'Ik voel me nu vrijer dan ooit'

Gerrit Kerkhof is 84 jaar en is zijn leven lang bezig geweest met christelijke politiek. Hij was de laatste ARP-voorzitter van Zeeland en werd in 1980 de eerste CDA-voorzitter van die afdeling. Politiek is zijn passie, hij is de partij altijd trouw gebleven.


Sinds een half jaar verkeert Gerrit Kerkhof te Middelburg in gewetensnood. Hij kan maar niet begrijpen dat zijn CDA een kabinet instapte bij de gratie van Geert Wilders.


Ernst Hirsch Ballin (60) kent het lid Kerkhof niet persoonlijk. Maar diens gevoelens ziet hij elke dag verwoord in brieven, telefoontjes, mails en sms'jes. Het krioelt in het CDA van de leden die een morele marteling ondergaan.


'Dat hij niet alleen staat. En dat is wederzijds: gelukkig heb ik me geen moment eenzaam gevoeld sinds ik me uitsprak over de heilloze weg die mijn partij heeft ingeslagen.'


Waar de één worstelt, haakt de ander af. Bert de Vries, oud-fractievoorzitter en minister, heeft zijn lidmaatschap eraan gegeven. De vrouw van Ab Klink ook. Hirsch Ballin noemt nog een voorbeeld: Catherine Andriessen, de vrouw van Frans, met wie hij in 1995 voor de partij de uitgangspunten verwoordde in Nieuwe wegen, vaste waarden: na 61 jaar CDA-lid af.


'Ik begrijp de ernst die hieruit spreekt: er valt niets meer te redden, er is voor mij geen toekomst in het CDA.'


Eind september nog was de hoop van Gerrit Kerkhof - en met hem duizenden anderen - gevestigd op het partijcongres van 2 oktober. Daar spraken zijn generatiegenoten Hannie van Leeuwen en Piet de Jong zich in emotionele bewoordingen uit tegen het akkoord met de PVV. Net als de wat jongere garde, Ab Klink en Hirsch Ballin, die kleur gaven aan het laatste kabinet-Balkenende.


De critici oogstten staande ovaties. Er vloeiden tranen. Maar Maxime Verhagen en partijvoorzitter Henk Bleker wensten niet te worden behoed voor een 'historische dwaling'. Camiel Eurlings sneerde dat oud-collega Hirsch Ballin principieel is over Wilders, maar ten tijde van Fortuyn wel voor regeren met de LPF was. Als blijk van loyaliteit groette hij de partijleiding: 'Maxime, chapeau!'


'Hannie van Leeuwen en Piet de Jong, die contrair zijn in hun persoonlijke politieke geschiedenis, waren op 2 oktober eensgezind. Hetzelfde geldt voor veel jonge leden. Juist daarom gaat het zo diep. Wij zijn een partij van grote meerderheden. De tegenspraak zoals die nu bestaat, zit niet in onze cultuur. Daarom is het zo bijzonder wat is gebeurd.


'Het laat tegelijkertijd zien hoe sterk de overtuiging bij velen is dat we hier niet aan hadden moeten beginnen. Weet dat er op het partijcongres binnen de meerderheid voor samenwerking met de PVV een grote groep was die zijn steun gaf in de veronderstelling dat er geen alternatief was, of omdat men meende dat het te laat was om een andere keuze te maken.


'Daar kun je moed uit putten, want er zit een positieve kant aan: het laat zien dat er in onze partij een onderstroom is die zich niet wil uitleveren aan een spelbepaler die mensen tegen elkaar opzet; die als vast onderdeel van het populistische repertoire het vertrouwen in de instituties van onze rechtsstaat één voor één afbreekt. Een onderstroom die op zoek is naar een oplossing van de èchte problemen in de samenleving.'


