'Ik krijg kramp op de rode loper'

Meer dan bij televisie of film ligt het hart van acteur Roef Ragas (41) bij toneel...

Staat Roef Ragas met z'n zoontje Aaron op het schoolplein, tikt een man hem op de schouder.

'Goed hoor, wat je doet.' Ragas knikt vriendelijk.

'Heel goed, hoor.' Dan schreeuwt de vrouw van de man, een paar meter verderop: 'Is 't 'm?' De man: 'Ja...' De vrouw: 'Waar is ie nou van?' Hij: 'Geen idee.' Roef Ragas (41) lacht breeduit als hij dit voorval vertelt. Zo vergaat het hem steeds: hij is onzichtbaar zichtbaar. Hij speelde in talloze theatervoorstellingen, films en tv-series, maar op straat ziet het grote publiek hem over het hoofd. Zelfs nu hij een paar seizoenen in de veelbekeken politieserie Grijpstra & De Gier acteerde, als de impulsieve rechercheur Rinus de Gier. De reeks, die sinds begin deze maand weer op RTL4 te zien is, zal de laatste zijn voor Ragas: hij heeft besloten uit de serie te stappen.

'De rek was er voor mij een beetje uit. De serie is gebaseerd op een format en daar houdt men zich strak aan. De scripts spelen zich binnen beperkte marges af. Dingen worden vaak aangestipt zonder dat er in scènes goed gebruik van wordt gemaakt.

Herhaaldelijk heb ik met de producent gesprekken gevoerd - of er meer verdieping kon worden aangebracht, of mijn rol interessanter zou kunnen worden. Toen bleek dat er geen veranderingen zouden optreden, restte mij maar één conclusie: opstappen.' En de broodnodige inkomsten dan? 'Geld zal nooit mijn keuze bepalen. Ik heb nog veertig jaar te gaan, als het een beetje meezit, en dan maak ik liever dingen die waardevol zijn, met mensen die ik prettig vind. Zonder de opgelegde slagvaardigheid van vroeger.'

Milder Zo'n jaar of tien geleden zou hij niet eens 'ja' hebben gezegd tegen een kijkcijfertrekker als Grijpstra & De Gier. 'Hoogdravende ideeën had ik over wat ik wilde. Met toneel dat mij niet beviel konden, wat mij betreft, de grachten worden gedempt.

Gemakkelijke publieks-pleasers waren al helemaal uit den boze. Ik zou nooit meewerken aan dat soort schund.' Het tij keerde. 'Slecht toneel, slechte series: je moet zelf maar weten of je eraan meewerkt, denk ik nu.

Verwerpelijk vind ik het niet meer. Oninteressant nog wél.' Met het ouder worden groeide het inzicht.

'Ik ben milder geworden over wat anderen doen. De zelfreflectie gaat dieper. Tot ik, zo'n jaar of vijftien geleden, mijn vrouw Susan leerde kennen hield ik manisch dagboeken bij. Ik dacht dat alles wat ik schreef waar was, en dat anderen niet over zelfreflectie beschikten.' Als hij zijn dagboekaantekeningen van weleer herleest is het oordeel streng. 'Elke alinea val ik door de mand. Veel van wat ik beweerde onderstutte ik met theorieën van anderen, bang als ik was dat wat ik zelf te zeggen had geen waarde had. Ik dacht mijn eigen stijl te hebben, maar ik zie nu dat ik naar hartelust na-aapte en kopieerde. Een blaaskaak was ik, snobistisch en arrogant. En humorloos was ik ook: met kwaliteitsdrama mocht geenszins worden gespot.' Grote grijns.

Dat hij na eerdere rollen in de tv-series Pleidooi en Russen en de films De Poolse bruid en Pietje Bell inging op het aanbod om in Grijpstra & De Gier te spelen, beschouwt hij niet als een revolutionaire ommekeer.

'Het leek me leuk meer camera-ervaring op te doen, ik verheugde me op het samenspel met Jack Wouterse en het verdiende goed.

En ik had genoeg gekregen van het mechanisme dat belachelijk wordt als je het doorziet: dat je steeds maar dingen zegt waarmee je respect hoopt af te dwingen, zodat mensen je buitengewoon interessant vinden. Het nieuwe adagium was: laat maar eens wat zien als je zo'n grote bek hebt.' Kwam de relativering ook op zijn pad dankzij zijn vrouw Susan Visser, dit najaar wederom te zien in de Talpa-reeks Gooische vrouwen? Of dankzij de komst van hun kinderen Saïda en Aaron? 'Susan heeft me met de neus op de feiten gedrukt. Dat opvoeding een vanzelfsprekende zaak zou zijn, bleek een vergissing.

