'Ik wil geneeskunde doen om mijn vader te helpen' \\

Op zijn 7de vluchtte Saif Haify samen met zijn ouders vanuit Irak naar Nederland. Hij behaalde zijn vwo-diploma en wil nu dolgraag dokter worden....

Tekst Aimée Kiene

Toen Saif Haify (20) op zijn 7de als enig kind met zijn ouders vanuit Irak naar Nederland vluchtte, belandde hij binnen een jaar in Altforst, een Gelders dorp tussen de fruitboomgaarden in de gemeente West Maas en Waal, met zo’n zeshonderd inwoners en één basisschool.

Saif (spreek uit als het Engelse safe): ‘Die woonplaats werd ons opgelegd. Nou ja, dat klinkt wel heel negatief. We hadden al in drie asielzoekerscentra gezeten, verspreid door heel Nederland. Dat was niet echt fijn. We zaten er met mensen uit Irak, Afghanistan, Afrika. Je leerde nauwelijks Nederlands. Na ongeveer een jaar werd ons een woning aangeboden. In Altforst. Die kun je accepteren of weigeren, maar als je weigert, moet je terug naar het asielzoekerscentrum. Dit was een mooi huis, met een tuin. Alleen de ligging is niet erg ideaal. We hadden geen auto in die tijd; dan kun je hier niks.’

Inmiddels, dertien jaar later, heeft Saif zijn vwo-diploma gehaald op het Pax Cristi College in het nabijgelegen Druten. Hij werkt al jaren als fruitplukker in de boomgaard achter zijn huis. Van het verdiende geld is hij na de diploma-uitreiking met een vriend uit het dorp acht dagen op vakantie geweest, naar Marmaris in Turkije.

Tot zijn 7de woonde Saif in Bagdad. Waarom hij met zijn ouders moest vluchten, weet hij ‘gedeeltelijk’. Hij zegt: ‘Mijn vader vindt dat privé, hij praat daar niet uitbundig over. Dat houdt hij liever voor zichzelf. Ik weet dat het geloof een rol speelde. Wij zijn katholiek, en dat is een minderheid in Irak. 95 procent is moslim. Het wordt daar niet gewaardeerd als je geen moslim bent. Dan word je niet echt geholpen in het leven, zeg maar.

‘Toen we net in Altforst kwamen wonen, hielpen de buren ons met alles. Ze gaven ons fietsen, meubilair. Ze deden van alles om ons te steunen en te zorgen dat wij op eigen benen konden staan. Dat was echt heel fijn.’

Saif herinnert zich de eerste tijd in zijn nieuwe thuisland als ‘leuk’. Er waren in het dorp veel kinderen om mee te spelen. Hij sprak nog geen Nederlands, maar met gebaren kwam hij een heel eind. Na een maand begon hij zijn eerste woordjes te leren, onder begeleiding van zijn Altforster vriendjes: ‘Dit is een boom.’

Wat later, op de basisschool, ondervond hij voor het eerst weerstand. Saif: ‘In groep 7 kreeg ik vmbo-advies. Ze zeiden: Saif kan niet heel goed leren. In groep 7 en 8 heb ik me toen heel erg ingezet, ik heb extra woorden geoefend, de hoofdsteden geleerd, ik zat alleen maar achter de computer om mijn kennis te verbreden. Ik haalde een Citoscore op vwo-niveau, maar de school zei nog steeds dat ik vwo niet aankon. Ik heb in de brugklas heel hard gewerkt, en alle zes jaren van het vwo ook. Nu ben ik met hoge cijfers geslaagd.’

Op school heeft hij dat vaker gevoeld: dat hij anders behandeld werd dan de andere kinderen. Niet dat hij, bijvoorbeeld, zijn basisschoolleraar verdenkt van racisme: ‘Dat was een lieve man, die me erg heeft geholpen. Maar soms krijg je het gevoel dat mensen tegelijkertijd toch denken: ik wil niet dat hij beter wordt dan wij. Op de middelbare school merkte ik dat ook. Ik moest veel meer moeite doen om hetzelfde punt te krijgen als anderen. Erg vervelend.’

Hartprobleem
Het is extra vervelend omdat Saif de hoge cijfers per se moest halen met het oog op zijn grote droom: geneeskunde studeren. Hij heeft zich in Nijmegen ingeschreven, en moet afwachten of hij wordt ingeloot. Er zijn alternatieven, mocht het mislukken, zoals biomedische wetenschappen, of moleculaire levenswetenschappen, maar geneeskunde heeft zijn voorkeur, al sinds zijn jeugd.

Saif: ‘Als klein kind wilde ik al dokter worden, opereren, in het ziekenhuis werken. Ik wil mensen helpen. Mijn vader heeft een hartprobleem. Dat kan ieder moment misgaan. Hij heeft altijd gezegd: er kan een telefoontje komen dat er iets met me is gebeurd, dan moet je niet schrikken; zo’n telefoontje moet je verwachten. Die studie is symbolisch voor mij. Ik wil geneeskunde doen in de hoop dat ik mijn vader kan helpen. Dat red ik alleen nooit, ben ik bang, want ik moet zeker eerst twaalf jaar studeren.

‘Met mijn moeder probeer ik elke week een keer naar de kerk te gaan in Altforst. Door de kerk en het geloof heb ik houvast. Als ik iets doe, geloof ik dat er iets is dat mij helpt. Daar heb ik veel steun aan. Ik heb ook gevoetbald en getennist, maar ik ben gestopt vanwege blessures. Af en toe ga ik fitnessen in de sportschool, om mijn energie kwijt te kunnen.

‘In het weekeinde ga ik met vrienden naar Nijmegen, cafés opzoeken, of een club. Ik ontmoet ook nieuwe mensen, zoals laatst tijdens een examencursus in Leiden. En ik heb nu veel contact met een meisje uit een nabijgelegen dorp. Erg gezellig.’

Saif voelt zich helemaal Nederlands. Hij kan de Iraakse taal nog wel spreken, maar niet lezen en niet schrijven. Hij zou niet voorgoed terug willen naar Irak; wel is hij benieuwd naar het huis waar hij heeft gewoond. Of het er nog staat, na de oorlog.

Er wonen geen familieleden meer van hem in Irak. Die zijn uitgewaaierd over de wereld: Duitsland, Engeland, Amerika, Canada. Er woont geen familie in Nederland. Saif denkt dat dat daar misschien zijn enorme wil om carrière te gaan maken vandaan komt.

‘Ik wil heel graag geneeskunde studeren. Ik heb daar heel veel voor over. Behalve mijn ouders heb ik niemand in Nederland. Ik heb hier geen houvast. Als zij overlijden, hebben zij niet veel om aan mij na te laten. Dan ben ik alleen en moet ik vanaf nul beginnen. Daarom heb ik een goede baan nodig. Daar wil ik zo wel lang voor studeren.’

Meer over