Ik raakte in de verdrukking toen de massa ging bewegen

De Dostojevski's maken een pleziertochtje op de Elbe.

Een boot vaart de Elbe op, vanuit de haven van Hamburg. Beeld EPA
Een boot vaart de Elbe op, vanuit de haven van Hamburg.Beeld EPA

Dresden, 2 juni 1867

Het zag zwart van de mensen. Om aan boord te komen moest je zo dicht mogelijk bij de aanlegsteiger gaan staan, hetgeen ik ook probeerde. Maar toen de massa in beweging kwam, raakte ik in de verdrukking. Ik werd tegen een boom geplet en meegevoerd. Mijn jurk bleef aan de boom haken en hield me tegen, zodat ik niet verder kon en anderen de weg versperde.

Fedja zag al voor zich hoe ik platgedrukt zou worden en een uitbrander van de kapitein zou krijgen (en wat dan nog?).

We kwamen aan boord van de stoomboot, ik vroeg een meisje een beetje in te schikken en zo kreeg ik een zitplaats, maar voor Fedja was er geen plaats, want de passagiers bleven onafgebroken toestromen. Alleen in Loschwitz al kwamen er nog minstens honderdvijftig bij, en dat terwijl er al een menigte aan boord was.

Fedja ging een zitplaats zoeken maar hij vond niets en moest blijven staan tot Neustad, waar veel mensen uitstapten.

Ik zat tegenover een meisje, een schilderes die ik al vaker ben tegengekomen. Ze is een jaar of 25, blond, met dunne lokken, stralende blauwe ogen, een kleine neus en verschrikkelijk grote mond, die werkelijk van oor tot oor reikt. Ze zit voortdurend tevreden te glimlachen, ik weet niet of het uit domheid is (wat waarschijnlijk is) of vanwege een of ander binnenpretje.

Naast me zat een Engels gezin: vader, moeder en twee jonge zoontjes, allebei met zulke kleine ogen, dat ik me afvroeg of ze wel wat konden zien.

Anna Dostojevskaja (1846-1918), echtgenote van de Russische schrijver Fjodor ('Fedja') Dostojevski. Ingekort fragment uit haar Tagebücher; Athenäum Verlag 1985.

Meer over