In Charlois zijn ze maar wat blij met hun Polen

Hoe lang duurt het nog voor er een Pool op uw stoel zit, luidde de vraag. Ed Goverde grinnikt en strijkt door zijn grijswitte haren. Luister, zegt de voorzitter van de Rotterdamse deelgemeente Charlois (65 duizend inwoners) dan. 'Laatst leidde ik hier in de wijken een delegatie van het stadhuis rond. Liep rechts van mij een burgemeester van Marokkaanse en links een wethouder van Turkse afkomst. Straks een Pool? Waarom niet, zou ik daarop willen zeggen.'


Boven de deur van buurtsuper Kubus wappert het roodwit van de Poolse vlag. Anna Konicka opende de hoekwinkel in de Tarwewijk tweeënhalf jaar geleden. 'Ik heb de zaak vernoemd naar mijn zoon, die is in Nederland geboren', zegt ze opgewekt, terwijl ze een toeloop aan klanten wegwerkt.


Aan het plafond hangt sint- en kerstversiering. Twee keer in de week komt een vrachtwagen van een Poolse groothandel langs. Het assortiment reikt van Precelki-chips en Tyskie-bier tot tv-gidsen, puzzelboekjes en de Playboy, allemaal in het Pools. Brood en banket naar Pools recept krijgt ze van een bakkerij in Rijswijk.


Veel klanten komen aan het eind van de dag na het werk inkopen doen - de een werkt bij Shell, de ander bij een bouwbedrijf, een derde volgt Nederlandse les. 'De laatste tijd zie ik steeds meer jonge gezinnen komen', zegt Konicka. 'Ze willen hier blijven voor het geld.' Zelf kwam ze achttien jaar geleden naar Nederland. Op vakantiebezoek bij haar man, die hier toen al werkte - ze waren verre voorlopers van de jongste lichting Poolse immigranten. 'Ik zou maar twee weken blijven', zegt ze met een lach. 'Nu groeit mijn kind hier op. Toen hij net naar school ging, weigerde hij zelfs nog Pools met ons te praten.'


De Poolse gemeenschap in Charlois maakt een onstuimige ontwikkeling door. Na de toetreding tot de Europese Unie in 2004 kwam een stroom van vele tienduizenden seizoenswerkers op gang - jarenlang pendelend in busjes tussen de polder en het moederland. In Rotterdam streken ze, zoals elke nieuwe lichting migranten, neer in de schaduw van de oude graansilo aan de Maashaven. De vele doorgangspanden van huisjesmelkers in Tarwewijk en Carnisse boden daar een snel, maar vaak ook armetierig onderkomen.


Die eerste fase van de Poolse immigratie is voorbij, zegt socioloog Piotr Zielewski. De jonge Pool is de steun en toeverlaat van de gemeente Rotterdam bij de opvang van zijn landgenoten. De 'proeftijd' is velen bevallen. Steeds meer migranten maken zich los van malafide uitzendbureaus en huisjesmelkers en 'wagen de oversteek' naar de Nederlandse instanties. 'Een op de drie Polen wil in Nederland blijven', schat hij.


'Polen vertrekken zonder immigratieplan', zegt Zielewski. 'Wij zijn een impulsief en emotioneel volk. Dat is altijd zo geweest. Ook ik ben een voorbeeld van zo'n Poolse immigrant.'


Eenmaal afgestudeerd zag Zielewski er in 2006 niets in om in Polen 'voor 200 euro per maand beveiliger te worden'. Hij sprak een woordje Spaans en dacht: de open grenzen van de Europese Unie zijn er niet voor niets. Met een vriend sprong hij in de auto op weg naar de Middellandse Zee.


'We reden via Venlo, waar mijn vriend bij iemand langs moest. De tussenstop bleek de eindbestemming - ik weet ook niet waarom. Eerst heb ik drie maanden in de Limburgse kassen gewerkt, maar dat was niets voor mij. Ik vertrok naar Zuid-Holland. Omdat alle Polen zijn geboren met het 'bouw-gen', vond ik werk bij een aannemer als sloper. Nadat de gemeente in december 2007 de 'Polen-top' had georganiseerd, bedoeld om beleid te ontwikkelen voor de immigranten uit Polen, kwam mijn studieachtergrond in beeld en zo kwam van het een het ander.'


Met een mengeling van zelfspot en zelfverzekerdheid doet Zielewski zijn verhaal. In het wijkservicepunt aan de Zwartewaalstraat helpt en adviseert Zielewski als een ouderwetse straathoekwerker zijn landgenoten. Over het nut van inschrijving bij de gemeente gaat het dan, het zoeken naar een woning, uitleg van salarisstroken en arbeidscontracten, of scholen voor de kinderen. Ook legt hij nog wel eens de Nederlandse huisvuilregels uit. 'Als je gewoon je vuil op straat zet, krijg je er zesduizend ratten bij, en dat kost de gemeente weer geld', zegt hij in rap Nederlands met een vet Pools accent.


Na twee of drie jaar te hebben gewerkt komen veel Polen voor een keuze te staan. Ze krijgen er genoeg van afhankelijk te zijn van bazen en hun tussenpersonen voor werk, transport en huisvesting. 'Werkgevers houden hun personeel het liefst dom, om het zo maar te zeggen. Zij hebben het liefst alle controle over de arbeiders. Als Polen zich bij de gemeente inschrijven, kunnen ze een taalcursus krijgen of zich inschrijven voor een woning. Ze winnen zelfstandigheid, kunnen sites als marktplaats.nl lezen en zelf hun weg vinden. Dan kunnen ze een toekomstplan maken.'


