin hij Amerika achterlaat. Tsja. Ook bij het vertrek van Carter, begin 1981, vroeg men zich af of het verval nu definitief had ingezet. De Amerikanen waren hangend aan een helikopter uit Vietnam gevlucht, werden als geblinddoekte gijzelaars vernederd door Iraniërs en hadden de Russen niet uit Afghanistan kunnen houden. Ook niet mis. Toch waren het diezelfde Amerikanen die in 1991 (Koeweit), in 1995 (Bosnië) en in 1999 (Kosovo) om hulp werd gesmeekt: doe wat!

Irak heeft zicht op een betere toekomst
Deze kanttekeningen ontlasten Bush niet. Zijn afkeer van details en lange onderhandelingen, zijn voorkeur voor snel handelen, zijn te ver doorgevoerde neiging tot delegeren, hebben geleid tot een slechte uitvoering van op zich niet verkeerde ideeën. En wat telt is de uitvoering, het resultaat.

Irak heeft zicht op een betere toekomst
Toch heb ik het gevoel dat hij het Midden-Oosten niet zoveel slechter achterlaat dan destijds zijn vader. Irak is geen gevaar voor zijn omgeving meer, het is niet uiteengevallen, het zelfbewustzijn neemt er toe en er is meer zicht op een betere toekomst dan onder Saddam.

Irak heeft zicht op een betere toekomst
Maar of George W. Bush, de gemankeerde presidentszoon, een tweede leven gaat krijgen met meer erkenning, durf ik niet te zeggen. Misschien blijft hij voorgoed de voortdurend in oorlog met zijn omgeving levende buitenstaander die hij als jongeling verkoos te zijn.

Meer over