Ik vecht er niet meer tegen

Vera Pauw (44) was jarenlang aanvoerder van Oranje, nu is ze bondscoach. Ze is de drijvende kracht achter de eredivisie voor vrouwen, die komend seizoen van start gaat....

tekst Aimée Kiene

Vera Pauw werd pas een meisje toen ze naar de middelbare school ging. Tot die tijd was ze ‘eentje van de drieling.’ Ze had net zo’n kort kapsel als haar twee broertjes, met wie ze voetbalde op het pleintje in Vianen.

Op zaterdag rende Pauw langs de zijlijn mee tijdens de wedstrijden van haar broers. Had ze toch een beetje meegedaan. Als meisje mocht ze geen lid worden van de voetbalvereniging SV Brederodes.

Wat een onrecht.

‘Je weet niet beter, als kind. Je hebt helemaal niet in de gaten dat je een beetje sneu bent. Ik ging maar op korfbal, de enige sport voor meisjes in Vianen.’

Vond je dat leuk?

‘Nee. Niks aan. Pas op mijn dertiende kon ik meespelen met het enige damesteam van de voetbalclub. Met dispensatie, omdat ik eigenlijk te jong was. Ik speelde met vrouwen die al kinderen hadden. Dat vond iedereen maar normaal, maar dat is het natuurlijk niet. Ik had gewoon bij mijn broers in het team moeten zitten.’

Jij was een groot talent.

‘Dat hadden anderen eerder in de gaten dan ikzelf. Ik vond alle anderen altijd beter. Dat waren grote volwassen vrouwen, daar keek ik tegen op. Maar op een gegeven moment krijg je wel in de gaten dat je hogerop moet, naar een andere club. Ik ging naar Vreeswijk, in Nieuwegein, die club speelde op het hoogste niveau. En daarna kwam Italië.’

Je was een jaar profvoetballer in Modena. Hoe kwam je daar terecht?

‘Ik speelde inmiddels in het Nederlands elftal en ik liep stage bij de KNVB; voor mijn studie aan het Centraal Instituut Opleiding Sportleiders (CIOS, red.). Met Oranje hadden we tegen Italië gespeeld en toen kwam er een telefoontje van een Italiaanse spelersmakelaar naar de KNVB. Hij wilde iets weten over vrouwenvoetbal; ze verbonden hem door met mij.

Hij zei: ‘Ken jij Vera Pauw?’

‘Ja’, zei ik, ‘die ken ik wel.’

Was ik gescout tijdens de interland. Of ik in Italië wilde gaan voetballen.’

Wat verdiende je als profvoetballer in Italië?

‘Tweeduizend euro schoon per maand, plus appartement, plus auto, plus tickets.’

Hoe is het om te voetballen voor je geld?

‘Het was vooral mooi dat ik mijn eigen dag kon indelen. En dat ik alles in dienst kon stellen van het voetbal. Ik studeerde Italiaans. Elke ochtend had ik privéles, beetje huiswerk maken, en dan trainen. Dat was fantastisch. Hier in Nederland moet je alles zelf regelen, je moet naast het voetbal een baan hebben. Je sjeest van je werk naar de training naar huis. Je bent altijd moe.’

Waarom ben je maar één jaar gebleven?

‘Met het Nederlands elftal probeerden we op een hoger niveau te komen. We gingen meer trainen, met het hele team. Ik speelde centraal in de verdediging. Ik had de keuze: in Italië blijven, met dat mooie leven en het geld, of terugkomen in het Nederlands elftal. Vijf Italiaanse clubs wilden mij kopen. Maar mijn oranje hart was groter dan mijn geld-hart. Dus kwam ik terug en moest ik weer gaan knokken om brood op de plank te krijgen.’

Waar ging je je geld mee verdienen, terug in Nederland?

‘Ik begon als medewerker op de voetbaltruuk. Dat is een grote bus van de KNVB, vol met materiaal. Daarmee gingen we het land in om trainingen te geven op voetbalclubs. Bij de KNVB zeiden ze: dan kun je in elk geval leven!

‘Daarna ben ik doorgerold binnen de voetbalbond. Van het ene project kwam het andere. Maar het had allemaal met voetbalontwikkeling te maken. En vaak met emancipatie.’

Is het altijd duidelijk geweest dat jij in de sport verder wilde?

‘Van kleinsafaan. Op de lagere school riep ik al dat ik naar de academie voor lichamelijke opvoeding wilde.’

Wat trekt je zo aan in sport?

‘Ik heb geen idee. Nee. Echt niet. Het zit in me. Het is niet zo dat ik geen andere interesses heb. Maar ik zou niet weten wat ik anders zou willen. Ik weet nog dat ik naar Schotland verhuisde, ik ging met mijn man (Bert van Lingen, red.) mee die assistent werd van Dick Advocaat bij Glasgow Rangers. Ik wilde toen eigenlijk weer gaan studeren. En wat wilde ik studeren? Informatica. En waarom informatica? Omdat ik softwareprogramma’s wilde ontwikkelen. En wat voor programma’s? Programma’s om het voetbal te verbeteren. Dus je komt altijd weer terug bij die sport.’

