'Ik wil niet die Hindoestaanse comedian zijn'

Welke rol speelt afkomst in Nederland? Dat onderzoekt V in een reeks interviews. Comedian Rayen Panday (33):'Mijn grappen probeer ik altijd eerst uit voor een witte zaal.'

Rayen Panday (33): 'In New York moet je grappig zijn, dat is het enige. Iedereen is daar migrant.' Beeld Robin De Puy
Rayen Panday (33): 'In New York moet je grappig zijn, dat is het enige. Iedereen is daar migrant.'Beeld Robin De Puy

Vijf anekdotes. De eerste: 'Ik ben geboren in Zaandam, in Poelenburg, het deel waar veel Turken wonen. Later ging ik op vakantie naar Turkije, zelfs mensen die daar woonden dachten dat ik Turks was. Ik stond in een winkel en een Hollandse vrouw vroeg aan me: 'How much is this?' In het Nederlands antwoordde ik dat ik ook maar op vakantie was. Dan ga ik niet moeilijk doen.'

De tweede: 'Ik was net begonnen met comedy, in Toomler. De grappen die ik vertelde gingen over relaties. In de zaal zaten een paar scouts van het Groninger Studenten Cabaret Festival, ze waren niet tevreden over de aanmeldingen voor dat jaar en vroegen of ik auditie wilde doen. Een van die mensen was Wimie Wilhelm. Ze zei: waarom koppel je jouw materiaal niet aan een Hindoestaanse bruiloft, daar ben je vast weleens geweest?

'Ja, daar was ik geweest, maar ik wilde er niet over vertellen. Ik wilde goed worden als comedian en niet die Hindoestaanse comedian zijn. Het was net zoals met mijn keyboard. Ik was bezig met muziek. Zingen en piano. Mijn vader zei steeds dat ik iets moest doen met mijn keyboard. Ik vond dat niet passen bij stand-upcomedy. En dit ook niet. Voor mij is mijn familie niet iets cultureels, het is alleen hoe ik ben opgegroeid.

'Wimie overtuigde me, ik dacht: er zit toch wel iets in. Ik had 8 minuten materiaal, waarvan er 4 goed waren. Op het aanmeldingsformulier voor dat festival stond: duur auditie 30 minuten. Die week ben ik thuis gaan zitten: oké, wat vind ik nog meer grappig?'

In gesprek

Schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Beste vriend) interviewt voor V Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Mede gebaseerd op deze serie verscheen vorig jaar zijn boek Kaaskoppen. Hij spreekt onder anderen nog met rapper Iliass (Marokkaans) en zangeres Karima el Fillali (Marokkaans).

De derde: 'Dit jaar had ik een optreden op Paaspop, ik liep daar rond met een bevriende collega, Kasper van der Laan. Een Hindoestaanse vrouw kwam naar me toe en vroeg of ze met me op de foto mocht. Ze was enthousiast en trots, ze noemde me onze Hindoestaanse comedian. Ik dacht er verder niet over na. Daarna vroeg Kasper: waarom benoemde ze dat zo, op die manier zie ik jou helemaal niet, voor mij ben je gewoon een comedian.

'Als ik grappen bedenk over mijn achtergrond probeer ik ze eerst uit op een witte zaal. Niet voor een zaal vol Surinamers. Iedereen moet het kunnen begrijpen. Ik merk bijvoorbeeld hoe Marokkaans publiek reageert op verhalen over mijn jeugd. Ze herkennen het: ja, zo ging het bij ons ook. Ik had een keer een date met een Hollands meisje. Zij herkende niets in wat ik vertelde over mijn strenge opvoeding. Ze kon zich alleen een vakantie in Frankrijk herinneren, waar haar vader één keer boos was geworden en zijn stem had verheven. Daar had hij later nog zijn excuses voor aangeboden. Dat was voor mij een droomvakantie geweest.'

Nederlands
'Als Hindoestanen met mij Hindoestaans willen praten.'

Surinaams
'Bij Surinaamse muziek.'

Eten
'Nasi.'

Partner
'Ik heb twee relaties gehad met Hindoestaanse meisjes die allebei dezelfde naam hadden. Kennelijk ga ik niet alleen op zoek naar dezelfde cultuur, maar ook naar dezelfde naam.'

