'Ik laat me niet uit het veld slaan'

Rond het veertigste levensjaar komen ze vanzelf op: vragen en twijfels over ambities en oude idealen, werk, vriendschappen en de zorg om ouders....

Immer monter, vaak een schaterlach, goedgebekt en goedgekleed - niet voor niets werd hij al eens uitverkoren tot best geklede man. Niks aan de hand dus, zo lijkt het, in het leven van Humberto Tan (40). In het Amsterdamse café waar we zitten, krijgt hij meteen al de groeten van zijn voormalige voetbalcoach van de Meerboys. En hij vertelt over de surpriseparty die eind oktober door zijn vrouw Ineke werd voorbereid. 'We hebben gedanst, we hebben gezweet - en iedereen was erbij om mijn veertigste kracht bij te zetten: ook ooms en tantes, voormalige NOS-collega's, vriendjes van vroeger.'

Iedereen? Hij verhaalt van zijn broer Patrice, mooie jongen die zo opviel dat hij furore mocht maken als Prince Mohammed, die samen met June Lodge de zomerhit Someone loves you honey scoorde. 'Playbackend, natuurlijk - Patrice was helemaal niet de echte zanger. Bij het eerste optreden in Toppop zat June vast in het verkeer en dus deed Patrice het alleen. Een week later, toen het nummer nog steeds op één stond, was ze er wél bij, en ze adoreerde Patrice, die ze tot dan toe nog niet had ontmoet, volkomen - dat zag je aan haar verliefde blikken. Ach gos kind, dacht ik, dat heeft toch geen zin, hij is homo.'

Patrice werd ziek. In augustus 1992 overleed hij, op 32-jarige leeftijd, aan de gevolgen van aids. 'Hij was bang voor visuele aftakeling, maar erger vond hij het dat hij nauwelijks nog kon proeven. Toch droeg hij zijn lot meestal op bewonderenswaardige wijze.

'Het sterven zelf was zo erg niet; dat was, tot op zekere hoogte zelfs een opluchting. Veel aangrijpender was de lijdensweg die eraan voorafging. We waren heel lief voor elkaar, maar we wisten hoe het zou eindigen. Patrice had er een mooie metafoor voor: 'Het is alsof ik in drijfzand lig en langzaam maar zeker naar beneden zak. En jullie gooien me touwen toe, maar ik kan ze niet pakken.'

'Patrice was vijf jaar ouder dan ik, en in veel opzichten was hij een voorbeeld voor me: de bon-vivant, superstijlvol, creatief en assertief. Hij deed de dingen die ik nog niet mocht doen - misschien was zijn levensstijl soms ook losbandig. Mijn moeder intussen had geen enkel probleem met zijn homoseksualiteit. Zolang je maar gelukkig bent, was haar criterium voor elke relatie, en zolang je maar niet elke week met een ander thuiskomt.

'De laatste weken voor zijn overlijden hebben Patrice en ik veel met elkaar gesproken. Ik heb hem gezegd dat hij zich nergens schuldig over moest voelen. En dat als hij de kans zou hebben gekregen zijn leven over te doen hij dat, wat mij betreft, vooral op dezelfde manier had moeten leiden.

'Hij ging intelligent om met de naderende dood, gewend als hij was om niets uit de weg te gaan en de dingen bij de naam te noemen. Maar ik herinner me ook dat we op zijn bed naar The beauty and the beast zaten te kijken, omdat Patrice als filmliefhebber zo benieuwd was naar de nooit eerder vertoonde technieken in die film, en hij opeens zei: 'Jammer dat ik dood ga, hè.' Waarop ik, bedeesd, alleen maar ja kon zeggen.'

Zijn ogen vullen zich toch even met tranen. 'Na zijn overlijden hoorde ik het weleens: dat zo'n ervaring je leven ook verrijkt. Tja - ik weet nu wat het betekent om iemand te verliezen van wie je houdt. Maar verder vond ik het maar niks, dat hij doodging. Ik kon er de schoonheid of rijkdom niet van inzien. Ik ervaar alleen het gemis, nog elke dag.'

Vlak voor de dood van Patrice, toen zijn moeder hem gevraagd had of een liberale dominee van de Evangelische Broeder Gemeente de uitvaartdienst mocht leiden, deed Humberto zijn broer een voorstel. 'Wij waren de enige twee in de familie die nog niet waren gedoopt. Dat hebben we alsnog laten doen, als een mooi ritueel, om zo ook onze verbondenheid voorgoed te bekrachtigen.'

