'Ik wil de schoonheid van misère schilderen'

De Azerbeidzjaanse fotografe Rena Effendi werd afgelopen week onderscheiden door het Prins Claus Fonds. Op stap in haar nieuwe woonplaats Caïro tussen relschoppers en revolutionairen. 'Ik voel geen adrenaline opborrelen; hier rondrennen laat me koud.'

Haar vader verzamelde vlinders en bleef dat zijn hele leven doen, ondanks de dictatuur en de armoede die hem kort hielden. Hij had er negentigduizend: bedreigde soorten, verdwijnende soorten, allemaal keurig opgeborgen in het entomologisch instituut van de getormenteerde stad Bakoe. Sinds zijn overlijden liggen de vlinders daar nog steeds, 'weg te rotten in doosjes', zegt zijn dochter, 'niemand geeft iets om de vlinders van mijn vader'.

Het lijkt een detail uit haar bizarre jeugd, maar als je met Rena Effendi door de straten van Caïro loopt, of rent, slalommend tussen wolken traangas, omgeven door de onvoorspelbare woede van een mensenmassa, zie je hoe ze zelf ook op vlinders jaagt. Haar vader had een vlindernet, zijn dochter heeft een camera waarmee ze zich gemakkelijk door de rellen beweegt vlakbij het Tahrir-plein. Ze kijkt. Ze fotografeert. Ze vangt mensen, 'het liefst mensen van een verdwijnende soort'.

Niemand had kunnen voorspellen dat Rena Effendi uit Azerbeidzjan oorlogsfotograaf zou worden, maar ze werd het wel.

Caïro, Mohammed Mahmoudstraat, 24 november: jeugd met gasmaskers op, molotovcocktails bij de hand, breekt de deur open van een universiteitsgebouw en Rena gaat mee naar binnen, de trappen op. Jeugd met wilde ogen - zijn het relschoppers? revolutionairen? weten ze zelf wel wat ze hier doen? - trekt kasten open, rent verdwaasd en besluiteloos door de gangen, roept tegen Rena dat ze weg moet, maar dat doet ze niet. Ze zoekt een plek om te fotograferen.

'We moeten hier eigenlijk niet zijn', zegt ze, 'dit is geen goede plek, we moeten niet opgesloten raken'. Toch loopt ze een kamer binnen met uitzicht op de straat en de veldslag buiten, trekt een mondkapje over haar neus tegen het traangas, rommelt in haar tas op zoek naar de camera, hangt uit het raam en drukt af. Ze heeft een vlinder gevangen.

***

Het was toeval dat Rena Effendi in Caïro kwam wonen, net op het moment dat daar de pleuris uitbrak, in februari. Haar man kreeg er een baan. Ze twijfelde geen moment en nam alles mee: haar moeder Elmira van 72, haar dochter Runi van 2, de dagboeken en foto's van haar vader. 'Soms', zegt ze, 'vraag ik me af of het echt wel toeval was. Het lijkt alsof ik hier nu moet zijn, terwijl alles in deze stad verandert. Wow, wat een plek.'

Het eerste Arabische woord dat ze in Caïro leerde was thawra - revolutie.

Haar hele leven bracht ze door op plekken waar de aarde brak, te beginnen in Bakoe, de hoofdstad van voorheen de socialistische Sovjet-republiek Azerbeidzjan. Daar groeide ze op tussen communisme en kapitalisme, in een oorlog, in een stad met een avondklok, doordrenkt met olie.

Nu wil ze zijn waar het drama is. Twee weken geleden fotografeerde ze in Zambia, drie weken geleden in een van hoeren en migranten vergeven straat in Istanbul. Achtergebleven vrouwen in Tsjernobyl, een kerkhof in Afghanistan, junks in Osh, de hoofdstad van Kirgizië, oorlog in Tbilisi. 'Voordat ik iets over mijn foto's kan vertellen moet ik meestal eerst een topografische les geven.' Het zijn sprookjeslanden voor wie er niet vandaan komt. Ze vangt ze door de mensen te fotograferen die er wonen. In hun ogen spiegelt zich het hopeloze landschap dat hen omringt, een schitterend landschap voor wie er niet aan gebonden is.