Ernst Hirsch Ballin heeft zich het laatste half jaar in zijn partij sterker geprofileerd dan ooit daarvoor. Met als hoogtepunt zijn optreden op het congres in Arnhem. De emotie spatte er vanaf. Hij sprak op gedragen toon: 'Wij horen niet thuis in een politiek verbond met Wilders. Er staan dingen in het regeerakkoord die geen problemen aanpakken, maar mensen. Daar moeten we niet aan willen wennen. Doe dit de partij niet aan, doe dit ons land niet aan.'


Gedurende zijn ministersschappen op Justitie gold hij als de koele wetenschapper, als die ietwat steile katholieke hoogleraar uit Tilburg. Geen partijpoliticus. Terwijl hij in de partij, vaak achter de schermen, het voortouw nam bij het formuleren van christen-democratische uitgangspunten.


Waar hij intern werd beschouwd als het 'geweten' van de partij, was hij tijdens zijn eerste ministersschap voor de buitenwacht de aartsconservatieve bestrijder van het kwaad, iemand die standpunten innam op de ethische terreinen van leven en dood: tégen abortus, tégen euthanasie. Hirsch Ballin was 'die orthodox-katholieke zedenprediker'.


Zijn goedgeluimde Brabantse vrouw Pauline nam het in de media geschetste profiel vaak met verbazing tot zich. 'Zo ben jij helemaal niet', zei ze dan. Maar het clichébeeld hield stand. Tot hij vier jaar geleden samen met Nebahat Albayrak aantrad voor een nieuwe termijn op Justitie. Eendrachtig ontwikkelden zij een moderne filosofie op de bestrijding van criminaliteit in de grote steden en voerden zij een 'streng doch rechtvaardig' immigratiebeleid. De poort naar de PvdA stond open.


Ernst Hirsch Ballin lijkt in twintig jaar tijd een ander mens geworden. De norse, gesloten gezichtsuitdrukking van begin jaren negentig is ingeruild voor een jongensachtige lach. De snor is eraf. Hij straalt energie uit. Hoewel hij nog altijd plechtig formuleert, permitteert hij zich bij gelegenheid een kwinkslag.


Zo voelt hij zich 'geenszins' gegeneerd als hij wordt geconfronteerd met vrijpostige uitspraken van de bevriende schrijfster Naima El Bezaz, die onlangs in Volkskrant Magazine uithaalde naar 'de rat' Maxime Verhagen en de 'machtsvreters' in de CDA-top. 'Naima heeft het hart op de tong. Maar u zult toch wel begrijpen dat ik niet op die manier ga spreken over wie dan ook?'


'Zeker. Maar er was tijdens mijn eerste ministersschap ook karikatuurvorming. Samen met Hans Simons was ik verantwoordelijk voor de meldingsprocedure ten aanzien van euthanasie. Het Katholiek Nieuwsblad heeft me daarvoor verguisd. Het beeld van een man die steeds de tegenstellingen opzoekt, is gewoon niet waar.


'Journalisten dachten dat ik uitsluitend naar orgelmuziek van Bach luister. Ik merkte het ook aan cadeautjes die ik kreeg. We hebben thuis alle klassieken in twee- of drievoud. Terwijl op mijn werkkamer Dr Buzzard's Original Savannah Band en Paolo Conte uit de speakers knalden.


'In het eerste krantenprofiel dat in 1989 over mij verscheen in NRC Handelsblad, stond dat ik een orthodox-katholiek ben. Ik heb nooit behoord tot de richting van Gijsen. Ik identificeerde me met bisschop Ernst, en dat was wederzijds. In mijn geloof heb ik bovendien een ontwikkeling doorgemaakt: ik ben gaan inzien dat de grondmotieven veel belangrijker zijn dan de leer.'


'Ik voel me een stuk vrijer. Dat heeft te maken met ervaring. Ik heb een groter gevoel van onafhankelijkheid, ben meer in contact met mensen. Daarin heeft mijn omgeving me gestimuleerd. Ik ben naar plaatsen gegaan, binnen en buiten Nederland, waar Justitie voor lastige uitdagingen stond. Tegenwoordig zoek ik kansen om uit te dragen waarvoor ik sta. Ik ben geen ander persoon, maar meer mezelf.