Hij zwijgt even. 'In die tijd was aids een veel beladener onderwerp dan nu. Lang heb ik er niet over willen praten, en al helemaal niet in het openbaar, bang als ik was dat Patrice dan alleen nog te boek zou komen te staan als degene die aan aids leed. Terwijl dat beeld volstrekt eendimensionaal zou zijn: Patrice was zo veel meer dan dat.'

Suriname

Toen Humberto 3 was kwam hij, samen met Patrice en zijn oudste broer en zus, beiden kinderen van een ándere vader, van Suriname naar Nederland. Zijn zojuist gescheiden moeder was ervan overtuigd dat haar kinderen hier veel betere mogelijkheden zouden krijgen om zich te ontplooien. Ze vestigden zich in de Bijlmer, en hun moeder gaf haar kroost van meet af aan duidelijke levenslessen mee. 'Zij was in alle opzichten sterk, intelligent en vooruitstrevend. Ze bracht ons het nodige verantwoordelijkheidsbesef bij. De lessen die haar moeder haar gegeven had vond ze terug in theorieën van de Hongaarse gezinspedagoog Nagy: verwen je kinderen niet te veel, bijvoorbeeld - laat ze niet te veel hun eigen gang gaan, want dan keert iedereen zich van hen af en keren zij zich uiteindelijk tegen jóu.

'Mijn moeder moest hard werken en we hadden het bepaald niet rijk, pas toen ik 13 was, was er voldoende geld om eindelijk eens Suriname te bezoeken. Maar je hoorde mijn moeder, die maatschappelijk werkster was, nooit klagen. Ze viel ons niet lastig met haar problemen want die konden wij, vond ze, toch niet voor haar oplossen. Ze wilde dat haar kinderen vooral kinderen zouden zijn, zo lang mogelijk. En ook heeft ze het contact met onze vader, die in Suriname bleef, altijd gestimuleerd: ze vertelde ons niet wat er tussen haar en hem was voorgevallen.

'Toen ik als jongetje van 6 een keer huilend van school kwam omdat kinderen me ermee hadden gepest dat ik geen vader had zei ze vastberaden: 'Zeg maar tegen die kinderen dat ze stom zijn want elk kind heeft een vader, en die vader van jou woont in Suriname. Punt.' Hij lacht - typisch zijn moeder, kordaat en niet sentimenteel, zonder behoefte aan fluwelen handschoenen. 'Ook wij, de kinderen, maakten thuis schoon - ze hoefde maar te kíjken of we gingen al aan de slag. Omgangsvormen waren voor haar van groot belang: als een vriendje dag zei werd hij ogenblikkelijk teruggefloten: 'Jongeman, kom eens terug, het is: dag mevróuw!''

Hersentumor

Sinds zijn dertiende bezocht Humberto Tan een keer of zes zijn geboorteland. 'Je navelstreng ligt er begraven, zeggen ze in Suriname. Ik voel me er thuis zoals ik me in Amsterdam vanzelfsprekend thuis voel: ik hoor er zoals ik hier hoor, en ik hoef niet te kiezen - ik kan het niet duidelijker zeggen.'

In maart 2005 ging hij er drie weken heen, samen met zijn zus en broer Steve, met diens vrouw en dochter, met zijn vrouw Ineke en zijn dochtertjes - Isa van 8 en Julia van 5. Missie van de trip: broer Steve, die al zeven jaar aan een hersentumor leed, was opgegeven door de artsen en wilde zijn heil zoeken bij een alternatieve geneesheer in de binnenlanden van Suriname. 'Als je niks doet, ga je in elk geval dood, was zijn opvatting; als je niet opgeeft, is het misschien zo dat je je wat beter gaat voelen en een iets langer leven hebt. Mijn broer geloofde in God, en heeft tot het laatst toe veel gebeden. Zo vreemd was het dus niet dat hij in Suriname een alternatieve geneessessie wilde ondergaan.'

Hoe was de aanpak dan? 'Dat mag ik niet zeggen. Dat heb ik plechtig beloofd aan de mensen daar.' Korte aarzeling. 'Waar het op neerkomt: dat hij zijn spirit, zoals hij het zelf noemde, sterker wilde maken. Ik ben zelf niet bijster gelovig, maar ik ben ervan overtuigd dat mijn broer veel aan zijn godsbesef heeft gehad. Hij kreeg last van uitval in zijn linkerarm en linkerbeen, en louter door de kracht van zijn geest kreeg hij er weer enige beweging in. Van het geloof moet je geen wonderen verwachten, maar die kracht kan het je kennelijk wel geven.'

