Nieuws

Illegale migranten in België: geen papieren, geen leven

Al bijna veertig dagen zijn Belgische illegale migranten in hongerstaking voor een generaal pardon. Hun reserves zijn op, elke dag is er een te veel. Maar de regering lijkt niet tot een besluit in staat.

Belgische illegalen in hongerstaking hebben hun intrek genomen in de Begijnhofkerk in Brussel. Na ruim een maand niet eten, is hun fysieke toestand precair geworden. Beeld Rebecca Fertinel
Belgische illegalen in hongerstaking hebben hun intrek genomen in de Begijnhofkerk in Brussel. Na ruim een maand niet eten, is hun fysieke toestand precair geworden.Beeld Rebecca Fertinel

‘Een baan, een huis, een toekomst. Gewoon een normaal leven.’ Meer hoeft de 33-jarige Attal Ullah eigenlijk niet, en in de hoop daar ooit een kans op te maken, heeft hij al veertig dagen niet gegeten.

Zo’n tweehonderd schimmen wankelen in het halfduister door de Begijnhofkerk in het centrum van Brussel. Begin februari werd deze kerk door honderden illegalen bezet – mensen die al jaren in België wonen en werken, en eindelijk gezien willen worden. Toen politici geen sjoege gaven, grepen de ‘sans papiers’, zoals ze in België worden genoemd, naar het enige instrument dat zij nog hadden, en gingen in hongerstaking.

Staatssecretaris Sammy Mahdi voor Asiel en Migratie reageerde direct op Twitter: dit heeft geen enkele zin. ‘Laten we vooral hopen dat er niemand sterft van de honger. Ik hoop niet te moeten bewijzen hoe principieel ik wel ben.’

Mond dichtgenaaid

Een maand later zitten er 475 hongerstakers verspreid over deze kerk en twee universitaire campussen in dezelfde stad, en ze gaan rap achteruit. Vier mensen hebben deze week hun mond dichtgenaaid, anderen hebben geprobeerd batterijen en scheermesjes door te slikken. De meesten hebben steeds meer moeite om rechtop te staan. Na vier weken heeft het lichaam alle vetten verbrand en om toch nog ergens energie vandaan te halen, gaat het dan over op eiwitten. De spieren dus. Organen kunnen hierdoor onherstelbare schade oplopen. Elke dag worden er hongerstakers meegenomen naar het ziekenhuis.

‘En dat gaan er steeds meer worden’, zegt verpleger Thomas Giot van het Rode Kruis die in de kerk aanwezig is. ‘Elke dag dat deze mensen niet eten, worden zij zieker. Het is voor ons erg complex, want zolang zij weigeren om te eten, kunnen we alleen de symptomen behandelen. En ik vrees dat er straks honderden mensen tegelijk naar het hospitaal moeten - wat er te veel zijn. Dat kunnen onze ziekenhuizen niet aan.’

Papierwerk onder hoofdkussen

In de schaduw van zware, grijze kerkpilaren, ligt de tengere Attal Ullah op een matras, met onder zijn hoofdkussen een plastic mapje. Daarin zit al het papierwerk dat hij heeft verzameld sinds hij in 2010 het geweld van Pakistan ontvluchtte en in België asiel aanvroeg. Pas na drie jaar kreeg Attal Ullah zijn eerste interview, negen maanden daarna werd zijn asielverzoek afgewezen. ‘‘Ga maar in een provincie in Pakistan wonen waar het wel veilig is’, vertelden zij me. Maar daar kan iemand uit mijn provincie niet veilig terecht!’

De man dook de illegaliteit in en werkte in een restaurant, een autowasbedrijf, in de bouw, in een winkel. Vaak buffelde hij elf uur per dag, soms voor 3, soms voor 6 euro per uur – een verhaal dat ook anderen in de kerk vertellen. Hij wordt uitgebuit en leeft constant in angst voor de politie. ‘België is een prachtig land’, zegt Attal Ullah zachtjes, ‘maar voor mij is het een gevangenis.’

Knetteren

De kwestie laat het knetteren binnen de federale regering. De Franstalige, linkse partijen (de Parti Socialiste en Ecolo) dringen aan op een snelle en humane oplossing, maar daar willen de centrum-rechtse Vlaamse partijen niets van weten. Tijdens de lange, moeizame formatie is een generaal pardon even ter sprake gekomen, maar aan de Vlaamse kant ligt dit erg moeilijk. Al was het maar omdat oppositiepartijen Vlaams Belang en de N-Va namens een groot deel van de kiezers moord en brand zullen schreeuwen.

Nu bestaat er voor illegalen in België een extra route om toch aan papieren te komen: als mensen lang in het land wonen, de taal goed spreken, en hun kinderen er bijvoorbeeld naar school gaan, kunnen zij een regularisatie, oftewel een pardon aanvragen. Dit lijkt veel op de discretionaire bevoegdheid zoals wij die tot 2019 in Nederland ook kenden: mensen moeten een dossier over hun situatie aanleggen en dat komt op het bureau van de staatssecretaris terecht. Deze kan vervolgens beslissen om op humanitaire gronden een uitzondering voor iemand te maken.

Veel hongerstakers, onder wie Attal Ullah, hebben dit al zonder succes geprobeerd. Omdat zij geen idee hebben waarom zij zijn afgewezen, terwijl anderen wel een Belgisch paspoort kregen, willen zij dat deze route wordt weggehaald bij de staatssecretaris. Wat hen betreft komen er duidelijke criteria die worden getoetst door een onafhankelijke commissie. Ook daar zijn de Franstalige partijen wel voor te porren, maar de Vlamingen willen er niets van weten, omdat hiermee een nieuw migratiekanaal wordt geschapen.

Geen vast voedsel, alleen koffie, thee en water voor de honger­stakers. Beeld Rebecca Fertinel
Geen vast voedsel, alleen koffie, thee en water voor de honger­stakers.Beeld Rebecca Fertinel

Realiteit

‘Er is een politieke realiteit, die gaat over een ideologisch verdeelde coalitie en partijbelangen, en daarnaast is er mijn realiteit’, zegt de 43-jarige Marokkaan Sharif. Hij woont al vijftien jaar in Brussel en is in die tijd onder meer hovenier, lasser, en verhuizer geweest. Hij heeft hier vrienden en familie, maar voelt zich elke dag opgejaagd door foute werkgevers die misbruik maken van illegalen, en door de politie. Hij wil rust. Hard werken. Belasting betalen.

En zo hebben alle mensen die in deze kerk op matrassen liggen onder heiligenbeelden en schilderijen van de kruisweg, een schrijnend verhaal. Aissa (49) wiens zoon wel naar school kon, maar zijn opleiding niet afmaakte omdat hij als illegaal kind geen stage mocht lopen. Mohamed (35) die zijn hele volwassen leven in België werkt als vrachtwagenchauffeur, en niemand meer kent in zijn geboortestreek. Of Imad (36), wiens moeder, zus en broers wel een verblijfsvergunning hebben, maar er zelf steeds naast greep.

En dus eten zij allemaal niets meer. Al veertig dagen niet. ‘Natuurlijk doet het pijn’, zegt Sharif. ‘En nee, ik wil niet dood. Maar ik zal niet stoppen tot onze situatie verandert. Er is geen enkele andere deur meer die ik kan openen.’