In 1995 kroonde Disney zich tot koning van de amusementswereld

1995 was het jaar van Disney. Het concern, waarvan bestuursvoorzitter Michael Eisner jaarlijks 25 miljoen gulden opstrijkt, kocht voor 30 miljard guilden de grootste televisiemaatschappij in de Verenigde Staten, Capital Cities/ABC, en kan daarmee zijn producten in 99,9 procent van de Amerikaanse huishoudens slijten....

PETER VAN BUEREN

Van onze verslaggever

Peter van Bueren

AMSTERDAM

Met films, boeken, themaparken, merken-exploitatie en de uitbreiding van het bezit aan televisiestations is de Walt Disney Company op weg om een bijna monopolistische positie in de wereld van het amusement in te nemen. Disney bezit de markt en vult die met zijn eigen produkten. Synergie, noemt ze dat.

De Amerikaanse schrijver Benjamin R. Barber heeft op de Forumpagina van 5 augustus al opgemerkt dat het amusement van Disney niet alleen amusement is, maar ook ideologie. 'Het biedt een levensvisie die even aantrekkelijk als nietszeggend is. Pocahontas, het nieuwse filmsucces van de Disneystudio's, weeft mythische verhalen rond tekenfilmkarakters die ogenschijnlijk het multiculturalisme prediken, maar tegelijkertijd alle werkelijke verschillen ontkennen. Of Disney zich dat bewust is of niet, het gaat hier om veel meer dan hoe de Amerikanen hun vrije tijd besteden. Disney oefent ook invloed uit op onze normen en waarden, hoe we ons voelen en wat we denken. (. . .) Op de drempel van de 21ste eeuw lijkt Disney terug te willen naar de situatie in de 19de eeuw, toen de regering toekeek hoe de grote conglomeraten hun gang gingen.'

Het lijkt een beetje op de marxistisch getinte aanval op de Disney-ideologie in de jaren zeventig, maar het valt niet te ontkennen. De bedrijfscultuur van Disney is conservatief. De gezinswaarden staan hoog in het vaandel. In alles wat Disney maakt, bepalen orde en netheid de toon en zijn alle rimpels gladgetrokken.

Ooit was ik uitgenodigd het jubileum van Disney's pretpark in Orlando bij te wonen. Met een paar duizend mensen uit de showbusiness stonden we 's avonds te kijken naar een parade van elfjes, kabouters en de bekende Disney-figuren onder aanvoering van Mickey Mouse. Ieder had een petje gekregen, dat moest worden opgezet en dat zette je dus op. Op het petje stond in bewegende lichtjes de tekst: 'I'm a Winner'. Zelden een zo droefmakende verzameling van letterlijk stralende mensen gezien.

O, Disney gaat met zijn tijd mee. Het concern zegt een modern anti-discriminatiebeleid te voeren. Levenspartners van homoseksuele medewerkers kunnen sinds kort delen in de ziektekostenverzekering. Disney is niet helemaal E.O., maar vertoont af en toe ook moderne Heerma-trekjes.

Grote winst behaalde het concern uit de gigantische videoverkoop van The Lion King en het nieuwe bioscoopsucces Pocahontas, die in een half jaar in de Verenigde Staten alleen al 225 miljoen gulden opbracht en bezig is de hele wereld te veroveren. In Nederland is de nieuwe tekenfilm te recent uitgebracht om nu al te behoren tot de best bezochte films van het jaar. Die plaats is weggelegd voor The Lion King, die ruim een jaar geleden al in première ging en het grote kassucces van 1995 was, nog buiten de recordverkoop van de video.

The Lion King wordt gevoldg door Die Hard with a Vengeance en Waterworld. Pas volgend jaar verschijnt de nieuwe James Bond, Goldeneye, begin december in première gegaan, in de Top Tien. Eén Nederlandse film staat hoog genoteerd: Flodder 3. Het is de vraag of Filmpje! van Paul de Leeuw en Paul Ruven de totaalscore van Flodder 3 de komende maanden zal overtreffen, want de reacties zijn niet alleen bij de kritiek overwegend negatief geweest, maar ook het publiek lijkt niet enthousiast, ondanks het feit dat veel mensen natuurlijk wel even gaan kijken. Na de kerstvakantie zou het instantsucces van Filmpje! wel eens snel in elkaar kunnen zakken.