Opgetogen: 'Zaten we daar, met de hele familie, bijna twee weken in het oerwoud - weet je wel hoe koud het daar 's nachts kan zijn? We sliepen in de open lucht, er was geen douche of wc, we wasten onszelf in de Marowijne-rivier, we spoelden er in het rivierwater onze borden en messen.

's Ochtends, bij het wakker worden, stuitte je op spinnen die zo groot waren als je hand. Maar het was geweldig. We waren in de binnenlanden van Suriname, van God en iedereen verlaten, en niet als toerist, maar als onderdeel van een hechte gemeenschap.'

Ook zijn vader was erbij - Isa en Julia ontmoetten voor het eerst hun Surinaamse opa. Zo ging alles, tot op zekere hoogte, goed, tot er een complicatie optrad. Steve kreeg een infectie aan zijn been en kreeg last van helse pijnen - ze reisden spoorslags af naar het ziekenhuis in Paramaribo. Uiteindelijk werd zijn been geamputeerd.

'Wat ik me van de laatste dagen in Suriname vooral herinner, vlak voor we teruggingen naar Nederland waar Steve in mei overleed, is de zorg, in puur menselijke zin, van het verplegend personeel. Verband en medicijnen waren er nauwelijks, maar de betrokkenheid was des te groter: bij mijn broer, die, zeker als hij altijd leek van zijn zaak, toch echt niet de makkelijkste klant was; en ook bij mij - ik mocht in zijn kamer slapen, tegen de voorschriften in, omdat, zeiden ze, Steve mij nodig had. Elke ochtend om zeven uur kwam de broeder bij Steve, sprak hij met hem, probeerde hij hem gerust te stellen, maakte hij grapjes. Zodat zelfs mijn broer moest lachen, hoeveel pijn hij ook had.'

Luisterend oor

Hij bestelt blokjes kaas, Oudhollandse versnapering in het café waar mannen steeds hun kans willen grijpen om met Tan in discussie te gaan over voetbalactualiteiten. Maar daar heeft de Talpa-presentator nog even geen oren naar. 'Dat Patrice overleed was het grootste ongeluk uit het leven van mijn moeder. Zij citeerde met regelmaat dat Surinaamse spreekwoord: als de nood aan de man komt, zal een moeder nooit haar kind opeten, maar het kind zeker wél de moeder. Ze werd verteerd door verdriet, al besprak ze dat nauwelijks met haar kinderen, en dan meestal alleen met mij, haar luisterend oor, en uiterst voorzichtig. 'Als mijn moeder zei dat het 'niet zo goed' met haar ging, wist je hoe laat het was: dan ging het ronduit slecht met haar.

'Ik denk dat ze nauwelijks kon leven met het vooruitzicht van het aanstaande overlijden van Steve. Sterker nog: ik denk dat dat uiteindelijk haar dood is geworden, het sneed, letterlijk, in haar hart - ze overleed onverwacht aan een hartaanval, een half jaar voor Steve stierf. Ook haar dood kwam veel te vroeg - ze was pas 69 - maar ik ben blij dat ze niet nog een tweede keer de dood van een van haar kinderen heeft hoeven meemaken. Zoals ik blij ben dat Steve, die maar niet wilde opgeven, zijn strijd moest staken, en Patrice na zijn lijdensweg op een vroege zondagochtend uiteindelijk de rust vond.'

Is dat dan een troostrijk besef? 'Ik laat me in elk geval niet uit het veld slaan. Gelukkig ben ik altijd vrij rationeel geweest, en - net als mijn moeder - relativerend en pragmatisch.

'Harde levenslessen heb ik gekregen, maar tegelijkertijd ben ik daardoor heel erg ervan doordrongen geraakt dat je - als je zelf niets mankeert - zo intensief mogelijk van het leven moet genieten. Fatalistisch wil ik niet zijn.'

De toon blijft monter, Humberto Tan schuwt valse sentimenten, hij nam geen maanden vrij om de dood van zijn dierbaren te verwerken. 'Maar als ik Norah Jones hoor denk ik ogenblikkelijk aan mijn moeder en zie ik haar in de auto naast me zitten, meeneuriënd met de muziek die ze zo mooi vond.