'Ik had in Berlijn eens een mooi gesprek met veteraan en geestverwant Wolfgang Schäuble, over de manier waarop we in de politiek staan. Hij werd niet gedicteerd door de partijlijn als CDU en SPD tegenover elkaar stonden. Hij diende de publieke zaak, ongeacht het politieke effect. Zo zie ik het ook. Ik heb mijn vriendschappen nooit beperkt tot partijgenoten. Met Nebahat heb ik heel goed samengewerkt. Wij hebben ontdekt dat we elkaar vertrouwen kunnen geven. Wij delen met elkaar en onze families zorgen en idealen.'


'Ik ben de betekenis van wat er echt aan de hand is, scherper gaan zien. Toen ik voor mijn eerste ambtstermijn aantrad op Justitie, was het beleid gericht op gedogen en hopen op de positieve effecten van de reïntegratie van veroordeelden. Daar ben ik hard tegen ingegaan.


'Na de jaren negentig werd mij gaandeweg duidelijk dat er bij de aanpak van grootstedelijke criminaliteit nog een andere dimensie een rol speelt: de sociale cohesie. Dat is de achterliggende gedachte geweest bij ons beleid in de afgelopen vier jaar. Cruciaal bij de criminaliteitsbestrijding is de samenwerking met gemeenten en de zorgsector, dat wordt door niemand die actief met deze problematiek bezig is in twijfel getrokken.'


Het is precies dit inzicht waardoor Ernst Hirsch Ballin ver is verwijderd van Wilders cum suis.


De kabinetsformatie van 2010 en met name de achterdocht en sfeer van intimidatie in zijn eigen partij heeft hem 'meer geraakt dan wat ook' in zijn lange politieke carrière. Voor hem is regeren met gedoogsteun van de PVV nooit een simpele afweging geweest over politieke samenwerking aan de linker- of rechterzijde. Het zit veel dieper.


Hij voelde zich ronduit gegriefd toen hij in een discussie met de partijtop te horen kreeg dat hij 'emotionele bezwaren mocht hebben tegen samenwerking met Wilders, maar dat anderen op hun beurt dergelijke gevoelens mochten hebben richting de PvdA'. 'Daar heb ik zeer scherp opgereageerd. Het was een dramatische miskenning van mijn standpunten.'


Het was het eerste moment waarop hij bij zichzelf te rade ging wat zijn partijlidmaatschap hem nog waard was. Formeel: 'Ik heb over alle eventualiteiten nagedacht, voor en na het congres.'


Hirsch Ballin, als enig kind opgevoed door een katholieke moeder en een joodse vader die het kamp Buchenwald had overleefd, liet zich juist niet leiden door emoties. 'Ik heb als minister van Justitie en van Binnenlandse Zaken geregeld met Wilders gesproken, ik heb vele debatten gehad met PVV-Kamerleden, maar ik heb mij nooit hoeven te forceren.


'In de huidige constellatie gaat het om iets anders: de vraag hoe de politiek zich tot de samenleving verhoudt. Er wordt gezegd dat het CDA in de formatie een goed resultaat heeft bereikt. We hebben net zoveel bewindslieden als de VVD, terwijl die anderhalf keer zo groot is. Ik wil best erkennen dat dit uit het oogpunt van macht een mooi resultaat is. Maar daarmee is het nog geen goed resultaat. Het innemen van een machtspositie is alleen gerechtvaardigd als je je gezag en invloed kunt gebruiken om nieuwe wegen te vinden voor de vaste waarden.'


'Niet alleen het CDA. Maar we hebben er helaas wel aan bijgedragen. In mijn partij hoor ik te vaak: toch interessant wat Wilders zegt, het is goed dat hij de problemen durft te 'benoemen' - want in dat slechte Nederlands wordt het bij voorkeur geformuleerd. Het is de reflex van mensen die eigenlijk niet weten wat er aan de hand is. Mijn antwoord is steeds hetzelfde geweest: Wilders benoemt geen enkel probleem op een zinvolle manier, hij raakt er gevoelsmatig aan, meer niet.


