In China is melk niet langer een vies medicijn

Chinezen zijn volgens hun regering te klein. Jonge Japanners zijn tien centimeter langer, door een drank die de meeste Chinezen enkel kennen van de moederborst....

Van onze correspondent Jan van der Putten

Melk, dat was tot voor kort in China eerder medicijn dan voedingsmiddel. Iets voor baby's, zieken en bejaarden, even vies als kaas of yoghurt. Nederlanders gebruiken jaarlijks veertig keer meer zuivel dan Chinezen.

Bij ouderen moet je met zuivel nog steeds niet aankomen. Maar in de supermarkt wordt tegenwoordig gevochten om afgeprijsde yoghurt-met-smaakje. Melk, kaas en boter zijn niet vies meer. Met schoolmelk is een begin gemaakt.

Niet dat de 1,3 miljard Chinezen morgen allemaal melk drinkers worden. Daarvoor is de traditie te sterk en de productie te laag. China, 240 keer zo groot als Nederland, telt krap 4,5 miljoen koeien, die tegen een hogere kostprijs veel minder melk geven dan de twee miljoen Nederlandse koeien. Ook is de kwaliteit vaak belabberd door slechte hygiëne, aanlenging en andere foefjes.

Maar de productie neemt snel toe en de plannen zijn ambitieus. 'We zijn hier op het goede moment gekomen', zegt Henk Sijtsma (30), een Friese boerenzoon die met zijn twee meter uittorent boven zijn Chinese medewerkers. Met Hua Junguo leidt hij het Siddair, Sino-Dutch Dairy Training and Demonstration Center, een complex aan de Gele Rivier waar boeren kunnen leren van Nederlandse kennis en ervaring.

Bijna 700 kilometer bezuiden Peking ligt onder een vette smoglaag Zhengzhou, hoofdstad van de provincie Henan. Waar in 1937 twee miljoen Chinezen verdronken nadat de dijken waren doorgestoken om de Japanners tegen te houden, verrees in 1999 op 130 hectare in de nu droge uiterwaarden het Siddair. Na het demonstratie- en trainingsproject voor pluimvee en varkens in Peking en het tuinbouwcomplex bij Shanghai is dit het jongste Nederlandse agrarische project.

Een doorsnee Chinese koe krijgt weinig licht en lucht, ze baadt in haar poep, ze krijgt het verkeerde voer en weinig liefde. 'China is dertig à vijftig jaar op ons achter', zegt Sijtsma. 'Chinezen kopen een paar koeien en gaan melken, maar dan ben je nog geen boer. Wij boeren hier op z'n Nederlands onder Chinese omstandigheden.'

In drie demonstratiefarms hebben licht en lucht volop toegang. De eerste lijkt nog het meest op een kleine Chinese veehouderij: een stal waar de koeien alleen maar uitkomen voor een wandeling, want de meeste veeboeren hebben geen grond. Er staan tien glanzende zwartbonte Holsteinkoeien en een paar kalveren. Het ontbreekt ze aan niets. Want hoe meer comfort, hoe meer melk.

De tweede farm heeft twintig koeien met jongvee, een Nederlandse melkmachine en twintig hectare weidegrond. Ook deze boederij kan door een Chinese familie worden gerund, maar dan moet ze eerst wat meer investeren. 'Het is onze taak uit te leggen dat ze zo'n investering na een jaar of tien hebben terugverdiend.'

De derde farm, met negentig koeien, veel machines en tachtig hectare grond, wordt voor China pas interessant als arbeid duur wordt. Dat kan nog wel even duren. De Chinese Siddair-werkers verdienen omgerekend 240 gulden per maand, het dubbele van het provinciale gemiddelde. Ze wonen gratis op het bedrijf.

Kinderen op schoolreisje zien op het Siddair voor het eerst hoe een koe wordt gemolken. Maar slaat het ook aan bij de boeren? Die giechelen niet meer over de mestopslag, waardoor de giermachine op het gewenste tijdstip kan uitrijden. Ze willen nu beter en goedkoper voer en beter gras. Drieduizend hectare grond naast het Siddair zullen worden bezaaid met alfalfa die het op het Siddair zo goed doet, en langs de Gele Rivier komt een 'zuivelgordel'.

Volgend jaar beginnen cursussen over voer, gezondheid, management, grasoogsten en machines. Maar eerst woont de Nederlandse delegatie op het Siddair een seminar bij om honderd Chinese boeren nog meer te overtuigen van het Nederlandse zuivelvernuft.

Meer over