Rena Effendi is 34 en fotografeert pas twaalf jaar, maar nu al hangt haar werk in galeries en musea over de wereld. Deze week kreeg ze een prijs van het Prins Claus Fonds. 'Effendi's werk is een sprekende getuigenis van de menselijke waardigheid en veerkracht', staat in het juryrapport.

Ze werd beroemd met haar foto's van het bittere leven langs de oliepijplijn van Azerbeidzjan naar Turkije: Pipe Dreams. Ze werkte er zes jaar aan. Portretten van mensen die de rijkdom langs zich heen zien gaan, maar er nooit van zullen profiteren. Foto's van landschappen, doordrenkt met olie. Van een jongen die zijn puppy schoonmaakt, omdat hij buiten in de olie heeft gerold: gewone mensen in ongewone omstandigheden.

Wil je de wereld veranderen?

'Nee. Ik hou er gewoon van foto's te maken, en daarmee een verhaal in elkaar te weven. Het is heerlijk om te doen. Hoe kan ik de wereld veranderen? Misschien kan ik mensen informeren over plekken die ze niet kennen: kleine verhalen uit kleine, soms absurde landen. Het is net als schilderen. Ik wil de schoonheid schilderen van mensen in de misère.'

In Osh fotografeerde je een man die een spuit heroïne zet in zijn lies. Dat is geen schoonheid.

'Dat is keihard drama. Maar de vrouw die naast hem zit, de prostituee, die kijkt wel heel mooi. Wij fotografen hebben een vreemde kijk op schoonheid. De verhalen van Dickens zijn ook keihard: ze gaan over armoede en de goot, maar tegelijk zijn ze mooi.

'Ik ging naar Osh omdat ik er verhalen hoorde over polygamie en het kidnappen van bruiden. 60 procent van de narcotica uit Afghanistan gaat door die kleine stad heen. Het is er gewelddadig. Er worden vrouwen verkocht door hun eigen mannen. Ik kwam terecht in een soort paleis dat ze House of Happiness noemen, een plek waar mensen trouwen en doen alsof er niets aan de hand is. In die wijk ben ik op zoek gegaan naar de scheuren in de façade, en die heb ik gevonden via een voormalige junk die me de hoeren liet kennen. Zo kwam ik terug met heel andere foto's dan ik in gedachten had. Gewoon, door me onder de mensen te begeven.'

***

Ze reist en fotografeert met twee bejaarde camera's: de Mamiya 6 die ze nu meedraagt door de straten van Caïro, en een klassieke tweeogige Rolleiflex. Er kunnen filmrolletjes in met 12 opnamen. Ze moet de belichting handmatig instellen. Dat is onhandig : op straat in Caïro wil ze een foto maken van een jongen met een gasmasker op, maar zodra ze haar camera uit haar tas heeft kunnen tillen is hij alweer weg.

Met de snelheid van het digitale weet ze zich geen raad. 'Ik ben gefascineerd door die Rolleiflex. Hij is van 1973, ouder dan ik. Hij laat me heel dicht bij mijn onderwerp komen. Omdat ik er van bovenaf in moet kijken, lijkt het of ik kniel als ik fotografeer. Alsof ik aan het bidden ben. Dat helpt me: ik ben minder intimiderend voor de mensen die ik portretteer.

'Ik ging naar Georgië en mensen vroegen of ik gek was geworden: waarom breng je die camera naar een oorlogsgebied? De camera maakt me langzaam; ik zag hoe president Saakasjvili werd gered door bodyguards maar kon het niet fotograferen. Ik draaide me om en zag mensen uit angst hun huizen verlaten; daarvan heb ik portretten gemaakt. Als ik een andere camera had gehad, had ik de president gefotografeerd, net als vijftig andere fotografen.'