Waar word je blij van, als je met vak bezig bent?

‘In sport kan een mens zich uiten. Dat vind ik mooi. En ik heb het talent om mensen beter te maken.’

Was het vanzelfsprekend dat je met je man mee ging naar Schotland?

‘Ik was 35. Ik stopte als voetballer, dus wat dat betreft klopte het allemaal. Mijn man werd gevraagd door Dick Advocaat en zei: ik ga daar niet heen, want dan moet jij met mij mee en blokkeer je verdere carrière. Toen heb ik gezegd: als we dit niet doen, zijn we gek. Ik zeg m’n baan op en ik zie wel wat ik daar ga doen. Mijn eerste gedachte was: studeren. Maar toen we op huizenjacht waren, kwam de technisch directeur van de Schotse bond (Craig Brown, red.) langs in ons hotel. Ik zei: ik laat jullie alleen, ik ga naar mijn kamer, bel maar als je klaar bent. En ik loop weg. Zegt die man: ik kom niet voor hem, ik kom voor jou. Zo werd ik bondscoach van het Schotse vrouwenelftal.’

Je bent zes jaar bondscoach gebleven. Daarna werd je coach van het Nederlands vrouwenelftal. En nu heb je de eredivisie voor vrouwen opgezet. Hoe lang heb je daarvoor gestreden?

‘Bij mijn allereerste bespreking met de directeur van de KNVB heb ik het er al over gehad, een paar jaar geleden. Ik vind dat de topsportstructuur en het klimaat echt moet gaan veranderen voor de top van het vrouwenvoetbal.’

Ben je tevreden met wat je hebt bereikt?

‘Ja. In elk geval om mee te starten. Er doen zes clubs uit het betaald voetbal mee, clubs waarvan ik vooraf niet had gedroomd dat ze mee zouden doen. AZ, Twente, Utrecht. Hopelijk kunnen we dat na één seizoen uitbreiden.

De drie grote clubs, Ajax, PSV en Feyenoord, doen niet mee.

‘Feyenoord zat er het dichtste bij. Ze willen graag mee doen; hebben zelfs een werkgroep vrouwenvoetbal. Maar ze durfden de stap nog niet te nemen, vanwege het honderdjarig bestaan van de club. Ze waren bang mankracht tekort te komen. Bij Ajax dachten ze dat het niet in de Ajax-cultuur zou passen. Tja. Alsof er geen vrouwen op dat sportpark lopen, denk ik dan. Daar kan ik niet zo veel mee. Ik zou zeggen: het past juist wel bij de Ajax-cultuur en bij hun manier van voetballen. Techniek, snelheid, minder het beukwerk; dat past juist bij vrouwen. Bij PSV konden we niet eens komen praten. En dat terwijl hun hoofdsponsor Philips nota bene een vrouwenvoetbalteam gebruikt in hun internationale reclamecampagne. Met Let’s make things better eronder, of innovative ofzoiets. Teleurstellend.’

Wat is de echte reden van die clubs om niet mee te doen?

‘Ze zijn bang voor vernieuwing. Dan zeggen ze: ‘De jongens lopen nu na de training in hun blote kont naar de massagekamer. Als er vrouwen bij komen kan dat niet meer.’ Dan denk ik, als dat nou het grootste probleem is, dan vind je daar toch een oplossing voor? Dan trainen die vrouwen toch op een ander tijdstip? Sommigen gaan gewoon met de hakken in het zand.’

Het is echt jouw missie om het vrouwenvoetbal een plek te geven. Word je er wel eens moe van?

‘Als ik lees dat een sport als bolderen de A-status heeft. Ken je bolderen? Je mag twee minuten naar een klimwand kijken. Dan moet je omhoog, en wie het eerste boven is, wint. De bolder-kampioen in Nederland krijgt gewoon een flink salaris van NOC*NSF. En wat dacht je van bobsleeën? Er is pas een hele nieuwe startbaan gebouwd. En weet je hoeveel mensen lid van zijn van de bobslee-bond? Veertien! Er gaan miljoenen naar die sport. Daar word ik moe van. En fel. Dat geld is van de maatschappij.’

Dat geld moet besteed worden aan een sport met potentie als het vrouwenvoetbal.

‘Wij zijn de eerste sport in Nederland. Maar wij vallen overal tussen. De topspeelsters krijgen geen cent steun.’

Jij hebt als vrouw in een mannenwereld een bijzondere loopbaan gehad. Hoe combineer je werk en privé?

‘Niet! (lachend) Wat dat betreft tref je me op een verkeerd moment. Ik zeg af en toe tegen mezelf; ik moet even snel slapen.’

Heb je kinderen?

‘Nee, maar mijn man wel. Hij heeft twee kinderen en vijf kleinkinderen. Daar hebben we veel plezier mee. Ons privéleven zit om het werk heen, op dit moment. Mijn man werkt ook bij de KNVB. We hebben een huis in Frankrijk, daar wilden we eigenlijk gaan wonen. Maar toen werd ik bondscoach en hebben we het uitgesteld.’

