‘Ik lijk misschien meer op mijn vader dan me lief is’

De moeder van Lydia Erhart (59, hoofd human resource management) heeft nooit geweten dat haar man bezig was met de scheiding – tegen zijn gezin hield haar vader vol dat ‘het verhaal met die vrouw over was’....

‘Mijn vader bleek een relatie met een andere vrouw te hebben. Toen dat uitkwam, in 1964, speelden zich thuis grote drama’s af. Mijn moeder hield er een maagzweer aan over. Mijn vader hield ons voor dat het verhaal met die vrouw over was. Toch vertrouwde ik hem niet helemaal. Als ik zijn auto schoonmaakte vond ik sigarettenpeuken met lipstick. Ik had de moed niet om tegen mijn vader erover te beginnen – hij was zeer introvert. ‘Hij houdt meer van zijn hond dan van ons’, zeiden mijn zes jaar oudere zus en ik weleens tegen elkaar.

Op een gegeven moment verhuisden we van ons appartement naar een aanzienlijk goedkopere flat in de Amsterdamse Bijlmer. Die was toen net in aanbouw; we hadden een grote woestijn voor de deur, als het hard woei striemde het zand tegen je benen. Hoe mijn vader de beslissing om daarheen te verhuizen aan mijn moeder heeft verkocht, weet ik niet. Ik keerde me van haar af omdat ze me zo claimde. Ik had het gevoel in een soort luchtbel te zitten, een vacuüm waar niemand bij kwam. Ik voelde me alleen.

Drie hartinfarcten had mijn vader inmiddels achter de rug. Begin 1970 kreeg hij zijn vierde, toen we net aan tafel zaten om te gaan eten, en deze aanval werd hem uiteindelijk fataal. Hij overleed, pas 53 jaar oud. Toen de huisarts bij ons thuis kwam hoorde ik mijn moeder tegen hem zeggen: ‘Ik hoop dat hij de laatste jaren een beetje gelukkig is geweest.’ De huisarts, die een vertrouwenspersoon van mijn vader was geweest, reageerde nauwelijks.

Die opmerking trof me en ik kwam erop terug toen ik de huisarts een tijdje later bezocht. Hij gaf mij toen een duidelijk antwoord. Mijn vader was niet gelukkig geweest omdat ‘hij toch bezig was met de scheiding’. Ik was verbijsterd, ik wist van niks; mijn vader bleek nog steeds met zijn vriendin te zijn en een procedure in gang te hebben gezet om van mijn moeder te scheiden. Zijn vriendin had haar huwelijk inmiddels beëindigd. Ik begreep nu ook waarom we naar die flat waren verhuisd; zo spaarde hij geld uit met het oog op de te betalen alimentatie.

Ik hield dit verhaal voor mezelf. Mijn moeder heb ik niets gezegd. Ik zag het nut er niet van in haar dit in te wrijven, het zou aan de dood van mijn vader niets hebben veranderd. Jarenlang droeg zij, met allerlei sentimenten, de leren portemonnee van mijn vader met zich mee, als een aandenken. Ik heb haar nooit verteld dat het, zoals ik van dezelfde huisarts hoorde, een cadeautje van zijn vriendin was geweest. Wat ik wist was wel een belasting. Als mijn moeder mijn vader weer eens ophemelde, dacht ik: mens, je moest eens weten.

Mijn zus heb ik het, vier jaar na de dood van mijn vader, wel verteld. Ze reageerde geschokt, maar ze is altijd erg dol op mijn vader geweest, ze vond dat mijn moeder hem tot zijn gedrag gedreven had. Ze was het met me eens dat we erover zouden blijven zwijgen. Wel liep ze op een gegeven moment de vriendin van mijn vader tegen het lijf. Die maakte negatieve opmerkingen over het huwelijk van mijn ouders en bevestigde het verhaal van haar scheiding. Ik heb er nooit behoefte aan gehad haar te ontmoeten. Mijn moeder was een moeilijke vrouw. Ik kon er, net als mijn zuster, nog wel begrip voor opbrengen dat mijn vader een ander had. Maar ik heb hem gehaat om de wijze waarop hij gehandeld heeft; dat hij, toen hij stierf, de bom op ons liet vallen terwijl de scheiding voor hem zo ongeveer een voldongen feit was.

Nadat mijn vader was gestorven, heeft mijn moeder nog 35 jaar geleefd, en al die jaren heeft ze niets geweten. Gesteld als ze was op materiële zekerheid is ze uiteindelijk getrouwd met een man met wie ze eerst een latrelatie had. Ze hadden beter apart kunnen blijven wonen. Ze hebben elkaar behoorlijk ongelukkig gemaakt. Maar ook toen had ik niet de aanvechting mijn moeder de waarheid over mijn vader te vertellen. Ik lijk misschien meer op hem dan me lief is, het zit te zeer in mijn karakter om dingen voor mezelf te houden en te rationaliseren. Ik praat niet makkelijk, ik heb er moeite mee mijn emoties te uiten.

Dat merk ik ook in de relatie die ik nu alweer dertig jaar met mijn man heb. Er zit een rem in mij, als er iets van ruzie dreigt klap ik dicht. Vijftien jaar na de dood van mijn vader liep ik opeens helemaal vast. Aan de telefoon barstte ik hysterisch uit tegen mijn zus dat ik mijn vader haatte. Anders dan ik dacht had ik nog weinig verwerkt. Gesprekken met een psycholoog boden uitkomst: ik durf me nu iets sneller te uiten.

Kinderen heb ik nooit gewild. Met het voorbeeld dat ik van mijn ouders had gehad vond ik het al zo moeilijk een relatie goed te houden dat ik het niet nog gecompliceerder wilde maken. Stel dat het tot een breuk zou komen en dat de kinderen daar dan het slachtoffer van zouden worden. Bovendien had mijn man al een dochter uit een eerder huwelijk. Zij kwam bij ons inwonen en dat ging niet zonder slag of stoot. Er zijn veel spanningen geweest. Uiteindelijk is het goed gekomen. Ik draag de ketting die ze speciaal voor mij heeft gemaakt. En toen ze van haar dochtertje beviel, mocht ik erbij zijn. ‘Je bent meer een moeder voor me dan mijn eigen moeder’, zei ze. Een opmerking die me erg goed heeft gedaan.’

Meer over