‘Ik voel me weer student’

Acht jaar lang was hij politicus. Nu is Rick van der Ploeg terug in de academische wereld. ‘ik laat me nu veel meer dan vroeger voeden door dingen die ik belangrijk vind.’ tekst Roos Schlikkerfoto’s ilya van marle..

tekst Roos Schlikker

Hoe bevalt het hier in Florence?

‘Ik woonde hier eerder in de jaren tachtig. Ik was net gescheiden en mijn moeder was ernstig ziek, dus de omstandigheden waren niet ideaal. Nu ben ik wat ouder en geniet ik er veel meer van.’

Waarvan?

‘Het eten is beter dan in Nederland, de sfeer ook. Italië heeft iets gemoedelijks. Neem nou dat flirten de hele dag. Veel mensen denken dat dit met seks te maken heeft maar dat is niet zo, Italianen houden ervan elkaar een beetje het hof te maken. Niet op een ranzige SBS 6-manier, maar gewoon, vriendelijk, vrolijk. Dat spreekt me aan. En verder heb ik het op mijn werk naar mijn zin. Sinds ik hier ben heb ik drie, vier nieuwe hoogleraren kunnen aanstellen die allemaal heel goed zijn. Het niveau op de universiteit is hoog, dat is academisch gezien zeer prettig.’

Ging het makkelijk, vanuit de politiek terugkeren naar de wetenschap?

‘Nee. De ontwikkelingen in mijn vakgebied, de economie, gaan maar door en ik moet nu opeens concurreren met allemaal jonge en zeer getalenteerde collega’s. Dat is voor de gemiddelde oudere hoofddocent al lastig, kun je nagaan hoe het is als je zo gek bent om er acht jaar uit te stappen. Er zijn in mijn vakgebied maar zo’n vijfhonderd mensen die er echt toe doen en ik wil daar graag tussen zitten. Ik wil natuurlijk niet voor aap staan.’

En? Lukt het een beetje?

‘Ik zit nog niet op mijn oude niveau. Dat kun je zien aan de hoeveelheid artikelen die ik geplaatst krijg. Vroeger publiceerde ik zes, zeven keer per jaar in toptijdschriften, dat haal ik nu bij lange na niet.’

De grote Rick van der Ploeg niet?

‘Nee. Je moet je voorstellen dat de mensen die bepalen of een stuk de moeite waard is om te plaatsen niet mogen weten van wie het afkomstig is, om het allemaal zo eerlijk mogelijk te houden. Het is dus niet zo dat ik ergens binnen kom puur vanwege mijn naam. Maar ik vind het leuk, hoor, dat ik er zo hard aan moet trekken. Ik voel me weer een beetje student.’

Ben je als academicus veranderd?

‘Ja. Vroeger deed ik het echt om het scoren, omdat ik wilde laten zien dat ik de slimste was. Wat ik naar mijn mening ook was. Nu ben ik nog steeds competitief, maar wat zwaarder weegt is dat ik echt iets wil doen wat ik zelf interessant vind.’

En dat is?

‘Momenteel onderzoek ik bijvoorbeeld waarom rijke landen zo arm zijn. Landen als Congo en Nigeria stikken van de grondstoffen maar de mensen sterven er van de honger. Ik probeer uit te zoeken hoe dat kan. Dit is een onderwerp dat binnen de wetenschap misschien niet zo sexy is, je kunt er niet zo snel mee scoren, maar ik laat me nu veel meer dan vroeger voeden door dingen die ik belangrijk vind.’

Zit daar idealisme achter?

‘Ook. Het is toch onzin om een wetenschap als economie te beoefenen zonder dat het ergens over gaat? Ik los liever problemen op die in de wereld spelen dan kwesties die in de wetenschappelijke literatuur belangrijk zijn.’

Waarom was dat scoren vroeger zo belangrijk?

‘Het ego, hè. En ik wilde me graag onderscheiden. Iedere gek kan hoogleraar worden als hij maar lang genoeg rondloopt op de universiteit. Desnoods zak je af naar Limburg ofzo, en lukt het je daar wel. Ik heb altijd gezocht naar mensen om me heen die net iets beter waren dan ik, zodat ik me daar aan kon optrekken. En nu kan ik wat dat betreft mijn hart weer ophalen.’

Heb je er spijt van dat je acht jaar aan de politiek hebt vergooid?

‘Een paar jaar geleden wel. Inmiddels kijk ik er vrolijk op terug.’

Waarom ben je er uitgestapt?

‘Ik dacht: als ik nog vier jaar blijf, eindig ik als commissaris van de koningin in Gelderland of met een ander veredeld administratiebaantje. Dat moeten we niet hebben.’

Lag de politiek je?

