'Ik word vaak verward met Jan des Bouvrie'

Hoe zien we onszelf, en wat denken anderen? Deze week tekenaar Peter van Straaten. Zijn 70ste verjaardag wordt gevierd met een expositie en de documentaire Een gelukkige hand, 24 maart in de bioscoop....

Geklokt: één minuut vijf.

'Deze heb ik vaker gedaan.'

Waar denkt u aan, als u tekent?

'Nu aan niks, geloof ik. Maar dit is ook maar een klein dingetje. Normaal drijven mijn gedachten wel weg.'

Er zit een vleugje Simon Carmiggelt in.

'Ik lijk op iedereen. Ik word vaak verward met Jan des Bouvrie, met Jaap van Heerden; laatst maakte iemand me nog uit voor Henk Spaan. Zo ga ik op in de massa, dat is ook wel lekker.'

Is dit typisch een 'Peter' uit 2005?

'Nou ja, de stijl is wel kaler geworden. Vroeger had ik nog behoorlijk zitten krassen hier en daar, om schaduw te suggereren. Dat is me nu te artistiek en ook wat te gemakkelijk.'

Hoe zien collega's u?

'Ik denk dat ze me wel waarderen. Maar ik heb geen epigonen; geen jonge cartoonisten die me achterna willen.'

Hoe zou u zichzelf typeren?

'Als een illustrator van zijn eigen onderschriften.'

Kleiner kunt u zich niet maken, toch?

'Mijn thema's zijn modern, maar mijn tekenstijl is heel ouderwets hoor. Die gaat terug tot 1880. Het is een godswonder dat het nog gewaardeerd wordt.'

Stel, u tekent een vrijend stelletje, half ontkleed, in het gras aan de waterkant. Rij populieren op de achtergrond. Waar verheugt u zich het meeste op?

'Op het gras. Ja, ik begin met de stand van het meisje en met de geslachtsdelen, maar ik verheug me het meest op het gras. Het is heerlijk om dingen buiten te laten gebeuren. In een compleet bos als het kan. Ik woon in Amsterdam en ik teken graag over waar ik niet ben.'

Wat waarderen vrienden in u?

'Mijn gelijkmatige humeur, denk ik.'

Wat is een verwijt dat u vaak krijgt?

'Wat ben je stil - is er iets? Of als we aan een lange tafel zitten, zeggen ze het tegen Els. ”Wat is Peter stil.”'

En wat zegt uw Els dan?

'Die man ís stil.'

U zit dan te kijken en te luisteren?

Ja, of weg te dromen. En ik heb de handicap dat ik eerst overweeg wat ik wíl gaan zeggen... en dan zie ik er maar weer vanaf. Of ik maak een kwinkslag, maar weer te zacht. Gaat mijn buurman ermee aan de haal.'

Hindert die verlegenheid u?

'Lang niet meer zo erg als vroeger. Verlegen zijn is ook niet zo erg, als je maar niet tegenover iemand zit die hetzelfde heeft. Dat is de hel.'

Wat vinden vrouwen aantrekkelijk aan u?

'Mijn haar. Alle vrouwen zijn jaloers op mijn haar.'

Origineel antwoord, maar nu echt.

'Nou ja, ik ben lang. En ik ben bepaald geen macho. Vrouwen die ik leuk vind, houden daarvan. Andere vinden me een watje.'

Bent u zo melancholiek als uw tekeningen?

'Ik maak natuurlijk geen vrolijke cartoons. Ook al zou ik het willen, ik k n het niet: er sluipt altijd dat verdriet in. Dat vind ik ook lekker, hoor. Ik ga voor de glimlach, eventueel met een kleine snik.'

Ooit in uw wérk een dalletje gehad?

'O ja, rond mijn veertigste: de midlifecrisis. ”Moet ik me de rest van mijn leven met deze onzin bezighouden?”, vroeg ik me af. ”Altijd maar leuk zijn?” Dat duurde twee jaar, toen was het over.'

Is dat in uw werk uit die tijd terug te zien?

'Nee, want ik loop met tekenen altijd een jaar of tien achter - als iets helemaal achter de rug is. Dan is het minder bedreigend, ik weet niet precies hoe dat werkt.'

Hoe zou u zichzelf over tien jaar tekenen?

'Technisch weer iets beter, hoop ik. Maar verder hetzelfde: in goeie doen. Ik voel me prima nu.'

Meer over