'Op zondagochtend kijk ik tegenwoordig op RTL5 naar Hour of power, een religieus programma waar Steve zo van hield, en waar hij, vermoed ik, hoop uit putte. En denk niet dat ik me er tijdens de surpriseparty voor mijn veertigste niet voortdurend van bewust was dat een paar van mijn meest dierbaren daar niet bij waren. Ze zullen er nooit meer bij zijn - hoe mijn leven ook zal lopen, hoe succesvol of mislukt ik ook zal blijken te zijn. Maar gelukkig hebben ze alledrie nog een beetje meegekregen in welke richting mijn geluk ligt, zélfs Patrice - en hoe ik me wil ontwikkelen, zowel privé, in mijn gezin, als in mijn werk.'

Imago

Hij is inmiddels de vader die hij zelf amper heeft gehad, omdat die immer op afstand bleef en niet bij de opvoeding betrokken was. 'Mijn moeder was mijn moeder én mijn vader.'

En vorig jaar, vlak voor zijn veertigste, maakte hij de overstap van Studio Sport naar Talpa, waar hij nu De wedstrijden en Café de Sport presenteert, en ook te zien is in het dagelijkse magazine NSE. 'Ik werkte met veel plezier bij de NOS, maar een groot deel van mijn plezier geldt voetbal, en met het wegvallen van de rechten voor het eredivisievoetbal zou mijn positie aanzienlijk marginaler zijn geworden.'

Ooit, voordat hij zich definitief tot de voetballerij bekeerde, studeerde hij rechten. 'Maar in de privaatrechtelijke kant van de advocatuur houd je je vooral bezig met geruzie over geld - en dat vond ik, eerlijk gezegd, strontvervelend.

'Of ik me op een aanvaardbaar niveau kan kwalificeren, en vooral: of ik er plezier in heb, zijn voor mij altijd doorslaggevende criteria geweest in mijn werk. Al het andere telt niet - imago niet, roem niet.

'Mijn moeder kwam ooit met ons naar Nederland omdat het onderwijs hier zo veel beter was dan in Suriname. Dat ik rechten studeerde was de verzilvering van haar maatschappelijke ambities - aanzien, status, zekerheid.' Grinnikend: 'De advocaat die ik aanvankelijk was, was voor haar specialer dan de televisieman die ik geworden ben.'

De buurmannen aan aangrenzende tafeltjes houden zich niet langer in. Ze vuren vragen op Tan af - over de kansen van Rafael van der Vaart bij HSV, over de AS Roma-speler Francesco Totti, over het weren van Surinaamse spelers uit het Nederlands elftal. En de voetbalkenner is eerst wat terughoudend, geeft geduldig antwoord, ontbrandt dan en gaat ferm in debat. Even later, schaterlachend: 'Zo zie je maar. Zo gaat het vaak. Iedereen heeft er verstand van.'

Ouder

De decennia na zijn veertigste vreest hij niet, integendeel. 'Ik zie er niet tegenop om ouder te worden; het alternatief immers is stilstaan en doodgaan. Het eeuwige leven hoef ik niet, maar ik wil wel zo lang mogelijk leven. De kern van mijn kinderen heb ik al te pakken, maar ik hoop ze ook volwassen te zien worden, en dat op zijn minst een tip van de sluier wordt opgelicht over hun toekomst.'

Zijn blik houdt hij op het verschiet gericht. 'Het geheim van een gelukkig leven is een slecht geheugen, zei Ingrid Bergman al eens.' Maar het veertigste levensjaar, geeft hij toe, voelt ook als een memory lane. Eind vorig jaar bezocht hij een reünie van de vijfde klas van Onze Wereld, lagere school in de Amsterdamse Bijlmer. Bijzonder was het, en warm, en er werden veel herinneringen opgehaald. Er was ook nog een primeurtje: de meester vertelde dat hij indertijd dienstweigeraar was, en voor straf veroordeeld werd tot een docentschap in de Bijlmer - Humberto Tan schatert om zoveel onbeholpenheid. 'Maar wat nog mooier was: dat mijn ex-klasgenoten, die me nu vooral van de televisie kennen, me vertelden dat ik eigenlijk geen steek veranderd ben - nog altijd positief, nog steeds enthousiasmerend. Aan de ene kant is dat een beetje jammer, want je hoopt toch dat je niet eeuwig degene blijft die je ooit was. Maar geruststellend vond ik het ook: kennelijk zijn de waarden die ik had zelfs door de dood niet aangetast.'

Meer over