Immuniteit enquêtecommissie beperkt

El Al vindt dat de enquêtecommissie onrechtmatig heeft gehandeld. Voorzitter Meijer heeft zich echter op de parlementaire onschendbaarheid beroepen. Dat was wat kort door de bocht....

El Al heeft de enquêtecommissie Vliegramp Bijlmermeer afgelopen dinsdag laten weten dat zij in twee gevallen onrechtmatig heeft gehandeld ten opzichte van deze luchtvaartmaatschappij. Om die reden heeft El Al een rectificatie gevraagd van de commissie en overweegt zij de staat en de commissieleden aansprakelijk te stellen voor de schade die zij heeft geleden.

El Al wijst erop dat het commissielid Oudkerk tijdens het verhoor van minister Jorritsma, en commissievoorzitter Meijer op de persconferentie daarna, El Al ten onrechte het verwijt hebben gemaakt dat zij de pas onlangs in New York opgedoken vrachtbrieven al jaren in haar bezit had. Ten tweede stelt El Al dat de commissie tijdens het verhoor onzorgvuldig is omgesprongen met de bandopname van het telefoongesprek tussen El Al-medewerker Aaij en de luchtverkeersleiding op Schiphol, dat kort na de ramp plaatshad.

Commissievoorzitter Meijer heeft namens de commissie de advocaat van El Al een dag later laten weten dat hij niets in de claims van de Israëlische luchtvaartmaatschappij ziet. Meijer beroept zich daarbij op de parlementaire onschendbaarheid.

Hij heeft daarmee maar voor een deel gelijk. Volgens artikel 71 van de Grondwet kunnen parlementariërs voor hetgeen zij in vergaderingen van het parlement of in commissies daarvan, zoals de enquêtecommissie, hebben gezegd of daarin schriftelijk hebben overgelegd niet in rechte worden vervolgd.

De parlementaire onschendbaarheid betreft zowel de strafrechtelijke aansprakelijkheid als de civielrechtelijke aansprakelijkheid voor schade.

Indien de commissieleden zich kunnen beroepen op deze immuniteit, ligt het ook voor de hand dat de staat niet kan worden aangesproken.

De omvang van de parlementaire onschendbaarheid is echter zeer beperkt. Zij omvat alleen hetgeen tijdens de commissievergadering is besproken. De opmerking van Oudkerk tijdens het verhoor valt daar duidelijk onder.

De commissie moet ook bewijsmateriaal achterhalen. Daarom moet ook een minder zorgvuldige weergave van de bandopname onder de parlementaire onschendbaarheid worden gebracht.

De parlementaire onschendbaarheid omvat niet hetgeen commissievoorzitter Meijer tijdens een persconferentie of elders in de media heeft gezegd. Voor daarin gedane onrechtmatige uitlatingen kunnen de commissieleden of de staat aansprakelijk worden gesteld.

Maar zijn de uitlatingen van de voorzitter of de commissieleden onrechtmatig ten opzichte van El Al? Zoals altijd bij dergelijke claims, moet er een belangenafweging worden gemaakt tussen enerzijds de vrijheld van meningsuiting van de commissie en anderzijds het recht op eer en goede naam van El Al.

Ook de commissieleden komt een recht op de vrijheid van meningsuiting toe.

Voor een grote zorgvuldigheid van de commissieleden pleit onder meer dat hun uitlatingen grote gevolgen kunnen hebben voor El Al.

De commissie mag in beginsel afgaan op wat anderen zeggen. Bij het weergeven daarvan gaat zij vrijuit. Zij hoeft die verklaringen niet nader te onderzoeken. Tegen aansprakelijkheid van de commissie pleit onder meer de ernst van de misstand die zij aan de kaak wil stellen. Het mogelijk willen verzwijgen door El Al van de vrachtbrieven en van de lading zijn ernstige feiten.

Al met al lijkt de aansprakelijkheid van de staat, de commissie of de leden daarvan een moeizame zaak.

Zoveel is zeker: El Al wint met deze actie de goodwill van de Nederlandse samenleving niet terug.

De aanval mag dan de beste verdediging zijn, maar of het ook de meest wijze is, valt te betwijfelen.

Meer over