'Ik wil graag potentiële terroristen bereiken'

Hij verloor zijn beide benen bij een aanslag in Jakarta. Nu wil Max Boon een databank van slachtoffers die hun verhaal vertellen. Want de daders realiseren zich niet hoeveel ellende ze aanrichten bij mensen die veel dichterbij hen staan dan ze denken.

'Ik wilde net wat gaan zeggen, maar er kwam niets uit mijn mond. Mijn adem stokte. Alles werd blauw. Ik zag mezelf vallen, in een loze ruimte. Geen idee hoe lang dat duurde. Ineens lag ik een ravage, onder de sprinklers van het Marriott hotel. Ik probeerde op te staan, maar dat lukte niet. Mijn linkeronderbeen en rechterarm lagen er half af. Ik schreeuwde om hulp. Even later lag ik buiten op het asfalt. Ik heb daar twee dingen gezegd. 'Kenapa' (waarom?) en 'saya masih cinta Indonesia' (ik houd nog steeds van Indonesië). Vervolgens ben ik met een pick-up naar het ziekenhuis in Jakarta gebracht. Daar heb ik een paar keer geroepen: 'International SOS', dat was mijn verzekering voor evacuatie naar Singapore als er iets ergs zou gebeuren. Al die tijd bleef ik bij bewustzijn. Tot iemand zei: 'het is oké'. Toen ben ik weggevallen, waarschijnlijk omdat ik het idee had in veilige handen te zijn.

Op 3 augustus 2009 werd ik wakker in Singapore, nadat ik bijna drie weken in coma was gehouden. Ik ontwaakte zonder benen, met een verbrijzelde rechterarm, met veel brandwonden, en bomscherven in mijn lijf. Gelukkig waren mijn moeder, zussen, hun mannen en mijn partner Maria gekomen. Hun steun had ik hard nodig. Zij vertelden dat ik het slachtoffer was van een terroristische aanslag.

Mijn baas van Castle Asia, een politiek en economisch adviseursbureau in Jakarta, kwam ook langs. Het was bijna 17 augustus, onafhankelijkheidsdag in Indonesië. Ik kon nog niet spreken, maar heb mijn baas duidelijk kunnen maken dat hij, namens mij, een brief moest schrijven aan de president. Om hem te feliciteren en te zeggen dat ik niet kwaad was op Indonesië. Zo diep zit mijn liefde voor dat land.

Die sympathie heb ik al van jongsaf aan. Waar die op stoelt, daar kan ik alleen maar naar gissen. Een huisvriend die bij het KNIL had gezeten, het koloniale Nederlandse leger, had in de vroege jaren tachtig een sentimental journey naar Indonesië gemaakt. Ik was een jaar of zeven. Hij liet een video zien met veel exotisch groen, mooie oerwouden, prachtige natuur. In diezelfde periode voetbalde ik geregeld in een Molukse buurt in Venray, waar ik ben opgegroeid. Altijd voetbalde een Moluks meisje mee van mijn leeftijd met mooi lang zwart haar. Zij intrigeerde mij.

Op het vwo ontdekte ik dat je Indonesiëkunde, ofwel taal en culturen van Zuidoost-Azië en Oceanië, kon studeren in Leiden. Na die studie ben ik gaan werken bij Buitenlandse Zaken, om na een jaar over te stappen naar een lobbykantoor in Brussel. Dat was bezig een dependance te openen in Jakarta.

Ik kwam daar aan op 13 juli 2004 en heb er, met groot plezier, voor diverse organisaties gewerkt. Tot vijf jaar later, op 17 juli, een zelfmoordenaar het Marriott binnenliep.

Ik heb nu een heel ander leven. Sinds oktober 2009 revalideer ik in het Militair Revalidatie Centrum in Doorn. Daar hebben ze relatief veel ervaring met mensen van mijn leeftijd met een dubbele bovenbeenamputatie. Ik zit hier met jongens uit Afghanistan, die zijn getroffen door bermbommen. Hoe lang je moet revalideren, ligt aan de doelen die je stelt. Ik wil weer kunnen lopen zonder stokken. En kunnen sporten, golfen, skiën. Vroeger hockeyde ik, maar dat kan sowieso niet meer.

Met bovenbeenamputaties is hardlopen heel lastig. Misschien zou ik het kunnen, maar het is een enorme belasting voor de stompen. Die heb ik hard nodig voor het gewone leven. Ik revalideer vijf halve dagen per week. Aanvankelijk had ik 's middags geen energie meer voor andere zaken. Maar ik ben nu veel verder, rijd overal heen.

Maatschappelijk ben ik ook weer bezig. Met de Universiteit Wageningen werk ik aan een mogelijke strategie om de importtoegang tot de Europese Unie voor Indonesische visproducten te vergroten. En mijn oude werkgever Buitenlandse Zaken bracht mij in contact met het ICCT in Den Haag.

Terrorismebestrijding is nieuw voor mij. Voor de bom hield ik me er niet mee bezig. Ik was niet bang, mijn vader altijd wel een beetje. Vanwege de negatieve berichtgeving: de bomaanslagen op Bali en op het Marriott Jakarta in 2003, terwijl er ook zoveel positiefs gebeurt. Dan zei ik: 'Pap, Jakarta alleen al is een stad met evenveel inwoners als Nederland. Hoe groot is de kans dat ik ergens bij betrokken raak?' Ik dacht altijd, het kan ook in New York, Madrid en Londen gebeuren. Zelfs hier in Doorn. Als het je tijd is, is het je tijd.