'Neem de notoire oververtegenwoordiging van Marokkaanse en Antilliaanse jongemannen in de straatcriminaliteit. Het probleem is niet dat het om Marokkanen of Antillianen gaat, maar dat zij zich niet weten te gedragen vanwege de weinig corrigerende krachten die ze van jongsaf aan zijn tegengekomen. Wij zijn in de afgelopen kabinetsperiode niet aan de buitenkant gebleven. Er is ingespeeld op de manier waarop deze jongemannen in het leven zijn komen te staan. Er is beleid ontwikkeld voor 12-minners, de psychische problemen worden onderkend.


'Het door Wilders 'benoemen' van de problemen maakt het niet makkelijker maar juist moeilijker.'


'Als je als politicus almaar roept dat het 'harder' moet; dat mensen in het veld er niets van bakken; dat er op getimmerd moet worden; dan win je niet aan overtuigingskracht. We hebben zoveel boze, rancuneuze burgers, mensen die met gevoelens van onveiligheid rondlopen in de veiligste gemeenten van Europa en daarom PVV stemmen. Juist dan is het belangrijk om je beleid consequent uit te dragen. Er is te veel berusting in de populistische retoriek.


'Ik word steeds in verband gebracht met Justitie, maar mijn interesses gaan veel verder. Ik ben bezig met religie, met integratie, met milieu, met het arbeidsbestel. Bij al die thema's moet je de realiteit onderkennen en vervolgens moet je de moed hebben om perspectief te bieden.


'Dat gaat verder dan de borrelpraat dat je op Nederlandse wegen gemakkelijk 130 kilometer per uur kunt rijden. Tot een maand voor de laatste kabinetscrisis hebben het CDA en de PvdA gewerkt aan een vorm van rekeningrijden. Ook binnen de VVD is daarvoor gepleit. Wat gebeurt er nu? In tegenspraak met alle wetenschappelijke inzichten over duurzaamheid, wordt 'sneller' de norm. De politieke macht staat niet langer in dienst van een idealen, van wat mensen motiveert om politiek actief te zijn. Het spel wordt volledig bepaald door de politieke samenwerking die is aangegaan.'


'In juli had ik nog de hoop dat een minderheidskabinet-Rutte echt een minderheidskabinet zou zijn: een kabinet van VVD en CDA dat meerderheden in het parlement zou moeten zoeken. Het was niet de door mij geprefereerde optie, maar hij was in elk geval minder schadelijk dan wat er nu is uitgekomen.


'Ruud Lubbers dacht als informateur dat zo'n kabinet genoeg weerstandsvermogen zou kunnen ontwikkelen om Wilders te trotseren. Hij vertrouwde voor het CDA-smaldeel in het kabinet op twee namen: die van Jan Kees de Jager en van mij. Ab Klink zou fractievoorzitter worden.


'Maar Rutte, Verhagen en Wilders gingen veel verder. Die stevenden af op een coalitie, gebaseerd op gedetailleerde afspraken, waarbij de PVV geen ministers leverde, maar waarbij Wilders wel bepaalde wie minister kon worden. Hij zou bovendien wekelijks overleg voeren over het kabinetsbeleid.


'Ik herinner me de eendrachtige persconferentie op 30 juli als de dag van gisteren. Wilders zei wat hij had gekregen in ruil voor de 18 miljard bezuinigingen: een hard integratie- en immigratiebeleid en law & order, 'want veiligheid in dit land is een groot probleem'. Die tekst bleef onweersproken door Rutte en Verhagen. Toen wist ik dat hij de spelbepaler was. Er was geen sprake van een minderheidskabinet met een open opstelling. De verdeeldheid zou worden verdiept in plaats van overbrugd.'