‘Mwoah. Weet je, in de politiek gaat het er niet om of je gelijk hebt maar of je gelijk krijgt. Je kunt gemakkelijk gelijk krijgen met totaal verkeerde argumenten, zo lang ze maar polemisch genoeg zijn. Kijk naar de Betuwelijn en dergelijke. Er zijn ladingen studies waaruit blijkt dat het geen goed idee is en die zijn moeiteloos door de helden van de Nederlandse bananenrepubliek zoals Annemarie Jorritsma en Tineke Netelenbos vervangen door studies van het havenbedrijf zelf waarin staat “Ja hoor, het werkt wel.” En vervolgens wordt de subsidie er doorgedrukt.’

Is politiek leuk?

‘Jawel, maar dan vooral als machtspel. En juist daardoor heb ik er ook heel veel mensen aan ten onder zien gaan, waarbij ik heus niet alleen op Rob Oudkerk doel. Er zijn zat puisterige, bebrilde heren in Den Haag die doordat ze op het pluche zitten opeens denken dat ze een lekker stuk zijn. En zich ook zo gaan gedragen. In restaurants heb ik menig politicus die naar zijn smaak niet snel genoeg werd bediend horen roepen: “Weet je niet wie ik ben?” Je loopt het risico het zicht op de werkelijkheid te verliezen als je in de politiek zit.’

Was je daar zelf vatbaar voor?

‘Nee, want ik werd nooit echt geraakt door de politiek. Ik ben altijd een buitenstaander gebleven.’

Waarom ben je eigenlijk de politiek in gegaan?

‘Ik ben mijn hele leven vrijgesteld van allerlei verplichtingen geweest. Mijn hele academische carrière hebben mensen mij betaald om de dingen te doen die ik leuk vind. Ik heb nooit echt gewerkt vind ik. Mijn broer die zijn school niet heeft afgemaakt en nooit heeft gestudeerd vraagt mij altijd wanneer ik nou eens een echte baan neem. Daar heeft hij gelijk in. Dus toen ik werd gevraagd financieel woordvoerder van de PvdA-fractie te worden, vond ik dat ik dat moest doen; puur om iets terug te geven aan de maatschappij. Financieel woordvoerder is ook meteen een belangrijke functie waarin je echt wat te zeggen hebt.’

En vervolgens word je staatssecretaris van cultuur.

‘Dat heb ik puur gedaan omdat het me een leuke ervaring leek.’

Je was niet onomstreden.

‘Och. Ik heb misschien best een klein beetje kritiek gekregen af en toe, haha. Op een gegeven moment stonden ze metershoge foto’s van mij te verbranden op het Binnenhof. Dat vond ik wel apart.’

Ben je echt zo ongenaakbaar?

‘In dit soort kwesties wel, want heel veel kritiek kon ik plaatsen. Ik heb de subsidies herverdeeld en daar waren veel belanghebbenden natuurlijk niet blij mee. Bovendien vind ik het ook belangrijk dat je als politicus kritiek krijgt. Als je geen mensen boos hebt gemaakt, heb je vier jaar lang niks gedaan.’

Wat beschouw je als je belangrijkste wapenfeit als staatssecretaris?

‘Ik heb veel gedaan aan kunst in openbare ruimte, aan architectuur, aan culturele diversiteit. Grappig genoeg was mijn enige medestander op dit gebied Pim Fortuyn. Hij vond ook dat gesubsidieerde cultuur geen wit bolwerk voor de hoger opgeleide klasse behoort te zijn. Ik wilde graag dat de confrontatie tussen culturen plaats vond in het theater. Dat zie ik liever dan dat ze elkaar op straat de hersens in slaan.’

Wat was het verschil tussen jou en je voorgangers?

‘Eigenlijk hadden Aad Nuis en Hedy d’Ancona dezelfde ideeën. Alleen ik voerde ze ook uit; ik heb de budgetten er echt van afhankelijk gemaakt. Toen schrok iedereen zich de pleuris, want dat was niet de bedoeling. Een staatssecretaris hoort gewoon een beetje leuk te babbelen en dan zien we wel weer verder, zo was het idee.’

Welke blunders heb je in je politieke loopbaan begaan?

‘Wellicht had ik Ad Melkert toen hij me de vacature voor staatsecretaris aanbood moeten zeggen: “Misschien moet ik maar in de fractie blijven om een goed eigenzinnig geluid als financieel woordvoerder te kunnen blijven voeren.” Dat is code voor: geef mij een ministerspost in mijn eigen vakgebied.’

Zeg je nu dat je liever geen staatssecretaris van cultuur was geworden?

‘Ik had mijzelf meer op mijn eigen terrein naar voren moeten schuiven, meer moeten pushen. Aan de andere kant is het heel leerzaam geweest om staatssecretaris te zijn.’

Maar een tweede keer zou je het niet doen.

‘Nee, dan had ik het op bovenstaande scenario laten aankomen. Ik zag dat collega’s die ik veel minder goed achtte dat soort dingen wel deden. Ik ben er altijd verbaasd over dat de mensen met de minste talenten vaak zichzelf het hardst kunnen pushen.’

