'Ik wil mijn leven geven voor Senkaku-eilanden'

Met zijn donkerblauwe pak, smetteloos witte overhemd en gouden manchetknopen kan Toyohisa Etoh makkelijk doorgaan voor een bedrijfsdirecteur. Zijn rustige betoogtrant en grijzende slapen geven hem professorale eerbiedwaardigheid....

TOINE BERBERS

Van onze correspondent

Toine Berbers

TOKYO

Maar als hij losjes vertelt meer respect te hebben voor vaderlandslievende gangsters dan voor politici, blijkt dat deze leider van een ultrarechtse, paramilitaire groep een gevaar is voor de vrede in Oost-Azië. Want Etoh is bereid te sterven voor de Senkaku-eilanden.

Hij vindt de Japanse regering 'een stelletjes lafaards', die hem het vuile werk laten opknappen. Etoh's Nihon Seinensha (Japanse Jeugd Federatie) bouwde in juli een aluminium vuurtoren van vijf meter op een van de onbewoonde rotspunten die ten noordoosten van Taiwan uit de Oost-Chinese zee steken. 'Japan moet zich sterk maken voor de verdediging van heel het grondgebied'.

Natuurlijk horen daar ook de in 1945 door Rusland geannexeerde Koerilen in het noorden bij, maar Etoh concentreert zich eerst op het zuidelijke eind van de archipel. De regering rekent de eilandjes wel tot haar grondgebied, maar vreest dat Etoh's acties de buurlanden provoceren en de licht ontvlambare anti-Japanse sentimenten oproepen.

Japan bezette de vijf klippen in 1895, maar China wil de Diaoyu's, zoals ze daar heten, terug. Etoh's actie heeft een golf van protesten opgewekt in de Chinese wereld. Een Hongkongse actievoerder verdronk vorige maand tijdens pogingen om Chinese en Taiwanese vlaggen te planten. Nationalisten in Taiwan willen morgen op de Diaoyu's met een helikopter landen.

China verwijt Tokyo dat het de nationalisten niet intoomt. Maar een regeringswoordvoerder in Peking ontkende deze week dat de betrekkingen tussen de twee landen een dieptepunt hebben bereikt: 'De Sino-Japanse verhouding kent pieken en dalen. Als Japan zich aan zijn beloften houdt, gaat het vanzelf beter.'

Etoh is niet bang voor escalatie. Hij hoopt dat de Japanse marine de activisten tegenhoudt, maar als de politiek het er andermaal bij laat zitten, zal hij niet schromen om een 'doodsverachtend zelfmoordcommando' uit te sturen.

In zijn kantoor tussen de ministeries in Tokyo's regeringswijk Kasumigaseki vertelt de 59-jarige leider met twinkelende ogen en branie hoe hij met het 'zesde doodsverachtende eskader' in 1978 de eerste vuurtoren bouwde. Hij wijst op een foto aan de muur, waarop een jonge Etoh in krijgstenue lachend een machinegeweer omhoog houdt.

Tot dusver heeft hij bijna twee miljoen gulden uitgegeven aan de Senkakus. Een peuleschilletje, want zijn drieduizend leden tellende organisatie heeft grote reserves. Tot voor kort werden alle extreem-rechtse groeperingen, ook de jeugdfederatie, door de Yakuza, de Japanse mafia, gefinancierd.

Kusuo Kobayashi, Etoh's voorganger wiens uitvergrote konterfeitsel de muur siert, was tweede man in de Sumiyoshi-bende. Na zijn dood zes jaar geleden werden de directe banden met de Yakuza gekapt, maar Etoh geeft toe dat 'een honderdtal van zijn leden' nog steeds actief zijn in bendes. 'Ieder die het goede doet en de nationalistische beweging actief steunt, is welkom', zegt hij.

Het goede is niet alleen de eilanden uit de klauwen van China houden. Etoh wil een trotser, nationalistischer Japan, dat niet steeds met gebogen hoofd door het leven gaat vanwege de Tweede Wereldoorlog. 'Duitsland moet excuses maken, want dat heeft miljoenen joden vermoord. Wij hebben geen slechte dingen gedaan.'

Onder het openen van een nieuw pakje Capri, ontkent Etoh en passant de Japanse oorlogsmisdaden. 'Ik heb alle archieven nagevlooid, maar er is geen enkel bewijs voor.' Het bloedbad van Nanking, de moord van het Japanse leger op 300 duizend burgers in deze oude Chinese hoofdstad, is volgens hem verzonnen. 'De geallieerden en de communisten willen Japan op deze manier klein houden.'

De nationalistische voorman, die zijn fortuin op de beurs maakte tijdens het zeepbeltijdperk van de jaren tachtig, eist meer macht voor de keizer. Hij wijst op de muren met de vele foto's van de keizerlijke familie: 'Ik ben trots dat ik Japanner ben.'

Natuurlijk wil hij dat Japans 'zelfverdedigingsmacht' wordt omgevormd tot een echt groot leger, maar Etoh is pessimistisch over Japans kansen in het geval dat China besluit de eilandengroep te bezetten. 'Er zijn tien maal zo veel Chinezen als Japanners, daar kunnen we niet tegenop.' Maar hij denkt dat de Verenigde Staten het defensieverdrag nakomen en zijn land te hulp snellen.

Hij kan de angst in de regio voor herlevend Japanse militarisme niet goed begrijpen: 'China is juist de opkomende militaire macht. Kijk maar naar het bloedbad op het Tiananmen-plein in Peking.'

Dat de regering weigert zijn vuurtoren te registreren zit hem erg dwars: 'Het zijn slappe politici die alleen hun eigenbelang najagen en niet dat van het volk.' Terwijl buiten op straat een van zijn geluidwagens leuzen voor het behoud van de Senkakus uitbraakt, zweert Etoh dat de eilanden nooit verloren zullen gaan.

Meer over