Commercieel gezien is 1995 een redelijk tot goed jaar voor het Nederlands filmbedrijf geweest, maar een goed filmjaar was het niet. Toppers zijn er niet te melden. De artistiek aardigste films blijven, commercieel gezien, een marginaal publiek trekken. Het is typerend dat een van de opmerkelijkste films die dit jaar in Nederland in première gingen, Clean, Shaven van Lodge Kerrigan, geïmporteerd moest worden door de Utrechtse stichting Impakt en schoorvoetend een weg zoekt langs wat wel het C-circuit wordt genoemd: kleine filmhuizen als Effenaar in Nijmegen, het Paard in Den Haag en Popi in Rotterdam. Ooit van gehoord?

Het mooiste kwam dit jaar toch weer uit Azië: Vive l'amour (Taiwan) en The Days, Red beads en Postman (China). Films die, net als Clean, Shaven, tijdens het Rotterdamse festival in première gingen en vandaar hun weg vonden in de filmhuizen. In Rotterdam gingen ook twee Nieuwzeelandse produkties in première, Heavenly Creatures en Once were Warriors, die indruk maakten. De Europese film bleef doorkwakkelen. Uit Italië, Frankrijk en Engeland kwamen af en toe aardige films als Lamerica (maar vooral Le Buttane), La Haine en Land and Freedom. De Oosteuropese film, Rusland voorop, stortte verder in elkaar.

En Nederland? Het Gouden Kalf voor de beste Nederlandse film ging dit jaar naar het verrassende debuut ZUSJE, over twee weken pas te zien in de bioscoop. Flodder 3, de enige vaderlandse film waar een redelijk groot publiek trek in had, kreeg in Utrecht niet eens een nominatie. Kleine successen waren Antonia van Marleen Gorris en Tot ziens van Heddy Honigmann, die ook in prijzen vielen op buitenlandse festivals. Helemaal geen succes had de prestigieuze (en onderschatte) nieuwe film van Jos Stelling, De vliegende Hollander, net zo min als de respectabele Hoogste tijd van Frans Weisz. En naast ZUSJE was de grote verrassing de laatste maanden Lang leve de koningin, het debuut van Esmé Lammers.

De teneur van het afgelopen jaar in Nederland was de voortdurende produktie van uitstekende documentaires, met voorop Moeder Dao, de schildpadgelijkende (opnieuw: première tijdens het Rotterdamse festival), en de vooruitgang van het televisiedrama. Dat blijft de weg waar de Nederlandse film het van moet hebben: kleine eigen produkties, kinderfilms (ook De tasjesdief!) en de televisie. Voor het grote werk worden hard- en software beheerst door de Amerikaanse industrie, Disney voorop.

Naar gebruik vragen wij de lezers van de Volkskrant wat zij de beste film van het afgelopen jaar vonden. Voor het gemak hieronder een nagenoeg complete lijst van films die het afgelopen kalenderjaar in première gingen. Daarvan kan natuurlijk worden afgeweken, met name omdat buiten de Randstad films vaak pas veel later te zien zijn. Stuur een briefkaart of brief, met, in volgorde, maximaal vijf titels, plus eventueel de beste Nederlandse film, uiterlijk 14 januari naar:

Filmredactie de Volkskrant

Postbus 1002

1000 BA Amsterdam

Inzendingen die na 15 januari binnenkomen tellen niet meer mee. Opmerkingen over film, filmbeleid, filmvertoning of filmkritiek zijn van harte welkom. De uitslag verschijnt op vrijdag 19 januari in de speciale bijlage over het Rotterdamse filmfestival.

Meer over