In crisistijd terug naar de natuur of je roots

De vrouwenmode laat zich dit voorjaar kenmerken door transparantie, natuurlijke stoffen, en korte broeken en minirokken...

Van onze medewerkster Milou van Rossum

Milaan Afgelopen zomer kondigde Dolce & Gabbana aan de consument tegemoet te komen door de prijzen van de kleren te verlagen. Om dat te kunnen doen, zouden de winstmarges worden verkleind, en het aantal kledingstukken en soorten stof per collectie verminderd.

In ieder geval was er in de vrouwenshow voor voorjaar 2010 zichtbaar bezuinigd op de hoeveelheid stof: de afgelopen jaren eindigden de shows van Dolce & Gabbana steevast met een serie overdadige feestjurken waarin vele meters duur materiaal waren verwerkt. Nu droegen de modellen tijdens de finale ondergoed. Van satijn, maar degelijk.

Minirokken, korte broeken en transparante materialen waren ook een trend, maar het bleef meestal in het nette.

Ook sport speelde een rol: er waren wielrenbroekjes (Prada, Marni), invloeden van duikkleren (Pucci, Prada) en karatepakken (Bottega Veneta).

Vaak waren kleren gemaakt van witte of naturelkleurige katoen, een stof met een pure, natuurlijke uitstraling. De laatste jaren is katoen een beetje op de achtergrond geraakt, maar in tijden waarin het materiële op de tocht staat, blijkt de natuur een geliefd toevluchtsoord.

Raf Simons, de hoofdontwerper van Jil Sander, had inspiratie gevonden in Zabriskie Point, Antonioni’s film uit 1970 die zich afspeelt in Death Valley, en landschapskunst als Running Fence van Christo. Zijn kleren hadden een vaag safarigevoel, een volwassen uitstraling, en ze zaten vol bijzondere details. Onafgewerkte randen, bijzondere volumes aan de hals of rond de heup. Er waren asymmetrische jasjes, kleren waar stukken stof uit gescheurd waren, kleren waar met een paar steken onafgewerkte stukken stof aan waren gezet. Naast katoen zat er in de collectie ook veel linnen.

Ook bij Marni veel katoen, vaak in beige, waarvan loshangende, nonchalante tops, jasjes en korte broeken waren gemaakt, die werden gedragen met eerdergenoemde wielrenbroeken en gestreepte leggings. Het landelijke karakter van de collectie werd nog eens benadrukt door de vrolijke hoofddoeken die in het haar van de modellen waren geknoopt. De schoenen met dikke houten zool hadden een opmerkelijk lage hak, een breuk met de extreem hoge pumps en laarzen waar Marni bekend om staat.

Dolce & Gabbana had eveneens comfortabele schoenen – platte loafers, die werden gedragen bij mannelijke pakken met korte jasjes en smal toelopende broeken. Maar het grootste gedeelte van de aanstekelijke show bestond uit zwarte jurken, pakjes en rokken van netstof en kant, waar een pittige hak bij kwam; helemaal het zwoele, romantische Siciliaanse beeld waarmee Dolce & Gabbana eind jaren tachtig doorbrak.

Donatella Versace ging ook terug naar de roots. De jonge, vrolijk gekleurde, glamoureuze kleren vol pikante doorkijkjes en zilverkleurige details leken afkomstig uit een show uit de vroege jaren negentig van wijlen haar broer Gianni.

Bij Gucci zette Frida Giannini juist een stap voorwaarts. Haar kleren waren even gelikt en sexy als altijd, maar alle uitgekauwde verwijzingen naar de jaren zeventig en tachtig waren losgelaten. In plaats daarvan bracht ze een sportieve, sexy collectie met veel netstof, motorjacks, luxe leggings, en, een beetje wonderlijk binnen het geheel, jurken met een felgekleurd, uitvergroot ikat-dessin.

Meer over