Mijn natuurlijke aanpak werkt vaak niet. Ik ben tamelijk ongeduldig en kan daardoor driftig uitvallen. Zo bereik ik niet het gewenste effect, namelijk dat Saïda en Aaron naar me luisteren en doen wat ik wil. De aanpak van Susan werkt veel beter: ze is nuchter, rustiger, verplaatst zich beter in de kinderen en krijgt ze waar zij ze hebben wil, zonder conflict en zonder dat ze zich heeft laten piepelen.'

Boemerang Uiteindelijk ligt zijn hart toch bij toneel - niet bij televisie of film. 'Jan Klaassen en Katrijn blijft het, alles wat met een camera te maken heeft. Je kunt als acteur nooit volwaardig met het publiek communiceren. Je sprint van hot naar her door het verhaal heen, je kunt je amper een voorstelling maken van het spanningsverloop, de betekenisvolle pauzes die je hebt gespeeld kunnen in de montage zó in de prullenbak belanden.' In het toneelstuk Closer speelt Ragas de dermatoloog Larry, die, net als een - door Daan Schuurmans en Eva Duijvestein gespeelde - schrijver en fotografe, in de ban raakt van een ongrijpbare stripteasedanseres, gespeeld door Bracha van Doesburgh.

'Larry is een charmeur die een tikkeltje te zelfingenomen is. Intussen ziet hij niet wat hij in handen heeft. Hij heeft last van een verkeerd gerichte ambitie die hem hard doet hollen naar een plek waar niks te vinden is.

Dat lijkt me herkenbaar. Nogal wat mensen zijn erop uit iets groots te bereiken, in de illusie dat ze dan in een staat van eternal bliss zullen verkeren, wat natuurlijk niet het geval is. Intussen denderen ze, verblind als ze zijn, als een olifant door de porseleinkast en duperen ze degenen met wie ze relaties onderhouden.

Uiteindelijk slaat het als een boemerang op henzelf terug.' Ragas werd aanvankelijk amper door zo'n heilige ambitie gedreven. Na de middelbare school besloot hij Nederlands te gaan studeren, vanwege zijn passie voor literatuur.

'Net zoals de patholoog-anatoom middelen nodig heeft om zijn vak goed uit te oefenen dacht ik dat een studie Nederlands mij het instrumentarium zou verschaffen om teksten te leren analyseren. Beestachtig interessant vond ik het. Mijn doctoraalscriptie ging over De zondvloed van Jeroen Brouwers.' Toch maakte hij van zijn studie niet zijn professie. 'Ik wist in elk geval zeker dat ik geen leraar wilde worden. Een regelrechte ramp leek me dat: onwillige leerlingen met verplichte literatuurlijstjes opzadelen. Aio, assistent in opleiding, wilde ik ook niet worden: de academische wereld staat te ver weg van de alledaagse mensenwereld, en het leek me niet heilzaam voor mijn persoonlijke ontwikkeling als ik zes jaar lang naar één stipje zou gaan zitten koekeloeren. Schrijver ten slotte dacht ik ook niet te kunnen worden: voor het schrijverschap mis ik de discipline, en het bestaan zou me te eenzaam zijn.' Min of meer bij toeval kwam hij bij het toneel terecht, dankzij het bijvak theaterwetenschap, waar hij ontdekte hoe aardig het was om het resultaat van je inspanningen aan een publiek te presenteren. 'Een openbaring was dat wel, die interactie. Steeds nieuwe mensen, steeds nieuwe ervaringen, en de mogelijkheid om je gedachten en bevindingen in een aansprekende vorm op het podium te brengen. Publiek is voor mij een must. Ik wil niet vliegeren zonder wind.' Na zijn studie Nederlands volgde hij een opleiding aan de Toneelschool in Amsterdam, die hij in 1994 afrondde. Anders dan een aantal oud-klasgenoten hield hij het hoofd boven water, zonder vooropgezet plan.

