'Ik schrijf louter omdat ik' niet anders kan'

Misantropisch schrijver L.H.Wiener (56) wil, als zoon van een vermorzelde vader, een open boek zijn voor zijn eigen kinderen...

'Tijdens de zwangerschap van mijn eerste echtgenote zei het vaderschap me nog niet zo veel. Zij wilde graag moeder worden en ik vond het wel best. Het was 1973 en we hebben het over een 28-jarige schrijver met een aan bloeddorst grenzende ambitie. Toen ze vijf maanden zwanger was braken de vliezen. De gynaecoloog ging ervan uit dat wij een stel sufferds waren die zich verrekend hadden, want haar buik was al enorm. Men besloot de bevalling op te wekken in plaats van zo lang mogelijk uit te stellen. Er kwamen twee heel kleine vijfmaands kindjes ter wereld, een jongen en een meisje, nog niet levensvatbaar.

Mijn huwelijk overleefde deze miserabele miskraam niet. Tot overmaat van ramp overleed kort erna mijn vader - zo plotseling dat ik het als een soort verraad beschouwde. Na dit ellendige jaar heb ik vijf jaar lang niet kunnen schrijven.

Daarna kreeg ik een verhouding met een oud-leerlinge. Toen ze zwanger raakte was ze pas 19. Ik wilde het kind absoluut en zij eigenlijk ook wel, maar haar familie oefende zware druk uit om het weg te laten halen, wat uiteindelijk ook is gebeurd. Mijn dreigement om bij haar weg te gaan als ze abortus zou plegen heb ik niet waargemaakt. We zijn nog dertien jaar samen geweest, maar kinderen zijn er niet meer gekomen, want zij ging carrière maken. Uit respect voor het geaborteerde kind had ik daar op een bepaalde manier vrede mee.

Naarmate ik ouder werd begon ik het niet-vader-zijn steeds meer te voelen als een gemis en een verschraling van mijn leven. Wat meespeelde is dat mijn eigen vader zich, op straffe van een verwoest leven, onttrokken heeft aan de collectieve zelfmoord in zijn ouderlijk huis op 10 mei 1940. Door brieven van een tante in Wenen wisten mijn grootouders wat hen te wachten stond. Mijn grootvader, die huidarts was, had een mengsel van morfine en zwavelzuur in de thee gedaan. Op het moment dat zijn ouders en broer de thee aan hun mond zetten, vluchtte mijn vader het huis uit. Maatschappelijk heeft hij nooit meer kunnen functioneren. Zijn 'jongetjes', mijn broer en ik, waren het enige waarvoor hij leefde. Op mijn 15de heeft mijn moeder dit verhaal verteld, pas 25 jaar later heb ik voor het eerst erover kunnen schrijven.

Toen het ernaar uit begon te zien dat ik geen vader zou worden en mijn familie dus alsnog zou uitsterven, zag ik dat als een uitgestelde wraak van de goden. Ze hadden me tenslotte al twee maal eerder gewaarschuwd dat het hun niet welgevallig was als ik kinderen zou krijgen. Maar op mijn 47ste kwam er opnieuw een oud-leerlinge op mijn pad, Re bec ca. Een uitzonderlijk intelligente, langbenige schone, zo weggelopen uit de Cosmopolitan. Het werd mijn tweede huwelijk. Ze wist hoe graag ik vader wilde worden en ook dat 50 jaar voor mij de grens was, daarna zou ik echt te oud zijn. Ze heeft me toen op het gevaar af dat haar eigen carrière in het gedrang kwam - ze was pas 23 - een prachtige zoon geschonken, en een even prachtige dochter erachteraan. Die zijn nu 7 en 4.

Sommige schrijvers willen geen kinderen omdat ze bang zijn dat dit hun creativiteit blokkeert. Ik ben nooit bang daarvoor geweest, integendeel. Ik had half gehoopt dat de drang tot schrijven met de komst van Arend en Salomé zou verdwijnen. Ik schrijf louter omdat ik niet anders kan, ondanks de moeite die het kost, ondanks mijn kleine lezerspubliek. De behoefte om mijn leven te fixeren kan ik niet negeren - ik ben schrijver tot de dood erop volgt.

