Reportage

In Beiroet zijn een jaar na de klap de meubels nog steeds schaars, en de gaarkeukens meer dan nodig

De zwaarste niet-nucleaire explosie uit de geschiedenis verwoestte op 4 augustus 2020 een groot deel van Beiroet. Een groot gebied rond de haven werd weggevaagd en de economie stortte in een dal. Een jaar na dato zijn de gaarkeukens nog steeds nodig. De grootste schade zit inmiddels achter de voordeur, en in de hoofden van de mensen.

De haven van Beiroet op 4 augustus 2020. Boven de puinhopen uit torenen de resten van de silo's, waarin het ammoniumnitraat zat dat explodeerde.  Beeld Reuters
De haven van Beiroet op 4 augustus 2020. Boven de puinhopen uit torenen de resten van de silo's, waarin het ammoniumnitraat zat dat explodeerde.Beeld Reuters

Vanaf het dak van het Sursock Paleis zie je de haven van Beiroet. Mary Cochrane had nooit gedacht dat daar gevaar vandaan zou komen. Maar op dinsdag 4 augustus 2020, vlak na zes uur, zag ze iets wat ze normaal niet in de haven zag.

‘Vuurwerk.’

Mary, een Amerikaanse binnenhuisarchitect, liep naar buiten om beter te kijken. Haar man, Roderick Cochrane, komt uit een welgestelde familie in Libanon. De voorouders van zijn moeder waren graanhandelaren, bankiers en diplomaten. Het Sursock Paleis, een van de fraaiste Ottomaanse huizen van Beiroet, geldt al decennia als cultureel erfgoed. De restauratie ervan na de Libanese burgeroorlog (1975-1990) is het levenswerk van Mary en Roderick.

‘Koningin van Libanon’

De familie verhuurt de tuin voor feesten, dat is hun inkomen. Op 4 augustus renden obers af en aan. Op het gazon stonden witte stoelen klaar voor de gasten. Mary’s schoonmoeder, Yvonne Sursock, 98 jaar – de grande dame van het huis, ’s lands nationale filantroop, pleitbezorger voor kunst en cultuur, ‘een koningin van Libanon’ zou de Britse ambassadeur haar noemen nadat het drama zich had voltrokken – zat in de avondzon op het balkon.

Toen kwam de klap.

Woensdag een jaar geleden verwoestte een explosie in de haven van Beiroet grote delen van de Libanese hoofdstad. De schokgolf van wat een van de zwaarste niet-nucleaire explosies ter wereld ooit zou blijken, ging dwars door de stad, door een arme wijk, maar ook door de villabuurt daar vlakbij. Meer dan tweehonderd mensen kwamen om het leven. Duizenden raakten gewond.

Hoe ligt Beiroet er nu bij, een jaar na de ramp?

Het hangt ervan af met welke blik je kijkt. Als je in Beiroet rondloopt met de verwachting dat deze stad het Parijs van het Midden-Oosten is, dan zie je overal bouwsteigers en brokstukken van gebouwen die het niet hebben gered. Maar wie hier een jaar geleden letterlijk door het glas en het puin waadde, ziet nu een stad waar veel is opgeknapt. Hulporganisaties trokken complete straten uit het puin. Een jaar na de klap zit de schade van de explosie vooral achter de voordeur. En in de hoofden van de inwoners.

De plek van de explosie, een jaar na de klap. Beeld Reuters/Mohamed Azakir
De plek van de explosie, een jaar na de klap.Beeld Reuters/Mohamed Azakir

De toedracht van de ramp is na een jaar nog steeds onduidelijk. Wat deed een loods met ammoniumnitraat, een mogelijke grondstof voor bommen, in de haven van Beiroet? Hoe kwam het tot ontploffing? Wat is de rol van een Londense brievenbusfirma die betrokken lijkt bij de aankoop? Waarom onderhoudt deze firma een lijntje met een omstreden Syrische zakenman? Onlangs werd bekend dat volgens de Amerikaanse FBI slechts een deel van het ammoniumnitraat is ontploft. Dat wakkert de vrees aan dat de rest al voor de explosie als oorlogswapen is verkocht aan Syrië.

De onderzoeksrechters in Beiroet worden tegengewerkt, maar dit lijkt zeker: de explosie kon plaatsvinden dankzij de machthebbers in Libanon.

Een stoet Libanese bestuurders, van demissionair premier Hassan Diab tot voormalige ministers, lijkt te zijn gewaarschuwd over de opslag van ammoniumnitraat. Ze deden niets. Nu proberen ze strafvervolging te ontlopen. De regering trad af na de explosie. Een nieuwe regering laat al een jaar op zich wachten. Libanon is intussen in handen van een kliek van politici die sinds de burgeroorlog op het pluche zitten en zich door deze explosie niet laten verjagen. De Europese Unie werkt aan sancties.

