IKEA-land

Mooie nieuwe spullen: voor mij hoeft het niet. Mooie nieuwe spullen maken mij bang. Niet dat ik telkens bevend van angst pakweg een lamp van Panzeri aanknip....

Eric Arends

Bij een Panzerilamp hoort minimaal een Gispenstoel, vind ik, die op zijn beurt gezelschap verdient van een hifi-set van Bose of Bang & Olufsen. Dit soort principes heeft op zichzelf al behoorlijk ingrijpende (financiële) consequenties, maar los daarvan spelen mentaal uitputtende vragen als: wélke Gispen-stoel, wát voor hifi-set? Met twee of vier luidsprekers? Met cd-wisselaar? Of verdient het de voorkeur een complete audiowereld op te trekken rond de iPod? Alleen al de gedachte aan het duizelingwekkende aanbod weerhoudt me er meestal van een winkel binnen te stappen. Mooie nieuwe spullen ga ik daarom liefst uit de weg. Vaak lukt dat best aardig. Bij ons thuis bestaat het bankameublement uit twee bescheiden tweezitters waarvan de oudste dateert uit de nadagen van de Koude Oorlog en het nieuwste model de afgelopen vijf jaar door kinderhanden is voorzien van grillige motieven in rode, groene en blauwe viltstiftinkt. Onze stereo-installatie is ooit ingewijd met de debuutsingle van Adam & the Ants (Stand and deliver, uit 1981) en aan het huiskamerplafond blijft na elke verhuizing de eerste zes maanden het kale peertje hangen dat wij er op dag één zogenaamd als tijdelijke voorziening hebben ingedraaid.

Toch is er soms geen ontkomen aan. Zo kreeg ik onlangs een foto opgestuurd van een Nederlandse vriend die zichzelf met een brede grijns naast zijn pas verworven espressoapparaat had laten vereeuwigen. Ook zonder verdere toelichting was in één oogopslag duidelijk dat het een topstuk uit de koffiemachinerie betrof, wat bij mij direct de vraag opriep of ons eigen espressosysteem nog wel aan de eisen van vandaag voldeed.

Dezelfde jaloerse oprispingen had ik tijdens een etentje bij een andere vriend. Zijn flat was niet bijster groot en ook qua luxe sprong het socialehuurvertrek niet in het oog. Des te dieper werd ik getroffen door het schitterende roestvrijstalen gasfornuis van Boretti dat de gastheer zichzelf cadeau had gedaan. Het gevaarte vulde de hele keuken, je moest náást het fornuis gaan staan om de ovendeur te kunnen openen, maar dat weerhield me er niet van om de daaropvolgende weken nauwgezet onderzoek te doen naar de Boretti- of Smeg-uitvoering die het best ons bruinbeige jarenzeventiggasstel kon vervangen, waarbij ik meteen maar een kleine nevenstudie maakte van alle mogelijke bijpassende designkoelkasten.

Onze eerste koopwoning heeft mij twee jaar geleden zelfs wekenlang ’s nachts uit de slaap gehouden wegens kopzorg over de juiste douchekop en het mooiste spoelsysteem op de wc. Vuistdikke boeken bleken er over deze onzin te bestaan, maar na vijf minuten bladeren bleek ik ook op het gebied van toiletstortbakken een uitgesproken voorkeur te hebben.

Bij ons vertrek naar Italië hield ik dan ook mijn hart vast. In het hol van de leeuw zou ik binnen de kortste keren worden verslonden door de retestrakke stoelen, kasten en tafels die iedereen thuis heeft staan. Dat is godzijdank meegevallen. Sterker, onze huisbaas heeft de keuken van onze huurwoning uitgevoerd met een verbijsterend simpele vierpits ‘Whirlpool for IKEA’, en ook de rest van de Italianen blijkt een wonderbaarlijke voorliefde te koesteren voor het kant-en-klaarmeubilair uit Zweden. De liefde gaat zo diep dat een stel jonge Italiaanse vrouwen laatst in het vliegtuig, tijdens de daling op Roma Ciampino, plotseling naar buiten wees en kirde: ‘IKEA! Kijk daar, jahaa, IKEA, IKEAAA!’

Op weg naar huis reed ik even later langs een nabijgelegen winkel voor Italiaanse designkeukens. De etalage ging geheel bedekt achter een mededeling van de directie: liquidazione straordinaria. Binnenkort toch maar eens gaan kijken.

Meer over