Ook vandaag komt ze niet voor de traangasgranaten op het Tahrir-plein. Ze is geen verslaggever. 'Ik wil hier nu zijn, midden in de revolutie, om het beter te begrijpen. Maar ik voel geen adrenaline opborrelen; hier rondrennen omdat het gebeurt laat me koud. Ik wil voelen wat de mensen beweegt, ik wil ze zien zodat ik later ergens anders goede foto's kan maken. De foto's die ik nu maak, gebruik ik straks alleen als referentie. Ik probeer het gevoel vast te houden, het gevoel van de straat.'

Uren later, in de wijk waar ze woont, een nette expat-buurt in Caïro zegt ze: 'saaie buurt hè.'

Kun je hier fotograferen?

'Nee. Het moet wel een beetje dramatisch zijn.'

Maar het leven van die expats zit toch ook vol drama en verdriet?

'Hmm. Misschien, maar het is onzichtbaar. Voor mij moet het echt drama zijn, dramatisch drama. Als er hier een verlopen kroeg zou zijn met twee dronken expats en een jukebox in de hoek, dán zou ik kunnen fotograferen. Dat is nou eenmaal wat ik mooi vind.'

Jouw ogen zien het liefst ellende.

'Als je een film kijkt, wil je dan een film zien waarin iets gebeurt of niet? Er moet iets gebeuren dat mensen verandert. Daar zoek ik naar. Niet naar verhalen over ongeluk, maar naar verhalen die interessant zijn. En meestal zijn dat dramatische verhalen. Ik kan geen foto's maken van bloemen of honden of berglandschappen. Daar gebeurt niks. Het leven is vol drama. Iedereen heeft drama in zijn leven. Jij ook, denk ik.'

***

Voor haar moeder heeft ze een appartement gehuurd niet ver van het hare. Wat moest ze anders? 'Mijn moeder heeft niemand in Bakoe.' Sinds haar vader overleed, twintig jaar geleden, zijn ze op elkaar aangewezen. Ze woonden jaren samen in een klein eenkamerappartement , maakten samen de val van het communisme mee, de burgeroorlog die volgde, de opkomst van Azerbeidzjan als oliestaat, de carrière van Rena als fotograaf. 'Mijn moeder helpt enorm. Ze vangt mijn dochter op als ik weg ben. Zonder haar kan ik niet reizen.'

Elmira Effendi was filologe, en werkte bij een uitgeverij. Vader Rustam werkte bij het zoölogisch instituut. Hij was een dissident, een neviyeznoy: een intellectueel die het land niet mocht verlaten. Zelfs vlindervangers waren gevaarlijk voor de sovjetstaat. 'Als je geen lid was van de partij, kon je geen carrière maken. Hij promoveerde nooit, om die reden, ook al schreef hij promoties voor anderen.'

Was hij boos?

'Gefrustreerd. Hij wilde weg. Maar hij was geobsedeerd door zijn werk, dat hielp hem denk ik om het te doorstaan. Veertig jaar lang altijd maar op zoek naar vlinders, als kind al rende hij rond met een vlindernet.'

Je lijkt op hem.

'Ja, ik lijk op hem. Mijn ouders waren dissidenten. In ons huis hing altijd een anti-Sovjet-sfeer. Ze probeerden me weg te houden van de propaganda, hoopten dat ik eruit zou breken. Boeken waren verboden, maar verboden boeken werden illegaal gekopieerd en gedistribueerd. Ik herinner me hoe mijn vader die stapels papier mee naar huis nam. Songteksten van de Beatles. Die vertaalden ze dan via vrienden die Engels spraken, om ze te begrijpen.

'Tegelijk kreeg ik op school les van zo'n grote communistische vrouw, een enorme vrouw, die elke dag de staat verheerlijkte. Ze pakte een stok en brak hem. Toen pakte ze er twee en brak ze. Toen pakte ze een bundel en zei: kijk nu kan ik ze niet meer breken. Dit maakt ons sterker. Blijf bij elkaar, als je een individualist bent breek je.

'Die vrouw zei tegen me: jouw vader is niet je echte vader. Je echte vader is Vladimir Iljitsj Lenin. Dat was de enige keer dat hij me een mep gaf. Ik ben je vader, zei hij, niet Lenin. Het was een rare spanning om in op te groeien.'

Je hebt van jongs af aan in conflict geleefd.

