'Ik smeek jullie regering om werk'

Hij trekt zijn trui uit, schuift de hals van zijn T-shirt opzij en wijst naar de littekens op zijn schouder....

Vorige maand werden de bewoners van het asielzoekerscentrum in Leersum opgeroepen om fruit te gaan plukken. De cox en de elstar waren rijp en moesten snel worden geoogst, maar fruittelers konden geen mensen vinden. Massaal meldden de asielzoekers zich bij het arbeidsbureau in Geldermalsen.

Sommigen werkten al op het land, zwart of als vrijwilliger. Ruim zeventig asielzoekers plukken nu appels, de rest wacht totdat de arbeidscoördinator ook voor hen een witte werkgever heeft gevonden. De kans dat dat voor iedereen lukt, is klein gezien de duur van de oogst.

Asielzoekers mogen twaalf weken betaald seizoenswerk verrichten, de overheid denkt erover dat naar 26 weken uit te breiden. Zelfs Al Sayeghs landgenoot Mohammed, die maar één hand heeft omdat zijn andere in Iran is afgehakt, hoopt dat hij straks in aanmerking komt voor werk. Vervelend werk, vies werk, werk beneden zijn niveau of vrijwilligerswerk - het kan de vluchteling niets schelen, zolang hij maar iets heeft om de tijd mee door te komen.

In Leersum klaagt dan ook niemand over het voorstel van directeur E. Stoov van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers om vluchtelingen te laten werken op straffe van korting op hun uitkering. Wel klagen ze over het geringe aanbod van werk, en over het feit dat ze 'veel meer kunnen dan waar Nederlanders ons voor benutten', zoals Mohammed het verwoordt.

In de grote zaal van het centrum dominoot Muhannad met twee Irakezen en een Somaliër. Ze hangen onderuitgezakt op hun stoel, maar veren op zodra de discussie over werk gaat. 'Ik pak alles aan, alles', zegt Zana Gaze Hamakan. 'Maar we wonen midden in het bos, ik heb geen geld om ver te reizen en tot in de wijde omtrek hebben ze me niet nodig.'

De asielzoekers die wel werk hebben, vinden het begrijpelijk dat ze een groot deel van hun geld - 805 gulden op een maandsalaris van 1100 gulden - moeten afstaan aan de Nederlandse overheid. 'Maar dan wil ik voor dat geld ook in een huis wonen', roept de een na de ander.

Ook het feit dat ze gekort worden op hun zakgeld, 89 gulden per week, vinden ze 'meer dan logisch'. De meeste 'thuiszitters' werken in het asielzoekerscentrum en maken voor dertig gulden per week de vertrekken schoon. Anderen werken in de keuken. Maar het werk in het centrum is geen dagvullend programma, 'en de verveling is onze ergste vijand hier', vindt Bobby Utuedor. Daarom is hij met zijn lessen Nederlands, 'die slechts een paar uurtjes duren', gestopt om appels te plukken.

Het enige kritische geluid op het voorstel van Stoov om asielzoekers zoveel mogelijk te laten werken, komt van Fatma Özgümüs, directeur van Vluchtelingenorganisaties Nederland VON, dat de belangen van asielzoekers behartigt.

'Deze mensen mochten nooit werken', zegt ze. 'Ze zijn volkomen afhankelijk van de Nederlandse overheid gemaakt. En nu hier een gebrek aan arbeid is, moeten ze opeens aan het werk. Ik vind het onbegrijpelijk.'

Hypocriet wil Özgümüs het voorstel niet noemen. 'Laat ik Stoovs pleidooi in zijn voordeel uitleggen, en ervan uitgaan dat hij hiermee een definitieve beëindiging van het hospitaliseringsbeleid bedoelt. En dat de Nederlandse overheid deze mensen tijdens de procedure eindelijk als vrije, volwassen mensen gaat behandelen.'

Meer over