'Ik had me, rekeninghoudend met hoe meerderheden er in het CDA traditiegetrouw uitzien, er mentaal op voorbereid dat 80 tot 85 procent de lijn van het partijbestuur zou volgen. Ik wist bovendien dat er door sommige regio's, ik noem Limburg, flink was ingepraat op leden om naar Arnhem te komen en vóór te stemmen. Maar het was voor mij geen reden om te zwijgen.'


'Laat ik het zo formuleren: dit kwam als een grote verrassing. Die verwijzing naar Fortuyn vond ik echt fout. Hij citeerde onvolledig uit een persoonlijk gesprek met mij. In ons gesprek liet hij zich ook niet zo ongenuanceerd uit als op het congres.'


'Fortuyn hield ervan om te shockeren, maar in zijn persoonlijke leven maakte hij een intellectuele en levensbeschouwelijke zoektocht. Wilders heeft bij herhaling uitspraken gedaan over groepen naar herkomst en religie. Hij heeft daar conclusies ten nadele aan verbonden. Pim Fortuyn heeft dit nooit gedaan. Die was zelfs vóór een generaal pardon.'


'Ik zie een verhelderende illustratie en het bevestigt mijn zorg. Uit een enquête blijkt dat steeds meer CDA-leden zich ongemakkelijk voelen bij deze coalitie. Maar het is niet de kern. Mijn grootste zorg is de keuze van onze voorlieden voor macht, in plaats van voor gezag en invloed van ons gedachtengoed. In het laatste half jaar zijn de instituties in de rechtsstaat in hoog tempo verder afgebroken. Eén voorbeeld. Als je de uitspraak van de rechter niet overtuigend vindt, kun je in hoger beroep gaan. Dat is iets anders dan een rechter voor gek verklaren.'


'Ik ben er niet bij geweest. Maar ik heb het in zo'n vroeg stadium uit zo'n goede bron gehoord, dat ik moet aannemen dat ik op 18 augustus, toen ik met de partijvoorzitter een uitgebreid gesprek voerde over de positie van onze partij, zonder dat ik het wist tegenover iemand zat die toen al kandidaat-staatssecretaris was.'


'Dat was het ook. Het is heel ingrijpend om te zien dat dit kan gebeuren in jouw partij. De voorzitter van een diep verdeelde partij moet onafhankelijk zijn in een gesprek over alternatieve coalities. Op het laatste CDA-congres hebben de leden in een resolutie vastgelegd dat een zittende partijvoorzitter niet meer mag overstappen naar het kabinet.'


Hij acht de kans klein dat dit kabinet de rit zal uitzingen. Wilders zal ontevredener worden als blijkt dat veel van de afspraken in het gedoogakkoord niet uitvoerbaar blijken te zijn. Maar hij die ooit de grote protegé was van Ruud Lubbers, wil er niet op wachten. Hij gaat over op een andere stand, die je zou kunnen betitelen als 'slow politics'. Zoals Ab Klink, Herman Wijffels en Cees Veerman dat ook doen: met 'geduld en standvastigheid' overbrengen wat de werkelijke problemen zijn in dit land.


Hans Hillen, een van de CDA-vaandeldragers in het nieuwe kabinet, keerde zich vorige maand af van wat hij noemt 'de heiligen der laatste dagen', die hun moreel gelijk opeisen in het CDA. Hirsch Ballin wenst zich niet van de wijs te laten brengen. Hij zoekt de onderstroom van weldenkenden die zich weigeren uit te leveren aan politici die zich bedienen van populistische oneliners.


Tegen al die duizenden CDA'ers, de 84-jarige Gerrit Kerkhof uit Zeeland voorop, zegt hij: 'Op de inhoud hebben we het vooralsnog niet gewonnen, maar we blijven ons daarop richten. De onderstroom is sterk, hij kan zo weer boven komen.' Ernst Hirsch Ballin voelt zich vrijer dan ooit, ondanks de deuk in zijn vertrouwen. Het klinkt als een persoonlijke kerstgedachte. Hij lacht. 'Ik ga niet somberen, want dan had ik de moed allang opgegeven.'


Meer over