‘Ik weet niet wie mijn huis zou moeten bouwen’

De overlevenden van de aardbeving warmen zich aan de eerste zon. Er is niet voldoende geld voor herbouw. Wel voor financiële hulp....

De zon schijnt in Shamdhara en het gehucht in het noorden van Pakistan kruipt uit zijn schulp. Het is de eerste aangename dag in twee weken, zeggen bewoners. Zij die geen huis meer hebben en in een tent wonen, komen onder het zeildoek vandaan en laven zich aan de warmte van het zonlicht. Shamdhara komt even bij van de winterse kou die het leven na de aardbeving van vorig jaar oktober voor de ontheemden tot een beproeving maakt.

Abdul Kareem (85 jaar, schat hij) ligt op een bed voor zijn tent, als een slapende wachter. Maar hij bewaakt niets. Zijn tent, een gift van het Pakistaanse leger, is leeg. Het enige dat erin stond, was zijn bed, en dat heeft Kareem buitengezet om te profiteren van de zon. Zijn spullen liggen thuis, maar daar woont hij niet meer. Zijn woning is volgens hem te zeer beschadigd om nog veilig onderdak te bieden. Dus ligt hij hier. Eten doet hij bij een neef, bij wie hij ook kan overnachten als regen en sneeuw een te zware aanslag doen op zijn hoogbejaarde gestel.

Wanneer Kareem weer onder een eigen dak zal slapen, laat zich niet makkelijk voorspellen. Geld voor herstel van zijn huis heeft hij niet. Het was beter geweest als de aardbeving zijn onderkomen helemaal met de grond had gelijkgemaakt, want dan was hij tenminste in aanmerking gekomen voor de vergoeding die de Pakistaanse autoriteiten beschikbaar stellen voor door de aardbeving gedupeerde huiseigenaren. De ambtenaar die de schade kwam opnemen, was onvoldoende onder de indruk en onthield Kareem het geld.

Tussen het praten door rochelt Kareem op de grond. Zijn longen en zijn rug hebben te lijden van het vocht en de lage temperaturen. Toch zegt de voormalige boer, die zich hult in een enkele deken, geen behoefte te hebben aan hulpgoederen zoals voedsel of een kachel. ‘Ik heb aan niemand iets gevraagd en dat ga ik ook niet doen. Ik wil alleen een huis.’

Mogelijk moet Kareem, die zichzelf afhankelijk weet van Allah’s wil, er rekening mee houden dat hij de volgende winter nog steeds in deze tent zit. ‘Er zijn meer dan drie miljoen ontheemden in Pakistan. Het lukt niet om al die mensen voor het volgende winterseizoen in een nieuwe woning te krijgen,’ zegt Jos Miesen, gezondheidscoördinator van het Internationale Rode Kruis en de Rode Halve Maan. ‘Volgend jaar zullen er nog mensen in tenten wonen, omdat het bouwen van permanente huizen op zo’n grote schaal langer duurt dan een paar maanden. Dat leert mijn ervaring in andere landen.’

Voor een herbouwoperatie van de omvang die nodig is, zijn momenteel niet voldoende geld en bouwmaterialen beschikbaar. Daarom is er behoefte aan tijdelijke behuizing die meer bescherming biedt dan een tent. Het Nederlandse Rode Kruis denkt onder meer aan het verstrekken van kartonnen woningen voor de periode dat de Pakistanen moeten wachten op permanente huizen.

Vooral in de hooggelegen bergstreken voldoen de tenten die kort na de ramp zijn gedistribueerd, niet meer. Ze bezwijken eenvoudigweg onder de sneeuw. Op de besneeuwde berghellingen verschijnen al steviger bouwsels van golfplaat, maar dat zijn er nog veel te weinig om de hele bevolking in de afgelegen gebieden van een veilige schuilplaats te voorzien. De slechte wegverbindingen in de winter maken het transport van bouwmaterialen bijzonder moeilijk, zo niet onmogelijk. De helikopters van internationale hulporganisaties, de door de wisselende weersomstandigheden slechts onregelmatig kunnen vliegen, vervoeren vooral goederen voor de eerste levensbehoeften, zoals medicijnen, dekens, kacheltjes en spullen voor lichamelijke verzorging.

De Pakistaanse regering probeert dakloos geworden huizenbezitters met een premie van 25 duizend rupees (circa 350 euro) zelf aan het bouwen te zetten. Maar veel mensen die het bedrag hebben geïncasseerd zeggen dat het te weinig is voor dat doel. En menigeen heeft het geld inmiddels geheel of gedeeltelijk uitgegeven aan andere zaken.

De belangstelling voor de financiële ondersteuning is er niet minder om. In het plaatsje Battagram staan tientallen mannen met ingevulde formulieren en identiteitspapieren in de hand te wachten bij een tafeltje, waarachter een militair beoordeelt of de aanvraag in orde is en voor verdere behandeling in aanmerking komt. Bij een negatief oordeel zet hij een meedogenloos kruis over de documenten. Tegensputteren wordt niet gewaardeerd door de soldaten die toezicht houden op de rij. ‘Deze militair helpt alleen maar mensen van zijn eigen clan’, klaagt een oude man. In zijn hand heeft hij een stapeltje papieren van afgewezen dorpsgenoten.

Habeeb-ul-Haq (ongeveer 75 jaar) heeft de hoop om ooit zijn eigen woning weer te betrekken opgegeven. Hij is hartpatiënt en ligt eenzaam in een tent in Shamdhara. Hij ademt zwaar en heeft geen kracht meer om naar buiten te gaan en in de zon te liggen. ‘Ik weet niet wie mijn huis zou moeten bouwen. Ik kan het niet meer en ik heb geen zonen die het voor me kunnen doen. Ik heb alleen vier dochters.’

Meer over