'Ja, eigenlijk wel. Opgroeien in Bakoe was... fascinerend. Ik had niet de beste kindertijd van de wereld. Ik herinner me vooral de armoede. We moesten in de rij staan om brood te kopen, we schreven de nummers op onze handpalmen en stonden dan de hele ochtend te wachten. We hadden geen water maandenlang, geen elektriciteit. Bubbelgum was het waardevolste wat je krijgen kon; het was de valuta van de straat. Er was niets in de winkels. De school was een puinhoop, want alle leraren gingen weg, door de Armeense oorlog, door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie; het was completely messy - iedere dag was er wel iets anders, kinderen verdwenen zomaar uit je klas.

'Het waren de meest tumultueuze jaren van mijn land, en ik was er getuige van, als puber. De communistische propaganda had alles doorsijpeld en ineens was er geen geschiedenis meer. Een paar jaar lang was Bakoe oorlogsgebied. In 1991 was er echt oorlog in mijn straat: er vielen doden. Ik was 14. De soldaten schoten, kogels ketsten op de huizen, overal was brand. Daarna werd er een avondklok ingesteld. En toen boem, in 1994: oliegeld. Een nieuw tijdperk van kapitalisme en welvaart. Een prachtig verhaal.

'Het was geen roze jeugd maar het was wel interessant. Nu ik terugkijk, kijk ik met poëtische ogen . Nu kan ik de schoonheid zien van de gribus. Mensen van daar doen dat meestal niet, maar ik kan het.'

Het is de basis voor wat je nu doet.

'Ja. Het heeft bepaald waar mijn interesses liggen.'

***

Het is een wonder dat Rena Effendi fotograaf is geworden. Ze wilde schilderen, maar dat mislukte omdat ze er te rusteloos voor is. Op aandringen van haar moeder ging ze Engels leren, en werd ze tolk en secretaresse bij oliegigant BP. 'Ik haatte dat werk. Het kantoor. Ik was 19. Ik smachtte naar vrijheid, maar het zag er niet naar uit dat het iets ging worden.'

Maar dat werd het wel.

'In 2001 was er in Bakoe een expositie van fotobureau Magnum, over het einde van de Koude Oorlog. Omdat ik voor BP werkte, kreeg ik die dag twee uitnodigingen: één voor de opening van het eerste McDonald's-filiaal in Azerbeidzjan, en één voor de opening van de foto-expositie. Mijn vrienden gingen naar de McDonald's, ik naar de expositie. Voor het eerst zag ik échte foto's. Ik was in shock. De kracht ervan. Foto's van de Sovjet-tijd, ik dacht: mijn God, dit is mijn kindertijd. Dit was mijn leven. En kijk eens hoe mooi en poëtisch het eruit ziet, magisch bijna.

'Van een vriend kreeg ik een camera, een oude zware hoekige Nikon, en ik kon dat ding niet neerleggen. Ik was meteen verliefd op het geluid ervan, op het gewicht. Zo is het begonnen.'

Je wilde de vrijheid die je vader nooit had gekregen.

'Dat is denk ik waarom ik zo van reizen hou. Het idee om in het buitenland te zijn is het meest exotische dat je kunt bedenken, als je opgroeit in een Sovjetstaat. Ik wilde altijd de grens over. Op mijn negentiende won ik met een loterij een ticket naar Duitsland, ik was zo blij! Ik ging naar München. Ik wilde naar iets compleet westers. Ik was compleet gelukkig.'

***

In een zijstraat van het Tahrir-plein is een provisorisch ziekenhuis ingericht. De veldslag tussen militairen en betogers is op zijn hevigst. Studenten geneeskunde lopen er in vuile doktersjassen; ze praten gespannen. In een constante stroom worden gewonden binnengebracht, de meesten geveld door traangas. Mensen liggen verdwaasd half over elkaar, hoestend of slapend, sommigen laten de wonden van rubberkogels zien.

Geruchten over gifgas doen de ronde, 'mosterdgas!', zegt een arts. Het is moeilijk in te schatten waar de werkelijkheid ophoudt en de overdrijving begint maar het decor van trillende mensen en bebloed verband laat in elk geval zien dat de situatie ernstig is.