'Mijn broer Bas is, anders dan ik, een echte planner. Hij fantaseert er steevast over hoe het verder zal gaan, vraagt mij hoe mijn carrière zich zal ontwikkelen, en dan blijf ik hem het antwoord schuldig. Ik slijp mijn ambachtelijke vaardigheden bij en mijn smaak kristalliseert zich uit - veel meer is het niet. Vijf keer Ahoy' vol en dan heb je het gemaakt? Met dat besef kan ik niet uit de voeten.'

Kramp Bastiaan Ragas staat, mede dankzij zijn huwelijk met tv-presentatrice Tooske Breugem, constant in de schijnwerpers, was lid van een vooral in het buitenland succesvolle jongensband en is een van de grote vedetten van de Nederlandse musical. 'Ik kom kijken vanwege Bas. Maar met musicals heb ik niks. Je kunt zingen óf spelen - beide talenten komen zelden samen, ontdekte ik ook al toen ik als student een abonnement had op de opera en halverwege Parcival in slaap viel. Het is het waanidee van het Gesammtkunstwerk: dat je met behulp van een bulldozer dingen bij elkaar brengt die absoluut niet bij elkaar passen. Komt bij dat musicals vaak nogal onecht zijn.

'Mamma Mia beviel me nog wel, omdat de pretentie van een verhaal zowat afwezig was en deze musical bijna een pastiche op het genre leek. Maar strijders die zingend de barricaden op gaan maken op mij nogal een potsierlijke indruk. Als toneel zichzelf ontstellend belangrijk gaat vinden wordt het ook recht evenredig belachelijk.' Roef schuwt de publiciteit niet, maar zou niet net als zijn broer Bastiaan zó in het middelpunt van de belangstelling willen staan.

'Hij heeft een nieuwe liefde en alle roddelbladen storten zich op hem - tamelijk onsmakelijk.

Ik zwaai zijn vrouw en kinderen uit voor de deur en dat levert een fotoreportage op in Story - waar sláát dat op? Niks voor mij, zoiets. Ik krijg al kramp in m'n bek als ik op de rode loper de hele tijd moet lachen.' Concurrenten of rivalen zijn ze nooit - ze vinden andere dingen de moeite waard, hun capaciteiten overlappen elkaar hooguit gedeeltelijk. De derde broer, Jeroen, zit in de reclame en begon onlangs een eigen bedrijf.

'We zijn alledrie bereid steeds weer het roer om te gooien en niemand van ons werkt voor een baas.'

Hitler Dat zal een vrucht zijn van hun opvoeding.

De drie broers groeiden op in Lisse, in een tamelijk vrijzinnig milieu waar vader en moeder hun kinderen de ruimte lieten hun eigen keuzen te maken. Moeder was apothekersassistent, tot Roef, de oudste, geboren werd. Vader was eigenaar van een schoonmaakbedrijf.

'Een typische ondernemer: zo'n Draufgänger die altijd heel hard werkte. Als hij eindelijk thuis was, viel hij achter de krant in slaap, hoe groot zijn interesse ook was.' Aan tafel werden steevast discussies gevoerd over de meest uiteenlopende onderwerpen. De boekenkast was rijkelijk gevuld. 'Mijn nieuwsgierigheid werd er zeer door geprikkeld.

Zo'n vuistdikke Hitler-biografie bijvoorbeeld: ik trok, gefascineerd door dat woord op de rug van het boek, m'n Zorrocape aan en sprong, buiten in de tuin, op en neer, almaar ”Hit-ler!, Hit-ler!” scanderend.

Tot mijn moeder mij naar binnen haalde omdat ze dat toch niet zo handig vond en mij uitlegde wie Hitler was.' Zijn latere liefde voor de literatuur werd in het ouderlijk huis gevoed, veronderstelt hij. Op zijn eigen website beveelt Roef Ragas zijn favoriete boeken aan, of liever: legt hij lange lijsten aan van recent gelezen literatuur.

Niet omdat hij zonodig het volk wil verheffen.

'Neuh - dat willen de mensen helemaal niet. Denk je dat nou heus?' Hier is de autonome gepassioneerde lijstjesmaker aan het woord: Ragas rubriceert de clubs waarvan hij lid was, de besturingssystemen die hij op zijn computer heeft geïnstalleerd, merkwaardige hoekpanden die een normale boekenkast niet kunnen herbergen, vogels die hij heeft bestudeerd ('Inclusief het verband tussen het aantal winterkoninkjes en het aantal zelfmoorden in Gelderland').