Ik ben nu met het ICCT aan het kijken wat ik in Indonesië kan doen. In mei hield ik voor de VN in Italië een praatje over mijn casus. Ik zat in een workshop met Richard Barrett, het hoofd van het Al Qaida-Taliban Monitoring Team van de VN en met Gilles de Kerchove, de contraterrorisme-coördinator van de Europese Unie. Een Indonesische delegatie was er ook. Daar kwam ik erachter dat er vanuit overheden weinig tot niets wordt gedaan met slachtoffers van terrorisme.

Er is wel een organisatie van en door slachtoffers, de Global Survivors Network. Ze hebben een documentaire gemaakt. Hun boodschap: geweld lost niets op. Goed werk. Maar ik wil iets anders. Ik wil de stem van slachtoffers inbedden in een beleidsraamwerk met overheden in een leidende rol.

Ik denk dat de meeste terroristen niets tegen de directe slachtoffers hebben. De jongen die zich in het Marriott opblies, wilde mij persoonlijk geen pijn doen. Hij wilde haat en angst zaaien. Maar in dat proces heeft hij mij wel pijn gedaan. Voor terroristen blijven slachtoffers vaak slechts een abstractie. Ik denk dat het zin heeft hen in te schakelen bij deradicaliserings-initiatieven. Zij kunnen buurten intrekken, naar kostscholen en madrassa's gaan om te vertellen hoeveel ellende terroristen aanrichten bij mensen die veel dichterbij hen staan dan ze zich realiseren.

Dat klinkt erg hoopvol, dat begrijp ik. Maar stel, van de tien terroristen kunnen we er negen niet overtuigen, maar eentje wel. Die zou zichzelf hebben opgeblazen en doet dat nu niet, dan hebben we toch mensenlevens gered. Ik weet dat het een ondankbaar verhaal is, want de succesfactor is nooit te meten.

Bovendien moet je ook nog eens slachtoffers vinden die daar zin in hebben. Zo'n taak is niet makkelijk, ook niet voor mij. Je bent toch veel meer bezig met die ene dag dan je zou willen. En je loopt het risico oog in oog te komen met potentiële terroristen. Emotioneel heel zwaar.

Ik stel me voor dat er een databank wordt opgezet van slachtoffers die dit werk willen doen. Er moet een protocol komen, waarin wordt vastgelegd dat de overheid slachtoffers die niet geïnteresseerd zijn, ook nooit meer zal benaderen. De selectieprocedure moet streng zijn. Het heeft weinig zin slachtoffers in te zetten die de boodschap niet kunnen overbrengen.

Sensitiviteit is belangrijk, ook bij de plaatsing van kandidaten. Wie zet je waar in. Dus in Indonesië geen Amerikaan die de taal niet spreekt en met een zwaar accent gaat zeggen dat ze geen bommen mogen leggen.

Terreurslachtoffers in Indonesië zijn vaak heel arm, hebben geen ziektekostenverzekering, nauwelijks inkomsten. Ze kunnen weinig meer, maar wel hun verhaal vertellen. Daarvoor moeten ze betaald krijgen. Beschouw het als een baan.

Bij de tienjarige herdenking van de aanslagen van 11 september ben ik in Indonesië. Op uitnodiging van de Indonesische contraterrorisme-coördinator, om er een praatje te houden over mijn ideeën. Indonesië is geïnteresseerd, daar kan ik met een pilot van start. Maar ik heb het budget nog niet rond, ben actief op zoek naar sponsors.

Ik wil graag potentiële terroristen bereiken, zoals de jongen die bij mij binnenliep. Hij zou dat misschien niet hebben gedaan als hij zou zijn geconfronteerd met slachtofferverhalen. Hij had een oudere broer en twee jongere broers en zussen. In maart of april 2009 kwam zijn vader, die bewaker was, in de gevangenis terecht. Hij had gestolen. Zijn moeder wilde niets meer met de vader te maken hebben en is met de jongsten naar Kalimantan vertrokken. De jongen bleef achter op Java met zijn broer. Het hele gezin was kapot, hij had geen geld, had honger.

Toen is hij in de plaatselijke moskee een van de masterminds van de aanslag, naar later bleek, tegengekomen. Die heeft hem gehersenspoeld. Het was niet een jongen die van jongsaf aan in de ideologie geloofde, maar eentje wiens leven door de omstandigheden kapot is gegaan. Zo zijn er miljoenen in Indonesië. Zij zijn mijn doelgroep. Niet de kopstukken van de radicalen.'

Aanslag Jakarta 2009

Op vrijdag 17 juli 2009 ontploften bij het Ritz-Carlton en JW Marriott hotel in Jakarta diverse bommen. Bij die aanslagen kwamen negen mensen om het leven en vielen meer dan 50 gewonden, onder wie de toen 33-jarige Nederlandse consultant Max Boon. Volgens de politie zijn de aanslagen uitgevoerd door zelfmoordterroristen van de extremistische beweging Jemaah Islamiyah.

Via Singapore werd Boon, die zijn beide benen verloor, naar Nederland gerepatrieerd. Hij revalideert nog altijd vijf halve dagen per week in het Militair Revalidatie Centrum Aardenburg in Doorn, waar hij met zijn Indonesische verloofde Maria Heilena Pratiwi woont.

Boon werkt nu, in samenwerking met de Indonesische overheid en het International Centre for Counter-Terrorism (ICCT) in Den Haag, aan een deradicaliserings-initiatief waarbij slachtoffers van terrorisme actief moeten worden betrokken.

undefined

Meer over