Rena Effendi loopt tussen de gewonden en artsen door en zoekt naar beelden, de Mamiya voor haar rechteroog - maar ze drukt niet af.

Ben je hier graag?

'Nee.'

Waarom niet?

'Fotografisch is het voor mij niet interessant meer. Het is steeds hetzelfde plaatje, altijd hetzelfde: mensen die schreeuwen, die rennen, een hoop gedoe... het is heel moeilijk om hier nog goede foto's te maken.

'Natuurlijk: ik zie de geschiedenis zich ontvouwen. Een heel land verandert. Daar moet ik bij zijn, als bezorgde toeschouwer. Het gaat niet alleen om foto's maken - soms moet je er gewoon zijn. Om later goede foto's te kunnen maken. Het is alsof ik aantekeningen maak met mijn camera.

'Ik ben hier eigenlijk alleen maar om de sfeer te voelen, om met mensen te praten, ik wil betrokken zijn bij wat er gebeurt. Het nieuws voltrekt zich tegenwoordig in snelle flitsen. Opeens is iets heel belangrijk, en een dag later stelt het niets meer voor. Ik probeer door te gaan, ook als de interesse is weggeëbd.'

Liever werkt ze in de wijken verder van het centrum, waar het rustig is. Ze probeert er de spanning te vangen tussen koptische christenen en hardcore-islamisten, en hoe die groepen in het dagelijks leven met elkaar omgaan.

'Ik loop er veel rond en vraag dan of ik de moskee in mag, of een kerk. Dat kost tijd, maar het werkt. Ik wil de menselijke gezichten laten zien, aan beide zijden. Hun interactie. Hoe ze samen opgroeien. En de slachtoffers die vallen: de moslimgezinnen en de koptische gezinnen die familieleden verloren in de clashes. Er is een christelijke man die me helpt, hij brengt me naar andere mensen en die vraag ik hoe ze zich voelen. Hetzelfde met de salafi-gezinnen. Die worden als terroristen gezien, als outlaws, maar ik wil ze als familie portretteren, misschien is dat interessant.'

***

Haar vader kon de hele nacht opblijven om één vlinder te vangen. Ze heeft zijn dagboeken meegenomen van Bakoe naar Caïro, plus de foto's die hij van zijn vlinders maakte. Dat is de basis voor een nieuw boek: de vlinderfoto's van haar vader, gecombineerd met foto's die ze maakte in Azerbeidzjan; schoonheid en verwoesting. Bedreigde vlinders en bedreigde mensen.

Ze laat het zien, op haar laptop.

Ze wil graag terug naar Bakoe om de vlinders van haar vader te redden, 'maar dat zal niet meer lukken. Als je ze uit die doosjes haalt, vallen ze uit elkaar. Niemand maalt meer om de entomologie, in Azerbeidzjan. Olie is het enige dat er telt. Alles moet er kapot voor de olie. Wie wil er nog weten van wetenschapper Rustam Effendi? De vlinders zijn het enig overgebleven bewijs van mijn vaders werk. Ze worden tot stof. Alles verdwijnt, alles wordt stof, ik kan alleen maar hopen dat mijn foto's het iets langer volhouden.'

Werk van Rena Effendi is tot en met 9 maart 2012 te zien in de Prins Claus Galerie, Herengracht 603, Amsterdam. Geopend elke werkdag van 09.00 tot 17.00 uur.

RENA EFFENDI

1977 Geboren op 26 april in Bakoe

1996 Studie Engels

1996 Tolk bij oliemaatschappij BP

2001 Begin carrière als fotografe, haar werk verschijnt onder meer in International Herald Tribune, Newsweek, Financial Times, National Geographic en Marie Claire

2009 Fotoboek Pipe Dreams

2011 Vestigt zich in Caïro

2011 Prijs Prins Claus Fonds

Ze exposeerde in onder meer Duitsland, Frankrijk, Italië, Rusland, Turkije en momenteel in Nederland

Rena Effendi is getrouwd en heeft een dochter van 2 jaar, Runi

undefined

Meer over