Eindeloos kan hij turen naar taartdiagrammen waarin hij keurig heeft aangegeven hoe het aandeel door hem gelezen buitenlandse boeken zich verhoudt tot het aandeel Nederlandse literatuur. Hij heeft 3200 in de loop der jaren aangeschafte boeken ingevoerd in een speciaal computerprogramma dat op internet aanvullende informatie zoekt. Ontdekte hij tot zijn verbijstering dat hij over een boek dat hij helemaal niet bezit informatie kreeg. 'De angst sloeg toe: zijn er soms meer fouten gemaakt? De gedachte dat er iets niet klopt of dat er iets zou ontbreken, kan ik nauwelijks velen.

Lijstjes vervolmaken in zekere zin het leven.

Noem het desnoods een dwangneurose.

Voor mij ligt het toch een beetje anders: dankzij die lijstjes doen zich inzichten voor die ik anders niet gehad zou hebben, verbeeld ik me. Ik krijg erdoor grip op de werkelijkheid.

Bovendien vind ik het belangrijk om dingen te weten - óók als het om volstrekt triviale feiten gaat.' Misschien geeft kennis het leven extra Schwung. 'Misschien zijn wij wel sukkels en hebben we dat allemaal nodig om het gevoel te hebben dat het ergens over gaat - alsof het leven van zichzelf niet goed genoeg is.'

Mokerslag In deze tijd waarin, zegt Roef Ragas, een snel geformuleerde mening als zaligmakende waarheid geldt, werkt hij in stilte aan wat hem moeite kost: het schrijven van verhalen.

Eén ervan gaat over drie mannen die na mislukte filmopnamen op de weg terug in de auto stranden en ruzie krijgen. 'Het begint ergens op te lijken maar ik ben er nog lang niet. Ik zal er nog het nodige aan moeten sleutelen - net als aan de andere verhalen die ik eerder schreef. Ik weet niet hoelang dat zal duren: ik heb geen haast, het moet goed genoeg zijn.' Hij aarzelt even, drinkt zijn glas rosé met ferme slokken leeg. Zegt dan dat toneel zeker niet de meest ideale kunstvorm is. 'Op één staat muziek, omdat het direct aanspreekt en het de taal niet nodig heeft. Dan volgt de literatuur, omdat een boek elke keer opnieuw bestaat als je het openslaat en het begint te lezen - daar kan qua schoonheid nauwelijks iets aan tippen. Toneel komt pas op drie, omdat het nooit op zichzelf kan staan, omdat je altijd afhankelijk bent van anderen voor het welslagen van de missie.

Het lijkt me een ontstellende krachttoer: dat je in staat bent in je eentje iets te scheppen.' Maar zou hij zich op termijn dan toch niet tot het schrijverschap moeten bekeren? 'Voorlopig heb ik mijn handen vol aan de dingen die ik nu doe. Ik weet niet eens wat het na Closer zal worden, ik heb geen idee wat ik vanaf januari tot aan mijn dood zal doen.' Of heeft hij last van koudwatervrees? 'Het moet gezegd: als je met inzet iets gemaakt hebt dat vervolgens wordt afgekraakt, voelt dat als een mokerslag. Dat trilt nog tijden na - vooral als je niet begrijpt waar het venijn vandaan komt.' Dan liever zo'n woonboot op het Naardermeer, waar hij laatst, op verzoek van Natuurmonumenten, een nachtje doorbracht als protest tegen de aanleg van de A6 en de A9. 'Onvergetelijk vond ik dat.' Opeens herinnert hij zich hoe hij twintig jaar geleden met een vriend een kuuroord in Vichy bezocht en in dat oord, vol oude mensen in legionella-water, de inhoud van zijn tas op de grond kieperde. Hij noteerde alle voorwerpen in een opschrijfboekje dat hij nog altijd bezit en binnenkort weer eens wil bestuderen. 'Om te zien wat ik destijds bij me droeg. Om te ervaren wat ik toen belangrijk vond. Ik weet geen andere manier om het leven vast te leggen.' Al die lijstjes getuigen op zijn minst van een zekere onmatigheid, zegt hij. 'Zoveel mogelijk tot je nemen dat je in volle rijkdom naar binnen wilt werken.' De man die niet te veel vooruit wil blikken kijkt wél graag om. 'De schrijver Jeroen Brouwers zei het al: ”Je biografie wordt gevormd door de sporen die je achterlaat.” Al zijn ze nog zo triviaal - je ziet wat er geweest is, en je kunt daardoor beter vaststellen wie je nu bent.'

Meer over