Improvisaties op een stervende zwaan

De Franse choreografe Mathilde Monnier maakte een drastisch herziene versie van De Stervende Zwaan, Anna Pavlova’s balletsolo uit 1907. ‘Door Pavlova ben ik het ballet weer met andere ogen gaan zien.’..

Door Mirjam van der Linden

Dribbelend op haar spitzen en fladderend met haar armen buigt ze haar bovenlijf achterover en zakt ze op de hartverscheurende celloklanken van Camille Saint-Saëns herhaaldelijk ineen. Lang voordat de Russische ballerina Anna Pavlova in haar rol als zwaan voor het oog van de wereld op Youtube ‘sterft’, heeft zich in vele hoofden al een onuitwisbaar beeld van de beroemdste balletvogel uit de geschiedenis genesteld. Zo ook in dat van de niet-klassieke choreograaf Mathilde Monnier (Mulhouse, 1959). In de lobby van een hotel om de hoek van Théâtre de la Ville in Parijs, waar haar groep de avond ervoor optrad, bekent ze na haar ochtendyoga lachend, slippers nog aan, dat ook zij De Stervende Zwaan uit 1907 als vanzelfsprekend bij haar culturele bagage had ingelijfd. ‘Het is een ballet dat door weinigen is gezien maar waarvan velen denken dat ze het kennen. Het is een historisch icoon, een mythe.’

Met een drastisch nieuwe versie van De Stervende Zwaan opent Monnier, die in Montpellier een van Frankrijks nationale choreografiecentra leidt, morgen het hedendaagse dansfestival Springdance in Utrecht. In haar Pavlova 3’23’’ (Pavlova’s solo duurde drie minuten en 23 seconden) dansen negen dansers ieder een eigen solo geïnspireerd op het origineel. De een focust op de armen van Pavlova. De volgende verhaalt in het Chinees wat Maya Plisetskaya, nog zo’n beroemde vertolkster, over de rol van de stervende zwaan zei. Weer een ander heeft het sterven eruit gepikt en lijkt in een auto-ongeluk gestrand. Monnier: ‘Ik wilde Pavlova niet imiteren. Iedere danser heeft geïmproviseerd rond een ander element uit de solo. Hoe ziet jouw stervende zwaan eruit? Daar ging het om.’

Pavlova 3’23’’ wordt gepresenteerd in een double bill met Live van Hans van Manen, een ballet uit 1979 waarin een danseres live door een meebewegende cameraman wordt gefilmd en geprojecteerd op groot scherm. Ook hier staat de ballerina dus centraal en wordt zij ‘vermenigvuldigd’. Maar waar Van Manen het leven en de taal van het ballet viert, belicht Monnier de dood en laat zij in haar dansstijl nog slechts een enkele referentie aan de klassieke roots van Pavlova in tact.

Hedendaagse choreografen laten zich tegenwoordig graag door balletklassiekers inspireren. Misschien omdat posities inmiddels zijn bevochten, omdat het grensoverschrijdend denken ook binnen de dans terrein wint of omdat de veranderaars deel van de traditie willen worden. Monnier wilde aanvankelijk iets doen met de verschillende verschijningsvormen van de stervende zwaan in de dans, maar toen ze het filmpje van Pavlova zag, bleef ze haken. Monnier: ‘Jarenlang heb ik klassiek ballet verworpen omdat er in de danswereld een strikte scheiding bestond tussen klassiek en hedendaags. Stom, want het is toch een deel van mijn eigen geschiedenis. Door Pavlova ben ik het ballet weer met andere ogen gaan zien. Het is een rijke erfenis.’

Een van Monniers ‘ontdekkingen’ is dat Pavlova, in haar tijd een vurig pleitbezorger van klassiek ballet, eigenlijk heel actueel is. Als danseres vroeg zij de choreograaf, Fokine, om een stuk voor haar te maken, een indertijd ongekende omdraaiing van autoriteit. Bovendien improviseert ze bijna voortdurend en is er geen decor, wat een zekere abstractie creëert. Monnier: ‘Het zijn allemaal dingen die de dans van nu ook doet. De Stervende Zwaan is in wezen volledig eigentijds. Ook de bewegingen zijn niet zo stijf als doorgaans in ballet. Fokine was beïnvloed door de moderne danspionier Isadora Duncan. Dat zie je terug in de losse bovenrug en in de armen die niet in poses staan maar voortdurend vloeiend bewegen, maar ook in hoe Pavlova soms plotseling in elkaar zakt, alsof de stroom uitvalt. Wij vinden het heel normaal dat een danser de vloer met zijn handen aanraakt. Toen was dat zeer ongebruikelijk.’

Monnier heeft Pavlova’s vrije, persoonlijke expressie herkend en uitvergroot. Het thema van het sterven echter, kwam nog directer binnen. Monnier, zelf net vijftig: ‘Het was alsof Pavlova voor mij persoonlijk danste, van danser tot danser, zonder choreografie ertussen. Ik heb mijn ouders verloren toen ik heel jong was. Dat heb ik altijd weggestopt. Nu opeens, dertig jaar later, komt het verlies naar buiten. Eigenlijk is de dood altijd in mijn gedachten geweest, leef ik ermee. Het is alleen lastig geweest, een beetje incorrect, om erover te praten.’ Ook Pavlova worstelt met de dood. Ruim drie minuten lang probeert ze niet te eindigen (en dat in haar carrière zo’n vierduizend keer). Monnier: ‘Wat ik erg mooi vind, is dat ze het einde van een beweging als startpunt heeft genomen. Het is paradoxaal, bijna onmogelijk wat zij doet: sterven via beweging, via actie. Ze stelt het finale moment alsmaar uit, wat ik natuurlijk ook doe door negen variaties neer te zetten.’

Uitstel of niet, in Pavlova 3’23’’ is de vergankelijkheid wel permanent en alom aanwezig. Monnier laat de dansers werken met een enorme stoet aan voorwerpen die soms direct, vaker indirect verwijzen naar de objecten uit vanitas-schilderijen. Tegelijk met het optreden van Monnier in Parijs opende Musée Maillot de nog tot eind juni te bezichtigen expositie Vanité, over vanitas-symbolen in kunst van Caravaggio tot Damien Hirst. Een indrukwekkende verscheidenheid aan schedels natuurlijk, maar ook brandende kaarsen, verwelkte bloemen en muziekinstrumenten zonder bespeler herinneren ons aan onze aardse tijdelijkheid. Niets is blijvend, zeggen ook de wekker, de lamp, het pistool en zelfs de boog, de dobber en de bellenblaas bij Monnier, vooral door hoe ze worden gebruikt. De dansers geven elkaar lukraak objecten. Het beeld dat de danser met zo’n object vormt, is dus toeval. Bovendien veranderen de beelden om de haverklap. Monnier: ‘Ik probeer de dood te accepteren want ik denk dat je dan makkelijker zult leven. Daarom moet ik ook de vluchtigheid van mijn vak accepteren. Als ik er niet meer ben, blijft er misschien helemaal niets van mijn choreografieën over. Dans is herinnering, dans is vanitas.’

Meer over