Het gaat snel. Bij de deelgemeente Charlois is het aantal ingeschreven Polen in krap twee jaar toegenomen van 800 naar 1.300. Bij het Centraal Inburgeringsloket melden zich vele tientallen om vrijwillig Nederlands te leren.


Op basisschool De Kameleon zijn 61 Poolse kinderen aangemeld. Tussen de 30 en 40 Poolse gezinnen hebben een huis gekocht. Naast zeker twee buurtsupermarkten heeft ook een Poolse kapper de deuren geopend in Charlois. 'Het werkt als een sneeuwbal', zegt Zielewski. Nu de eerste lichting Polen zich aan het wortelen is, worden zijn landgenoten 'assertiever'. Ze zien dat het anders kan dan met 7 of 8 man in een krappe kamer op matrasjes slapen. Hij krijgt naar eigen zeggen zeventig telefoontjes per dag, en hij had het afgelopen jaar duizend afspraken. 'Het heeft zich zo doorgepraat dat ik nu zelfs word gebeld door Polen uit Limburg en Groningen.'


De komst van de Polen biedt Charlois perspectieven, zegt de voorzitter van deelgemeente Charlois, Ed Goverde. 'Zonder de problemen te willen verdoezelen.' Want de misstanden bij huisvesting, overdadig alcoholgebruik, fout geparkeerde klussersbussen en geluidsoverlast waar Polen in de volksmond mee worden geassocieerd - het is er allemaal ook.


De vooroorlogse buurten rond het overdekte winkelcentrum Zuidplein - in de jaren zeventig het toppunt van modern koopplezier - waren de afgelopen decennia verloederd. Tot 2007 bestond grofweg 20 procent van de bevolking van de Tarwewijk uit jaarlijkse nieuwkomers. Het was een doorgangsgebied, met de bekende stadsproblematiek van criminaliteit, drugshandel, taalachterstand, illegaliteit en werkloosheid. 'Van deze buurten kan je 85 procent tot Vogelaar-gebieden rekenen', zegt Goverde, verwijzend naar oud-minister Ella Vogelaar en haar wijkenaanpak.


De gemeenteborden die her en der aan de gevels de gedragsregels afkondigen zijn daarvoor tekenend. 'Wij groeten elkaar. Wij verwelkomen nieuwe bewoners. Wij maken geen lawaai na 22.00 uur¿', valt te lezen in de Groepstraat.


Even verderop staat, met verwijzingen naar het Wetboek van Strafrecht, dat alcohol en messen op straat verboden zijn - evenals samenscholing van meer dan vier mensen voor drugshandel of -gebruik. 'Tien jaar geleden', zegt Goverde, 'hadden we hier bij wijze van spreken iedere maand een drugsdode.'


Het was moeilijk om daar grip op te krijgen, maar stap voor stap krabbelt de Tarwewijk op. 'Het is hier nu prettiger opgroeien', zegt Goverde. De Polen vormen 'een werkende bevolkingsgroep met kinderen die zich blijvend wil vestigen'. En dat biedt kansen op meer stabiliteit. Het bekende stadsvernieuwingsmodel om hogeropgeleiden achterstandswijken binnen te halen, is 'te hoog gegrepen' voor Charlois. Maar de Poolse gezinnen kunnen een factor zijn bij het 'liften' van buurten als Tarwewijk en Carnisse. Op termijn kunnen er het gemiddelde loon stijgen, het werkeloosheidscijfer afnemen en de Cito-scores op scholen verbeteren.


'Het helpt natuurlijk dat de cultuurverschillen klein zijn', zegt Ed Goverde. Het zijn blanke katholieken en geen donkere moslims. 'Voor westers georiënteerde Europeanen, kan de integratie nu eenmaal wat makkelijker verlopen dan voor immigranten van niet-westerse afkomst.'


Het is precair om daar in het multi-etnische Charlois over te praten. 'Je kunt het Marokkanen niet aanrekenen dat ze 3.000 kilometer naar huis moeten rijden, terwijl wij er maar 800 hoeven', zegt Piotr Zielewski.


Basisschool De Kameleon stond laatst voor de vraag hoe de fietsen van groep 8 voor de werkweek naar Leersum moesten worden gebracht. 'Toen stond een Poolse vader met een busje klaar', zegt plaatsvervangend directeur Firdevs Durgut. Nee, over de betrokkenheid van de Poolse ouders heeft ze niets te klagen. Een enkel lokaal is al eens in een weekeinde vrijwillig geschilderd. Bij een katholiek feest had een moeder voor iedereen een soort Poolse oliebollen gebakken. 'Ze lopen makkelijk binnen en zijn betrokken bij de vorderingen van hun kinderen.'


De Kameleon staat inmiddels bekend als een 'Polen-school', met 61 Poolse kinderen - 20 procent van het totaal. 'We stonden in 2006 op het punt de schakelklassen voor kinderen die geen Nederlands spreken op te heffen, maar toen kwam de Poolse instroom', zegt schakelklasmeester Arie van den Berg. 'Mijn eerste Poolse leerling - de 11-jarige Darek - zit nu in havo 3.'


'De Poolse kinderen zijn gemotiveerd en hun ouders zijn goed opgeleid', aldus Van den Berg. Toch doen zich ook zaken voor die typisch zijn voor migranten. 'Vorig jaar', zegt intern begeleider Kees Liekens, 'vertrokken ze ruim voor de kerstvakantie naar Polen. Vanwege de gladheid.'


Meer over