Dubbel paspoort
'Als mensen dat graag willen, mogen ze er van mij acht hebben.'

De vierde: 'De meeste Surinaamse Hindoestanen spreken thuis Sarnami, een dialect uit India. Mijn ouders spraken met ons Sranantongo. In Suriname gingen ze veel om met mensen die niet Hindoestaans waren. Creolen, Javanen, Chinezen. Als ik in Nederland een Hindoestaan tegenkom, voel ik het al aankomen - ze gaan Sarnami tegen me praten, ik moet vertellen dat ik het niet spreek en zij vragen hoe dat kan, ik ben toch een Hindoestaan? Ik zeg dan: we zijn hier in Nederland, we spreken allebei Nederlands, laten we in die taal met elkaar praten.

'Ik hou van creoolse muziek, van hun comedy. Ze zijn Surinamers, net zoals ik. New York is mijn lievelingsstad, daar ga ik veel heen. Ik treed er ook op. Als ik daar in een zwarte comedyclub sta, denk ik: het zijn dan wel geen Surinamers, maar ik vind ze gezellige mensen, voor mijn gevoel horen we bij elkaar. Alleen zien zij mij als iemand uit India, ik hoor helemaal niet bij hen. Hoe ik via India en Zuid-Amerika in Europa ben terechtgekomen, dat verhaal kunnen ze niet plaatsen en het interesseert ze niet. In New York moet je grappig zijn, dat is het enige. Iedereen is daar migrant.'

De vijfde: 'Op NPO 1 deed ik mee aan het programma Baas Raymann. Ik zag het als iets wat ik met vrienden ging doen. Jörgen Raymann, Nabil Aoulad Ayad, Soundos El Ahmadi en Pieter Derks. Allemaal vrienden van me. Als ik bij de opnamen om me heen keek, zag ik twee Marokkanen, nog een Surinamer en een Hollander, we waren allemaal netjes vertegenwoordigd. Ik kreeg twijfels. Moest ik hieraan meedoen? Bij het programma dat direct ervoor werd uitgezonden hadden ze er niet op die manier over nagedacht, dat was gewoon een tv-programma. En het programma erna ook. Bij ons was er ineens die verdeling met mensen uit een bepaald groepje. Het klopte niet. Of was het grootste probleem dat we geen goed tv-programma maakten?

'Ik heb meegedaan aan het Belgische tv-programma Mag ik u kussen? Daar werd ik gevraagd als comedian. Dat voelt voor mij natuurlijker. Bij De Wereld Draait Door zag ik een keer een item over de muziek van Solange. Ze hadden een creoolse vrouw uitgenodigd. Het werd zo gepresenteerd: ga jij nu eens aan ons deze muziek uitleggen. Alsof er een afstand zou zijn, een scheiding. Die is er niet. Het is gewoon popmuziek. Ik ben fan van Freddie Mercury en Queen en rockmuziek uit de jaren tachtig. Waarom zou ik daarover niet kunnen vertellen?'

Rayen Panday

Rayen Panday (Nederland, 1983) studeerde elf jaar rechten aan de Universiteit van Amsterdam. 'Na vijf jaar begon ik met comedy, daarna ben ik nog zes jaar doorgegaan met die studie. Ik deed er zo lang over dat ik in de collegezaal zat met de broertjes van mensen met wie ik eerder had gestudeerd. Dat ik zei: o ja, ik ken jouw grote broer nog, toffe gast was dat.' Zijn programma Niet verder vertellen wordt later dit jaar uitgezonden door BNN/VARA. Vanaf januari staat hij in de theaters met zijn nieuwe programma Fenomeen.

Wat zeggen deze anekdotes over u?

'Misschien is het een generatiedingetje, maar ik kijk zo: vind ik jou cool, kan ik met je lachen? Ja? Dan ben je mijn vriend en maakt het me niet uit waar je vandaan komt. Ik heb opgetreden in Estland. Hoe ik daar terechtkwam - lang verhaal. Ze wisten niets over Suriname of Hindoestanen. Ik trad op in het Engels en ze moesten lachen. Omdat het herkenbaar was en omdat ze het grappig vonden.'

Meer over