Door het voortdurend sluimerende wantrouwen jegens de goede bedoelingen van mijn medemens word ik gezien als misantroop, en zo noem ik mezelf ook in mijn boeken. In de dagelijkse omgang valt die mensenhaat wel mee, anders zou ik niet al meer dan dertig jaar met plezier Engels geven aan middelbare scholieren. De cynische, melancholische onderstroom in mij, mijn ontledende blik op het destructieve wezen dat de mens in feite is, vergroot ik uit in mijn verhalen. Op die manier kan ik, als een bezwering, alles wat mij uit balans brengt literair vormgeven.

In het verhaal Stomme eenden beschrijf ik het dilemma van een melancholicus die ook een vader wil zijn die zijn kinderen op het goede spoor zet. Mijn zoontje en ik zagen een keer hoe vier woerden een vrouwtjeseend besprongen, verkrachtten en verdronken: "Zijn ze aan het spelen, pappa?", vroeg Arend. Ik aarzelde of ik hem moest vertellen dat hij zojuist een afschuwelijke gang rape had gezien. Uiteindelijk vertelde ik hem dat de eenden ruzie hadden en dat de mamma-eend verdronken was. Ik vroeg me af of ik Arends wereld nu aan het opbouwen of aan het afbreken was.

De moeder van mijn kinderen is op een gegeven moment weggegaan. Ze wilde haar zelfstandigheid terug en meer zien van de wereld. Ze heeft een huis gekocht vlak bij het mijne en we zorgen in goed overleg samen voor de kinderen, met haar moeder als derde schakel. De kinderen hebben drie bedden: bij mij, bij haar en bij hun oma, met wie ik het trouwens heel goed kan vinden. Ze is van mijn leeftijd.

Ik ben niet een weekendvader, de meeste dagen zijn de kinderen bij mij. Rebecca is door haar werk eerder de weekendmoeder. Tijdens die dagen zonder school en zonder kinderen moet ik altijd oppassen dat ik niet wegzak, ga drinken en piekeren in plaats van me aan het schrijven te zetten. Bij het afscheid van Arend en Salomé op zaterdagmiddag heb ik vaak maagpijn.

Het ergste van de scheiding vind ik dat ons gezinsleven kapot is. De eerste jaren zijn we nog met zijn allen op vakantie geweest, maar dat zit er nu niet meer in. Rebecca en ik zijn te ver uit elkaar gedreven. Eén keer per week eten we nog wel met zijn viertjes. Elke donderdag van half zes tot zeven zijn we bij elkaar en dan is het huis opeens vol leven. De kinderen sloven zich uit, willen van alles laten zien. Het is het hoogtepunt van de week voor hen.

Ik ben zelf geboren als zoon van een vermorzelde vader. Bij ons thuis verdiende mijn moeder de kost, ze was kleermaakster. Mijn vader deed het huishouden. Nooit heb ik met hem kunnen spreken over het drama uit zijn jeugd, dat kon hij eenvoudig niet opbrengen. Het heeft mijn ontwikkeling beïnvloed. Hij praatte sowieso bijna niet, behalve tegen zijn kippen. Als reactie daarop wil ik voor mijn eigen kinderen een open boek zijn. Dat gaat zelfs zo ver dat ik regelmatig op het punt sta om voor hen een soort geheim dagboek te gaan bijhouden, met mijn diepste gevoelens over zaken waarover ik nu niet met hen kan praten. In elk geval wil ik dat ze als ik dood ben een duidelijk beeld van me hebben: een krachtige man die wist wat hij wilde, die er altijd voor hen was, strikt betrouwbaar en open.

Toen ik net vader was, ervoer ik voor het eerst van m'n leven flitsen van geluk. Ik geniet van de vrolijkheid van mijn kinderen en sta heel erg dicht bij ze. Ik vind het jammer dat ik hen niet nog vaker om me heen kan hebben, al zie ik mijn kinderen meer dan de meeste gescheiden vaders. Ik heb erover nagedacht wat ik zal doen als er een nieuwe man komt in Rebecca's leven, die onvermijdelijk ook met Arend en Salomé zal optrekken. Ik nodig hem uit bij me thuis, wens hem veel geluk en zeg: "Wees goed voor m'n kinderen, anders breek ik je nek".'

Meer over