Dat weet je toch wel.

‘Ik ben opgevoed met het idee dat je gevraagd wordt voor dingen en anders doe je het niet.’

Is dat niet een beetje naïef?

‘Nee hoor, zo ben ik aan al mijn leerstoelen gekomen.’

Maar je weet toch dat veel mensen zich naar de top ellebogen?

‘Niet in de wetenschap. Daar moet je gewoon goed werk afleveren.’

Je doet je nu voor als een enorm doetje.

‘Misschien ben ik dat wel. Nou ja, ik ben in de politiek ook vaak een zak geweest, maar dat was meer voor de lol. Als mensen parmantig waren, mocht ik ze graag onderuit halen. Ik kon mensen werkelijk aan het huilen krijgen door mijn manier van argumenteren. Dat heb ik van mijn vader. Die hield ook van plagen.’

Je kunt het nog steeds niet laten af en toe politieke uitspraken te doen. Het omroepplan van Medy van der Laan heb je broddelwerk genoemd. Maar je hebt natuurlijk wel makkelijk lullen nu, vanaf de zijlijn.

‘Daar heb je misschien gelijk in. Daar voel ik me wel door aangesproken.’

Waarom heb je dat door jou zo geprezen BBC-model destijds niet zelf ingevoerd?

‘Ik kon het niet. Ik had enorme ruzies met Ad Melkert, die zat me steeds dwars. Mijn punt is dat Van der Laan wel stappen heeft aangekondigd, maar niet heeft doorgezet. Ze heeft een verzuild gedrocht in stand gehouden waarin al die omroepen met elkaar moeten gaan concurreren om de kijkers. Daar schieten we dus niets mee op. Had nou gewoon het budget van de NPS vervijfvoudigd in plaats van haar op te heffen, denk ik dan. De NPS is namelijk in wezen onze BBC.’

Ben je anders naar Nederland gaan kijken sinds je weer in Italië woont?

‘Ja. Ik maak me zorgen over Nederland.’

Waarom?

‘Vooral vanwege het hele islamdebat waarin iedereen maar met de populistische wind meewaait. Ik vind het ongelofelijk dat ze het in de politiek zo ver hebben laten komen. Iedereen die islamitisch is wordt in Nederland in het kamp van de achterlijken geplaatst. Ik walg ervan. En natuurlijk kun je dan zeggen: “Jij op je mooie heuvel in Italië hebt makkelijk praten.” Misschien is dat zo, maar laat mij vanaf hier nu alvast mijn stem aan Cohen of Aboutaleb geven. Het Amsterdamse model dat door al die Scheffertjes en keffertjes keihard is aangevallen als zijnde te soft, blijkt prima te werken. Als je tegenwoordig fatsoenlijk bent, word je uitgemaakt voor week en politiek correct. Nog even en ze zien je dan als een gevaar voor de samenleving. Echt, de Scheffers en Ephimenco’s moeten het land worden uitgeschopt vind ik.’

Wat zijn je eigen ambities nog?

‘Ik maak nooit toekomstplannen voor een langere periode dan vijf jaar. In de komende jaren hoop ik ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk van mijn promovendi op een goede positie terechtkomen. Daar haal ik momenteel de meeste voldoening uit, dat maakt me trots.’

Zie je jezelf ooit nog terugkeren in de politiek?

‘Ik sluit het niet uit, maar dat is afhankelijk van wat er in Nederland gebeurt. Ik hoop op een Belgisch kabinet, dus bestaande uit GroenLinks, PvdA en de VVD. Met een nieuw elan, tolerant voor immigranten, een goed milieubeleid en een vrij hard economisch beleid waarin mensen geprikkeld worden om te werken. Ik sluit niet uit dat ik dan nog een bijdrage zou willen leveren aan de politiek.’

Wat doe je eigenlijk als je niet werkt?

‘Ik ga veel naar het theater of naar beeldende kunst kijken. Maar ik zit ook wel eens op het strand, hoor, gewoon mensen observeren. Italië is het land van de bella figura. Nou zie ik er zelf doorgaans uit als een soort Swiebertje maar ik geniet er wel heel erg van dat mensen hier zo’n werk van hun uiterlijk maken. Het is leuk om dat gade te slaan.’

Wat verdien je?

‘Veel te veel. En ik geef maar een kwart uit van wat ik verdien. Ik rijd in een heel goedkoop autootje, een Atos, interesseert me niks.’

Wat heb je wel nodig?

‘Lol in mijn werk. Ik spaar zodat ik met gemak op sabbatical kan, maar dan nog zou ik niet willen stoppen met werken. Ik zoek dan gewoon de leukste universiteit uit die ik kan bedenken en vraag of ik daar parttime onderzoek mag doen. Eigenlijk gewoon een beetje wat ik nu doe. Dat hou ik nog heel lang vol.’

Meer over