‘Ze hebben allemaal bloed aan hun handen’, zegt Mary Cochrane. Het Sursock Paleis stond aan de frontlijn van de explosie. De klap ontzette de voorgevel. Een deel van het dak stortte in. Ramen verpulverden. Antieke deuren, slechts te tillen door negen man, vielen pardoes naar binnen. Yvonne Sursock werd met stoel en al vanaf het balkon het huis in geblazen. Na vier weken overleed ze aan haar verwondingen. ‘Ze heeft nooit geweten dat het huis zo beschadigd was’, zegt Mary, die zelf gewond raakte aan haar arm en een klaplong had. ‘Anders was ze gestorven aan een gebroken hart.’

Het Sursock Paleis met de gestutte gevel, en plastic voor de ramen. Beeld Dia Mrad
Het Sursock Paleis met de gestutte gevel, en plastic voor de ramen.Beeld Dia Mrad

Als je het Ottomaanse stadspaleis nu bekijkt, dan toont de omvang van de schade zich niet op zijn ergst aan de buitenkant. De gevel is gestut. Het dak is provisorisch gerepareerd. De ramen zijn gedicht met plastic. Maar binnen, in het monumentale trappenhuis en de zalen van kamers, lijkt het alsof de tijd is stilgezet op 4 augustus 2020, even na zes uur. Overal liggen tapijten, scherven van marmeren beelden, gebroken spiegellijsten. Zoals Mary zegt: het is alsof ‘een aardbeving en een wervelstorm’ hier tegelijk hebben huisgehouden.

Libanon verkeerde al voor de explosie economisch in een vrije val. De Libanese munt is sinds oktober 2019 meer dan tien keer in waarde gedaald. Het Libanese pond is gekoppeld aan de Amerikaanse dollar tegen een vaste koers. Toen deze koers niet meer houdbaar was, ging de Libanese Centrale Bank doen alsof. Dat ging mis. Nu is de staatskas leeg. De dollarrekeningen van talloze Libanezen zijn bevroren. Naar hun spaargeld en pensioen kunnen zij fluiten. De voorzitter van de Centrale Bank wordt in Zwitserland verdacht van miljoenenfraude. Voor meer dan de helft van de Libanezen dreigt honger.

Karantina

De armoede is te zien in de wijk die door de explosie het hardst is geraakt, Karantina (‘Quarantaine’, in de Ottomaanse tijd bleven zeevarenden hier tot ze vrij werden verklaard van besmettelijke ziektes). Veel huizen in Karantina kijken uit op de haven. Vanaf een andere hoek dan het Sursock Paleis hemelsbreed een kilometer verder weg, maar het is dezelfde haven en het was dezelfde allesverwoestende dreun die niemand had voorzien.

Vanaf het balkon van zijn jarenvijftigflat wijst Elie Shayeb naar de gehavende graansilo’s in de haven die de icoon van de ramp zijn geworden. ‘We hebben hier dertig jaar geleden onder oorlog en raketaanvallen, maar niemand had een explosie verwacht in de haven.’ Elie had geluk. Op het moment van de explosie was hij niet thuis. Meerdere buren zijn omgekomen.

Een jaar na dato ziet zijn flat er op het eerste gezicht weer piekfijn uit. Muren gesausd, een nieuwe keuken, een frisse tegelvloer. Buiten leggen bouwvakkers de laatste hand aan het pleisteren van de voorgevel. Een lokale hulporganisatie bekommert zich om de herbouw. In tegenstelling tot de overheid functioneert het maatschappelijk middenveld in Libanon soms uitstekend. Wanneer gaat Elie terug naar huis?

Nou, niet.

Meubels zijn door de hyperinflatie onbetaalbaar geworden. De gepensioneerde Elie, die door zijn kinderen wordt onderhouden, meent dat het goedkoper is om op een huurkamertje te blijven zitten. Zijn opgeknapte appartement wil hij verhuren. In Karantina wisselen bordjes ‘te huur’ en ‘instortingsgevaar’ elkaar af. Elie hoopt op een ‘expat met harde dollars’. Die moet het uitzicht op de explosiekrater in de haven voor lief nemen.

Meubels

Karantina blijkt een jaar later verdeeld in bewoners met en zonder meubels. ‘Wij hebben meubels’, zegt Khaled Chehade, een werkloze taxichauffeur met een half herstelde flat. ‘En dus zeggen hulporganisaties: jullie hebben geld, jullie hebben niks nodig.’ Khahed zit op een plastic tuinstoeltje onder een boom. Hij is ervan overtuigd dat Syrische vluchtelingen het beter hebben dan hij. Zijn dagen brengt hij door met het terugkijken van filmpjes.