Hoe kan het dat vrouwen op allerlei terreinen zo moeilijk doorstoten naar de top en dat jou dat helemaal is gelukt?

‘Aan de ene kant moet je als vrouw bewust kiezen voor een carrière. En dat is in onze biologie gewoon nogal onhandig. Als je kinderen krijgt, heb je verantwoordelijkheid voor je gezin. Bij mannen is het toch vaak anders. Heel veel mannen nemen nauwelijks verantwoordelijkheid voor het opgroeien van kinderen. Het reilen en zeilen van de huishouding laten ze aan hun vrouw over. Zeker in de sport gebeurt dat veel. Terwijl vrouwen de verantwoordelijkheid voor het gezin niet graag uit handen geven.

‘Aan de andere kant is het zo dat je als vrouw beter moet zijn dan mannen om ergens aangesteld te worden. Als vrouw moet je de beste zijn, je moet alles kunnen. Bij vrouwen wordt getoetst wat ze niet kunnen, en bij mannen wordt getoetst wat de potentie is. Een voorbeeld: een vrouw, die twaalf jaar in het Nederlands elftal heeft gevoetbald, een trainer/coach-diploma heeft en twaalf jaar voor de klas heeft gestaan als docent lichamelijke opvoeding met moeilijk lerende jongens en was ook nog eens docent KNVB. Van haar werd gezegd dat ze te weinig ervaring had om districtcoach te worden. En wie kwam er voor haar in de plaats? Een jongen die net afgestudeerd was aan het CIOS en één jaar een jeugdteam had gecoached.’

Zit dat in de organisatie, in de KNVB?

‘Dat zit in onze maatschappij. Maar veel mannen en vrouwen hebben dat helemaal niet door.’

Heb jij ook gemerkt dat er zo naar jou werd gekeken, naar wat je níet kon?

‘Ja.’

Geef eens een voorbeeld?

‘Ik ging de cursus coach betaald voetbal doen, als eerste en enige vrouw. Uiteindelijk slaagde ik met de meeste punten van allemaal. Maar toch... je voelt gewoon dat je wordt afgetast op wat je niet kunt. Je merkt dat ze aan elkaar vragen: ‘En? hoe doet ze het?’

Kun jij daar goed tegen?

‘Ik zit nu 22 jaar tussen de mannen. Ik vecht er niet meer tegen. Ik moet mensen helpen die processen te begrijpen. Ik moet het ze uitleggen, dat het zo werkt.’

Maar kun je er ook iets aan veranderen?

‘Ja. Er verandert wel iets. Maar het probleem is dat zo weinig mensen het zien. Daar zijn geen cursussen voor. Daarom ben ik een groot voorstander van quota. Omdat blijkt dat het anders niet kan. Vervolgens roepen ze allemaal, de vrouwen voorop: ja maar, wij willen niet op een plek komen omdat we vrouw zijn. Dan zeg ik: hoezo niet? Hij komt toch ook op zo’n plek vanwege z’n pikkie?’

Zijn er zo weinig vrouwen die iets willen bereiken in het voetbal?

‘Nee, maar de cursussen om trainer te worden zijn ontzettend duur. Bij mannen wordt dat betaald door hun club. Bij vrouwen niet. Dus die moeten het zelf betalen, terwijl ze het geld nooit terug zullen zien.

‘Het gaat nu hopelijk veranderen, maar het is een groot probleem. Er heeft zes jaar geleden voor het laatst een vrouw het één na hoogste trainersdiploma gehaald. We hebben gewoon te weinig vrouwen op topniveau.

‘Wij moeten ze die plekken bieden. Het eerste dat ik heb gedaan toen ik was aangesteld als bondscoach is alle groepsteams van de meiden door vrouwen te laten coachen. Nou, je kunt je voorstellen hoe die discussies gingen: en als ze nou niet goed genoeg is? Ik zei: het moeten vrouwen zijn. Klaar. Punt. Dan zórg je maar dat ze goed wordt.’

Trainen vrouwen ook mannenteams?

‘Soms. Maar ik heb heel duidelijk gemaakt dat het nooit wat wordt met onze sport, als wij het als promotie zien om naar de mannen te gaan. Ik zet me in voor vrouwen. En welke club me ook een aanbieding doet, ik stap niet over naar de mannen.’

Jij ziet dat ook niet als promotie?

‘Nee. In het AD stond een paar jaar geleden in een column dat ik assistent-trainer bij RKC zou moeten worden. En iemand heeft wel eens gezegd: misschien kun je bij een amateurclub een keer de A-jeugd gaan doen! Dan zeg ik: pardon? Mensen denken dat het een compliment is te zeggen dat ik het talent heb om zélfs in het mannenvoetbal te gaan werken. Dan zeg ik: zal ik even mijn programma van deze week vertellen? Ik werk bij de Europese voetbalbond, bij de wereldvoetbalbond, ik zit met Platini in een commissie. Ik werk op wereldniveau. Assistent RKC, dat zeg je toch ook niet tegen Marco van Basten?’

Meer over