Daaronder zijn de filmpjes die hij op zijn telefoon maakte van de explosie. Het eerste filmpje begint met het geluid van vuurwerk en een rookwolk boven Karantina. Slotscène van deel twee: een doffe dreun, zwarte beelden van een schokkende camera. Khaled raakte zoals veel inwoners van Karantina gewond door rondvliegend glas. Beschroomd zegt hij dat hij dekking had moeten zoeken in plaats van te filmen. Maar ja, dat is wijsheid achteraf. Niemand wist dat het brandje in de haven zo groot zou worden.

. Beeld .
.Beeld .

Gaarkeukens waren niet gangbaar in Beiroet. Sinds de explosie verrijzen ze overal. In een gaarkeuken in Karantina vertelt de initiatiefnemer, priester Hani Tawk, wat een jaar na de klap volgens hem het grootste probleem is. ‘Het trauma. Mensen hebben psychologische problemen. Ze moeten hun verhaal kwijt.’ Over het toeval. Of zoals hij het noemt: het wonder. Iedereen die nog leeft in Karantina kan verhalen van een wonder. Anders waren ze nu niet meer op aarde geweest.

Eén muur in de gaarkeuken is bedekt met foto’s van de slachtoffers. Bovenaan de fotogallerij hangt een portret van een knappe oudere vrouw met donker haar. Mary Tawk, zijn 67-jarige nicht die stierf tijdens de explosie.

Met liefde bereid

Vader Hani, zijn priesterboord losgeknoopt, hakt in razend tempo komkommers fijn. Samen met een team vrijwilligers kookt hij hier dagelijks voor 600 omwonenden een warme maaltijd. Gaarkeuken of niet, dit blijft Libanon: de mujadara (een stoofpotje van linzen, rijst en uien) met verse salade kan zo in een restaurant op tafel. Vader Hani is naar eigen zeggen ‘geen Jezus Christus’ maar doet zijn best. ‘Een bordje eten, met liefde bereid.’

Woensdag zal Vader Hani samen met een imam een interreligieuze herdenkingsdienst organiseren in de haven. De ‘criminele regering waarmee Libanon geen toekomst heeft’, zegt de priester, raadt mensen af om te komen, uit angst voor protesten. ‘Maar dat gaat ze niet lukken. In Egypte en Syrië kan de regering mensen onderdrukken. Maar in Libanon is nog wel vrijheid.’

Aan de deftige Rue Sursock, net zo dichtbij de explosiekrater als het arme Karantina, heeft Mary Cochrane gehoord dat in Beiroet tegenwoordig gaarkeukens bestaan. Zij is met haar gezin verhuisd naar het tuinhuis. Het Sursock Paleis zelf opknappen? Dat gaat niet. Zoals overal ter wereld staan ook in Libanon een goede naam en een groot huis niet garant voor een eindeloze bankrekening. De economische neergang in Libanon raakt ook het oude geld.

Binnen lijkt de tijd in het Sursock Paleis te hebben stilgestaan. Herbouw van huizen heeft voorrang boven restauratie van erfgoed. Beeld Dia Mrad
Binnen lijkt de tijd in het Sursock Paleis te hebben stilgestaan. Herbouw van huizen heeft voorrang boven restauratie van erfgoed.Beeld Dia Mrad

En dus wordt een jaar na de explosie slechts één topstuk uit de kunstcollectie gerestaureerd, een werk dat wordt toegeschreven aan de Italiaanse vrouwelijke barokschilder Artesimia Gentileschi. Andere schilderijen, soms tot op het doek beschadigd, wachten in houten kratten op betere tijden. De kratten zijn betaald door een hulporganisatie die gelieerd is aan het Nederlandse Prins Claus Fonds. Dezelfde organisatie regelde plastic voor de ramen.

Om het Sursock Paleis te behouden, wil het echtpaar Cochrane daar een museum in vestigen. Diplomaten uit alle windstreken kwamen alvast een kijkje nemen. VN-cultuurorganisatie Unesco organiseerde een bijeenkomst in de tuin. Maar Unesco maakte ook duidelijk: jullie zijn nu geen prioriteit.

‘Wij zijn een erfgoedmonument. Het meeste geld gaat naar mensen die geen huizen meer hebben.’ Het liefste zou Mary Cochrane particulier geld inzamelen om het Sursock Paleis op te knappen. ‘Maar je kunt geen benefietgala organiseren om cultureel erfgoed te restaureren in een land waar mensen honger lijden.’ Beiroet, een jaar na de explosie, is niet bezig met cultuur, maar met overleven.